Waterpeil omhoog, veestapel omlaag


Vast­stellen concept-Regionale Veenweide Strategie 1.0

13 juni 2022

Voorzitter,

Wij zien ook geen keuzes die gemaakt worden en geen concrete maatregelen. We lezen alleen dat het een proces van lange adem wordt en de achterhoede van agrariërs het tempo gaan bepalen. Terwijl we al meer dan 10 jaar op dit dossier aan het praten zijn.

We zijn bang dat te veel ingezet wordt in technologische middelen, wat nooit leidt tot stoppen of terugdraaien van bodemdaling, hooguit afremmen. Dat we weer jaren inzetten op rommelen in de marges en dan weer tegen de muur aanlopen. Hebben we dan niets geleerd van de afgelopen 50 jaar?

Duidelijke bronmaatregelen in het veenweidegebied zijn op korte termijn noodzakelijk. Inzetten op no regret maatregelen, met peilverhoging en meer ruimte voor natuur. Uiteraard met steun voor agrariërs in die transitie.

In het stuk staat dat stoppen en terugdraaien van bodemdaling vooral na 2030 aan de orde zal zijn. Dat is ongewenst. Vraag aan GS is om mee te nemen dat vooral ingezet wordt in bronmaatregelen zoals grondgebruik, gericht op duidelijke doelstellingen voor stoppen én terugdraaien van de bodemdaling.

Een integrale aanpak betekent ook kijken naar scenario met minder dieren. Minder koeien betekent immers een cruciale bijdrage aan klimaat-en natuuropgave en ruimte voor verhoging van waterpeil. Met minder koeien kan waterpeil omhoog en dat voorkomt verdere veenoxidatie en dus CO2-emissies en bodemdaling.

Wij vragen GS om ook in te zetten op verkenning van waar mogelijk afschaling van de melkveehouderij. En uiteraard andere verdienmodellen voor agrariërs.

Opmerkelijk dat er geen interesse wordt getoond in inzet van nieuwe instrumenten die de Omgevingswet biedt. Maar het probleem is gigantisch en niets wijst erop dat we het met de huidige koers gaan oplossen. Is GS bereid om op korte termijn ook de potentie van nieuwe instrumenten, zoals instructieregels, te laten verkennen?

Nu wordt er vooral samenwerkt met LTO. We vragen GS om in het vervolg ook groene boeren zoals Caring Farmers deel te laten nemen aan overleggen.

Dan de definitie van natuurinclusieve landbouw: we hadden toch duidelijk gekozen voor de definitie van het Louis Bolk Instituut, minstens niveau 2, liefst niveau 3? Waarom antwoordt GS dan op onze technische vragen dat dat nog niet duidelijk is en “Noord-Holland samenwerkt met LNV aan interventielogica om duidelijkheid te bieden over wat een natuurinclusieve landbouwer is”?

Ten slotte: onze klimaatinzet moet omhoog, niet omlaag. Rommel daar niet aan.


Dank u wel.

Tweede Termijn Veenweidestrategie

Voorzitter,

Ik neem even het boerensjaaltje van CDA over, want ik ga het ook over boeren hebben. Maar dan boeren die mee willen denken richting een gezonde toekomst.

De veenweideproblematiek speelt al jaren. Ook hier moet één feit heel helder zijn: net zoals bij de andere crises, is een groot deel van de oplossing om het aantal landbouwdieren naar beneden te brengen.

We vragen GS om de volgende vier aspecten richting dat genoemde gebiedsprogramma mee te nemen, om moties te voorkomen:

1. In kaart brengen hoeveel winst we kunnen boeken met reductie van broeikasgassen door in te zetten op minder koeien en meer plantaardig. Die duidelijkheid wil CDA hoorde ik net ook eigenlijk.
Dat heeft direct te maken met de veenweideproblematiek, want het betekent meer ruimte om de waterpeil te verhogen, nog los van de gigantische methaanreductie als we het goed aanpakken. We kunnen in één klap een grote bijdragen leveren aan niet alleen de aanpak van de bodemdaling, maar ook aan al die andere crises die zich hebben opgestapeld. Dat past ook bij de huidige inzet van Noord-Holland en de EU voor de eiwittransitie.

Deze veenweidestrategie gaat verder in een meer integraal gebiedsprogramma, begrepen we zojuist. Een uitstekende kans om dan ook dit punt mee te nemen.


2. In het verlengde daarvan: verzoek aan GS om boeren te verbinden met alternatieve verdienmodellen en met relevante bedrijven in de keten, zodat we transitie naar meer plantaardig kunnen versnellen. Er zijn mooie voorbeelden van veeboeren in Friesland die deels of geheel overgaan naar teelt van bio-based bouwmaterialen als inkomstenbron. Daar zijn ze een samenwerking aangegaan met een bouwgroep. Andere provincies zorgen ervoor dat zulke ontmoetingen en samenwerking makkelijker plaatsvinden. Daarmee zorg je dat de afzetmarkt wordt gestimuleerd en niet alleen de boeren een beweging maken. Overijssel heeft bijvoorbeeld transitiecoaches eiwittransitie die verantwoordelijk zijn voor het helpen van boeren en ondernemers om de juist subsidies en juiste partners te vinden. D66 had het over een loket. Wat ons betreft zou dat daarin kunnen worden meegenomen.

Zo’n initiatief zorgt ook voor natuurlijke opslag van broeikasgassen waar boeren vergoeding voor kunnen krijgen. Bouwsector heeft hierover afgelopen week een oproep toe gedaan.

3. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) adviseerde in het kader van veenweideproblematiek om 50% bodemdalingsreductie voor 2030. Gaan we dat halen met huidige strategie? Zet daarop in.

4. Er lijkt nu geen interesse in de nieuwe instrumenten die de Omgevingswet biedt. Maar het probleem is gigantisch en oplossingen dreigen te laat te komen. Is GS bereid om op korte termijn ook de potentie van nieuwe instrumenten, zoals instructieregels, te laten verkennen? Dan kunnen we wellicht ook die verhoging van waterpeil verzekeren.

Dank u wel.