Regionaal Mobi­li­teits­pro­gramma Noord-Holland en Flevoland 2021


27 september 2021

Op een dag na een jaar geleden spraken we in deze commissie over dit programma. En ik heb daar namens mijn fractie eigenlijk maar twee dingen gevraagd:

Ten eerste: de rol van andere broeikasgassen dan CO2 in dit programma. Nu lees ik in de begeleidende brief aan Provinciale Staten dat dit zo goed mogelijk verwekt is in het definitieve voorliggende Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP).

Maar wat schets mijn verbazing: zowel stikstof als fijnstof worden amper in het RMP benoemd. Stikstof alleen bij afstemming met andere programma’s en fijnstof ontbreekt helemaal.

En als ik dan ‘zorgeloze mobiliteit’ als doel zie worden benoemd, vraag ik me toch af waar dat zorgeloze in zit: ‘laten we ons vooral geen zorgen maken’ òf ‘laten we zorgen dat daar geen reden toe is, oftewel: DOEN WAT NODIG IS’.

Dus ik wil de gedeputeerde nogmaals vragen: Hoe zit het met de rol van stikstof en fijnstof in dit programma? En ik begrijp dat mobiliteitsemissies voor 98% uit CO2 bestaan, maar dat neemt niet weg dat die andere 2% grote nadelige gevolgen kan hebben. Graag dus een reflectie van de gedeputeerde daarop.

En dan ten tweede: vorig jaar hebben we ook gevraagd naar de koppeling met de vele andere onderdelen van ons provinciale mobiliteitsbeleid, en dan met name het OV-toekomstbeeld. Dat lijkt ook nog niet helemaal gelukt.

Sterker nog: we hebben deze maand In Provinciale Staten een overkoepelend Perspectief Mobiliteit vastgesteld en het woord perspectief komt eigenlijk alleen in het RMP voor als het gaat over de inschatting van financiële kosten.

En ik wil de gedeputeerde dus vragen hoe de koppeling met alle programma’s, notities en mooie toekomstbeelden. Hoe is die gewaarborgd?

Ja en verder: vorig jaar heb ik samen met de heer Klein van de ChristenUnie gepleit voor ‘meer ambitie en urgentie’ en daar heb ik uiteraard nog wel een paar opmerkingen over. En dat wil ik aan de hand van een aantal voorbeelden uit het RMP doen.

Over urgentie gesproken:
Ik quote even uit het programma: ‘Klimaatbeleid vraagt om een lange adem, het nemen van beslissingen op lokaal niveau voor het grote goed en constant bijsturen in het licht van nieuwe feiten en technologische ontwikkelingen.’
Dan vraag ik me af of we ons die lange adem wel kunnen permitteren? Volgens mij is er haast geboden.

En verder: ‘Het streven is nadrukkelijk om de CO2 -uitstoot te reduceren tot minder dan 4,2 megaton (is doelstelling uit het Energieakkoord) in 2030, richting 2,2 megaton (conform algemene Europese Klimaatdoelstelling).’

Dat roept 2 vragen bij mij op aangaande die urgentie en ambitie. Ten eerste: waarom slechts een streven en nou eens niet een keer een doelstelling? En ten tweede: wat is dat streven dan precies? Willen we terug naar 4,2 of naar 2,2 megaton? 2,2 Megaton komt overeen met 55% CO2-reductie, waar het Rijk en de EU op inzetten. Dat lijkt me dan toch een prima heldere doelstelling?

En als laatste: ik haal uit dit Programma nog niet wat de provincies Flevoland en Noord-Holland nu concreet gaan doen. Ik lees wel dat er heel veel kan, en wat de effecten daarvan zijn. Maar: wat gaan we nou precies doen? Kortom, net als vorig jaar: nog steeds iets meer ambitie graag!