Formule 1 geen dwingende reden van groot openbaar belang


9 maart 2020

Eerste termijn

Voorzitter,

De natuur vormt de basisvoorwaarde voor ons bestaan. Zonder natuur geen economie en geen events. De natuur beschermt ons, belangeloos en kosteloos. Maar zijn wij ook bereid de natuur te beschermen als het erop aankomt? Juist nu de natuur er volgens wetenschappelijke rapporten slechter voor staat dan ooit.

Of laten we haar keer op keer ten prooi vallen aan de alles absorberende macht van het geld?

Voorzitter,
die vraag is de rode draad in hetgeen wat wij vandaag met onze collega’s willen bespreken. Het gaat hier nadrukkelijk niet om wat je van Formule 1 vindt. Het gaat om het voorkomen van afbrokkeling van natuurbescherming en onze rol daarin.

En in dat licht moeten we de uitspraak van de onafhankelijk Hoor- en Adviescommissie (HAC) inzake ontheffing soortenbescherming voor F1 in Zandvoort bespreken. En de reactie van GS hierop.. De provincie heeft een ontheffing gegeven om zeldzame diersoorten en hun leefgebied te verstoren.

Daarbij heeft de provincie gemotiveerd dat die ontheffing verleend kan worden omdat sprake zou zijn van een "dwingende reden van groot openbaar belang".

Voorzitter, daarover kunnen we eerst twee belangrijke feiten vaststellen:

1. De onafhankelijke commissie heeft in haar juridische advies aangegeven dat de door GS aangedragen belangen volgens jurisprudentie geen "dwingende reden van groot openbaar belang zijn”.

2. Mogelijke sociaaleconomische neveneffecten (zoals werkgelegenheid en bereikbaarheid) van een privaat initiatief zijn geen "dwingende reden van groot openbaar belang”. Aldus HAC. Die effecten zijn immers ook zonder de Formule 1 met meer structurele, directe maatregelen te bereiken.

Daarom eerst een vraag aan collega’s:

  1. Zijn de fracties, maar voornamelijk PvdA en D66, het met HAC eens dat dat eventuele positieve sociaaleconomische neveneffecten (werkgelegenheid en bereikbaarheid) van private evenementen niet als dwingende reden op van groot openbaar belang mogen worden gezien?

Voorzitter,

De provincie heeft het onafhankelijke advies van de commissie naast zich neergelegd. Mogelijke sociaaleconomische neveneffecten van een privaat evenement worden nu tot "dwingende reden van groot openbaar belang” opgeblazen.

Collega’s, dat is om twee redenen problematisch:

Allereerst: Met het accepteren van de interpretatie van GS van het begrip dwingende reden van groot openbaar belang, gaan we over een ondergrens wat betreft natuurbescherming. Dit betekent een glijdende schaal voor de toekomstige belangenafwegingen, waarbij het groot openbaar belang van de natuur nog sneller het onderspit zal delven.

Is dit wat PvdA en D66 bereid zijn te accepteren?

Vindt de fracties in PS ook dat GS hiermee de grenzen van het begrip dwingende reden van groot openbaar belang oprekt? En waar is dan de grens? Is een wedstrijd Ajax-Feyenoord van groot openbaar belang? Het Eurovisie Songfestival?

Het is immers altijd makkelijk om kwetsbare natuur opzij te schuiven voor een economisch belang.

Dat zien we uiteindelijk ook in de staat van natuur in Nederland.

De tweede reden begint met de vraag: collega’s, wie beschermt de natuur, als niet wij dat doen?

We hebben als provincie een voorbeeldfunctie, zeker als het gaat om natuur. We dreigen over de ondergrens van “dwingende reden van groot openbaar belang” te gaan en het begrip uit te hollen. Is dit het signaal over de bescherming van de natuur, dat wij – als bevoegd gezag op dat gebied – willen uitgeven? Naar burgers, naar gemeenten, naar onze kinderen, naar toekomstige generaties?

Collega’s, vergeet niet: als provincie hebben we, waar het Europese en nationale regelgeving betreft, de bevoegdheid tot het bieden van méér bescherming dan in die wetgeving is gegeven. We mogen die bescherming niet inperken.

En toch is dat laatste precies wat we nu door het negeren van advies van HAC dreigen te doen. Inperken van natuurbescherming. Economische neveneffecten worden aangevoerd als groot openbaar belang, maar zijn dat niet. Daarmee wordt het groot openbaar belang van natuur te makkelijk opzij gezet. Wij moeten dat voorkomen door betere kaders te stellen.

Deze discussie is daarom ook geen motie van wantrouwen richting GS, maar een motie van vertrouwen naar onszelf als PS om onze rol als kaderstellers weer op te pakken en paal en perk te stellen aan oprekking van grenzen van het begrip dwingende reden van groot openbaar belang.

We wachten de discussie af en dienen in de tweede termijn mogelijk een motie in.

Tweede termijn

GS blijft helaas alleen vragen ontwijken.

Daarom nu alleen nog een oproep aan PS: durf zelf verantwoordelijkheid als kaderstellend orgaan te pakken. Durf de natuur te beschermen. Durf een grens te trekken. Laat de grenzen van het begrip dwingende reden van groot openbaar belang niet opgerekt worden.

Steun de volgende motie, met het dictum:

verzoeken het College van Gedeputeerde Staten:

en gaan over tot de orde van de dag.
.