Concept Regionale Ener­gie­stra­te­gieën (RES)


Ver onvol­doende voor halen 1,5 graden scenario

26 september 2020

De Regionale Energiestrategieën (RES’en) zijn een uitvloeisel van het Klimaatakkoord, een uitwerking van de internationale afspraken van Parijs (2015), waarvan nu al vast staat dat het te weinig is om de klimaatcrisis te beteugelen. De RES’en richten zich op het halveren van de CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. En dat is véél te weinig als we het gewenste 1,5 graden scenario willen halen, volgens onder andere topwetenschappers van de IPCC.

Daarom wil de Partij voor de Dieren ervoor pleiten om meer te doen. Onze Tweede Kamerfractie komt binnenkort met een alternatieve 1,5 graden klimaatwet. En Provinciaal pleiten we voor meer ambitie in de RES’en. Zie het als RES+, waarin we per RES-regio net zoveel energie gaan besparen als we opwekken, een opgave die vooral een significante bijdrage van de industrie en het bedrijfsleven vergt. De heer Akkerman (inspreker namens Natuur en Milieufederatie Noord-Holland) haalde al aan dat het voor de beeldvorming en het draagvlak op z’n minst apart is dat de RES’en uitsluitend over opwekking gaan. Het voorbeeld van windmolens die volop voor datacenters draaien mag inmiddels bekend verondersteld worden. Laat energiebesparing een onderdeel van de RES’en zijn, neem het voortouw om ambitie te tonen.

Verder moeten we als ambitieuze Provincie er bij het Rijk op blijven aandringen dat er meer moet gebeuren en moeten we binnen onze eigen RES’en waarborgen dat de vastgestelde doelen behaald worden.

Tevens moeten we voorkomen dat we inzetten op korte termijn schijnoplossingen die uiteindelijk schadelijk zijn voor onze leefomgeving, zoals warmteopwekking via biomassa uit hout en mest. Vraag creëert immers aanbod, met het gevaar op het verdwijnen van onze bomen en struiken en afhankelijkheid van vee. Zelfs een markt voor snoeiafval zal lijden tot nodeloze kaalslag en de vraag naar mest zal een rem zijn op de noodzakelijke inkrimping van de veestapel.

En ja, warmteopwekking uit biomassa wordt wel degelijk in de RES’en benoemd, daar wil ik de heer Dekker (Forum voor Democratie) nog wel in bijvallen. Maar dat is dan ook wel zo’n beetje onze enige overeenstemming. En ik wil de heer Klein (ChristenUnie) nog wel even meegeven dat het rotten van een boom een functie heeft in de ecologische kringloop, die verder gaat dan het uitstoten van CO2. Maar dit terzijde…

Laten we ook zorgen dat gewone burgers kunnen profiteren van de energietransitie en dat de meest kwetsbare mensen niet buiten de boot vallen (uit onderzoek blijkt dat de financieel minst draagkrachtigen relatief de meeste lasten van het klimaatbeleid dragen en het minst profiteren van beschikbare subsidies).

Vanmorgen nog viel in er het Financieel Dagblad te lezen dat van het voornemen van gemeenten en provincies om omwonenden van zon- en windparken mee te laten delen in de winst, nauwelijks iets terecht blijkt te komen. De Noordelijke Rekenkamer concludeert dat (ik citeer) “duurzame-energieprojecten meestal door commerciële bedrijven gerealiseerd worden en die willen liever geen deel van hun rendement afstaan aan omwonenden”. Er is voor ons wel een onderscheid tussen collectief eigendom en lokaal eigendom. Voor draagvlak is vooral dat laatste van belang. De vraag is hoe we dat lokaal eigendom, en dus het draagvlak, kunnen steunen en vergroten?

En nog los van de opgave die we onszelf opleggen, zal er uiteraard een grote rol moeten zijn voor discussies over de locaties van zoekgebieden voor opwekking van wind- en zonne-energie. Het gebrek aan onderscheid tussen grootschalige en kleinschalige Bijzondere Provinciale Landschappen in het eindconcept van de Omgevingsverordening, laat zich misschien wel het hardst voelen bij het zoeken naar geschikte locaties voor de opwekking van duurzame energie, ook gezien de roep om draagvlak én die naar meer Provinciale regie. Duidelijkheid kan productief voor beide kanten werken.

En windmolens op belangrijke internationale vogeltrekroutes (zoals bij de Hondsbossche Zeewering en bij De Cocksdorp op de Kop van Texel) moeten we echt niet willen. Het tijdelijk stilzetten van de wieken gaat op deze plekken geen soelaas bieden, omdat het gebruik van de route langs de Noordzeekust zich niet beperkt tot een gedeelte van het jaar of een gedeelte van de dag. Ook steunen we de samenwerkende natuurorganisaties in hun wens dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met het IJsselmeer.

Tot slot wil ik graag de aandacht vestigen op een Noors onderzoek, waaruit blijkt dat de vogelsterfte door windmolens met 70% zou afnemen (voor roofvogels zelfs misschien volledig), door een zwarte streep op een van de wieken aan te brengen, of door een van de wieken voor de helft of geheel zwart te verven. Wieken van dezelfde kleur vervagen in de hersenen van vogels tot een vaste transparante schijf. Door een onderbreking in de kleur kan dit verholpen worden. Graag zouden wij in navolging van de Provincie Groningen een pilotproject in Noord-Holland zien.

Zoals u van de Partij voor de Dieren gewend bent, zijn wij van zins om genoemde punten tijdens de PS vergadering middels moties in te brengen.