Bijdrage PBL Analyse concept-RES / Nationaal Programma RES


15 maart 2021

Ja voorzitter,

Ik heb het vorige week al gezegd tijdens de Statenvergadering: het lijkt wel of er niets zit tussen doemscenario’s over 200 meter hoge windturbines direct naast een woonwijk enerzijds en het wegwuiven van de terechte zorgen die steeds meer van onze inwoners hebben.

Dat bevreemdt me en het begint ook enige irritatie op te wekken. Daarom heb ik vorige week ook aan de Gedeputeerde gevraagd om eens met elkaar om de tafel te gaan in een iets informelere situatie. Ware het alleen maar om niet iedere keer weer in hetzelfde cirkeltje te blijven draaien.

Ook nu weer wordt het voorgedaan of er maar twee opties zijn: zo hoog mogelijk inzetten of gaan voor het minimale. Kijk, we komen nu inmiddels in een fase van het RES-traject dat er steeds meer concretisering plaats moet vinden. En ik wil de Gedeputeerde bijval geven in de vorm waarin het traject tot nu toe plaats heeft gevonden.

Ik ben wel geschrokken van de ontwikkelingen in Amsterdam, waar de mensen in Noord, Landelijk Noord, Landsmeer, Oostzaan en in het Zijkanaal-H gebied zich besodemieterd voelen. Dit omdat de indruk bestaat dat mondige GroenLinks kiezers in andere gebieden onder druk van de verkiezingen hen nu onevenredig veel van de windmolenkoek door de strot duwen.

En dat moeten we niet willen, want dat ondermijnt het succes van de energietransitie. Onnodige weerstand wat ons betreft.

Voorzitter, ik heb de afgelopen maanden vele tientallen e-mails gekregen van verontruste burgers. Burgers die vrijwel allemaal zeggen voor duurzame energie te zijn, maar bang te zijn om straks windturbines van meer dan 150 meter hoogte pal naast hun woonwijk te krijgen.

Sommige van hen vragen om het oude afstandscriterium van 600m in ere te herstellen, maar daar zijn wij geen voorstander van.

Ik zal u nog maar een keer vertellen waarom.

Het heeft de onze voorkeur dat windmolens zo min mogelijk overlast opleveren, maar we willen wel graag de mogelijkheid openhouden voor burgers om in hun eigen duurzame energieopwekking te kunnen voorzien. Daarom zijn wij niet tegen kleine, sociale windmolens in de buurt van een woning. De provincie werkt ook mee aan het realiseren van het doel dat minstens 50% van de nieuwe energieproductie op land in eigendom van de lokale omgeving komt. Dat vinden wij een goede ontwikkeling, net zoals de afspraak dat daken zoveel mogelijk voor zonnepanelen worden benut.

Wat er nu gebeurt is echter van een totaal andere orde: er wordt (al dan niet terecht) gesproken over windturbines van tot wel 200 meter hoogte in de buurt van woonwijken. Daarom wil onze fractie de minimale afstand van windturbines tot gevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk maken van de hoogte. Dat laat ruimte voor maatwerk en kan wat van de zorgen van de mensen wegnemen. Ik hoor graag hoe de andere fracties hier tegenover staan.

Wij zien dit namelijk als de manier om per gebied te bekijken wat de beste opties zijn om het beoogde doel voor energieopwekking te halen. Grotere windmolens zien we liever langs bijvoorbeeld infrastructuur en in de dunbevolkte delen van droogmakerijen met grote ruimtelijke structuren.

Op deze wijze hopen we een goede balans te creëren tussen het opwekken van voldoende duurzame energie en het beperken van overlast voor de inwoners: ook omdat dat laatste het succes van de energietransitie ondermijnt.

Kort gezegd zijn wij niet tegen overbieden, mits er verstandig met de ruimte wordt omgegaan. En dan bedoel ik zowel de ruimte in het bod in TWh van de RES, als in onze fysieke leefomgeving.