Regionale Ener­gie­stra­te­gieen (RES)


Meer provin­ciale ambitie nodig: RES+

5 oktober 2020

Zoals al in de commissie is gememoreerd zijn De Regionale Energiestrategieën (RES’en) een uitvloeisel van het Klimaatakkoord, een uitwerking van de internationale afspraken van Parijs (2015), waarvan nu al vast staat dat het te weinig is om de klimaatcrisis te beteugelen. De RES’en richten zich op het halveren van de CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. En dat is véél te weinig als we het gewenste 1,5 graden scenario willen halen, volgens onder andere topwetenschappers van de IPCC.

Daarom wil de Partij voor de Dieren ervoor pleiten om meer te doen. Onze Tweede Kamerfractie komt binnenkort met een alternatieve 1,5 graden klimaatwet. En Provinciaal pleiten we voor meer ambitie in de RES’en. Een soort RES+, zoals ik al in de commissie heb aangegeven. Waarin opwekking en besparing hand in hand gaan, een opgave die natuurlijk ook een significante bijdrage van de industrie en het bedrijfsleven vergt. De heer Akkerman (inspreker namens Natuur en Milieufederatie Noord-Holland) haalde al aan dat het voor de beeldvorming en het draagvlak op z’n minst apart is dat de RES’en uitsluitend over opwekking gaan. Het voorbeeld van windmolens die volop voor datacenters draaien mag inmiddels bekend verondersteld worden. Laat energiebesparing een onderdeel van de RES’en zijn, neem het voortouw om ambitie te tonen.

MOTIE: samen met CDA Energiebesparing als onderdeel van de RES

En daarom dien ik, samen met het CDA, een motie in met het volgende dictum:

roepen het college van Gedeputeerde Staten op:

• te onderzoeken hoe energiebesparing een onderdeel van de volgende versie van de RES kan zijn en daarover tijdig een voorstel te doen aan PS;

en gaan over tot de orde van de dag.

Verder moeten we als ambitieuze Provincie er bij het Rijk op blijven aandringen dat er meer moet gebeuren en moeten we binnen onze eigen RES’en waarborgen dat de vastgestelde doelen behaald worden.

MOTIE: Aandringen bij het Rijk om meer in lijn met consensus klimaatwetenschap te handelen

En daarom dien ik een motie in met het volgende dictum:

roepen het college van Gedeputeerde Staten op:

• bij het Rijk op aan te dringen om maximale inspanning te leveren voor het klimaat, daarbij in lijn met wetenschappelijke consensus te handelen en beleid te richten op minstens het behalen van het 1,5 graden-doel;

• daarbij er ook bij het Rijk op aan te dringen dat zoveel mogelijk wordt gewaarborgd dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en de meest kwetsbare groepen beter kunnen profiteren van o.a. subsidie voor verduurzaming;

en gaan over tot de orde van de dag.

Tevens moeten we voorkomen dat we inzetten op korte termijn schijnoplossingen die uiteindelijk schadelijk zijn voor onze leefomgeving, zoals warmteopwekking via biomassa uit hout en mest. Vraag creëert immers aanbod, met het gevaar op het verdwijnen van onze bomen en struiken en afhankelijkheid van vee.

MOTIE: Laat houtige biomassa weg uit het Noord-Hollandse RES-beleid, ook wat betreft de warmtetransitie

En daarom dien ik een motie in met het volgende dictum:

roepen het college van Gedeputeerde Staten op:

• houtige biomassa zoveel mogelijk uit te sluiten van het RES-warmtebeleid in Noord-Holland;

en gaan over tot de orde van de dag.

Zelfs een markt voor snoeiafval zal lijden tot nodeloze kaalslag en de vraag naar mest zal een rem zijn op de noodzakelijke inkrimping van de veestapel.

Laten we ook zorgen dat gewone burgers kunnen profiteren van de energietransitie en dat de meest kwetsbare mensen niet buiten de boot vallen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de financieel minst draagkrachtigen relatief de meeste lasten van het klimaatbeleid dragen en het minst profiteren van beschikbare subsidies.

Twee weken geleden nog viel in er het Financieel Dagblad te lezen dat van het voornemen van gemeenten en provincies om omwonenden van zon- en windparken mee te laten delen in de winst, nauwelijks iets terecht blijkt te komen. De Noordelijke Rekenkamer concludeert dat, en ik citeer,: “duurzame-energieprojecten meestal door commerciële bedrijven gerealiseerd worden en die willen liever geen deel van hun rendement afstaan aan omwonenden”. Er is voor ons wel een onderscheid tussen collectief eigendom en lokaal eigendom. Voor draagvlak is vooral dat laatste van belang. De vraag is hoe we dat lokaal eigendom, en dus daarmee het draagvlak, kunnen steunen en vergroten?

Daarover zal de heer Klein van de Christen Unie ook namens onze fractie een motie indienen.

En nog los van de opgave we onszelf opleggen, zal er uiteraard een grote rol moeten zijn voor discussies over de locaties van zoekgebieden voor opwekking van wind- en zonne-energie. Het gebrek aan onderscheid tussen grootschalige en kleinschalige Bijzondere Provinciale Landschappen in het eindconcept van de Omgevingsverordening, laat zich misschien wel het hardst voelen bij het zoeken naar geschikte locaties voor de opwekking van duurzame energie, ook gezien de roep om draagvlak én die naar meer Provinciale regie. Duidelijkheid kan productief voor beide kanten werken..

Hierover heeft mijn fractiegenoot de heer Zoon zojuist een motie ingediend tijdens het agendapunt over de Omgevingsverordening

En windmolens op belangrijke internationale vogeltrekroutes, zoals bij de Hondsbossche Zeewering en bij De Cocksdorp op de Kop van Texel, moeten we echt niet willen. Het tijdelijk stilzetten van de wieken gaat op deze plekken geen soelaas bieden, omdat het gebruik van de route langs de Noordzeekust zich niet beperkt tot een gedeelte van het jaar of een gedeelte van de dag.

MOTIE: Uitwerking zoekgebieden in relatie tot de internationale vogeltrekroute langs de Noordzeekust

En daarom dien ik een motie in met het volgende dictum:

roepen het college van Gedeputeerde Staten op:

• om in het vervolgtraject bij de uitwerking en concretisering van de zoekgebieden voor energieopwekking door wind rekening te houden met aanwezigheid van belangrijke internationale vogeltrekroutes en rust- en foerageergebieden als belangrijk aandachtspunt daarbij te hanteren;

en gaan over tot de orde van de dag.

En daarom wil ik ook nogmaals de aandacht vestigen op een Noors onderzoek, waaruit blijkt dat de vogelsterfte door windmolens met 70% zou afnemen - voor roofvogels zelfs misschien volledig -, door een zwarte streep op een van de wieken aan te brengen, of door een van de wieken voor de helft of geheel zwart te verven. Wieken van dezelfde kleur vervagen in de hersenen van vogels tot een vaste transparante schijf. Door een onderbreking in de kleur kan dit verholpen worden. Graag zouden wij in navolging van de Provincie Groningen een pilotproject in Noord-Holland zien.

MOTIE: Vogelvriendelijkere windmolens

En daarom dien ik samen met de fractie van de ChristenUnie een motie in met het volgende dictum:

verzoeken het college van Gedeputeerde Staten:

• mogelijkheden te onderzoeken voor het geheel of gedeeltelijk zwart maken van een wiek van windmolens (en de eventuele combinatie met een radarsysteem) om o.a. vogelslachtoffers zoveel mogelijk te voorkomen;

• daarover verslag te doen aan PS;

en gaan over tot de orde van de dag.

Ook steunen we de samenwerkende natuurorganisaties in hun wens dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met het IJsselmeer.

MOTIE: Terughoudendheid bij de uitwerking van het IJsselmeergebied als zoekgebied voor zonne- en windenergie

En daarom dien ik een motie in met het volgende dictum:

roepen het college van Gedeputeerde Staten op:

• in het vervolgtraject van de RES zeer terughoudend te zijn in de uitwerking van zoekgebieden voor de opwekking van zonne- en windenergie in het IJsselmeergebied;

en gaan over tot de orde van de dag.

En daarop aansluitend wil ik ook het initiatief dat Vogelbescherming Nederland heeft ingebracht nog even in ieders herinnering brengen. Een mooi voorbeeld dat dit soort organisaties niet alleen zeggen wat ze níet willen, maar ook met concrete, vanuit inhoudelijk kennis geconstrueerde voorstellen komen. Een idee voor een bufferzone tussen IJsselmeer en Wieringermeer, met overstromingsgraslanden en rietmoeras in combinatie met drijvende zonnepanelen. Een idee dat bovendien laat zien dat de klimaatopgave en de biodiversiteitsopgave elkaar soms ook kunnen versterken.

MOTIE: Onderzoek Bufferzone Vogelbescherming Wieringermeer

En daarom dien ik een motie in met het volgende dictum:

roepen het college van Gedeputeerde Staten op:

• het alternatief dat Vogelbescherming Nederland aandraagt op te nemen als nieuw zoekgebied in de RES, en daarbij te onderzoeken of dit onderdeel kan uitmaken van een oplossingsrichting;

en gaan over tot de orde van de dag.

En die koppeling met het biodiversiteitsvraagstuk brengt mij bij de afronding van mijn verhaal, en bij wat eigenlijk het allerbelangrijkste is. Want, we staan voor enorme opgaven, wat me maar weer eens duidelijk werd gemaakt toen ik afgelopen donderdag de film “David Attenborough: A Life on Our Planet” mocht aanschouwen in een Zaandamse bioscoop.

De biodiversiteit gaat wereldwijd ongekend sterk achteruit. Wetenschappers stellen dat het verlies aan natuur en biodiversiteit zo ernstig is dat het grote risico’s voor onze gezondheid, economie en bestaansmiddelen vormt. Dus laten we bij het aanpakken van iedere crisis die zich manifesteert rekening houden met wat de grootste opgave van de 21ste eeuw zal blijken te zijn: het voorkomen van het instorten van onze biodiversiteit. Nu bij de Coronacrisis, en straks bij de waarschijnlijk daaropvolgende economische crisis, maar ook bij de misschien nu nog voor sommigen ten onrechte niet heel urgent beschouwde klimaatopgave. Regeren is immers vooruitzien!

MOTIE: Koppel biodiversiteit aan de energietransitie

En daarom dien ik mijn laatste motie in, met het volgende dictum:

roepen het college van Gedeputeerde Staten op:

• de energietransitie waar mogelijk aan opgaven voor biodiversiteitsherstel- en versterking te koppelen en dat ook te doen in het vervolgtraject van de RES;

en gaan over tot de orde van de dag.

Dank u wel!

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer