Start­no­titie Nationaal Programma Landelijk Gebied


28 september 2022

In het landelijk coalitieakkoord is het hoofddoel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) vastgelegd; het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied.

Een toekomstbestendig landelijk gebied: hoe ziet dat er dan uit? En hoe gaan we dat dan realiseren? Dan moeten we toch op z’n minst een beeld hebben van hoe we die toekomst willen vormgeven, of over hoe we ruimte willen laten voor die toekomstige inrichting. Niet een kant en klare blauwdruk, want de toekomst laat zich gelukkig niet voorspellen, maar wel een idee over hoe de ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied ruimte biedt aan de uitdagingen van de 21ste eeuw.

Het Rijk neemt in het NPLG de gebiedsgerichte opgaven en maatregelen op voor natuur, stikstof, landbouw, water, bodem en klimaat, en de middelen die zij ter beschikking stelt zijn specifiek bedoeld om invulling te geven aan de nationaal wettelijk verplichte doelstellingen op het gebied van stikstof, klimaat en water.

Daar hebben we deel 1 van de puzzel: nationaal wettelijk verplichte doelstellingen. Aan de andere kant (deel 2) zien we de huidige dagelijkse praktijk, die er blijkbaar voor gezorgd heeft dat die doelstellingen er zijn gekomen. Ga er maar aan staan als provincie om hier chocolade van te maken.

Wat er nodig is (het woord is al vaak gevallen) is een perspectief. Maar een perspectief is iets dat lonkt in de verte, iets waar je naartoe wil. Niet krampachtig vasthouden aan de manier waarop we nu omgaan met wonen, werken, recreëren, natuur, landbouw en andere ruimtelijke functies, maar toepassingen vinden die recht doen aan de uitdagingen die op ons af komen. Toekomstbestendig, dat was het doel.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) stelt bijvoorbeeld in haar rapport ‘De staat van de Natuur’, dat een veel ‘inclusiever’ natuurbeleid nodig is voor een grootschalig herstel van de biodiversiteit. Het beleid zal zich moeten richten op ál het groen in ons land, dus zowel op de natuur in beschermde gebieden als daarbuiten". De raad concludeert ook dat het natuurbeleid te weinig verbonden wordt met andere vraagstukken, zoals woningbouw, de energietransitie en verduurzaming van de landbouw. Bedenk hierbij ook dat er in de komende 20 jaar waarschijnlijk een half miljoen Noord-Hollanders bij gaan komen.

En dan vraag je jezelf weer af: hoe gaat Noord-Holland er uitzien in pak ‘m beet 2050/60/70, als we recht willen doen aan al die opgaven voor natuur, stikstof, landbouw, water, bodem en klimaat? Maar ook rekening houdend met biodiversiteit, woningbouw en de energietransitie. Nogmaals: ga er maar aan staan.

Voorzitter, ik wilde de rollen een keer omdraaien. Niet als Staten wachten op wat er komt. Niet eerst alleen maar focussen op het proces en tegen de tijd dat de verkiezingen zich aandienen nog eens reactief naar de inhoud gaan kijken, maar initiatief nemen. Perspectief bieden. Niet omdat GS en onze ambtenaren niet capabel zouden zijn. Integendeel: maar zijn wij als Staten capabel genoeg om de juiste kaders mee te geven? Dat zijn we wel verplicht aan onze kiezers.

Maar nu ligt er dus toch al een brief van GS over het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Ik kan daar vanwege de spreektijd nu niet al te diep op ingaan, maar de doelen die GS benoemt wil ik graag even aandacht geven. En dan niet het derde doel, want een heldere opdracht voor de gebiedsprocessen zou eigenlijk niet benoemd hoeven worden, dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Maar doel 1 en 2: Een inspirerend perspectief, omdat we aan de vooravond staan van een grote transitie in het landelijk gebied, dóórwerkend in samenhangend beleid.

Daarom zou ik de Statenleden willen oproepen om de komende tijd met zo’n toekomstbestendige bril te kijken naar ons Provinciaal Programma (PPLG). En neem initiatief, wacht niet op allerlei onderzoeken. Schieten op een bewegelijk doel vereist zelf ook in beweging komen. Niet lijdzaam toezien, maar duurzaam doorpakken.

Voorzitter, als u mij toestaat wil ik graag afsluiten met twee praktische zaken.

Ten eerste zou ik ervoor willen pleiten om het PPLG iedere maand op de agenda te zetten. Het is immers bijna 1 oktober en dan hebben we nog maar 9 maanden om met ons plan te komen. Bovendien komt het nieuwe rapport van Remkes op 5 oktober, dus is er genoeg te bespreken de volgende keer.

Daarnaast wil ik u informeren dat de Partij voor de Dieren Noord-Holland een symposium wil gaan organiseren over de toekomstige inrichting van ons landelijk gebied, met als mogelijke deelonderwerpen: wonen, werken, recreëren, natuur en landbouw in het landelijk gebied in 2050/60/70.