Vragen over de door de RLI gead­vi­seerde reductie van de veestapel  


1 mei 2018

Vragen van de leden A. E. van Liere MA, MSc. en F. A. S. Zoon (Partij voor de Dieren) over de door de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur geadviseerde reductie van de veestapel

Inleiding

In het recente rapport ‘Duurzaam en gezond. Samen naar een houdbaar voedselsysteem’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur wordt een reductie van de veestapel geadviseerd en een afname van de consumptie van vlees, zuivel en eieren. Een duurzamer en gezonder voedselsysteem is noodzakelijk om de klimaatdoelen te halen, het milieu te ontzien en de volksgezondheidsrisico’s te minimaliseren.

Vragen

Vraag 1: Op welke wijze bent u voornemens de aanbevelingen uit het rapport te integreren in provinciaal beleid? Welke toegevoegde waarde ziet u weggelegd voor de provincie ten opzichte van de andere partijen in dit vraagstuk?

Vraag 2: Heeft u naar aanleiding van het rapport al (hernieuwd) overleg gehad met het Rijk over de toekomstige ontwikkeling van de veehouderij? Zo nee, bent u bereid dergelijk overleg (in IPO verband) te initiëren?

Vraag 3: Welke kaders bent u voornemens te stellen om producenten en consumenten te ondersteunen in de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem? Kunt u dit beantwoorden voor veehouderij, landgebruik, natuurinclusieve en biologische landbouw en circulaire economie?

Vraag 4: Bent u voornemens extra stappen te ondernemen om (biologische) akkerbouw te stimuleren, in plaats van veehouderij?

Vraag 5: Bent u van mening dat er voor de provincie een urgente taak ligt om te werken aan reductie van de veestapel? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke aanpassingen gaat u maken in het huidige beleid om te komen tot een reductie van de veestapel en daarmee een afname van de effecten op klimaat, volksgezondheid en milieu?

Vraag 6: Vindt u het wenselijk om meer provinciale bevoegdheden te krijgen over begrenzing van de veehouderij met het oog op volksgezondheid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze bent u actief om, na het afketsen van de Interimwet veedichte gebieden, deze bevoegdheden te verkrijgen?

Vraag 7: Op welke wijze wilt u gaan bijdragen aan een gezond verdienmodel voor boeren? Bent u bereid het provinciale deel van de subsidies (o.a. de POP regelingen) uitsluitend nog aan te wenden voor ecosysteemdiensten die boeren uitvoeren en niet voor (indirecte) bedrijfs- c.q. inkomenssteun?

Vraag 8: In de provinciale energie- en klimaatprogramma’s wordt niets gezegd over de rol van voedsel inzake klimaatverandering. Bent u het met ons eens dat het een vertekend beeld geeft dat alleen de benodigde energietransitie wordt genoemd, terwijl de eiwittransitie minstens zo belangrijk is? Bent u bereid om dit aan te passen? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9: Bent u van mening dat er een apart provinciaal voedselbeleid zou moeten komen? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Vraag 10: Onder het motto: verbeter de wereld, begin bij jezelf: Welke mogelijkheden ziet u binnen de eigen organisatie om de aanbevolen verschuiving naar plantaardig eten te bewerkstelligen? Bent u bijvoorbeeld bereid om in de catering en bedrijfskantine personeel en bezoekers uit te nodigen om meer plantaardig te eten, bijv. door verandering van het aanbod, speciale acties (gratis vleesvervangers)?

Antwoorddatum: 29 mei 2018

Antwoord 1:

In het advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur worden de volgende aanbevelingen gedaan:

1. Geef vanwege de nationale klimaatopgave zo spoedig mogelijk duidelijkheid over de ruimte voor productie in de veehouderij in 2030 en 2050, en vertaal dit in emissierechten;

2. Ga als rijksoverheid in gesprek met provincies waarin zich veedichte gebieden bevinden, om te bezien wat er aanvullend nodig is voor de aanpak van de overblijvende problemen op het gebied van milieu, biodiversiteit en volksgezondheid;

3. Stel als doel dat het aandeel dierlijke eiwitten in het eetpatroon in 2030 is gedaald naar 40% van de totale eiwitconsumptie;
4. Werk samen met de ketenpartijen aan de ondersteuning van een duurzamere en gezonde productie en consumptie en de ontwikkeling van de markt voor plantaardige eiwitproducten.
Per aanbeveling wordt antwoord gegeven op de bovenstaande vraag:
1. Het introduceren van emissierechten voor de veehouderij heeft betrekking op landelijk beleid en is een bevoegdheid van het Rijk. Wij hebben geen rol of bevoegdheid in deze.
2. In IPO-verband wordt met het oog op de verbetering van de leefomgevingskwaliteit in veedichte gebieden momenteel onderzoek gedaan naar belemmeringen in de huidige wetgeving rond veehouderij, milieu en gezondheid. De problematiek van veedichte gebieden speelt overigens niet in Noord-Holland, maar met name in provincies met intensieve veehouderij zoals in Noord-Brabant.
3. Met betrekking tot het veranderen van het consumptiepatroon van dierlijk naar meer plantaardige eiwitten hebben wij uw Staten hierover geïnformeerd met de bespreeknotitie ‘Duurzame eiwitproductie en –consumptie’ (nummer 996964/996972). Op landelijk niveau zijn er al verschillende initiatieven om het consumptiepatroon te veranderen ten gunste van plantaardige eiwitten, zoals de Green Deal Verduurzamen Voedselconsumptie uit 2015 en het Topsectorenbeleid. The Green Protein Alliance (GPA) en Dutch Cuisine zijn Publiek Private Samenwerkingen (PPS) die zich richten op stimuleren van de consumptie van plantaardige eiwitten. De Dutch Cuisine zet zich met name in op consumptie van plantaardige eiwitten ‘buiten de deur’ en GPA op consumptie ‘thuis’.
Vanuit de Greenport Noord-Holland Noord verkennen we de samenwerking met Dutch Cuisine waarbij de verbindingen tussen tuinders en boeren met de regionale horeca kan worden gelegd.
4. Als beleidsontwikkelaar zetten we in op verduurzaming van de landbouw en circulaire economie. Het onderwerp duurzame eiwitconsumptie maakt daar integraal onderdeel van uit. We subsidiëren projecten die (direct of indirect) ten goede komen aan een duurzame eiwitconsumptie, zoals het Innovatieprogramma Veen en het onderzoek naar de kansen van zeewier. Als partner werken wij in de Metropoolregio samen met diverse partijen in het manifest ‘Voedsel Verbindt’ en verkennen de kans op samenwerking op duurzame regionale productie in de metropoolregio Amsterdam. Tevens bieden wij instrumenten zoals subsidies, waar ondernemers gericht op de eiwittransitie, gebruik van kunnen maken.
De toegevoegde waarde van de provincie is de rol van partner in een alliantie, als verbindende schakel tussen partijen.

Antwoord 2:
Nee. In het rapport van de RLI zijn aanbevelingen beschreven die met name betrekking hebben op de bevoegdheden van het Rijk. In het kader van het IPO zijn wij één van de partners in de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij.

Antwoord 3:
De kaders, die een relatie hebben met een duurzaam en een gezond voedselsysteem, worden vastgesteld in de Omgevingsvisie. Deze worden aan uw Staten voorgelegd. Er zijn reeds beleidskaders voor landbouw, natuur en landschap, die eveneens betrekking hebben op de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem. Deze worden ook vertaald in de Omgevingsvisie en –verordening. Daarnaast hebben Provinciale Staten ingestemd met motie 110 waaronder met het Programma Natuurinclusieve landbouw. Dit zal in 2018 starten en is gericht op het aanjagen en stimuleren van een natuurinclusieve landbouw voor de grondgebonden bedrijven in Noord-Holland. Hierin staan ook nieuwe verdienmodellen centraal zoals onder andere korte ketens. Ook dit wordt vertaald in de Omgevingsvisie.
Verder is in het uitvoeringsprogramma van de Greenport Noord-Holland Noord ‘Voeding en Gezondheid’ één van de programma’s.

Antwoord 4:
Nee. Wij vinden een algehele verduurzaming van de agrarische sector, zoals verwoord in het Strategisch Beleidskader Economie, van groot belang. In onze opinie leveren we hiermee een grotere bijdrage aan de totale verduurzamingsopgave in de landbouw dan met een extra inzet op een specifieke sector. Wij zien daarom geen aanleiding om extra te stappen te ondernemen.

Antwoord 5:
Nee. Wij hebben geen taak en bevoegdheden in het reguleren van de veestapel, dit is de verantwoordelijkheid van het Rijk en Europa.

Antwoord 6:
Nee, gezondheid is gerelateerd aan meer aspecten dan enkel de omvang van de veestapel.
De gemeentes zijn veelal het bevoegd gezag voor de leefomgevingskwaliteit bij vergunningverlening voor veehouderijbedrijven. Zij kunnen hierbij volksgezondheidsaspecten beoordelen. In IPO-verband wordt met het oog op de verbetering van de leefomgevingskwaliteit in veedichte gebieden momenteel onderzoek gedaan naar belemmeringen in de huidige wetgeving rond veehouderij, milieu en gezondheid. Dit doen wij in overleg met Rijk, VNG en LTO Nederland. Wij streven niet naar overdracht van bevoegdheden naar de provincie of naar nieuwe provinciale bevoegdheden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de problematiek van veedichte gebieden niet in Noord-Holland speelt, maar met name in provincies met veel intensieve veehouderij zoals in Noord-Brabant.

Antwoord 7:
Wij zetten niet specifiek in op een gezond verdienmodel voor boeren, maar op algehele verduurzaming van de sector. Zie ook antwoord 4.
Nee. Zowel steun aan ecosysteemdiensten als (indirecte) bedrijfs- c.q. inkomenssteun kan bijdragen aan de algehele verduurzaming van de sector. We hebben daarom geen voorkeur om specifiek in te zetten op ecosysteemdiensten.

Antwoord 8:
Duurzame landbouw draagt bij aan de klimaat- en energieopgave. Duurzame landbouw heeft betrekking op de hele keten (‘van zaadje tot consument’) en draagt, als onderdeel van de uitvoeringsagenda Economie, ook bij aan duurzame voeding. Een eiwittransitie kan hiervan het gevolg zijn, maar is hierin niet als doel geformuleerd en is primair een keuze van de consument.
In het kader van het Klimaatakkoord zijn sectortafels ingericht, waaronder de sectortafel Landbouw en Landgebruik. Klimaatvriendelijke voedselconsumptie heeft daarin een prominente plek.

Antwoord 9:
Nee, het voedselbeleid is vooral een verantwoordelijkheid van het Rijk (brief LNV 16 april 20181) en Europa. De provinciale bevoegdheden zijn gering.
Wij geven hieraan invulling via het manifest ‘Voedsel Verbindt’ en o.a. de Greenport Noord-Holland Noord. Zie ook antwoord 1. Daarnaast zien we dat ook de markt een rol neemt als het gaat om consumentengedrag, gezonde voeding en het aanbod van andere producten.

Antwoord 10:
Op initiatief van de cateraar wordt er regelmatig een Meatless Monday georganiseerd in de provinciale bedrijfskantine. Op deze dagen worden tevens vleesvervangers aangeboden. Wij zijn overigens van mening dat onze medewerkers vrij zijn in het kiezen van een menu dat voldoet aan hun wensen.