Vragen over dempen woon­plaats kamsa­la­mander


van de leden F. Zoon (Partij voor de Dieren) en R. Alberts-Oosterbaan (SP)

INLEIDING
In oktober 2018 stelden de fracties van Partij voor de Dieren en SP vragen aan het college van Gedeputeerde Staten naar aanleiding van de demping van een poel in natuurgebied Anna’s Hoeve. De poel was de woonplek van enkele zeldzame kamsalamanders, een beschermde diersoort. De demping gebeurde in het kader van de aanleg van de busbaan voor HOV-verbinding In ’t Gooi.

Er bestonden echter toen al lange tijd grote twijfels over de gang van zaken: nam het college wel de juiste maatregelen om te verzekeren dat de kamsalamanders voldoende tijd en ruimte kregen om de omgeving te verlaten en een geschikte nieuwe woonplek te vinden. De poel werd te vroeg gedempt, zei de Vereniging tot Behouden Anna’s Hoeve (VBAH). De VBAH adviseerde onder meer de geplaatste schermen nu weer te verwijderen en de poel weer te ontgraven.

Het college gaf in antwoord op onze vragen onder meer aan: ‘De in de afgelopen tijd uitgevoerde maatregelen zijn op juiste wijze uitgevoerd,’ en ‘Het weer open graven van de poel dient geen enkel doel. De poel is leeggehaald en afgevuld met zand: er zit geen enkel dier meer in de poel.’ Nu heeft het college alsnog besloten de poel open te graven.

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN
Vraag 1: ‘Het weer open graven van de poel dient geen enkel doel,’ gaf het college in oktober aan in antwoord op onze vragen. Welk doel dient het opengraven van de poel nu? Wat heeft u van inzicht doen veranderen? Was uw uitspraak destijds dus voorbarig?

Vraag 2: Mogen we concluderen dat ook uw uitspraak dat er geen enkel dier meer in de poel zat destijds voorbarig is geweest? Gebruikten kamsalamanders de poel als woonplaats ten tijde van de demping?

Vraag 3: Het foutief uitvoeren van de werkzaamheden zou betekenen dat er afbreuk is gedaan aan de staat van instandhouding van de kamsalamander in dit gebied en zouden daarmee in strijd zijn met de Wet Natuurbescherming. Kunt u ons deelgenoot maken van de feiten die aantonen dat de Wnb niet is overtreden?

Vraag 4: Hoe schat u de kansen in dat de kamsalamanders door de demping van de put niet tijdig een passend nieuw thuis zullen vinden? Indien dit hen niet lukt, wat gaat u dan doen om alsnog uw verantwoordelijkheid te nemen?

Vraag 5: Wat gaat u doen om te voorkomen dat incidenten waarbij de bescherming van de kwetsbare biodiversiteit en zeldzame soorten in de provincie in gevaar komt door onzorgvuldig handelen uwerzijds, zich in de toekomst opnieuw voordoen?

Antwoorddatum: 28 mei 2019

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

Vraag 1: ‘Het weer open graven van de poel dient geen enkel doel,’ gaf het college in oktober aan in antwoord op onze vragen. Welk doel dient het opengraven van de poel nu? Wat heeft u van inzicht doen veranderen? Was uw uitspraak destijds dus voorbarig?

Antwoord 1:

Het vrijgraven van de grondwaterwel is gebeurd om tegemoet te komen aan het verzoek van de Vereniging Behoud Anna’s Hoeve (hierna: VBAH). Het doel van deze actie is het afronden van een langlopende discussie met de VBAH en het tonen van goede wil om te komen tot een betere verstandhouding. De ondernomen actie zien wij als een stap in deze richting.

De grondwaterwel dient alleen om eventueel achtergebleven dieren te ‘lokken’ met de aanwezigheid van water, zodat ze kunnen worden afgevangen in emmers. Het kan dan ook niet gezien worden als het weer open graven van de poel. Op moment van schrijven zijn er vijf kamsalamanders in de emmers aangetroffen. De projectorganisatie heeft voor het vrijgraven van de grondwaterwel de middelen beschikbaar gesteld; het controleren van de emmers en verplaatsen van de afgevangen dieren gebeurt door vrijwilligers van de VBAH.

Dat het vrijgraven van de grondwaterwel een tegemoetkoming en geen verplichting betreft, wordt onderbouwd door de besluiten van zowel de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (bij besluit van 10 februari 2017 [1] en besluit van 31 oktober 2018 [2] op bezwaar van VBAH) als de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (bij besluit van 28 maart 2019 op het handhavingsverzoek van VBAH). In al deze besluiten wordt geconstateerd dat er met de handelingswijze van het project geen verboden zijn overtreden. Het vrijgraven van de grondwaterwel was dan ook niet noodzakelijk.

Vraag 2: Mogen we concluderen dat ook uw uitspraak dat er geen enkel dier meer in de poel zat destijds voorbarig is geweest? Gebruikten kamsalamanders de poel als woonplaats ten tijde van de demping?

Antwoord 2:

Nee, dat is een onjuiste conclusie. Ten tijde van het dempen waren er geen dieren meer aanwezig in de oude poel. Alle dieren uit de poel zijn op 22 augustus 2018 afgevangen.

Vraag 3: Het foutief uitvoeren van de werkzaamheden zou betekenen dat er afbreuk is gedaan aan de staat van instandhouding van de kamsalamander in dit gebied en zouden daarmee in strijd zijn met de Wet Natuurbescherming. Kunt u ons deelgenoot maken van de feiten die aantonen dat de Wnb niet is overtreden?

Antwoord 3:

Zie het antwoord op vraag 1. Zowel door de RVO als door de RUD NHN is geconcludeerd dat geen sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Er is derhalve geen afbreuk gedaan aan de staat van instandhouding van de kamsalamander in het gebied.

Vraag 4: Hoe schat u de kansen in dat de kamsalamanders door de demping van de put niet tijdig een passend nieuw thuis zullen vinden? Indien dit hen niet lukt, wat gaat u dan doen om alsnog uw verantwoordelijkheid te nemen?

Antwoord 4:

De kans dat door het dempen van de poel kamsalamanders niet tijdig buiten het bouwterrein terecht zijn gekomen, is klein. Er zijn voldoende inspanningen geleverd om er voor te zorgen dat de kamsalamanders in veilig gebied terecht zijn gekomen. Het bevoegd gezag is - blijkens de afwijzing van het handhavingsverzoek van de VBAH door de RUD NHN - dezelfde mening toegedaan.

Vraag 5: Wat gaat u doen om te voorkomen dat incidenten waarbij de bescherming van de kwetsbare biodiversiteit en zeldzame soorten in de provincie in gevaar komt door onzorgvuldig handelen uwerzijds, zich in de toekomst opnieuw voordoen?

Antwoord 5:

Zie het antwoord op de vragen 1 en 3. Er is geen sprake geweest van onzorgvuldig handelen.

[1] Kenmerk FF/75C/2016/0330.pos.afw.wh

[2] Kenmerk 492-28627