Amen­dement Wijziging Provin­ciale Ruim­te­lijke Veror­dening (PRV) met betrekking geiten­hou­derij


27 mei 2019

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 27 mei 2019, ter behandeling van wijzigingen op de PRV, agendapunt 9

besluiten:

in de toelichting bij het ontwerpbesluit 31-2019, blz. 8 van de Voordracht tweede alinea, tweede zin, luidend: “Indien uit dit landelijk onderzoek oorzaken van de ziektelast door geitenhouderijen blijken en er zicht is op oplossingsgerichte maatregelen, zal de wijziging van de verordening worden ingetrokken of aangepast.”, het woord ‘zal’ te vervangen door het woord ‘kan’, waardoor de zin als volgt komt te luiden:

“Indien uit dit landelijk onderzoek oorzaken van de ziektelast door geitenhouderijen blijken en er zicht is op oplossingsgerichte maatregelen, kan de wijziging van de verordening worden ingetrokken of aangepast.”

Toelichting

De toelichting in de Statenvoordracht is onderdeel van het ontwerpbesluit en geeft daarmee richting aan de veronderstelde handelwijze van Gedeputeerde Staten (voorstel inzake intrekken of aanpassen van de wijziging in de PRV) en Provinciale Staten (besluitvorming daarover) in genoemde situatie.

Dat geldt voor het College en voor de Staten, maar het wekt ook verwachtingen bij de sector.

Wij kunnen ons — zoals uitgesproken in de interim-commissie van 20 mei 2019 - in grote lijnen vinden in het voorstel van het College van Gedeputeerde Staten om op dit moment via met ruimtelijke instrumenten een ‘geitenstop’ in te voeren. Gedeputeerde Staten wijzen op het voorzorgbeginsel, volgens artikel 191, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en de provinciale zorg voor een goede ruimtelijke ordening en de kwaliteit van de leefomgeving, inclusief de volksgezondheid. Het College wijst op de sterke groei die de sector in Nederland momenteel doormaakt. In de inleiding op het voorstel stelt het College: “Uit onderzoeken blijkt dat inwoners binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij meer kans hebben op een longontsteking. De kans neemt toe met ongeveer 25% indien men in de buurt van een geitenhouderij woont. Dit beeld is consistent over de jaren 2009 tot en met 2016.”

Wij delen deze zorg van het College en zijn er niet van overtuigd dat hier op korte termijn sluitende oplossingen voor zullen worden gevonden. Daarom moeten wij niet de suggestie wekken dat intrekking of aanpassing van de huidige wijziging een automatisme zal zijn als (citaat) “... er zicht is op oplossingsgerichte maatregelen”. Het is goed om op dat moment het gesprek weer met elkaar te voeren. Dat kan leiden tot intrekking of aanpassing, maar we moeten onszelf niet nu al verbinden aan intrekking of aanpassing en ook niet die suggestie wekken naar de sector.

Daarom stellen wij voor de oorspronkelijke formulering van het College te handhaven en dit in de toelichting in de Statenvoordracht weer te herstellen.

Rien Cardol (GroenLinks)

Jaap Hollebeek (Partij voor de Dieren)

Lars Voskuil (PvdA)


Status

Aangenomen

Voor

PvdA, D66, PvdD, SP, GroenLinks, Denk

Tegen

CU, ONH, VVD, CDA, 50plus