Discri­mi­natie van vega-melk­boeren bij toekenning ‘duur­zame’ EU-subsidies


Inleiding

Er zijn in het kader van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Europese subsidies beschikbaar voor de landbouwsector in Nederland. Het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) maakt sinds 2000 deel uit van het GLB. De huidige Nederlandse uitwerking hiervan is het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3), een Europees subsidieprogramma voor o.a. het ontwikkelen, verduurzamen en innoveren van de agrarische sector in Nederland. De subsidies worden via provinciale subsidieregelingen verstrekt: “Uitvoeringsregeling POP3 Subsidies Noord-Holland” regelt POP3-subsidieverstrekking in de provincie Noord-Holland.

Hoewel de POP3-subsidies o.a. duurzaamheid en innovatie zouden moeten versterken, zijn er aspecten die niet stroken met provinciale en nationale ambities op het gebied van o.a. duurzaamheid, eiwittransitie en kringlooplandbouw. Zo is gebleken dat de huidige uitvoeringsregeling POP3 duurzame, projecten gericht op plantaardige alternatieven voor melk en zuivelproducten uitsluit van subsidie.

Daar heeft de Partij voor de Dieren een aantal vragen over. Ook al is de provincie soms niet direct verantwoordelijk of betrokken, de problemen die spelen rond Europese landbouwsubsidies hebben wel invloed op onze burgers en de ambities van onze provincie. Daarom graag alle vragen zo goed en gedetailleerd mogelijk beantwoorden.


Vragen

POP3: uitsluiting alternatieven

1. Programma’s als POP3 zijn regionaal belegd, dus provincies kunnen invloed hebben op zowel de inhoud van de programma’s als bepalend zijn in de uitvoering. De provincie stelt verordeningen en openstellingsbesluiten vast op grond waarvan subsidie kan worden verstrekt. Provincies kunnen daarbij sturen via de hoogte van het subsidieplafond en de accenten in de selectiecriteria voor de projecten.

a) Welke concrete eigen prioriteiten, accenten en selectiecriteria hanteert Noord-Holland bij openstelling van POP3 subsidies? Waarom juist deze en is dat door de jaren heen veranderd? Hoe zijn PS hierbij betrokken geweest?

b) Klopt het dat de provincie een subsidieregeling ook meer kan richten op bepaalde gebieden of sectoren? Hoe doet Noord-Holland dat precies? Worden er vanuit de provincie extra accenten gelegd op bijvoorbeeld de melkveehouderij?

2. POP3 subsidies in het kader van het GLB zijn uitdrukkelijk bedoeld zijn om agrarische projecten te steunen die bijdragen aan o.a. ondersteuning van jonge boeren, innovatie, verduurzaming (waaronder verbetering dierenwelzijn), concurrentiekracht, natuur (biodiversiteit) en landschap, waterkwaliteit en verbetering van sociaaleconomische ontwikkelingen op het platteland.

Zijn er bepaalde sectoren of landbouwers categorisch uitgesloten van de toekenning van POP3 subsidies, zelfs wanneer ze een bijdrage leveren aan de bovengenoemde doelstellingen van de subsidie? Zo ja, waarom precies?

3. Hoe beoordeelt u in dat kader de uitsluiting die als volgt geformuleerd is in de “Uitvoeringsregeling POP3 Subsidies Noord-Holland”:
Artikel 1.13, lid 1g "subsidie wordt in ieder geval niet verstrekt voor kosten voor de vervaardiging van producten die melk of zuivelproducten imiteren of vervangen"?[1]

4. a) Klopt het dat het artikel 1.13 lid 1g uniform is opgenomen in POP3-regelingen van alle provincies (in Noord-Holland: “Uitvoeringsregeling POP3 Subsidies”[2])?

b) Hoe is de POP3-regeling precies tot stand gekomen en hoe is specifiek artikel 1.13 lid 1g in de POP3-regeling gekomen? Welke stappen zijn gezet, welke landen, overheden en belangenorganisaties hebben ervoor gepleit/gelobbyd? Welke bijdrage (zorgen en wensen) heeft Noord-Holland daarbij precies geleverd?

c) Vanuit welke motieven is de uitsluiting zoals geformuleerd in artikel 1.13, lid 1g opgenomen? Welke argumenten zijn daarbij precies gebruikt en door wie?

d) Op grond van welke concrete Europese of nationale regelgeving (graag een link en verwijzing naar specifieke artikelen) zijn “kosten voor de vervaardiging van producten die melk en zuivelproducten imiteren of vervangen” van POP3-subsidie uitgesloten?

5. Gezien het feit dat de provincie verordeningen en openstellingsbesluiten vaststelt op grond waarvan POP3-subsidie kan worden verstrekt en daarin ruimte heeft om te sturen op accenten en selectiecriteria: welke mogelijkheden zijn er voor de provincie (geweest) om het artikel 1.13, lid 1g te schrappen of te negeren? Is er ooit eerder door provincie Noord-Holland of een andere overheid geopperd om artikel 1.13 lid 1g ter discussie te stellen/te schrappen?

POP3: uitsluiting achterhaald en niet passend bij ambities

6. Het doel van het POP3 onderdeel “Jonge Landbouwers” is om jonge landbouwers te ondersteunen om te investeren in de verduurzaming van hun bedrijven, wat o.a. zou leiden tot verbetering van het milieu, klimaatbestendigheid, dierenwelzijn, volks- en diergezondheid, landschap, of biodiversiteit.

Erkent u dat artikel 1.13, lid 1g jonge, innovatieve landbouwers die aan de slag willen gaan met duurzame alternatieven voor dierlijk melk en zuivelproducten onnodig uitsluit van POP3-subside en daarmee een rem vormt op o.a. verduurzaming, innovatiekracht en ondernemerschap? Zo nee, hoe rechtvaardigt u dan deze oneerlijke uitsluiting van boeren die bijdragen aan provinciale duurzaamheidsambities?

7. Provincie Noord-Holland wil volop inzetten in de aanpak van klimaatverandering, innovaties, reductie van broeikasgasemissies, versterking van biodiversiteit en kringlooplandbouw. GS erkennen dat er vanuit de markt een toenemende vraag is naar de ontwikkeling van plantaardige eiwitten in de voedselvoorziening en willen inzetten op de eiwittransitie. Het is immers duidelijk geworden dat plantaardige eiwitten veel efficiënter en duurzamer zijn dan dierlijke eiwitten. Zo is plantaardig melk zoals havermelk vele malen duurzamer (wat betreft o.a. broeikasgasemissies, land- en watergebruik) dan dierlijk melk.[3] [4]

a) Erkent u dat artikel 1.13, lid 1g niet meer past bij een tijd waarin duidelijk is geworden dat we meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten moeten produceren/consumeren en waarin de vraag naar plantaardige alternatieven voor melk en zuivelproducten groeit?

b) Gezien de voordelen van plantaardig melk op het gebied van dierenwelzijn en duurzaamheid: erkent u dat het wenselijk is om ontwikkelingen van plantaardig melk en zuivelproducten te stimuleren en anders in ieder geval niet te belemmeren?

c) Erkent u dat de uitsluiting die artikel 1.13 behelst niet goed rijmt met het provinciaal, landelijk en Europees beleid om een transitie in gang te zetten naar een gezonder, meer duurzaam en plantaardig voedselsysteem (eiwittransitie)?

8. Bent u bereid om (via het IPO en/of het Rijk) in overleg te treden en te onderzoeken hoe achterhaalde en oneerlijke voorwaarden zoals in artikel 1.13, lid 1g kunnen worden geschrapt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn?

9. Bent u bereid aanvragers die ondertussen alleen op basis van POP3 artikel 1.13, lid 1g te maken krijgen met een afwijzing, alsnog financieel tegemoet te komen, wanneer hun aanvraag aan alle verdere criteria voldoet?

POP3: verduurzamen

10. In de lijst van subsidiabele investeringen in het kader van POP3 staan o.a. luchtwassers, emissiearme vloeren en stallen vermeld. [5] Uit meerdere onderzoeken blijkt dat die technieken niet of nauwelijks bijdragen aan verduurzaming of dierenwelzijn, terwijl ze wel veel geld kosten.[6] D66 Kamerlid Tjeerd de Groot pleitte op 20 februari tijdens het Algemeen Overleg over de stikstofproblematiek om de landbouw niet langer voor de gek te houden met investeringen in luchtwassers en emissiearme vloeren.

Provincies hebben ruimte om de eigen lijst van subsidiabel investeringen aan te passen (zoals Friesland de categorie “Windmolens” lijkt te hebben geschrapt).[7]

a) Zijn GS bereid om POP3 subsidies voor technieken zoals luchtwassers en emissiearme stalsystemen zodra mogelijk te schrappen (eventueel via lobby in Europa en bij het Rijk)? Zo niet, hoe rijmt u dit dan met de Europese milieubeginselen van voorzorg, vervuiler betaalt en bronaanpak?

b) Subsidies voor mestvergisters lijken niet efficiënt, dragen nauwelijks bij aan de energietransitie, maar vormen wel een prikkel voor mestfraude en leiden tot verzet van omwonenden.[8] Zijn GS bereid om ook breder kritisch naar de lijst van subsidiabele zaken in het kader van POP3 te kijken, dus ook naar de mogelijkheid om subsidies voor mestvergisting uit te sluiten? Zo niet, hoe rijmt u dit dan met de Europese milieubeginselen van voorzorg, vervuiler betaalt en bronaanpak?

11. Het GLB wordt herzien. In Nederland wordt nu o.a. met provincies gewerkt aan een Nationaal Strategisch Plan (NSP), waarin wordt uitgewerkt hoe de nieuwe GLB-verordeningen van EU zullen worden ingevuld in Nederland. Het NSP omvat alle bestaande GLB-regelingen, waaronder ook subsidies voor plattelandsontwikkeling (nu dus nog apart belegd onder het Plattelandsontwikkelingsprogramma [POP]).

Wat gaan GS doen om te voorkomen dat oneerlijke uitsluiting van landbouwers zoals nu door artikel 1.13, lid 1g gebeurt, niet terugkomt in de NSP?

[1] http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Noord-Holland/CVDR382297/CVDR382297_5.html

[2] http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Noord-Holland/CVDR382297/CVDR382297_5.html

[3] https://www.bbc.com/news/science-environment-46654042

[4] https://www.theguardian.com/environment/2020/jan/28/what-plant-milk-should-i-drink-almond-killing-bees-aoe

[5] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2019-7565.html

[6] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/de-zogenaamd-schone-stal-is-net-zo-vervuilend-als-de-traditionele-stal~b3db3590/
https://files.wakkerdier.nl/app/uploads/2017/09/04093030/rapport-luchtwassers-2015.original.pdf

[7] https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/subsidie-jonge-landbouwers

[8] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/12/minder-mestfraude-dat-is-dus-minder-vee-a2754958; https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/mestfabrieken-zijn-omgeven-met-fraude-en-verzet-waarom-wil-de-overheid-ze-dan-zo-graag-openen~b157902d/