Discus­sie­no­titie: Afbouw van de vee-industrie in Noord-Holland


7 februari 2022

De Partij voor de Dieren Noord-Holland heeft het rapport ‘Dierwaardige veehouderij’ van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) aangegrepen om de andere partijen over het welzijn van de miljoenen dieren in de Noord-Hollandse veehouderij te laten nadenken. De partij wilde onder andere van de andere fracties weten of zij bereid zijn mee te denken over het afbouwen van de vee-industrie in Noord-Holland, niet alleen in het belang van dierenwelzijn, maar ook voor de volksgezondheid. In het debat bleek dat meerdere fracties daartoe bereid zijn. Daarnaast zijn veel fracties zich voor het eerst bewust geworden van de gevaren voor de volksgezondheid die de intensieve veehouderij met zich meebrengt, dankzij een unieke live bijdrage van topviroloog en professor Thijs Kuiken.

Het rapport van de RDA, uitgebracht op verzoek van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bevat onder andere het advies om dierenwelzijn integraal mee te nemen in de transitie van de veehouderij naar kringlooplandbouw en duurzaamheid. De landbouwsector moet flink veranderen, dan is het ook verstandig om dierenwelzijn vanaf het begin centraal te stellen in die veranderingen. Volgens de Raad is de veehouderij alleen toekomstbestendig als deze ook dierwaardig is. Elementen daaruit zijn onder andere: geen ingrepen meer aan dieren, zoals onthoornen van kalfjes en geiten of het afbranden van staartjes bij biggen; dieren moeten hun natuurlijk gedrag kunnen uitoefenen en moeten daar dus ruimte en gelegenheid voor hebben. Als varkens bijvoorbeeld voldoende kans krijgen om zich natuurlijk te gedragen, gaan ze niet elkaars staarten afbijten en hoeven die dus ook niet ‘preventief’ te worden afgebrand. Voor kippen betekent dit bijvoorbeeld dat zij moeten kunnen scharrelen. Dit vereist nieuw beleid en ook nieuwe verdienmodellen. De huidige veehouderijsystemen zijn immers gebaseerd op een verdienmodel dat zich richt op zoveel mogelijk productie tegen zo laag mogelijke kosten.

Statenlid Ines Kostić van de Partij voor de Dieren: “Wij wilden dit rapport niet ongemerkt voorbij laten gaan. Er is eerder een voorstel van ons aangenomen dat dierenwelzijn onderdeel moet zijn van kringlooplandbouw. Een voorstel om een verbod op uitbreiding van de vee-industrie te stellen heeft het nog niet gehaald, maar steeds meer partijen nemen afstand van de intensieve veehouderij. Nu moeten ze nog daad bij woord voegen. Een dierwaardige veehouderij zal volgens de RDA alleen tot stand komen als de overheid het initiatief neemt en de urgentie benoemt. Er is een ander beleid nodig en een sterke regiefunctie van de overheid, juist ook van de provincie. Die speelt namelijk een belangrijke rol in besluiten over de inrichting van onze schaarse ruimte en de landbouwtransitie. Die rol moet de provincie nu pakken.”

Vogelgriep geen natuurramp, maar gevolg van veehouderij
Op uitnodiging van de Partij voor de Dieren sprak internationaal gerenommeerd viroloog Thijs Kuiken in tijdens de commissievergadering. Professor Kuiken begon zijn betoog met het weerspreken dat de Noord-Hollandse uitbraken van vogelgriep ‘natuurrampen’ zijn, zoals verantwoordelijke bestuurder Ilse Zaal (D66) had geantwoord op schriftelijke vragen daarover van de Partij voor de Dieren: “Het virus is een mutatie, ontstaan in de commerciële pluimveehouderij. Het hoge aantal vogels dicht bij elkaar vormt een mengvat voor virussen. Zonder de pluimveehouderij zou de gevaarlijke variant van het virus niet zijn ontstaan.

De PvdD wilde onder andere van de andere fracties weten of zij ook vinden dat de provincie actief de vee-industrie moet aanpakken. De provincie ontkent nu opeens alle verantwoordelijkheid om iets te doen aan de intensieve veehouderij. Ook nodigde de PvdD anderen uit mee te denken over hoe dierenwelzijn een betere plek kan krijgen in de transitie van de landbouw en wat dit concreet betekent voor de melkveehouderij, geitenhouderij, kippenhouderij, varkenshouderij en schapenhouderij.

Veel fracties waren van mening dat de provincie inderdaad ook over de intensieve veehouderij moet gaan en zijn bereid om mee te denken hoe stappen te maken naar afbouw van de intensieve veehouderij in Noord-Holland en betere invulling van dierenwelzijn. Alleen D66, CDA en VVD verzetten zich. Zij vinden dat het landelijk beleid betreft.

Statenlid Kostić: “Vooral de weigering van D66 om zelf actie in de provincie te ondernemen is opvallend. Op papier zegt D66 voor de afbouw van de intensieve veehouderij te zijn, maar als het erop aankomt nemen ze die stap niet. Dat is ontzettend onverantwoord. Wij zijn verheugd dat er bij andere fracties enthousiasme is om wél stappen te zetten naar een dierwaardige veehouderij. Er komt dus zeker nog een vervolg op dit punt vanuit onze hoek.”