Bijdrage Verste­de­lij­kings­concept MRA


7 juni 2021

De urgentie is hoog: er moeten veel woningen worden gebouwd en we staan voor grote transities. Voorzitter, dat komt niet uit mijn pen, maar rechtstreeks vanuit het stuk zoals het nu voorligt. Verder lezend zien we dat we binnen én buiten de stad natuurinclusief moeten gaan inrichten en beheren. Dat klinkt zelfs robuuster dan wat wij als provincie uitdragen.

Het werken aan natuurinclusief, wonen, werken, studeren en noem maar op is een zogenoemde win-win situatie. In woonwijken, bedrijventerreinen, faciliteiten rondom onze infrastructuur, het kan en het moet! Geen halfdode provincie die vooral gekenmerkt wordt steen, asfalt en grasfalt. Maar een schone, gezonde en veilige leefomgeving voor al onze inwoners: mens én dier!

En voorzitter, wie beweert dat dit financieel-economisch nadelig zou zijn, wil ik toch vragen om verder te kijken dan de spreekwoordelijke neus lang is. Een prettige leefomgeving voor ons, voor onze medebewoners en voor toekomstige generaties zal op lange termijn puur winstgevend zijn. Op alle gebieden!

En juist die positie van die leefomgeving geeft ons ook een reden tot bezorgdheid, en ik zal u zeggen waarom. In de samenvatting van het stuk wordt er toch nog steeds gesproken over een balans tussen leefbaarheid en economische groei, terwijl die tegenstelling verder (gelukkig wat mij betreft) eigenlijk veel subtieler wordt benoemd. Daar gaat het veel meer om evenwicht tussen alle aspecten van leefomgeving en leefbaarheid, en wat ons betreft is economie daar gewoon een onderdeel van. En dan het liefst zo groen, duurzaam, circulair en natuur-, mens- en diervriendelijk mogelijk.