Misstanden in de geiten­hou­derij


Indiendatum: dec. 2019

Inleiding

De Partij voor de Dieren is geen voorstander van het verschijnsel geitenhouderij. Het hele proces in de geitenhouderij, waarbij er jaarlijks tienduizenden geiten worden afgedankt als afvalproduct, alleen zodat wij nóg een extra soort melk en kaas kunnen consumeren, zorgt voor enorm veel leed: zonder dat daar een maatschappelijke noodzaak voor is.

De situatie in de melkgeitenhouderij is schrijnend. 90% van de melkgeiten staat hun hele leven binnen op stal. Ze leven in groepen van 50 tot 250 dieren en hebben slechts 1,1 à 1,3 vierkante meter per geit. Een derde van de geiten sterft een ‘afdankdood’. Het percentage geitenlammeren dat sterft op het bedrijf is het hoogst van alle diersoorten in de veehouderij. De lammetjes die overleven worden direct na de geboorte bij hun moeder weggehaald, want de melk is volgens de sector niet voor het geitje, maar voor de mens.

In Noord-Holland hebben we inmiddels een Gedeputeerde Dierenwelzijn. Die zou ook moeten opkomen voor de dieren in onze provincie.

Vragen

  1. Hoeveel van de geiten in Noord-Holland worden bij hun moeder weggehaald en/of onthoornd? Hoeveel tijd van hun leven zijn de geiten (ook de lammetjes) in Noord-Holland buiten in de wei?
  2. Hoeveel vierkante meter ruimte is er gemiddeld voor een geit in een Noord-Hollandse geitenhouderij?
  3. Erkennen GS dat weidegang essentieel is voor het welzijn van geiten?
  4. Bijna een kwart van de geitenlammetjes sterft vroegtijdig, zo blijkt uit landelijke cijfers.[1] Wat zijn die cijfers voor Noord-Holland en wat vinden GS van dat cijfer?
  5. We hebben in de GS een Gedeputeerde Dierenwelzijn. Wat vinden GS ervan dat veel geiten direct na de geboorte bij hun moeder worden weggehaald, onthoornd zonder verdoving bij “napijn”, de rest van hun leven op stal gezet, zonder ooit buiten te komen?
  6. Net zoals bij melkkoeien moet een melkgeit elk jaar jongen krijgen om melk te kunnen blijven geven. Elk jaar wordt een geit dus ongewenst bezwangerd. Jonge bokjes worden in de geitenhouderij behandeld als een afvalproduct. Ze gaan zo snel mogelijk na hun geboorte naar een bokkenmesterij. Na vier tot vijf weken wegen de dieren ongeveer acht à tien kilo en gaan ze naar de slacht. Omdat dieren van verschillende herkomst bij elkaar worden gezet is de ziektedruk hoog. Op de bokkenmesterijen is een bizar sterftecijfer van gemiddeld zo’n 10 tot 20 procent[2] en zelfs het NVWA sprak bij controles over “schrijnende toestanden”. [3] Ook komt sterfte tot wel 66% voor.[4]
    a) Vinden GS het vanuit het perspectief van het dier en vanuit moreel oogpunt acceptabel dat er jonge, onschuldige bokjes moeten sterven voor slechts een extra smaakje melk of kaas, terwijl er voldoende plantaardige alternatieven zijn?
    b) Is dat de boodschap die GS onze kinderen wil meegeven over hoe we met dieren moeten omgaan?
    c) Hoeveel jonge bokjes gaan er per jaar naar de bokkenmesterijen en worden vervolgens geslacht, waarvan de lichtste bokjes voor petfood?
    d) Hoe hoog is het sterftecijfer onder bokkenmesterijen waar de Noord-Hollandse bokjes naartoe gaan? Hoeveel van de bokjes daar is ziek?
    e) Hoeveel bokjes uit Noord-Holland worden nog op transport gezet om naar het buitenland te gaan? Naar welke landen?
  7. Erkent GS dat het welzijn van (melk)geiten-moeders niet alleen wordt aangetast door het laten werpen van jongen die meteen bij ze worden weggehaald, maar ook door het zogenaamde «duurmelken»? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke kaders hanteert u precies voor het welzijn van deze dieren? Graag een beschrijving.
  8. Is GS het met ons eens dat Noord-Hollanders alle feiten over het houden van geiten en alle processen die daarbij komen kijken moeten weten en dat die transparantie en informatievoorziening van groot belang is in een democratische rechtsstaat?
  9. Is GS het met ons eens dat er een groot gat zit tussen wat mensen wordt voorgespiegeld over (de herkomst van) dierlijke producten en de dagelijkse realiteit voor de dieren (in de veehouderij en specifiek de geitenhouderij)? Zo nee, waar baseert u zich dan precies op?
  10. Is GS bereid om ook de boven geschetste feiten rond de geitenhouderij en aanverwante bokkenmesterijen onder de aandacht te laten brengen? Zo nee, waarom niet, aangezien de provincie wél subsidies geeft voor zogenaamde boerderijeducatie?

[1] https://www.hpdetijd.nl/2017-11-21/veehouderij-vroegtijdig-sterfte/

[2]https://www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2018/02/06/nvwa-controleert-dierenwelzijn-op-geitenbedrijven

[3] https://www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2017/6/NVWA-schrijnende-situatie-op-helft-bokkenmesterijen-145861E/

[4]https://www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2018/02/06/nvwa-controleert-dierenwelzijn-op-geitenbedrijven

��"

Indiendatum: dec. 2019
Antwoorddatum: 4 feb. 2020

https://ibabsonline.eu/LijstDe…

Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland
Datum ingekomen vragen : 23 december 2019
Datum GS-besluit : 4 februari 2020

INLEIDING VRAGEN

De Partij voor de Dieren is geen voorstander van het verschijnsel geitenhouderij. Het hele proces in de geitenhouderij, waarbij er jaarlijks tienduizenden geiten worden afgedankt als afvalproduct, alleen zodat wij nóg een extra soort melk en kaas kunnen consumeren, zorgt voor enorm veel leed: zonder dat daar een maatschappelijke noodzaak voor is.

De situatie in de melkgeitenhouderij is schrijnend. 90% van de melkgeiten staat hun hele leven binnen op stal. Ze leven in groepen van 50 tot 250 dieren en hebben slechts 1,1 à 1,3 vierkante meter per geit. Een derde van de geiten sterft een ‘afdankdood’. Het percentage geitenlammeren dat sterft op het bedrijf is het hoogst van alle diersoorten in de veehouderij. De lammetjes die overleven worden direct na de geboorte bij hun moeder weggehaald, want de melk is volgens de sector niet voor het geitje, maar voor de mens.

In Noord-Holland hebben we inmiddels een Gedeputeerde Dierenwelzijn. Die zou ook moeten opkomen voor de dieren in onze provincie.

INLEIDING ANTWOORDEN

Met betrekking tot het houden van landbouwhuisdieren en dierenwelzijn ligt de verantwoordelijkheid voor het instellen van regels primair bij het Rijk en Europa. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) is verantwoordelijk voor controle en handhaving. De provincie heeft geen verantwoordelijkheid of bevoegdheid als het gaat om het houden van landbouwhuisdieren en dierenwelzijn.

De cijfermatige informatie over de dierhouderij worden door het Rijk verzameld. Deze informatie is niet voor ons beschikbaar, vanwege de bevoegdheid van het Rijk en omdat er sprake is van privacygevoelige informatie. Voor de cijfermatige informatie verwijzen we u dan ook naar het Rijk.

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

Vraag 1: Hoeveel van de geiten in Noord-Holland worden bij hun moeder weggehaald en/of onthoornd? Hoeveel tijd van hun leven zijn de geiten (ook de lammetjes) in Noord-Holland buiten in de wei?

Antwoord 1: Zie de inleiding op de beantwoording. De cijfers met betrekking tot onthoornen en lammetjes bij de moeder worden niet door ons verzameld en zijn niet bij ons bekend. De toestemming voor onthoornen is vastgelegd in het Besluit diergeneeskundigen artikel 2.5 lid b[1]. Geiten mogen worden onthoornd als ze worden gehouden voor de productie van melk of als ze op een kinderboerderij staan.[2] Dit is toegestaan vanwege het welzijn van de geiten en de veiligheid van de mensen die met de dieren werken.

In een studie van Wageningen Universiteit uit 2011[3] blijkt dat de meeste gangbare en het grootste deel van de biologische melkgeitenhouders de lammeren direct bij de moeder weghalen. Het vroeg scheiden gebeurt om ziekteoverdracht van moeder naar lam te beperken en om de moedergeiten direct te kunnen melken.

Het is niet bekend hoeveel uren de geiten in Noord-Holland weidegang krijgen. Uit de voorlopige cijfers van 2019 blijkt dat 4.173 geiten biologisch worden gehouden[4]. Biologische bedrijven zijn verplicht weidegang of een uitloop te bieden.

Vraag 2: Hoeveel vierkante meter ruimte is er gemiddeld voor een geit in een Noord-Hollandse geitenhouderij?

Antwoord 2: Dat is afhankelijk van het stalsysteem en de leeftijd van het dier, en daarom niet eenduidig te noemen. Op basis van landelijke regels is de minimale stalruimte in de gangbare sector bepaald op 1,1 m2 per melkgeit[5].

Vraag 3: Erkennen GS dat weidegang essentieel is voor het welzijn van geiten?

Antwoord 3: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 4: Bijna een kwart van de geitenlammetjes sterft vroegtijdig, zo blijkt uit landelijke cijfers.[6] Wat zijn die cijfers voor Noord-Holland en wat vinden GS van dat cijfer?

Antwoord 4: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 5: We hebben in de GS een Gedeputeerde Dierenwelzijn. Wat vinden GS ervan dat veel geiten direct na de geboorte bij hun moeder worden weggehaald, onthoornd zonder verdoving bij “napijn”, de rest van hun leven op stal gezet, zonder ooit buiten te komen?

Antwoord 5: Qua dierenwelzijn hebben wij in het coalitieakkoord alleen een rol bepaald in relatie tot de opvang van wilde dieren, gerelateerd aan de Wet Natuurbescherming. Zie verder de inleiding op de beantwoording.

Vraag 6: Net zoals bij melkkoeien moet een melkgeit elk jaar jongen krijgen om melk te kunnen blijven geven. Elk jaar wordt een geit dus ongewenst bezwangerd. Jonge bokjes worden in de geitenhouderij behandeld als een afvalproduct. Ze gaan zo snel mogelijk na hun geboorte naar een bokkenmesterij. Na vier tot vijf weken wegen de dieren ongeveer acht à tien kilo en gaan ze naar de slacht. Omdat dieren van verschillende herkomst bij elkaar worden gezet is de ziektedruk hoog. Op de bokkenmesterijen is een bizar sterftecijfer van gemiddeld zo’n 10 tot 20 procent [7] en zelfs het NVWA sprak bij controles over “schrijnende toestanden”.[8] Ook komt sterfte tot wel 66% voor.[9]

Vraag 6a: Vinden GS het vanuit het perspectief van het dier en vanuit moreel oogpunt acceptabel dat er jonge, onschuldige bokjes moeten sterven voor slechts een extra smaakje melk of kaas, terwijl er voldoende plantaardige alternatieven zijn?

Antwoord 6a: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 6b: Is dat de boodschap die GS onze kinderen wil meegeven over hoe we met dieren moeten omgaan?

Antwoord 6b: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 6c: Hoeveel jonge bokjes gaan er per jaar naar de bokkenmesterijen en worden vervolgens geslacht, waarvan de lichtste bokjes voor petfood?

Antwoord 6c: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 6d: Hoe hoog is het sterftecijfer onder bokkenmesterijen waar de Noord-Hollandse bokjes naartoe gaan? Hoeveel van de bokjes daar is ziek?

Antwoord 6d: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 6e: Hoeveel bokjes uit Noord-Holland worden nog op transport gezet om naar het buitenland te gaan? Naar welke landen?

Antwoord 6e: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 7: Erkent GS dat het welzijn van (melk)geiten-moeders niet alleen wordt aangetast door het laten werpen van jongen die meteen bij ze worden weggehaald, maar ook door het zogenaamde «duurmelken»? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke kaders hanteert u precies voor het welzijn van deze dieren? Graag een beschrijving.

Antwoord 7: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 8: Is GS het met ons eens dat Noord-Hollanders alle feiten over het houden van geiten en alle processen die daarbij komen kijken moeten weten en dat die transparantie en informatievoorziening van groot belang is in een democratische rechtsstaat?

Antwoord 8: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 9: Is GS het met ons eens dat er een groot gat zit tussen wat mensen wordt voorgespiegeld over (de herkomst van) dierlijke producten en de dagelijkse realiteit voor de dieren (in de veehouderij en specifiek de geitenhouderij)? Zo nee, waar baseert u zich dan precies op?

Antwoord 9: Zie de inleiding op de beantwoording.

Vraag 10: Is GS bereid om ook de boven geschetste feiten rond de geitenhouderij en aanverwante bokkenmesterijen onder de aandacht te laten brengen? Zo nee, waarom niet, aangezien de provincie wél subsidies geeft voor zogenaamde boerderijeducatie?

Antwoord 10: Nee. Zie de inleiding op de beantwoording.

De subsidie voor boerderijeducatie betreft overigens een project, waarbij basisschoolleerlingen een melkrundveebedrijf bezoeken en geen geitenhouderij. De leerlingen krijgen een lesprogramma ‘belevend leren’ aangeboden op een boerderij over de landbouw, natuur, cultuur en het landschap van Laag Holland.

[1] https://wetten.overheid.nl/BWB...
[2] https://www.nvwa.nl/onderwerpen/schapen-en-geiten/lichamelijke-ingrepen-bijschapen-en-geiten
[3] https://edepot.wur.nl/165114
[4] https://opendata.cbs.nl/statli...
[5] Handboek Kwaligeit, Protocol 2020
[6] https://www.hpdetijd.nl/2017-1...
[7] https://www.nvwa.nl/nieuws-en-...
[8] 8 https://www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2017/6/NVWA-schrijnende-situatie-op-helftbokkenmesterijen-145861E/
[9] https://www.nvwa.nl/nieuws-en-...