Partij voor de Dieren scherp op gebruik definitie ‘groot openbaar belang’ in natuur­debat


15 mei 2020

De Partij voor de Dieren Noord-Holland heeft in een debat over Formule 1 het punt gemaakt dat de provincie te pas en te onpas de definitie ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ gebruikt. De provincie zet daarmee het groot openbaar belang van de natuur opzij.

Gedeputeerde Staten heeft bij het verlenen van de ontheffing Wet natuurbescherming aan het Circuitpark Zandvoort het argument gebruikt dat er bij Formule 1 sprake is van een ‘dwingende reden van groot openbaar belang’. Dit argument maakt de weg vrij voor het verstoren van beschermde diersoorten en het beschadigen en vernielen van hun rust- en voortplantingsgebied.

De Hoor- en adviescommissie (HAC) van de provincie echter concludeert in haar onafhankelijk juridisch advies dat er helemaal geen sprake is van ‘dwingende reden van groot openbaar belang’. Indirecte effecten als werkgelegenheid en bereikbaarheid van private evenementen kunnen niet als een dergelijk belang worden gezien. Gedeputeerde Staten heeft dit advies naast zich neergelegd.

In het debat over het niet overnemen van het advies van de HAC vroeg Statenlid Ines Kostic de andere Statenleden wie de natuur nog beschermt, als Provinciale Staten dat al niet doet.

Statenlid Kostic: “Met het accepteren van de interpretatie van GS van het begrip dwingende reden van groot openbaar belang, gaan we over een ondergrens wat betreft natuurbescherming. Dit betekent een glijdende schaal voor de toekomstige belangenafwegingen, waarbij het groot openbaar belang van de natuur nog sneller het onderspit zal delven.”

Een motie van de PvdD om het advies van de HAC wél over te nemen en om de grenzen van het begrip níet op te rekken werd slechts gesteund door PvdD en SP.