Bijdrage Ziens­wijze BRS ontwerp-Voor­keurs­be­slissing Lucht­ruim­her­ziening


Krimp: geen blinde focus op 'Meer is per definitie beter'

15 februari 2021

Fijn dat de Gedeputeerde ons in de gelegenheid stelt om met elkaar van gedachten te wissen over deze zienswijze. Hoewel mijn fractie zoals bekend liever had gezien dat dit in een eerder stadium had plaatsgevonden. De Partij voor de Dieren is en blijft een voorstander van het zoveel mogelijk aan de voorkant ophalen van inbreng bij Gemeenschappelijke Regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Het kan niet genoeg gezegd worden.

Voorzitter, wil ik daarmee zeggen dat de zienswijze op de ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening louter onze afkeuring opwekt: Nee. Onze fractie is blij dat de BRS inbrengt dat er ruimte moet zijn voor herbezinning na diverse aanpassingen in routes. Dat brengt mij wel tot mijn eerste rijtje vragen:

Wat is het moment voor deze eventuele herbezinning? Eind 2022/begin 2023 komt de minister met ‘de Integrale Programmabeslissing’. Vindt er dan weer een burgerparticipatietraject plaats en is er weer een mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen? En zijn op dat moment de vliegroutes en de gevolgen daarvan wél duidelijk? Kortom: hoe hard is de mogelijkheid tot herbezinning en aanpassing?

Misschien nog wel verheugender in deze zienswijze is dat de BRS een volledige integrale afweging verwacht. En dat daarbij ‘alle relevante landzijdige belangen als gelijkwaardige ontwerpcriteria (in relatie tot veiligheid en capaciteit) worden meegenomen’. Hier gaat mijn tweede setje vragen over:

Verwacht de BRS dat de aangetoonde noodzaak van al deze belangen hierbij ook een rol speelt? Bijvoorbeeld een onderbouwing van het benodigd aantal vluchten voor het netwerk van essentiële bestemmingen die nodig zijn voor de connectiviteit van de MRA. Slim en selectief beleid in plaats van blinde focus op ‘meer is per definitie beter’. En bijvoorbeeld de ruimte die we nodig hebben voor het oplossen van het woningtekort, nu de nieuwe geluidsnorm uitgaat van cumulatie van geluid? En verwacht de BRS dat naast geluidsnormen ook luchtkwaliteitsnormen hierbij een rol spelen? En dan hebben we de invloed op het klimaat nog buiten beschouwing gelaten. En wil de BRS dat het RIVM-onderzoek naar ultrafijnstof, dat medio dit jaar afgerond wordt, ook wordt meegenomen? En stikstof? Veel vragen dus!

De BRS constateert wat ons betreft dus terecht dat het op dit moment nog niet duidelijk is in hoeverre alle maatregelen bijdragen aan een verbetering voor iedereen.

Voorzitter, het zorgvuldig afwegen van al deze belangen is geen sinecure. En het lijkt ook een utopie dat dit gaat gebeuren. De minister heeft namelijk allang voorgesorteerd door het volgende in de doelen op te nemen. ‘Het verruimen van de civiele capaciteit, met het oog op de toekomstige ontwikkeling van de burgerluchtvaart’. Door een middel tot doel te verheffen lijkt een uitgebalanceerde afweging bij voorbaat kansloos.

Dus voorzitter, ik ben niet zozeer bezorgd over de inhoud van deze zienswijze, maar meer over de slagkracht ervan. Ik breng u de zienswijze van de BRS op de Luchtvaartnota in herinnering: daar heeft de minister duidelijk laten zien dat ze zich weinig gelegen laat liggen aan de BRS. Een samenwerkingsverband dat ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking vertegenwoordigt. En ik had eerlijk gezegd verwacht dat de Nota van Antwoord op die vorige zienswijze op deze agenda zou staan, maar misschien kunnen we later in deze commissie het daar nog eens over hebben.

En dat brengt mij eigenlijk tot mijn derde en laatste paar vragen aan de Gedeputeerde:

Hoe kan de BRS, en de Gedeputeerde als voorzitter daarvan, er voor zorgen dat de minister ook deze zienswijze niet achteloos naast zich neerlegt? Wat is het gewicht van deze zienswijze? Hoe kan de BRS haar positie, en die van haar inwoners, beter versterken en beschermen?

En in dat kader is de (wat met weer zo’n fijn Nederlands woord) ‘Position Paper’ (genoemd wordt) op de C-agenda wellicht veel interessanter. Want los van wat men inhoudelijk mag vinden, zal iedereen het er toch wel over eens zijn dat de huidige systematiek tekort schiet. Als een stelselwijziging kan zorgen voor bredere en laagdrempelige participatie, meer aandacht voor wederkerigheid en bescherming van individuele burgers, minder technocratische oplossingen en een grotere rol voor volksvertegenwoordigers. Dan zou dat zou een flinke verbetering kunnen zijn als we het hebben over een integrale afweging?