Vragen over moge­lijk­heden om de bouw van de biomas­sa­cen­trale te Diemen tegen te houden


van het Statenlid F. Zoon

INLEIDING

In augustus 2018 heeft Nuon een omgevingsvergunning aangevraagd bij het omgevingsloket Noordzeekanaalgebied van de Provincie Noord-Holland voor een op houtpellets gestookte warmtekrachtcentrale van 120MW. Het zou de grootste biomassacentrale van Nederland worden.

Ook is een vergunningsaanvraag gedaan bij de Regionale Uitvoeringsdienst NHN op grond van de Natuurbeschermingswet, nodig vanwege de uitstoot van CO2, fijnstof en stikstof. Uit het stikstofdepositieonderzoek blijkt dat de centrale behoorlijke effecten zal hebben op Natura2000 gebieden. Voorts laat NUON weten dat er onvoldoende Nederlands snoeiafval is om de centrale te voorzien van brandstof uit lokale bronnen. De centrale wordt dus afhankelijk van houtpellets (geperste houtkorrels) uit het buitenland.[1]

De mogelijke bouw van deze enorme biomassacentrale leidde tot een storm van kritiek en protest. Onder burgers, politici, wetenschappers en natuur- en milieuorganisaties leven grote zorgen dat de grootschalige stook van biomassa tot flinke toename van CO2- en fijnstofuitstoot zal leiden en dat de druk op bossen en schaarse ruimte wereldwijd nog verder zal toenemen. In een poging helderheid in de discussie te brengen, kondigden het Planbureau voor de Leefomgeving en de Sociaal Economische Raad eind april aan een onderzoek te starten naar de effecten van de grootschalige inzet van biomassa in Nederland.

Deze stappen werden in het Ontwerp van het Klimaatakkoord ook aangekondigd als onderdeel van het proces naar een integraal duurzaamheidskader. Ook de Provincie Noord-Holland herkende dat de schaal waarop biomassa zou worden ingezet, zou moeten samenhangen met de uitkomsten van de maatschappelijke discussie, blijkt uit de begin 2018 gepresenteerde provinciale Routeplanner Energietransitie 2020-2050.

De gemeente Diemen, waar de biomassacentrale gebouwd moet worden, is gekant tegen de komst van de centrale. De gemeente heeft een advocatenkantoor ingehuurd om te onderzoeken welke juridische mogelijkheden voorhanden zijn om de komst van de centrale tegen te houden. Ook in Amsterdam heerst veel weerstand, en in Provinciale Staten Noord-Holland hebben in ieder geval ChristenUnie, GroenLinks, PvdA, SP, 50Plus, en PvdD aangegeven tegen de biomassacentrale te zijn.[2]

VRAGEN

Vraag 1:
Bent u het met ons en vele bezorgde burgers, wetenschappers en maatschappelijke organisaties eens dat het besluit om de biomassacentrale in Diemen te bouwen, onmogelijk weloverwogen en breed gedragen kan worden genoemd?

Vraag 2:
Bent u het met ons eens dat een project met een dergelijke maatschappelijke relevantie per definitie weloverwogen en breed gedragen moet zijn?

Vraag 3:
Het project wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Welke gevolgen heeft uitspraak ECLl:NL:RVS:2019:831 van de Raad van State voor de beschikbare ontwikkelingsruimte?

Vraag 4:
Welke mogelijkheden zijn er om een nieuwe Milieueffectrapportage te laten opstellen, waarbij ook Zeer Zorgwekkende Stoffen aan de orde komen?

Vraag 5:
Klopt het dat er nog geen SDE+ subsidie is aangevraagd voor de biomassacentrale? Is bekend waarom dat nog niet gebeurd is?

Vraag 6:
Welke gevolgen zou het mogelijke maximaliseren van het aantal PJ biomassa in de SDE+ regeling hebben voor de centrale in Diemen?

Vraag 7:
Welke mogelijkheden zijn er om het per abuis te hoog vastgestelde NOx-emissieplafond voor de DM33 terug te draaien?

[1] Het Parool, 13 maart, 2018
[2] https://amsterdam-ijburg.blogs...

Antwoorddatum: 25 jun. 2019

INLEIDING

In augustus 2018 heeft Nuon een omgevingsvergunning aangevraagd bij het omgevingsloket Noordzeekanaalgebied van de Provincie Noord-Holland voor een op houtpellets gestookte warmtekrachtcentrale van 120MW. Het zou de grootste biomassacentrale van Nederland worden.

Ook is een vergunningsaanvraag gedaan bij de Regionale Uitvoeringsdienst NHN op grond van de Natuurbeschermingswet, nodig vanwege de uitstoot van CO2, fijnstof en stikstof. Uit het stikstofdepositieonderzoek blijkt dat de centrale behoorlijke effecten zal hebben op Natura2000 gebieden. Voorts laat NUON weten dat er onvoldoende Nederlands snoeiafval is om de centrale te voorzien van brandstof uit lokale bronnen. De centrale wordt dus afhankelijk van houtpellets (geperste houtkorrels) uit het buitenland.[1]

De mogelijke bouw van deze enorme biomassacentrale leidde tot een storm van kritiek en protest. Onder burgers, politici, wetenschappers en natuur- en milieuorganisaties leven grote zorgen dat de grootschalige stook van biomassa tot flinke toename van CO2- en fijnstofuitstoot zal leiden en dat de druk op bossen en schaarse ruimte wereldwijd nog verder zal toenemen. In een poging helderheid in de discussie te brengen, kondigden het Planbureau voor de Leefomgeving en de Sociaal Economische Raad eind april aan een onderzoek te starten naar de effecten van de grootschalige inzet van biomassa in Nederland.

Deze stappen werden in het Ontwerp van het Klimaatakkoord ook aangekondigd als onderdeel van het proces naar een integraal duurzaamheidskader. Ook de Provincie Noord-Holland herkende dat de schaal waarop biomassa zou worden ingezet, zou moeten samenhangen met de uitkomsten van de maatschappelijke discussie, blijkt uit de begin 2018 gepresenteerde provinciale Routeplanner Energietransitie 2020-2050.

De gemeente Diemen, waar de biomassacentrale gebouwd moet worden, is gekant tegen de komst van de centrale. De gemeente heeft een advocatenkantoor ingehuurd om te onderzoeken welke juridische mogelijkheden voorhanden zijn om de komst van de centrale tegen te houden. Ook in Amsterdam heerst veel weerstand, en in Provinciale Staten Noord-Holland hebben in ieder geval ChristenUnie, GroenLinks, PvdA, SP, 50Plus, en PvdD aangegeven tegen de biomassacentrale te zijn.[2]

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

Vraag 1:

Bent u het met ons en vele bezorgde burgers, wetenschappers en maatschappelijke organisaties eens dat het besluit om de biomassacentrale in Diemen te bouwen, onmogelijk weloverwogen en breed gedragen kan worden genoemd?

Antwoord 1: We zijn ervan op de hoogte dat de bouw van de biomassacentrale in de omgeving vragen oproept. Op basis van het wettelijke kader kunnen wij de vergunning niet weigeren. Draagvlak voor de bouw van de biomassacentrale is geen criterium om de vergunning wel of niet te verlenen. Om onder andere de maatschappelijke vragen een plek te geven in de discussie hebben wij besloten om een convenant af te sluiten met de gemeente Diemen, NUON en de andere betrokken gemeenten. In dit convenant hebben we weloverwogen afspraken gemaakt over luchtkwaliteit, de tijdelijke werking van de centrale, extra duurzaamheidseisen voor de biomassa en een aangescherpte norm voor de emissie van fijnstof.

Vraag 2:

Bent u het met ons eens dat een project met een dergelijke maatschappelijke relevantie per definitie weloverwogen en breed gedragen moet zijn?

Antwoord 2: Zie antwoord op vraag 1.

Vraag 3:

Het project wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Welke gevolgen heeft uitspraak ECLl:NL:RVS:2019:831 van de Raad van State voor de beschikbare ontwikkelingsruimte?

Antwoord 3: De recente uitspraak van de Raad van State over het PAS heeft naar onze mening geen effect op de vergunbaarheid van het initiatief, omdat het PAS niet is gebruikt voor de vigerende vergunningen Wet natuurbescherming. Volgens de aanvraag van Nuon/Vattenfall past de biomassacentrale binnen de vigerende vergunningen, omdat er geen toename in depositie ten opzichte van deze vigerende vergunningen plaatsvindt. Mogelijk zal de aanvraag voor de nieuwe Wnb vergunning nog moeten worden aangepast door Nuon/Vattenfall vanwege het rekenprogramma Aerius [3]. Hierna kan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, die de taken voor de Wet natuurbescherming in mandaat voor ons uitvoert, over deze aanvraag van Nuon/Vattenfall besluiten.

Vraag 4:

Welke mogelijkheden zijn er om een nieuwe Milieueffectrapportage te laten opstellen, waarbij ook Zeer Zorgwekkende Stoffen aan de orde komen?

Antwoord 4: Wij zien geen mogelijkheden om Nuon/Vattenfall hiertoe te verplichten. Nuon/Vattenfall heeft een zgn. MER-aanmeldingsnotitie opgesteld voor het initiatief tot realisatie van een biomassacentrale in Diemen. Hierbij zijn onder meer Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) aan de orde gekomen. Op basis van de aanmeldingsnotitie heeft het bevoegd gezag een MER-beoordelingsbesluit genomen. Hierin is geconcludeerd dat er geen zodanig belangrijke gevolgen voor het milieu zijn te verwachten op het onderwerp ZZS, dat een Milieueffectrapportage moet worden opgesteld. In het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning zijn wel de emissieniveaus van relevante componenten opgenomen. Hiervan vallen kwik (HG) en Cadmium (Cd) in de categorie ZZS.

Deze stoffen komen van nature voor in hout in zeer lage concentraties. Nuon/Vattenfall zal kunnen voldoen aan de strengste ZZS-normen. Op vrijwillige basis voert Nuon/Vattenfall een onderzoek uit naar de emissies van ZZS ter staving van de eerdere kwalitatieve analyse met getallen. Dit onderzoek wordt door Nuon/Vattenfall op korte termijn beschikbaar gesteld.

Vraag 5:

Klopt het dat er nog geen SDE+ subsidie is aangevraagd voor de biomassacentrale? Is bekend waarom dat nog niet gebeurd is?

Antwoord 5: Ja, Nuon/Vattenfall heeft nog geen SDE+ subsidie aangevraagd. Eén van de voorwaarden voor het indienen van een subsidieaanvraag voor SDE+ is dat er een omgevingsvergunning is afgegeven.

Vraag 6:

Welke gevolgen zou het mogelijke maximaliseren van het aantal PJ biomassa in de SDE+ regeling hebben voor de centrale in Diemen?

Antwoord 6: De provincie gaat niet over de SDE+, dit is een regeling van het rijk. De gevolgen van het maximaliseren van het aantal PJ biomassa in de SDE+ regeling kunnen wij dan ook niet duiden.

Vraag 7:

Welke mogelijkheden zijn er om het per abuis te hoog vastgestelde NOx-emissieplafond voor de DM33 terug te draaien?

Antwoord 7:

In de Natuurbeschermingswetvergunning die in 2015 door de provincie is afgegeven voor de centrale, is inderdaad per abuis teveel ruimte voor NOx emissie opgenomen. Het emissieplafond in de vergunning Natuurbeschermingswet voor de DM33 uit 2015 is abusievelijk te hoog vastgesteld op 1.024,92 ton NOx per jaar. Dit is destijds niet opgevallen, eveneens heeft niemand daar in de ingediende zienswijzen op gewezen . In de nieuwe situatie is dit plafond bijgesteld door de aanvrager naar 610,28 ton NOx per jaar. Dit emissieplafond wordt in de nieuwe vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen

[1] Het Parool, 13 maart, 2018

[2] https://amsterdam-ijburg.blogs...

[3] https://www.aerius.nl/nl