Vragen over door rechter vernie­tigde onthef­fingen doden van kauwen en zwarte kraaien


Indiendatum: mei 2020

Inleiding

Eind december ‘19 deed de Rechtbank Noord-Holland in Haarlem uitspraak over twee ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het vangen en doden van kauwen en zwarte kraaien met gebruikmaking daarbij van een vangkooi, lokvogels en geweer.[1] [2] De twee ontheffingen waren verleend voor beheergebieden van twee agrarische natuurverenigingen (Texel en omgeving Purmerend).

De Rechtbank oordeelde dat de ontheffingen ten onrechte zijn verleend, omdat “de ontheffing niet is gebaseerd op concrete, actuele en objectiveerbare informatie en op de onderhavige locaties betrekking hebbende informatie. Niet kan dan ook worden vastgesteld dat de ontheffing nodig is ter bescherming van flora en fauna.”.

De Rechtbank vernietigde beide ontheffingen en gaf de provincie de opdracht om een nieuw besluit te nemen, de zogenaamde beslissing-op-bezwaar (bob).

Op 19 mei ’20 heeft GS als beslissing-op-bezwaar het besluit genomen om over te gaan tot intrekking van de twee ontheffingen (zie brief GS met kenmerk 1428053/1429389). Dit nadat de provincie de agrarische natuurverenigingen had gevraagd om uiterlijk 28 februari ’20 de nadere onderbouwing te geven die de Rechtbank miste, en niet heeft ontvangen.

Dit roept de volgende vragen op:

Vragen

  1. De Rechtbank heeft de ontheffing getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Toetst de Omgevingsdienst, namens Gedeputeerde Staten, bij het afgeven van ontheffingen ook aan de Wnb?
  2. Zijn er door deze uitspraak meer ontheffingen die hierdoor ingetrokken moeten worden?
  3. Worden de beleidsregels rondom het uitdelen van ontheffingen Wnb aangepast n.a.v. deze uitspraak? Kunt u uitleggen waarom wel of waarom niet?
  4. Is er na de uitspraak van de Rechtbank contact gezocht met de Jachtcombinatie op Texel en de agrarische natuurvereniging Water, Land & Dijken, te Purmerend, die de ontheffingen hadden aangevraagd om aan te geven dat hun ontheffing ingetrokken wordt?
  5. Op 1 maart (de dag na 28 februari) was het GS al duidelijk dat de ontheffingen niet rechtmatig waren verleend. Waarom heeft GS vervolgens nog 2,5 maand gewacht met het nemen van de nieuwe beslissing en met het intrekken van deze ontheffingen?
  6. Tevens zit er geruime tijd tussen de uitspraak van de rechtbank (24 december ‘20) en het voornemen tot het intrekken van de ontheffingen (19 mei ‘20). Kunt u aangeven waarom hier bijna 5 maanden tussen zit?
  7. Heeft GS de ontheffingen inmiddels ingetrokken? De brief van 19 mei ’20 rept immers alleen over een voornemen om de ontheffingen te gaan intrekken.
  8. Is er in de periode tussen de uitspraak van de Rechtbank tot nu toe gebruik gemaakt van de onderhavige ontheffingen, waaronder dus ook tijdens de broedperiode? Zo ja, hoeveel dieren zijn er in deze periode door deze ontheffingen nog gedood?
  9. Heeft GS gecontroleerd op het niet meer gebruiken van de ontheffingen sinds de Rechtbank deze had vernietigd op 24 december ‘19?
  10. Controleert GS ook of de vangkooien zijn weggehaald?
  11. De betreffende ontheffingen zijn afgegeven door de Omgevingsdienst (namens GS) aan jachthouders. Is de FBE hierbij betrokken geweest? Zo nee, is het normaal dat ontheffingen zonder tussenkomst van de FBE worden afgegeven?

[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:10836

[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:10835

Indiendatum: mei 2020
Antwoorddatum: 30 jun. 2020

https://www.ibabsonline.eu/Lij...

INLEIDING VRAGEN

Eind december ‘19 deed de Rechtbank Noord-Holland in Haarlem uitspraak over twee ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het vangen en doden van kauwen en zwarte kraaien met gebruikmaking daarbij van een vangkooi, lokvogels en geweer.[1][2] De twee ontheffingen waren verleend voor beheergebieden van twee agrarische natuurverenigingen (Texel en omgeving Purmerend).

De Rechtbank oordeelde dat de ontheffingen ten onrechte zijn verleend, omdat “de ontheffing niet is gebaseerd op concrete, actuele en objectiveerbare informatie en op de onderhavige locaties betrekking hebbende informatie. Niet kan dan ook worden vastgesteld dat de ontheffing nodig is ter bescherming van flora en fauna.”.

De Rechtbank vernietigde beide ontheffingen en gaf de provincie de opdracht om een nieuw besluit te nemen, de zogenaamde beslissing-op-bezwaar (bob).

Op 19 mei ’20 heeft GS als beslissing-op-bezwaar het besluit genomen om over te gaan tot intrekking van de twee ontheffingen (zie brief GS met kenmerk 1428053/1429389). Dit nadat de provincie de agrarische natuurverenigingen had gevraagd om uiterlijk 28 februari ’20 de nadere onderbouwing te geven die de Rechtbank miste, en niet heeft ontvangen.

Dit roept de volgende vragen op:

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

Vraag 1: De Rechtbank heeft de ontheffing getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Toetst de Omgevingsdienst, namens Gedeputeerde Staten, bij het afgeven van ontheffingen ook aan de Wnb?

Antwoord 1: Ja. Namens ons college toetst de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) ontheffingsaanvragen aan de Wet natuurbescherming en aan de bepalingen van de Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland (PB 2016, 109) en de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland (PB 2016, 103).

Vraag 2: Zijn er door deze uitspraak meer ontheffingen die hierdoor ingetrokken moeten worden?

Antwoord 2: Nee. Er zijn weliswaar nog andere ontheffingen afgegeven ter bestrijding van zwarte kraai en kauw met behulp van de vangkooi in het belang van de bescherming van de weidevogels, maar deze zijn niet in bezwaar en beroep aangevochten. Deze ontheffingen hebben daarmee zogenaamde formele rechtskracht.

Vraag 3: Worden de beleidsregels rondom het uitdelen van ontheffingen Wnb aangepast n.a.v. deze uitspraak? Kunt u uitleggen waarom wel of waarom niet?

Antwoord 3: Nee. Er is geen reden om de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland aan te passen. De uitspraak van de rechtbank gaat immers over de onderbouwing van de ontheffingsaanvragen, en daarmee de onderbouwing van de besluiten tot verlening van de ontheffingen. Deze uitspraak slaat daarmee dus niet terug op de inhoud van de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland zelf.

Vraag 4: Is er na de uitspraak van de Rechtbank contact gezocht met de Jachtcombinatie op Texel en de agrarische natuurvereniging Water, Land & Dijken, te Purmerend, die de ontheffingen hadden aangevraagd om aan te geven dat hun ontheffing ingetrokken wordt?

Antwoord 4: Ja. Na de uitspraak van de rechtbank zijn de beide aanvragers van de ontheffingen door ons op de hoogte gesteld van de uitspraak. Hierbij is het goed om te weten dat de rechtbank de door ons college genomen beslissingen op de bezwaarschriften van Animal Rights en Fauna4Life vernietigde. Er dienden daarom nieuwe beslissingen op die bezwaarschriften te worden genomen. De rechtbank vernietigde echter niet de beide afgegeven ontheffingen . De rechtbank gaf expliciet gelegenheid die ontheffingen nader te onderbouwen. Wij hebben de beide aanvragers in de gelegenheid gesteld om, aan de hand van de inhoud van de uitspraak, aanvullende gegevens te overleggen met behulp waarvan wij een nieuw besluit zou kunnen nemen op de bezwaarschriften. Maar zij hebben niet van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

Vraag 5: Op 1 maart (de dag na 28 februari) was het GS al duidelijk dat de ontheffingen niet rechtmatig waren verleend. Waarom heeft GS vervolgens nog 2,5 maand gewacht met het nemen van de nieuwe beslissing en met het intrekken van deze ontheffingen?

Antwoord 5: Dit heeft te maken met de hoge werkdruk bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord die het gevolg is van onder andere het stikstofdossier en de verandering van werkwijzen in het kader van Covid-19 maatregelen.

Vraag 6: Tevens zit er geruime tijd tussen de uitspraak van de rechtbank (24 december ‘20) en het voornemen tot het intrekken van de ontheffingen (19 mei ‘20). Kunt u aangeven waarom hier bijna 5 maanden tussen zit?

Antwoord 6: Zie ons antwoord op vraag 4. De uitspraak van de rechtbank is op 30 december 2019 bij ons college ingekomen. Wij achten de aan de beide aanvragers gegeven termijn (tot 28 februari 2020) een redelijke termijn om te komen tot een zorgvuldige aanlevering van de door ons gevraagde aanvullende gegevens. Daarna heeft zich de onder antwoord 5 geschetste situatie voorgedaan.

Vraag 7: Heeft GS de ontheffingen inmiddels ingetrokken? De brief van 19 mei ’20 rept immers alleen over een voornemen om de ontheffingen te gaan intrekken.

Antwoord 7: Ja. In de besluiten van 19 mei 2020 (1428053/1429389) en (1428053/1429380), de nieuwe beslissingen op bezwaar, wordt niet gesproken over een ‘voornemen’ om de ontheffingen in te gaan trekken. De afgegeven ontheffingen zijn bij besluiten van deze beslissingen op bezwaar ingetrokken.

Vraag 8: Is er in de periode tussen de uitspraak van de Rechtbank tot nu toe gebruik gemaakt van de onderhavige ontheffingen, waaronder dus ook tijdens de broedperiode? Zo ja, hoeveel dieren zijn er in deze periode door deze ontheffingen nog gedood?

Antwoord 8: Nee. Uit navraag bij de aanvragers blijkt dat beide ontheffingen na de uitspraak van de rechtbank in december 2019 niet zijn gebruikt.

Vraag 9: Heeft GS gecontroleerd op het niet meer gebruiken van de ontheffingen sinds de Rechtbank deze had vernietigd op 24 december ‘19?

Antwoord 9: Nee. In ons antwoord op vraag 4 is toegelicht dat de rechtbank onze beslissingen op de bezwaarschriften van Animal Rights en Fauna4Life vernietigde, maar nadrukkelijk niet de beide afgegeven ontheffingen zelf. De rechtbank gaf expliciet gelegenheid die ontheffingen nader te onderbouwen. De ontheffingen bleven derhalve na de uitspraak van de rechtbank van kracht en konden worden gebruikt op die wijze zoals in de ontheffingen bepaald. Er vindt te allen tijde toezicht en handhaving plaats op alle afgegeven ontheffingen, maar er was geen reden om deze ontheffingen hierbij bijzondere aandacht te geven. Zoals bij ons antwoord op vraag 8 aangegeven zijn de ontheffingen na de uitspraak van de rechtbank in december 2019 evenwel niet gebruikt.

Vraag 10: Controleert GS ook of de vangkooien zijn weggehaald?

Antwoord 10: Ja. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord houdt hier toezicht op.

Vraag 11: De betreffende ontheffingen zijn afgegeven door de Omgevingsdienst (namens GS) aan jachthouders. Is de FBE hierbij betrokken geweest? Zo nee, is het normaal dat ontheffingen zonder tussenkomst van de FBE worden afgegeven?

Antwoord 11: Nee. De FBE is niet betrokken geweest bij de aanvraag of de afgifte van de ontheffingen aan de aanvragers. In de Wet natuurbescherming is geen bepaling opgenomen op grond waarvan ontheffingen slechts met betrokkenheid van een FBE aan aanvragers zouden kunnen worden afgegeven. Het aanvragen en het afgeven van ontheffingen, zoals in dit geval is gebeurd, komt vaker voor.

1 https://uitspraken.rechtspraak...

2 https://uitspraken.rechtspraak...