Verbinding A8-A9, Land­schapsplan en voorstel voor­keur­sal­ter­natief


17 januari 2022

Als oud planologiestudent met een specialisatie cultuurlandschapsgeografie en door mijn bijdrage aan de cultuurhistorische hoofdstructuur van de provincie Utrecht, beschouw ik mezelf als liefhebber én kenner op het gebied van de integratie van cultuurhistorisch structuren in ruimtelijke ontwikkelingen.

Daarom had ik vorige week ook heel veel zin in de technische briefing over dit landschapsplan. En ik moet bekennen dat ik (ondanks de wel heel erg uitvoerige presentaties) toch redelijk geboeid heb geluisterd en gekeken. Helaas werd mijn interesse vooral gevoed door verbazing, en dan wel stijgende verbazing. Bij iedere nieuwe uiteenzetting kreeg ik meer en meer het idee dat ik hier een presentatie bijwoonde van het ‘Landschapsplan Kaalslag’.

Om een op andere vreemde reden lijkt het alsof in het plan de termen ‘openheid’ en ‘kwaliteit’ als synoniemen worden gezien. En dat ruimtelijke kwaliteit zich vooral beperkt tot esthetische kenmerken (die per definitie arbitrair zijn). Schoonheid zit immers in de ogen van de aanschouwer. Wat de VVD rommelig noemt, is voor anderen een fraai stukje natuur.

Een fietstochtje langs de Golfbaan levert mij altijd een fijne middag op. Ik zie altijd wel een aantal fazanten en een enkele keer zelfs een groepje patrijzen. Ook vele zangvogels en kleine zoogdieren huizen hier, zij hebben immers halfopen terrein met voldoende struikgewas als schuilmogelijkheid nodig. Door het kiezen voor de golfbaanvariant zullen zij allen hun heil elders moeten zoeken.

Maar wat schets onze verbazing: de in het gebied aanwezige bosschages die daar aan bij zouden moeten dragen moeten ook het ook het veld ruimen. Onze fractie heeft met afgrijzen gekeken naar beeldmateriaal waar deze pijnlijke kaalslag onder het mom van ‘kwaliteit’ nota bene als iets fantastisch ten tonele werd gevoerd. Wij vonden het juist schrikbarend in een tijd waarin de natuur meer onder druk staat dan ooit, en de op ons af komende biodiversiteitscrisis als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangt.

Het vernietigen van bosschages kan nooit worden teniet gedaan door het plaatsen van bomenrijen om dijken te accentueren of wat bermen inzaaien. Bovendien duurt het decennia voor een nieuw geplante boom een ecologische rol van belang speelt. Wij vinden dit schijncompensatie, waarvan de dieren weer eens een keer de dupe zijn.

Ik begrijp dat de focus op cultuurhistorici lag, omdat dit plan hoe je het went of keert een poging is om een positief advies van Unesco te verkrijgen. En vanuit hun achtergrond is het begrijpelijk dat het plan poogt om de landschappelijke klok 120 jaar terug te zetten, naar de hoogtijdagen van de Stelling. Maar daarin kun je ook doorslaan: de inundatievelden hoefden niet per se open te zijn, ze moesten juist opgaan in het landschap. De vijand moest immers niet in de gaten hebben waar het gevaar van verdrinking op de loer lag. Zelfs de verboden kringen rondom de forten werden soms bebouwd: weliswaar wel met houten huizen, die snel weer afgebroken konden worden, maar toch. We slaan nu dus echt door met dit plan.

Het landschap van het verleden kan bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving van de toekomst. Dat is iets anders dan dat we het landschap gaan Anton Pieckiseren. Laat dit gebied en de aanwezigheid van iets prachtigs als de Stelling van Amsterdam niet een landschap van het verleden zijn, maar juist van de toekomst. Waarin ruimte is voor de opgaven van de toekomst: de energietransitie, de klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis en wellicht iets dat we nu nog niet op de radar hebben. De integrale visie voor het hele gebied die de heer Briët (Landschap Noord-Holland) zojuist schetste spreekt ons dan al een stuk meer aan. Vorig jaar hebben we bij de dag van de ruimtelijk kwaliteit allemaal kunnen zien hoe belangrijk dat is, hoewel ik besef dat daar vooral leden van de commissie RWK aanwezig waren. Jammer eigenlijk.

En dat is ook waarom ik bij de cultuurnota heb gepleit voor het meenemen van ecologische waarden bij grote erfgoedstructuren. Daarom vond ik het ook zo jammer dat Gedeputeerde Pels reageerde dat dat niet handig is, omdat die belangen soms kunnen conflicteren. Maar daarom is het JUIST zo belangrijk, want alleen dan kun je tot een goede afweging in vraagstukken als deze komen. Dan staat niet per definitie het een boven het ander, want er is bijvoorbeeld wel degelijk ruimte voor bosschages en struikgewas bij waterlinies, maar dan bij voorkeur buiten de verboden kringen. Daar zou eerst eens een goede visie over opgesteld moeten worden, voordat we in dogma’s verzanden.

Voorzitter, we gaan de pijn van een plan waarbij er een landschap doorsneden wordt en er een stukje NNN verdwijnt, proberen te verzachten door dat hele landschap op de schop te gooien. Grijs asfalt markeren met groen grasfalt. Het middel lijkt hier derhalve erger dan de kwaal en dat kan wat betreft de Partij voor de Dieren nooit en te nimmer de bedoeling zijn.

Uiteraard overwegen wij om in PS met een aantal moties te komen om de belangen van dieren, natuur en biodiversiteit te beschermen.

Afsluitend wil ik nog twee dingen opmerken.

Ten eerste verbaast het ons dat ons hier gevraagd wordt om dit plan te onderschrijven zonder dat er een advies van UNESCO ligt.

En ten tweede blijven wij van mening dat opwaardering van de zuidelijke N246 en de S150 gezien de huidige ontwikkelingen langs het Noordzeekanaal meer zoden aan de dijk zet, dat een vals dilemma te schetsen tussen leefbaarheid in Krommenie en de aanleg van deze aansluiting.