Vragen over het versneld afbouwen kippen­fa­brieken vanwege risico nieuwe pandemie


Indiendatum: 5 jan. 2021

Inleiding

Tal van vooraanstaande virologen wijzen nadrukkelijk naar de vee-industrie als een van de grootste risico’s voor de volksgezondheid. Driekwart van de nieuwe infectieziekten is immers, net als COVID-19, afkomstig van dieren en overgesprongen op mensen: zoönosen. De vreselijke maatschappelijke schade die corona heeft aangericht kennen we allemaal.

Grote kippenstallen als broedplaats voor een nieuwe pandemie[1]
Er heerst tevens een zeer besmettelijke vogelgriep (H5N8) in Nederland. Het virus is oorspronkelijk afkomstig van grote pluimveebedrijven in Azië. Recent zijn er vanwege besmettingen in zes pluimveebedrijven in Nederland al meer dan een half miljoen kippen en twintigduizend eenden ‘geruimd’, lees: gedood. Daarna volgden meer bedrijven. Stallen zijn niet potdicht te maken: er moet voer naar binnen, mest uit, dieren getransporteerd, gigantische ventilatoren zuigen buitenlucht naar binnen en binnenvlucht naar buiten. Bovendien zijn potdichte stallen een ramp voor dierenwelzijn en ook volgens burgers onwenselijk.

Zeer gevaarlijke vogelgriepvarianten ontstaan vrijwel uitsluitend door mutaties in de pluimveehouderij. De huidige variant van de vogelgriep is niet gevaarlijk voor mensen, maar doordat kippen in de megastallen van de vee-industrie met zo veel zo dicht op elkaar zitten, kan het vogelgriepvirus evolueren in een dodelijke én zeer besmettelijke variant. Dat zegt o.a. hoogleraar virologie Thijs Kuiken, een van de wereldwijde experts op het gebied van ontstaan van vogelgriep en verbonden aan het Erasmus MC in Rotterdam. “Het risico op een uitbraak is groot door onze manier van pluimveehouden.’

Tussen 1959 en 2015 zijn er 39 gevallen geregistreerd waarin een relatief ongevaarlijk H5- of H7-vogelgriepvirus muteerde in een dodelijke variant. 37 keer ontstond die in de pluimvee-industrie, en het vaakst in grote kippenstallen in Europa.

Als oplossing geeft hoogleraar Kuiken aan om veel minder en kleinschaliger dieren te houden. Dat is goed voor onze gezondheid en voor de natuur in het algemeen. Ook bijvoorbeeld topviroloog Ron Fouchier van het Erasmus MC zegt dat de veehouderij echt op de schop moet om komende pandemieën te voorkomen.[2][3]

Eind december uitte de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog felle kritiek op overheden omdat ze weinig doen om de kans op de volgende pandemie te verkleinen. Daarbij stelde hij dat pogingen om volksgezondheid te verbeteren zullen mislukken als dierenwelzijn en klimaatverandering niet worden aangepakt.[4]

Ook internationale wetenschappers van IPBES lieten onlangs weten dat niet alleen de aanpak van de huidige coronacrisis belangrijk is, maar dat het ook belangrijk is om in te zetten op zoveel mogelijk preventie van toekomstige pandemieën die door een verkeerde omgang met dieren en natuur ontstaan.[5] Daarbij is een integrale aanpak nodig en inzet van alle overheden, inclusief gemeenten en provincies.

Dat werpt de vraag op: waarom heb wij nog intensieve veehouderijen in de provincie?

(Plof)Kippenstallen in Noord-Holland
Ook in Noord-Holland staan zeer grote kippenstallen, met in totaal bijna 1,4 miljoen vleeskuikens (plofkippen).[6] In een kleine zes weken wordt een kuikentje van enkele tientallen grammen ‘opgeploft’ naar een slachtrijpe kip van twee kilo, de ‘plofkip’. Doordat er meerdere rondes per jaar zijn, komt dit neer op jaarlijks circa 10,5 miljoen plofkippen in Noord-Holland die worden gemest en afgevoerd naar de slacht.[7]

De kippen zitten in stallen met een enorme dichtheid. In de Wieringermeer zijn veel stallen van het Patio-type. Daarin zitten kippen in een soort stellage van vijf hoog, met 42 kg kip/m2 vergund. Dat zijn 20 slachtrijpe kippen per m2, en dan 5 hoog. Dat resulteert in 100 kippen/m2.

Een kippenhouder in Middenmeer bijvoorbeeld houdt 367.000 kippen, verdeeld over twee stallen. Een tweede bedrijf van dezelfde kippenhouder, met nog eens 550.000 kippen, is niet doorgegaan, omdat de Raad van State het bestemmingsplan heeft vernietigd.

Het kunstmatige gecreëerde overgewicht, doorfokken en verkeerde huisvesting met chronische stress bij plofkippen is een ernstige aantasting van de algemene gezondheidstoestand. Overvolle stallen met zwakke dieren vormen een broedplaats voor potentieel gevaarlijke zoönosen.

Provinciale rol
Ook Noord-Hollandse burgers zijn getroffen door de coronapandemie en maken zich zorgen over nieuwe virussen en pandemieën. Het is evident dat de provincie ook een verantwoordelijkheid heeft als het gaat om het verkleinen van kansen op nieuwe zoönotische pandemieën zoals corona, ook vanuit haar rol als beschermer van gezondheid, klimaat, natuur en dieren.

In 2019 hebben Provinciale Staten om motie van de PvdD aangenomen waarin GS wordt opgedragen om problemen rond o.a. klimaat, gezondheid, dierenwelzijn, in samenhang aan te pakken.[8]

In de Omgevingsvisie [9] wordt ook bevestigd dat de provincie zich inzet voor “een gezonde en veilige leefomgeving” voor mens en dier. In het Programma Gezonde Leefomgeving erkent de provincie: “Inwoners van de provincie Noord-Holland vinden gezondheid een belangrijk beleidsthema [..]. Veel partijen zien daarbij een duidelijke rol weggelegd voor een actief middenbestuur. Mondige burgers vragen om een handelende provincie, gemeenten en GGD’s vragen om een partner en een verbindend middenbestuur, en het Rijk ziet ook decentraal mogelijkheden om gezondheidswinst te behalen.”

De Omgevingswet biedt de provincie bovendien meer ruimte om zich uit te spreken over niet alleen puur ruimtelijke aspecten, maar juist ook zaken die een duurzame, gezonde samenleving bevorderen. In die wet speelt volksgezondheid een belangrijke rol en wordt gesteld dat het “bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving” een dwingend aspect is van de bestuurlijke taak- en bevoegdheidsoefening op grond van de Omgevingswet. Zo moet bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.

De provincie zou op meerdere vlakken dus verantwoordelijkheid kunnen nemen en we moedigen de provincie middels de volgende vragen aan om dat ook te doen.

Vragen

  1. Is GS het met wetenschappers eens dat niet alleen de aanpak van de huidige coronacrisis belangrijk is, maar ook de preventie van toekomstige pandemieën die door een verkeerde omgang met dieren en natuur ontstaan?

  2. Erkent GS dat daarbij een integrale aanpak en inzet van alle overheden nodig is?

  3. Is GS het met o.a. de directeur-generaal van de WHO eens dat pogingen om volksgezondheid te verbeteren zullen mislukken als dierenwelzijn en klimaatverandering niet worden aangepakt?

  4. Ziet GS samen met wetenschap ook het risico van het ontstaan van gevaarlijke varianten van het vogelgriepvirus in de overvolle stallen in Noord-Holland?

  5. Waarom geven wij nog ruimte aan zulke grote, intensieve stallen, die een broedplaats zijn voor een nieuwe pandemie?

  6. Erkent GS dat de provincie deze stallen ruimtelijk – via de Provinciale Ruimtelijke Verordening, en nu ook met de Omgevingsverordening - en ook via vergunningen heeft toegestaan, zelfs met welwillende medewerking?[10]

  7. De Commissaris van de Koning (CvdK) is belast met het toezicht op en het bevorderen van de bestuurlijke samenwerking in crisisbeheersing en veiligheidszorg, waarbij wordt samengewerkt met de Noord-Hollandse gemeenten en met de veiligheidsregio's. CvdK treedt op vanuit zijn toezichthoudende rol als facilitator en verbinder en bevordert in het kader van de coronacrisis de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking tussen veiligheidsregio’s, gemeenten, burgemeesters en overige instanties. In dat kader kan de provincie bestuurlijke bijeenkomsten organiseren en netwerktafels opzetten met partijen om ideeën uit te wisselen over diverse thema’s.[11]

    a) Is de CvdK bereid om het verband tussen de vee-industrie en het verhoogde risico op infectieziekten en zoönotische pandemieën (zoals corona) vanuit zijn boven beschreven rol te agenderen?

    b) Is de CvdK bereid om bijvoorbeeld bestuurlijke bijeenkomst(en) of netwerktafels in te zetten om met gemeenten, veiligheidsregio’s en andere relevante actoren in gesprek te gaan over dit onderwerp en bijvoorbeeld te kijken naar een mogelijk gezamenlijk integraal plan van aanpak om het risico op het ontstaan van zoönotische pandemieën zoals COVID-19 in te toekomst zoveel mogelijk te verkleinen?

    c) Zo nee: waarom onderneemt de CvdK deze acties niet voor de gezondheid van onze burgers?

  8. De klimaat-, natuur- en milieucrisis vraagt ook om een snelle afbouw van de intensieve veehouderij. We hebben geen tijd meer te verliezen en moeten alles op alles zetten om de aarde leefbaar te houden, zo luidt (internationaal) wetenschappelijk consensus. Het feit dat er in Noord-Holland minder intensieve veehouderijen zijn dan in sommige andere provincies, maakt het makkelijker om afbouw ervan te faciliteren in een transitie naar een gewenste natuurinclusieve, meer plantaardige en veilige landbouw.

    Bovendien is een meerderheid van Nederlanders voor een krimp van het aantal dieren in de veehouderij. Dat geldt voor de achterban van bijna alle politieke partijen.[12]

    a) Erkent GS het feit dat de vee-industrie hoge (miljarden) maatschappelijke kosten met zich meebrengt op het gebied van o.a. gezondheid, natuur, milieu en klimaat?

    b) Ziet GS ook – samen met de wetenschap en burgers - dat we moeten werken aan de afbouw van de vee-industrie in Noord-Holland, om het risico op een nieuwe pandemie te verkleinen en daarmee tegelijk o.a. winst op het gebied van klimaat en milieu te boeken? Vindt GS niet dat we lang genoeg (decennia) hebben getreuzeld en ondertussen de crises zich opstapelen?

    c) Is GS bereid – in lijn met de wens van burgers - een helder doel te stellen om tegen – bijvoorbeeld – 2025 alle intensieve veehouderijen te hebben afgebouwd? Zo nee, waarom blijft de provincie een doodlopende intensieve vee-industrie de ruimte geven, en de kosten ervan afwentelen op de maatschappij en de gezondheid van onze inwoners?

  9. De Omgevingswet biedt de provincie meer ruimte om zich uit te spreken over zaken die een duurzame, gezonde samenleving bevorderen.

    a) Het “bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving” is een dwingend aspect van de bestuurlijke taak- en bevoegdheidsoefening op grond van de Omgevingswet. Zo moet bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.

    Hoe ziet GS de toepassing van dit dwingende aspect als het gaat om de keuzes die de provincie in bijvoorbeeld voedsel-, landbouw-, natuur- en klimaatbeleid kan maken om de kansen op een gevaarlijke zoönotische pandemieën zoals corona te verlagen?

    b) Is de provincie bereid om de extra ruimte die de Omgevingswet haar biedt te gebruiken om haar verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om het helpen verkleinen van kansen op nieuwe zoönotische pandemieën zoals corona, ook vanuit haar rol als beschermer van gezondheid, klimaat en natuur?

  10. Is GS bereid om in de Omgevingsverordening 2022 patiostallen, zijnde potentiële broedplaatsen voor nieuwe ziekten, aan banden te leggen? Zo nee, waarom niet?

  11. Is GS bereid om in de Omgevingsverordening 2022 de uitbreiding van (bestaande) intensieve veehouderijen aan banden te leggen en in te zetten op afbouw van de intensieve veehouderij? Zo nee, hoe lang blijft u nog wetenschap, natuur- en milieuorganisaties en vele burgers negeren?

  12. In 2019 hebben Provinciale Staten om motie van de PvdD aangenomen waarin GS wordt opgedragen om problemen rond o.a. klimaat, gezondheid, dierenwelzijn, in samenhang aan te pakken. Preventie van nieuwe zoönotische pandemieën heeft – zoals wetenschap laat zien – alles te maken met klimaat-, natuur-, gezondheids- en dierenwelzijnsproblemen en leent zich juist voor zo’n integrale aanpak.

    a) Bent u bereid na te denken over hoe preventie van zoönotische pandemieën (zoals corona) onderdeel kan uitmaken van provinciaal (corona)beleid en welke rol de provincie daar ook als verbinder en facilitator in de regio kan spelen?

    b) Zo nee, waarom niet?


[1] https://decorrespondent.nl/11825/de-volgende-pandemie-wordt-uitgebroed-in-kolossale-kippenstallen/1076460897050-fa976db1

[2] https://www.ad.nl/binnenland/v...

[4] https://www.france24.com/en/li...

[5]https://ipbes.net/covid19stimu...

[6] https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80780ned/table?dl=4854F

[7] Per jaar zijn er daarmee 7,5 rondes kuikens (52 : 7 weken [inclusief stal schoonmaken etc.] = 7,5 rondes/jaar. 7,5 x 1,4 miljoen kippen = 10,5 miljoen plofkippen/jaar.

[8] https://noordholland.partijvoo...

[9] Maar ook in de Grondwet staat: de overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.

[10] https://noordholland.partijvoordedieren.nl/nieuws/provincie-houdt-rapport-geheim-uit-angst-voor-succes-bezwaren-tegen-megastallen

[11] Begroting 2021 (p.17-18)

[12] https://www.greenpeace.org/nl/...