Bijdrage Energie in Transitie


4 februari 2019

Dank aan de rekenkamers voor dit nuttige rapport, dat ons er onder meer aan herinnert dat de provincie Noord-Holland streeft naar ‘een goede mix van duurzame energie.’

Maar wat is dat, een goede mix van duurzame energie? Is energie waarvoor op grote schaal bomen gekapt en verbrand moeten worden, duurzaam te noemen?

Nederland mag zich sinds 2019 al een van de vijf grootste houtpelletimporteurs ter wereld noemen, met de verwachting dat houtgebruik voor bijstook verder explodeert naar 2,5 miljard kilo in 2023. En daar komen nog eens 8 miljard kilo aan maatregelen in het Klimaatakkoord bovenop: samen, jaarlijks meer dan tien miljard kilo hout. En dat, is ons kleine Nederland alleen, los van de biomassa agenda’s van de rest van de wereld.

De goedbedoelde inzet is ongetwijfeld om alleen duurzaam gekapt hout te gebruiken. Maar bij de huidige bijstookniveau’s, dus vóór de aanstaande explosie, bestaat al grote twijfel omtrent duurzaamheidsgaranties. Milieuorganisaties waarschuwen nu al voor ontbossing, voor grote druk op (oer)bossen, voor verlies van biodiversiteit, verslechtering van de bodemkwaliteit, en toenemende druk op de voedselproductie. Met de exploderende vraag vanuit Nederland en tal van andere landen, kan een kind bedenken dat de druk op bossen en grondgebruik simpelweg te groot wordt.

Het verbranden van hout voor energie is bovendien niet klimaatneutraal. Op korte termijn neemt de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer er zelfs door toe. Jonge, herplante bomen nemen nou een keer minder CO2 op dan grote, volgroeide exemplaren. Het zal dan ook niemand verbazen dat ook het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt om niet in te zetten op biomassa als quick fix om onze CO2-doelen te halen.

Gelukkig herinnert het rapport van de Rekenkamers ons eraan, dat de provincie Noord-Holland al het mooie principe, ‘food. before. fuel’ hanteert. Wij zouden hier graag het principe, ‘forest before fuel’ aan toe willen voegen: een harde garantie dat de Noord-Hollandse transitie naar duurzame energie niet leidt tot een verder toenemend risico op ontbossing, verlies van biodiversiteit, verslechtering van bodemkwaliteit, of verder toenemende druk op grondgebruik elders in de wereld.

Daartoe dienen wij de volgende motie in:

Provinciale Staten dragen het College van Gedeputeerde Staten op:

- ‘forest before fuel’ op te nemen als algemeen uitgangspunt van provinciaal beleid;

- alleen gecertificeerd duurzame, uit Nederland afkomstige biomassa mag worden gestookt in Noord-Hollandse biomassacentrales;

- Indien een biomassacentrale een dergelijke garantie niet kan leveren, geen provinciale vergunning of anderszins ondersteuning te verlenen;

De transitie naar groene energie moet natuurlijk helemaal niet gaan over het kappen en verbranden van bossen, maar over hoe we werkelijk schone en onuitputtelijke energiebronnen kunnen aanspreken. Bronnen waarvan iedereen kan profiteren, niet alleen een paar grote bedrijven die tientallen miljarden winst maken. Het concept, van sociale windmolens dat Urgenda afgelopen week met urgentie op de agenda zette, geeft hele gemeenschappen de mogelijkheid om te profiteren van duurzame energie.

En dat, raakt aan de kern, van de energietransitie, en de rol die wij als provincie moeten spelen. Wij kunnen de transitie niet alleen versnellen, maar ook bijdragen aan een eerlijker verdeling van de lusten en lasten. Daarom dienen wij een motie in met het volgende dictum:

dragen het College van Gedeputeerde Staten op:

- een beleidsvoorstel op te stellen voor sociale windmolens;

- een beleidsvoorstel op te stellen voor kleine windmolens.