Sta voor economie met positief effect op kwaliteit van leven


Bijdrage bij Uitvoe­rings­agenda Economie 2021-2023

6 september 2021

Voorzitter,

Allereerst goed om te beseffen dat het kader van deze Uitvoeringsagenda, het Strategisch Beleidskader Economie, al in 2016 is vastgesteld door de vorige Provinciale Staten (PS). Het is oud beleid, toen brede welvaart, ecologie en klimaat helaas stukken minder urgent waren voor de regerende partijen. Wat ons betreft hebben we het straks als deze PS over de strategische kaders. Dat is ook waar PS echt aan zet hoort te zijn.

En hoewel deze Uitvoeringsagenda ook goede punten omvat - veel mooie woorden die D66 en CU ook benoemden - is te merken dat het fundament wankelt. Uitgangspunt blijft dat economische groei steeds maar nodig is en de maatschappelijke kosten worden niet serieus naast de groeicijfers gezet. Terecht kaartte D66 dit aan als het gaat om landbouw.

We zagen dat denken ook net met datacenters: de Gedeputeerde die stelde dat er ruimte is voor groei aan datacenters, en bij de vraag ‘waar baseert u dat op?’ haar antwoord vooral neerkomt op ‘omdat het nodig is voor economische groei’. Deze nog eenzijdige analyse van economische activiteiten sluipt er steeds in meerdere stukken en we vragen GS daar echt nog een slag in te maken.

Typerend is dat de Uitvoeringsagenda opent met trots op onze substantiële bijdrage aan het BBP. Vervolgens wordt een van de fundamenten van ons goede vestigingsklimaat Schiphol genoemd. En als het document dan eindelijk over grote uitdagingen begint, dan wordt als eerste Brexit genoemd en hoe onze handel wordt beperkt.

Op zijn zachtst gezegd niet bepaald een handig begin in tijden waarin er internationaal en nationaal een sterke roep is voor fundamentele verandering van economie, gekoppeld aan de aanpak van de alles slopende biodiversiteitscrisis en klimaatcrisis.

Daarom willen we in ieder geval drie voorstellen doen:

  1. Ten eerste: Maak in de Uitvoeringsagenda in ieder geval duidelijk dat we alleen inzetten op economische activiteiten die geen schade aanrichten aan gezondheid van mensen, dieren en hun leefomgeving.
  2. Ten tweede: “De Uitvoeringsagenda Economie richt zich primair op het versterken van vestigingsklimaat.” Als we inzetten op vestigingsklimaat, laten we dan onze capaciteit alleen gebruiken om bedrijven en economische activiteiten te simuleren die niet alleen geen schade aanrichten aan ecologie en gezondheid, maar ook een positieve impact hebben op de leefomgeving. Collega Hoogendoorn van CU zei het laatst zo mooi: Het zou een eer moeten zijn voor bedrijven om zich in NH te vestigen. We mogen dan kritischer zijn wie we actief aantrekken, rekening houdende met de impact die breder is dan oude economische factoren. Natuurlijk, wij kunnen bedrijven vaak niet verbieden zich ergens te vestigen, maar we kunnen wel nauwkeuriger aangeven waar we wel onze capaciteit in steken.
    Een voorbeeld: onderdeel van nota bene de Barometer Brede Welvaart en Welzijn is o.a. indicator “Groei bedrijfsvestigingen”. Maar waarom zou groei van bedrijfsvestigingen an sich ‘’positief” zijn, terwijl hier ook sprake kan zijn van groei van vestiging van bedrijven die ecologie, gezondheid, etc. schaden? Het is tijd om scherper te stellen dat we vestiging an sich niet per se positief vinden. Dat we alleen kiezen voor groene, maatschappelijk verantwoorde bedrijven.
  3. En over maatschappelijk verantwoorde bedrijven gesproken: in mei organiseerden we een presentatie van de programmamanager van Amsterdam Impact. Zij vertelde over hoe daarmee wordt ingezet om sociaal ondernemerschap te versterken en uit te breiden. Bedrijven worden meegenomen in een traject waarin ze worden geïntroduceerd aan modellen van duurzaam ondernemen, zoals de Economy for the common good (ECG) waarbij o.a. een positieve bijdrage aan welzijn en leefomgeving centraal staat. Het zou goed zijn als de provincie dit provinciaal zou oppakken. Wij komen nog met een voorstel daarvoor.