Milieu, klimaat en energie


Alles van waarde beschermen. Alles wat schaars is eerlijk verdelen.

De Partij voor de Dieren stelt als enige partij de draagkracht van de aarde voorop bij elke beleidskeuze. Wij sluiten geen compromissen over een duurzame toekomst. Wij zijn daarmee de aanjager van een ambitieuzer milieubeleid. Zuinig omgaan met de aarde mag geen holle frase zijn, het is letterlijk van levensbelang. Onze planeet voorziet ons van schone lucht, water, een gezonde bodem en de grondstoffen die we nodig hebben voor het voortbestaan van mens en dier.

Als op dit moment elke wereldburger zou consumeren zoals de gemiddelde Nederlander doet, zouden er bijna drie wereldbollen nodig zijn om daarin te voorzien. De Partij voor de Dieren staat voor een krachtig klimaat-, energie- en milieubeleid. Daar is een wereld mee te winnen. De kosten door de wereldwijde klimaatverandering kunnen worden gehalveerd als we vlees, vis en zuivel vaker laten staan en plantaardiger gaan eten. De productie van vlees in de wereld veroorzaakt 40% meer broeikasgassenuitstoot dan ál het verkeer en vervoer bij elkaar opgeteld. De Klimaatzaak, waarin de rechter de Nederlandse Staat op de vingers heeft getikt omdat deze te weinig doet tegen klimaatverandering, maakt pijnlijk duidelijk dat we snel moeten overstappen op Plan B.

  • Aanpak Bodemdaling

    Wil Nederland zijn klimaatdoelen halen, dan moet bodemdaling in veenweidegebieden niet slechts vertraagd, maar gestopt en waar mogelijk omgekeerd worden.

    Deze ambitie komt in de provinciale Omgevingsvisie 2050 te staan nadat een motie van onder meer PvdD en D66 met ruime meerderheid door Provinciale Staten werd overgenomen.

    En dat is grote winst, want hoewel CO2-uitstoot door veenafbraak in Nederland nu al gelijk is aan die van een kolencentrale, durfde de provincie slechts de ambitie uit te spreken dat ze bodemdaling wilde beperken.

    Meer informatie
  • Eiwittransitie


    Naast heldere klimaatdoelen is het aanjagen van de eiwittransitie een belangrijke stap om een goede toekomst voor ons allemaal veilig te stellen. Eiwittransitie houdt een verandering in van ons productie- en consumptiepatroon: een verschuiving van dierlijke naar groene, plantaardige eiwitten. Groene, plantaardige eiwitbronnen zijn afkomstig van granen, peulvruchten, noten, algen, wieren en zaden. In Europa zijn erwt, veldboon, zoete lupine en koolzaad de belangrijkste eiwitgewassen. Via regelgeving, belastingen en subsidies kunnen we boeren en andere producenten helpen om te innoveren en over te schakelen naar groene eiwitbronnen. Tegelijkertijd moeten we consumenten beter informeren en prikkels geven om vaker te kiezen voor groene eiwitten.

    Over de eiwittransitie zijn talloze rapporten geschreven. De effecten op duurzaamheid, gezondheid, milieu en dierenwelzijn zijn inzichtelijk gemaakt en gekwantificeerd. De inmiddels algemeen geaccepteerde conclusie: een meer gebalanceerde consumptie van (minder) dierlijke en (meer) plantaardige eiwitten levert op alle gebieden winst. Die winst moeten we pakken.

    Ambitieus klimaatbeleid
    Een belangrijke stap naar een duurzame toekomst: de Statenfracties van de Partij voor de Dieren, PvdA en GroenLinks hebben samen een initiatiefvoorstel voor een ambitieus klimaatbeleid bij de provincie Noord-Holland ingediend. Klimaatdoelen moeten dieper en breder verankerd worden in het beleid voor een duurzame toekomst. Ook op regionaal niveau is dit noodzakelijk. Met dit initiatiefvoorstel vertalen bovengenoemde partijen de landelijke initiatief Klimaatwet naar de provincie Noord-Holland.

    Het voorstel roept de provincie op om in 2050 ten minste 95 procent minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990 en 100 procent duurzaam opgewekte energie te gebruiken. Als tussenstap is een vermindering van ten minste 55 procent uitstoot van broeikasgassen in 2030 opgenomen. Net als in de landelijke initiatief-Klimaatwet moet de provincie vijfjarige klimaatplannen op gaan stellen. Daarin worden voor beleidsvelden als verkeer, landbouw en economie klimaatdoelen gesteld en moet per beleidsveld worden aangegeven hoe deze reducties in broeikasgassen gaan worden gehaald.

    Rol van eiwittransitie
    In de provincie liggen op het gebied van duurzaamheid dus veel kansen voor het oprapen, en het aanjagen van de eiwittransitie is daar één van. Er moet worden ingezet op een kleinere veestapel en een vermindering van de vleesconsumptie. Met een meer plantaardig voedselpatroon kunnen we veruit de snelste klimaatwinst boeken: als iedere Nederlander één dag in de week het vlees zou weglaten, levert dat dezelfde besparing op als wanneer we 1 miljoen auto ’s van de weg zouden halen. De veehouderij stoot wereldwijd meer broeikasgassen uit dan al het verkeer en vervoer samen en levert daarmee een grote bijdrage aan de klimaatverandering.

    Het Planbureau voor de Leefomgeving, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Internationale Klimaatpanel IPCC van de Verenigde Naties adviseren dan ook dat er beleid moet komen om ons consumptiepatroon ter verduurzamen door minder dierlijke producten te eten. Een vermindering van de vleesproductie en –consumptie hoort dan ook in het pakket met maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. De provincie kan een belangrijke rol spelen bij de transitie van dierlijke naar meer plantaardige voeding door bijvoorbeeld campagnes te steunen die zich richten op een transitie naar een meer plantaardig voedingspatroon. Hier liggen ook kansen voor bijvoorbeeld melkveehouders die vanwege de lage prijzen willen stoppen, maar dat financieel niet kunnen. Zij kunnen overstappen op verbouw van groene eiwitten. Verschillende soorten peulvruchten kunnen in Nederland worden verbouwd, zoals erwten, kapucijners, witte bonen en lupinen: een groene eiwittransitie als economische innovatie.

    Al in 2008 wees de Partij voor de Dieren Noord-Holland de provincie op een ernstige omissie in het klimaatbeleid: de provincie had geen enkele aandacht voor de mogelijkheden die een verandering van een consumptiepatroon met zich mee kan brengen. De partij wees de provincie toen al op het rapport ‘Vleesconsumptie en Klimaatbeleid’ van het Planbureau voor de Leefomgeving, waarin nut en noodzaak van een meer plantaardige productie en consumptie werden geschetst.

    Naast directe reducties van CH4 en N2O, leidt de vermindering van vleesconsumptie ook tot een forse afname van het areaal landbouwgrond. Hierdoor kan land beschikbaar komen voor andere toepassingen, zoals duurzame energie. Bij een volledige transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten komen 2700 miljoen hectare grasland vrij en 100 miljoen hectare akkerland. In de verschillende scenario’s kan een vijfde tot een derde van het verwachte verlies aan biodiversiteit in 2050 worden vermeden. De kosten van het klimaatbeleid om de Europese CO2-doelstelling te halen zouden lager uitvallen.

    De Partij voor de Dieren Noord-Holland wil dus een volstrekt andere landbouw: we doen het duurzaam, of we doen het niet. Met een beetje duurzaam redden we het immers niet meer. We kunnen samen met de landbouwsector werken aan een toekomstbestendige sector. In juni 2016 spoorde de partij de provincie daarom aan om meer te investeren in onderwijs in landbouwinclusieve natuur en omschakeling naar biologische landbouw. Landbouwinclusieve natuur, want de natuur is de basis voor de hele economie.

    Om dit te verwezenlijken heeft de partij een voorstel ingediend voor een groot plan van aanpak voor landbouwinclusieve natuur waarin ook de eiwittransitie een grote rol speelt. De partij wil dat er een bedrag van 20 miljoen wordt geïnvesteerd in een versnelde omschakeling naar biologische landbouw en in een onderwijsaanbod voor boeren die biologisch willen produceren. Er liggen kansen voor boeren omdat zij een betere prijs krijgen voor hun product, maar hulp bij omschakeling is gewenst omdat dit voor veel boeren een grote opgave is. Dit amendement helpt tevens de onverenigbaarheid van de doelen van de oude economie (grootschaligheid en verdere intensivering en daarmee zo veel mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten en ten koste van alles van waarde) en de ecologie in het bestaande beleid weg te nemen.

    In mei 2018 stelden we vragen over de door de RLI gead­vi­seerde reductie van de veestapel

    Meer informatie
  • Groei van Schiphol

    De Partij voor de Dieren is tegen groeiverslaving. Dat geldt voor de economie, en ook voor Schiphol. De Provincie Noord-Holland blijft tegen de wens van de inwoners en ondanks de gevaren voor volksgezondheid en klimaat, stug inzetten op groei. Terwijl Schiphol nu al te veel ultrafijnstof uitstoot en enorme geluids hinderveroorzaakt. Als de huidige groei van de wereldwijde luchtvaart doorzet, zal deze in 2080 alleen meer uitstoten dan alle andere economische activiteit, volgens onderzoek van de TU Delft. De Partij voor de Dieren zal zich blijven inzetten om groei van de luchtvaart en Schiphol te stoppen.

    Daarbij verleent de provincie in naam van de vliegveiligheid ieder jaar opnieuw ontheffing voor het afmaken en vergassen van duizenden ganzen ten behoeve van de vliegveiligheid. In meer dan tien jaar tijd heeft het doden van meer dan 400.000 ganzen echter geen positief effect gehad op de veiligheid op Schiphol. De Partij voor de Dieren pleit al jaren voor diervriendelijke methoden om de vliegveiligheid te waarborgen. Wij hebben gepleit voor zonneakkers, het gebruik van verjagende groene lasers, pachtvoorwaarden, maatregelen in de ruimtelijke ordening en het stoppen met schieten van vossen rond Schiphol.

    Meer informatie
  • Groene energie

    De Partij voor de Dieren Noord-Holland wil een leefbare toekomst voor iedereen. Daarom willen wij een decentrale en duurzame energieopwekking waarbij burgers en bedrijven zelf energie opwekken. Door ook energie te besparen worden woningen, bedrijfspanden en overheidsgebouwen netto leveranciers van energie in plaats van verbruikers. Wetenschappers hebben veelvuldig gewaarschuwd voor de dramatische effecten van klimaatverandering en de aantasting van natuur bij het uitblijven van extra energiemaatregelen. De Partij voor de Dieren is van mening dat provincie Noord-Holland in haar energiebeleid de wetenschap moet volgen. Ons streven is dat we, geheel volgens het internationaal klimaatakkoord in Parijs, uiterlijk in 2050 stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen in Nederland. Dit kan bereikt worden door regelgeving aan te passen en innovatie te stimuleren. Met de omschakeling naar duurzame energiebronnen beperkt de provincie tevens de uitstoot van CO2. Van de duurzame bronnen moeten windenergie en zonne-energie de belangrijkste bijdrage leveren.

    Stoppen met vieze energiebronnen
    De Partij voor de Dieren Noord-Holland is tegen schaliegaswinning, nieuwe kolen- en gascentrales, mestvergisting en andere milieuonvriendelijke energiebronnen: dit zijn allemaal niet-duurzame bronnen waarbij geen rekening wordt gehouden met de toekomstige bewoners van deze aarde.

    Met het oog op de toekomst, pleit de Partij voor de Dieren voor een actieve ontmoediging van milieuvervuilende bedrijven. Provincie Noord-Holland dient derhalve op geen enkele wijze medewerking te verlenen aan mestvergistingsprojecten, de bouw van nieuwe kerncentrales en kolencentrales, schaliegaswinning of projecten voor het verkrijgen van energie uit afvalstoffen van de vee-industrie.

    Mestvergisters en biomassa
    Mestvergisters produceren geen groene stroom. Het kleine beetje energie dat de mestvergisters opleveren, komt niet uit de lucht vallen. Om onze bio-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en mais ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De schamele opbrengsten van de mestvergisters staan daarmee in schril contrast. We verspillen veel te veel energie aan de bio-industrie en we wekken er maar heel weinig energie mee op. Voor omwonenden brengen de mestvergisters bovendien heel veel overlast met zich mee. Mensen worden letterlijk ziek van mestvergisters. De Partij voor de Dieren heeft zich daarom al in 2010 in een motie en amendement uitgesproken tegen mestvergisting.

    In 2012 hebben de Provinciale Staten de motie van Partij voor de Dieren Noord-Holland aangenomen, waarin wordt erkend dat het transporteren van biomassa over grote afstanden voor energieopwekking niet groen is en niet duurzaam. De provincie dient dit derhalve niet te faciliteren.

    Gas
    Tevens verzet de Partij voor de Dieren zich tegen het gebruik van lege gasvelden voor de opslag van (geïmporteerd) aardgas. De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde in 2015 dat tot 2013 onvoldoende rekening werd gehouden met de veiligheid bij de gaswinning in Groningen. De aanbevelingen en conclusies van dit rapport lijken ook op te gaan voor de gasopslag bij Bergermeer, regio Alkmaar. De Partij voor de Dieren Noord-Holland is van mening dat niet dezelfde fouten gemaakt moet worden als in Groningen en dat daarom de gasopslag bij Alkmaar, de grootste van Europa, van de baan moet. Wij vinden dat het voorzorgsprincipe moet worden toegepast. De veiligheid van omwonenden moet voorop staan en er moet dus geen gaswinning of opslag plaatsvinden als de risico’s onvoldoende duidelijk zijn. De Partij voor de Dieren heeft in 2015 gepleit voor een nieuw advies over de veiligheid rond de gasopslag.

    Partij voor de Dieren drong aan om in beroep te gaan tegen het Rijksinpassingsplan voor gasopslag in Bergermeer in 2011. De provincie Noord-Holland slikte helaas haar bezwaren in na de aankondiging van economische compensatiemaatregelen. De Partij voor de Dieren betoogde toen dat het opslaan van gas op de Bergermeerlocatie risico’s op ernstige natuur-en milieuschade met zich meebrengt, die niet voldoende worden ondervangen door de exploitant (TAQA Energy bv, van de Verenigde Arabische Emiraten). Vanwege de kosten op korte termijn heeft de provincie niet gekozen voor het meest milieuvriendelijke alternatief. De gasopslag is slecht voor het stimuleren van duurzame energie. Er wordt immers weer gekozen voor fossiele brandstof. Nederland wordt daarmee ook nog afhankelijker van het buitenland.

    De Partij voor de Dieren heeft zich via (ondersteuning van) moties ook altijd verzet tegen schaliegas. De winning daarvan brengt ernstige milieu- en natuurschade met zich mee en past niet in een duurzaam energiebeleid.

    Toekomstbestendig beleid
    Een duurzame provincie houdt in haar beleid van nu ook rekening met haar toekomstige bewoners. Een duurzaam Noord-Holland moet zichzelf daarom ambitieuze doelen op het gebied van energiebeleid stellen. Elke dag weer bieden zon, wind en water voldoende energie voor een duurzame toekomst. We moeten er alleen gebruik van maken. Reeds in 2014 heeft de Partij voor de Dieren Noord-Holland in een motie het college opgeroepen om met een coherente strategie te komen voor een volledig duurzame samenleving in 2050.

    Initiatiefvoorstel Klimaatinitiatief Noord-Holland
    Het internationaal klimaatakkoord van Parijs stelt als doel om een snelle afbouw van fossiele brandstoffen te realiseren en een overgang naar 100 procent duurzame energie voor 2050. Dat betekent ook doortastend beleid op regionaal niveau, zoals in Noord-Holland. Eenzelfde ambitie komt naar voren in de initiatief-Klimaatwet die nu op de Haagse tafel ligt. Partij voor de Dieren Noord-Holland heeft, samen met GroenLinks en Partij van de Arbeid, dit jaar (2016) een klimaatinitiatief ingediend waarmee we de landelijke Klimaatwet naar de provincie Noord-Holland vertalen. Want strijden tegen klimaatverandering doe je niet alleen op landelijk niveau. Ook lokaal en regionaal moet er een hoop gebeuren om de doelstellingen te halen. Noord-Holland kan een voorbeeldfunctie vervullen voor andere provincies.

    Zo willen wij dat Noord-Holland zich minimaal aan dezelfde doelen (95 procent minder CO2- uitstoot en 100 procent duurzame opgewekte energie) houdt als opgesteld in de landelijke Klimaatwet en vragen wij om ook in Noord-Holland vijfjaarlijkse klimaatplannen te maken voor het terugdringen van broeikasgassen, energiebesparing en de toename van het aandeel duurzame energie. Dit zorgt voor stabiliteit in het tot zover gemaakte beleid. Denk bijvoorbeeld aan subsidies op zonnepanelen, waarvan de voorwaarden in het verleden vaak zijn veranderd wat zorgde voor verwarring en een afwachtende houding onder Nederlanders. Landelijk is het aandeel hernieuwbare energie van het totale energieverbruik nog slechts 5,6 procent.

    De Klimaatwet biedt, zoals hierboven al geschetst, een duidelijk kader waarbinnen gehandeld kan worden. De wet biedt stabiliteit door lange termijndoelen en het vijfjarenplan, maar ook flexibiliteit, doordat het iedere vijf jaar opnieuw wordt vastgesteld en nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen worden ingebouwd. Bovendien maakt de wet klimaatdoelstellingen duidelijk zichtbaar en controleerbaar, door de jaarlijkse klimaatbegroting. Met een vertaling van de Klimaatwet naar regionaal niveau nemen we dezelfde systematiek over. Daarmee wordt het klimaatbeleid verankerd in ieder onderdeel van provinciaal beleid. Het dwingt tot secuur kijken, en echt nadenken wat duurzamer kan. Met ambitieuze maar concrete doelen, met een duidelijk plan, met jaarlijkse planning en controle.

    De provincie moet niet alleen een voorbeeldfunctie zijn voor andere provincies, maar ook voor de bedrijven en de inwoners van Noord-Holland. Omdat we volledig verantwoordelijk zijn voor de provinciale organisatie, kunnen we ook daar strengere doelstellingen hanteren. Daarom willen wij een 100 procent uitstootvrije en 100 procent duurzame provinciale organisatie in 2030.

    In september, wanner het gezamenlijke klimaatvoorstel van PvdA, GroenLinks en Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten wordt besproken, krijgt de coalitie van VVD, D66, PvdA en CDA opnieuw een kans om het voorstel te ondersteunen en eindelijk een concrete klimaatstap te nemen.

    Energiebesparing en groene steden
    Energiebesparing komt nog onvoldoende van de grond, terwijl het de goedkoopste manier is om klimaatverandering te beperken. Waar steden juist de grootgebruikers van energie zijn, liggen hier grote kansen. We pleiten bijvoorbeeld voor investeren in groene steden, want die verbruiken minder energie. Volgens de Wageningse hoogleraar Pier Vellinga liggen in steden kansen voor bijvoorbeeld energiebesparing bij bedrijven, voor het aanleggen van warmtenetten voor gebruik van restwarmte voor verwarming van woningen, kansen voor het opwekken van hernieuwbare energie in de provincie zoals met zonneakkers gecombineerd met dubbel ruimtegebruik, kansen voor innovatie in hernieuwbare energie en daarmee gepaard gaande werkgelegenheid, etc. Partij voor de Dieren Noord-Holland ziet de provincie graag ruim baan maken voor zulke initiatieven.

    Duurzame energiebronnen
    Naast energiebesparing moeten we ook inzetten op windenergie en zonne-energie. Op daken en weides moeten we zonnepanelen leggen en op land en zee windmolens plaatsen. Uiteraard moeten we bij het plaatsen van windmolens rekening houden met de omgeving en omwonenden, zowel mens als dier. Daartoe heeft de Partij voor de Dieren Noord-Holland het college reeds in 2011 succesvol aangespoord. Bij het gebruik van waterkrachtcentrales als energiebron, dient vispasseerbaarheid een harde voorwaarde te zijn. De Partij voor de Dieren Noord-Holland merkt dat ondernemers- en burgerinitiatieven staan te springen om duurzame energieprojecten, maar de politiek loopt achter.

    Een voorbeeld van alternatieve energiewinning waar de Partij voor de Dieren in Noord-Holland zich voor heeft ingezet, zijn zonneakkers. In de vergadering van Provinciale Staten van 23 juni 2014 heeft de partij via een motie Gedeputeerde Staten gevraagd een voorstel uit te werken hoe zonneakkers ingepast kunnen worden in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Deze motie is met algemene stemmen aangenomen.

    Partij voor de Dieren wil creatieve, structurele, mens- en diervriendelijke inzet van de ruimte om ons heen om zonne-energie op te wekken. Zo heeft Partij voor de Dieren Noord-Holland in 2012 een motie ingediend om de graslanden naast Schiphols start- en landingsbanen en de daken van vrachtgebouwen te benutten voor zonne-energie, zoals eerder gebeurde op bijvoorbeeld de luchthaven van Denver en Weeze. Ook de landbouwakkers bij de banen kunnen benut worden voor de aanleg van zonnepanelen. Door het terrein van Schiphol in te zetten om zonne-energie op te vangen kan een kwart van het jaarlijkse energiegebruik van de luchthaven zelf duurzaam geproduceerd worden. Omdat zonnepanelen niet aantrekkelijk zijn voor vogels, reduceert dit plan ook nog eens de kans op aanvaringen en draagt dus bij aan de vliegveiligheid. Ganzen bijvoorbeeld blijven op dit moment aangetrokken tot Schiphol, omdat er zoveel voedsel beschikbaar is op de landbouwgronden rondom de start- en landingsbanen. Door er zonne-akkers van te maken, wordt derhalve een effectief alternatief geboden voor het nutteloze afschieten en vergassen van ganzen in dat gebied.

    Dankzij de Partij voor de Dieren Noord-Holland gaat de provincie Noord-Holland onderzoek doen naar de kansen voor zonne-opstellingen in bufferzones en kijken onder welke voorwaarden die zonne-opstellingen mogelijk gemaakt kunnen worden. In een succesvolle motie van 27 juni 2016 heeft de Partij voor de Dieren Noord-Holland namelijk een voorstel ingediend voor zo’n onderzoek. Het gaat om bufferzones zoals bij de Haarlemmermeerpolder en Luchthaven Schiphol, maar niet om het Natuur Netwerk Nederland, de UNESCO Stelling van Amsterdam/Nieuwe Hollandse Waterlinie en de weidevogelleefgebieden. Het voorstel is om eerst onderzoek te doen naar de kansen bij de Haarlemmermeerpolder en naar aanleiding daarvan onderzoek te doen naar de andere bufferzones. Indien blijkt dat er kansen zijn, zullen de voorwaarden voor het neerzetten van zonne-opstellingen in bufferzones in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) worden verankerd en ter besluitvorming worden voorgelegd.

    Meer informatie
  • Kernreactor en kernafval

    De Partij voor de Dieren Noord-Holland pleit voor de ontmanteling van de kernreactor bij Petten. Sinds het begin zijn wij kritisch over het nut en noodzaak van een nieuwe kernreactor bij Petten, PALLAS genaamd. De provincie draagt vele miljoenen euro’s bij aan de bouw van PALLAS. Partij voor de Dieren Noord-Holland vindt dat niet alleen de risico’s van zo’n reactor te groot zijn, maar ook het radioactief afval is een probleem dat we niet als erfenis aan onze toekomstige generaties zouden moeten achterlaten. In 2014 hebben verschillende experts op het gebied van nucleaire geneeskunde tijdens een hoorzitting de overtuiging van de Partij voor de Dieren bevestigd dat er alternatieven zijn voor PALLAS en het bouwen van deze reactor niet nodig is.

    Op 27 juni 2016 heeft de Partij voor de Dieren Noord-Holland een amendement ingediend waarmee zij historisch nucleair afval wil opruimen dat nog ligt opgeslagen in Petten. Dit afval is een probleem dat al vele jaren speelt. Het is van groot belang dat het afval snel en veilig wordt afgevoerd. Veiligheid is van groot belang en is belangrijker dan de huidige reservering die getroffen is voor de bouw van de nieuwe PALLAS reactor. Er wordt een nieuwe kernreactor ontwikkeld, terwijl het oude historisch nucleair afval nog niet is opgeruimd. Met het ingediende amendement wil de partij de bestaande reservering voor de nieuwbouw van de nieuwe kernreactor openstellen voor het opruimen van het historische afval van de oude reactor.

    Meer informatie
  • Mest en megastallen

    De Partij voor de Dieren wil dat de problemen rond de productie van mest bij de bron worden aangepakt. Nederland kent als gevolg van een immense veestapel een gigantisch mestoverschot dat zorgt voor een bijna onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en voor grote schade aan natuur en milieu.

    In Noord-Holland hebben wij zowel in april als in juni vragen gesteld over natuurschade door de aanpak van stikstof middels de Programmatische Aanpak Stikstof, en in mei over de door de RLI gead­vi­seerde reductie van de veestapel.

    Mest is het resultaat van een zeer inefficiënte vorm van eiwitproductie, omdat er vele kilo's plantaardig eiwit nodig zijn voor de productie van 1 kilo dierlijk eiwit. Het mestprobleem wordt in de eerste plaats veroorzaakt doordat de kringloop in de Nederlandse veehouderijsector de afgelopen decennia bruut is verstoord.

    Desondanks weigert het kabinet het plafond voor mestproductie in Nederland te verlagen. Op aandringen van de PvdD schaft ze de bestaande productiebegrenzing voor varkens en kippen voorlopig niet af, maar ze laat die mogelijkheid nog wel in de lucht hangen. Dit terwijl de veestapel, en dus de productie van mest, juist verder zou moeten worden ingedamd en er óók voor melkvee een productieplafond in zou moeten worden gesteld. De regering zet in plaats daarvan in op mestverwerking en mestvergisting in grote, gevaarlijke installaties.

    De Partij voor de Dieren verzet zich hier hevig tegen, omdat dit grote nadelige gevolgen heeft voor mens, dier, milieu en landschap. Er zullen hierdoor alleen nog maar meer megastallen gebouwd worden. Bovendien zullen de dieren steeds meer jaarrond op stal gehouden worden. Ook de laatste koeien zullen daardoor verdwijnen uit de wei. Het mestproductieplafond moet niet worden afgeschaft, maar juist worden uitgebreid, zodat ook koeien, kalveren, geiten en schapen er onder komen te vallen.

    De veestapel zal in zijn geheel moeten krimpen, waardoor er niet meer mest wordt geproduceerd dan er verantwoord op de Nederlandse landbouwgronden gebruikt kan worden. Als er minder dieren gehouden worden, is er minder mest en zijn er minder problemen. De Partij voor de Dieren vindt bovendien dat grondgebonden veehouderij moet worden bevoordeeld ten opzichte van veehouderijen waarin de dieren jaarrond op stal worden gehouden. Ook wil de partij kleine bedrijven beschermen door een maximum te verbinden aan kilo's mest die er op een bedrijf geproduceerd mogen worden.

    Meer informatie
  • Omgevingswaarden

    De fractie wil dat de Provincie Noord-Holland de kwaliteit van lucht, water, bodem en geluid beter gaat beschermen.

    Meer informatie
  • Zwerfafval

    Zwerfafval heeft zich verspreid van de polen tot de evenaar. Het Nederlands zwerfafval komt bij een oostenwind terecht in de Noordzee, en zelfs vaak veel verder, omdat het wordt meegevoerd door zeestromen. In de Stille Oceaan dobbert een plastic afvalhoop die naar schatting 34 keer groter is dan Nederland. De Partij voor de Dieren wijst erop dat zwerfafval aan de bron kan worden aangepakt door onze (over)consumptie af te remmen en zorgvuldiger om te springen met onze grondstoffen. We willen onder andere dat fabrikanten worden gestimuleerd om producten te maken met een lange levensduur. Ook willen we dat de provincie zich inzet om zwerfafval tegen te gaan waar mogelijk. Door intern single-use plastic en karton af te schaffen, door aan steun voor evenementen voorwaarden te verbinden over plastic gebruik en afvalverwerking, en zorg te dragen voor een goede infrastructuur van prullenbakken en blikvangers.

    Meer informatie

Milieu, klimaat en energie

Wat we hebben bereikt

  • Geen gaswinning bij Terschelling

    De Tweede Kamer heeft op aandringen van de Partij voor de Dieren en verschillende actiegroepen definitief 'nee' gezegd tegen gaswinning bij Terschelling. Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt net als de Partij voor de Dieren dat de belangen van natuur en milieu niet ondergeschikt mogen zijn aan de kortetermijnbelangen van de fossiele industrie. Een doorbraak in het denken over economie tegenover ecologie.

  • JA-JA sticker tegen ongewenste reclamefolders

    Dankzij de Partij voor de Dieren wordt in de gemeente Amsterdam de JA-JA sticker ingevoerd. Hierdoor mogen alleen nog reclamefolders bezorgd worden bij mensen die hier zelf met een sticker op hun brievenbus om vragen. Jaarlijks kan hiermee 1,8 miljoen kilo aan papier worden bespaard. Gemeenten zoals Den Haag, Utrecht en Arnhem zijn ook al positief over het plan.

  • Druk op sluiting van kerncentrale

    De kerncentrale in de Belgische plaats Tihange is verouderd en onveilig. Er hebben zich inmiddels tientallen incidenten voorgedaan die uiteenlopen van scheuren in de reactorvaten tot ontplofte transformators en dynamo’s die uitvielen. Een kernramp zou zelfs grote delen van Limburg bereiken. Dankzij de Partij voor de Dieren moet de Nederlandse regering bij de Belgische overheid aandringen op sluiting van de kerncentrale voordat er een ernstig incident plaatsvindt.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer

Gerelateerd

Partij voor de Dieren doet voor het eerst in alle 12 provincies mee aan Staten­ver­kie­zingen

Fabian Zoon lijsttrekker in Noord-Holland

AMSTERDAM - De Partij voor de Dieren neemt volgend jaar in twaalf provincies deel aan de Provinciale Statenverkiezingen. Tevens doet de partij mee in zeven waterschappen. Sinds de verkiezingen van 2015 is de Partij voor de Dieren met 18 Statenleden vertegenwoordigd in tien provincies, te weten Friesland, Groningen, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Noord-Brabant, Limburg Gelderland, Overijsse...

Bijdragen Moties Vragen Nieuws