Vragen over ontbran­dings­toe­stemming voor vuurwerk tijdens broed­sei­zoen


Drs. L.D. Vermaas (Partij voor de Dieren)

INLEIDING PARTIJ VOOR DE DIEREN

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) verleent regelmatig toestemming voor ontbranding voor grote vuurwerkshows in het vogelrijke Burgemeester In ’t Veldpark te Zaanstad. Zo ook voor een show op 5 mei, midden in het broedseizoen. Deze toestemmingsverlening staat haaks op een beleidsregel uit de Nota Dierenwelzijn van de Gemeente Zaanstad: „Geen vergunning voor afsteken van vuurwerk bij evenementen in broedseizoen."

Eerder dit jaar nam de Amsterdamse gemeenteraad een motie aan met als dictum: ‚vuurwerk bij evenementen in Amsterdam tijdens het broedseizoen te verbieden en dit te bespreken met het provinciaal bestuur’ (beantwoording zal naar verwachting in Q1 2019 worden aangeboden. Overleg met OOV is gaande). Ook in Weesp en Alkmaar is vuurwerkbeleid gewijzigd vanwege (onder meer) de effecten op dieren.

Een toenemend aantal Noord-Hollandse gemeenten houdt bij vuurwerkbesluiten rekening met het broedseizoen, en niet zonder reden: broedende vogels en vuurwerk gaan niet samen. Als broedende vogels eenmaal verstoord zijn, komen ze vaak niet meer terug naar het nest, aldus WUR-onderzoek. Tegelijkertijd blijven vogelpopulaties in steden dramatisch afnemen, aldus Sovon en CBS. De Wet natuurbescherming stelt dat een ontheffing voor verstoring van vogels nodig is indien de verstoring wezenlijke invloed kan hebben op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort.

Het tot ontbranding brengen van vuurwerk (Vuurwerkbesluit) en het beschermen van de natuur en diersoorten (wet Natuurbescherming) is door de wetgever toebedeeld aan de Provincies.

INLEIDING GEDEPUTEERDE STATEN

Op het afsteken van vuurwerk zijn verschillende wettelijke kaders van toepassing. De gemeente
/ Burgemeester & Wethouders en de provincie / Gedeputeerde Staten hebben eigen taken en
bevoegdheden binnen deze wettelijke kaders. Deze wettelijke kaders zijn niet altijd op elkaar
afgestemd of verbonden met elkaar. Daarom kan de situatie ontstaan dat een gemeentelijk
verbod op het afsteken van vuurwerk voor de provincie geen reden kan zijn om de aanvraag
voor de ontbrandingstoestemming te weigeren. Wel is het zo dat als een gemeentelijke
toestemming (in de vorm een evenementenvergunning of op grond van gemeentelijk beleid)
ontbreekt, van een door Gedeputeerde Staten afgegeven ontbrandingstoestemming voor
vuurwerk geen gebruik kan worden gemaakt.

De Wet natuurbescherming, waarvoor onder andere Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn,
gaat over de bescherming van soorten en natuur in gebieden. Voor activiteiten die tot
verstoring van soorten kunnen leiden, geldt dat deze getoetst moeten worden aan de wettelijke
bepalingen voor soortbescherming. Er moet altijd worden voldaan aan het zorgplichtvereiste,
wat betekent dat nadelige gevolgen voor natuur en soorten zoveel mogelijk moeten worden
voorkomen. Als een vuurwerkevenement veel (verstorende) invloed heeft op beschermde
soorten, is het dus niet toegestaan om het vuurwerk af te steken.

Gedeputeerde Staten hebben de beleidsregel natuurbescherming gewijzigd op 26 februari
2019. Daardoor zijn geen vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming meer
mogelijk voor vuurwerkevenementen in Vogelrichtlijngebieden in het broedseizoen.

Vraag 1:
Constateren Gedeputeerde Staten ook dat, met het verlenen van ontbrandingstoestemming voor
vuurwerkshows bij evenementen tijdens het broedseizoen, provinciale beslissingen conflicteren
met gemeentelijke beleidsregels die vuurwerk tijdens het broedseizoen juist verbieden?
Antwoord 1:
Nee. Beide overheden hebben hun eigen bevoegdheden. Zie onze toelichting in de inleiding.

Vraag 2:
Zijn er specifieke redenen waarom Gedeputeerde Staten in het Zaanse geval gemeentelijk beleid
blokkeren?
Antwoord 2:
Nee. Beide overheden hebben hun eigen bevoegdheden. Zie onze toelichting in de inleiding.

Vraag 3:
Constateert u ook dat de afsteek van vuurwerk tijdens het broedseizoen kan bijdragen aan de
voortdurende achteruitgang van vogelpopulaties in steden?
Antwoord 3:
Er is ons geen onderzoek bekend waaruit eenduidig blijkt dat een afname van vogelpopulaties
in stedelijke gebieden gerelateerd is aan het afsteken van vuurwerk.

Vraag 4:
Wordt ter voorbereiding op het verlenen van ontbrandingstoestemming voor vuurwerk door de
provincie onderzoek gedaan naar de effecten van de verstoring op dieren en natuur? Zo nee,
bent u bereid onderzoek uit te voeren en met Provinciale Staten te delen?
Antwoord 4:
Nee. Voor de soorten die vanuit de Wet natuurbescherming worden beschermd is het aan de
initiatiefnemer om aan te tonen dat het afsteken van vuurwerk geen significante effecten heeft
op die betreffende soorten.

Vraag 5:
Willen GS met de OD NZKG en de gemeente Zaanstad in overleg treden zodat de Zaanse
beleidsregels aankomend voorjaar wel gerespecteerd zullen worden?
Antwoord 5:
Overleg tussen gemeente Zaanstad en de OD NZKG heeft al plaatsgevonden. Het is aan de
gemeente Zaanstad om de handhaving van haar eigen beleidsregels vorm te geven.

Vraag 6:
Zijn GS bereid om de beleidsregels van Zaanstad en Amsterdam indachtig, OD NZKG te
instrueren geen ontbrandingstoestemming meer te verlenen voor vuurwerk bij evenementen
tijdens het broedseizoen?
Antwoord 6:
Nee. Zie onze toelichting in de inleiding.

Antwoorddatum: 26 feb. 2019

INLEIDING PARTIJ VOOR DE DIEREN

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) verleent regelmatig toestemming voor ontbranding voor grote vuurwerkshows in het vogelrijke Burgemeester In ’t Veldpark te Zaanstad. Zo ook voor een show op 5 mei, midden in het broedseizoen. Deze toestemmingsverlening staat haaks op een beleidsregel uit de Nota Dierenwelzijn van de Gemeente Zaanstad: „Geen vergunning voor afsteken van vuurwerk bij evenementen in broedseizoen."

Eerder dit jaar nam de Amsterdamse gemeenteraad een motie aan met als dictum: ‚vuurwerk bij evenementen in Amsterdam tijdens het broedseizoen te verbieden en dit te bespreken met het provinciaal bestuur’ (beantwoording zal naar verwachting in Q1 2019 worden aangeboden. Overleg met OOV is gaande). Ook in Weesp en Alkmaar is vuurwerkbeleid gewijzigd vanwege (onder meer) de effecten op dieren.

Een toenemend aantal Noord-Hollandse gemeenten houdt bij vuurwerkbesluiten rekening met het broedseizoen, en niet zonder reden: broedende vogels en vuurwerk gaan niet samen. Als broedende vogels eenmaal verstoord zijn, komen ze vaak niet meer terug naar het nest, aldus WUR-onderzoek. Tegelijkertijd blijven vogelpopulaties in steden dramatisch afnemen, aldus Sovon en CBS. De Wet natuurbescherming stelt dat een ontheffing voor verstoring van vogels nodig is indien de verstoring wezenlijke invloed kan hebben op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort.

Het tot ontbranding brengen van vuurwerk (Vuurwerkbesluit) en het beschermen van de natuur en diersoorten (wet Natuurbescherming) is door de wetgever toebedeeld aan de Provincies.

INLEIDING GEDEPUTEERDE STATEN

Op het afsteken van vuurwerk zijn verschillende wettelijke kaders van toepassing. De gemeente
/ Burgemeester & Wethouders en de provincie / Gedeputeerde Staten hebben eigen taken en
bevoegdheden binnen deze wettelijke kaders. Deze wettelijke kaders zijn niet altijd op elkaar
afgestemd of verbonden met elkaar. Daarom kan de situatie ontstaan dat een gemeentelijk
verbod op het afsteken van vuurwerk voor de provincie geen reden kan zijn om de aanvraag
voor de ontbrandingstoestemming te weigeren. Wel is het zo dat als een gemeentelijke
toestemming (in de vorm een evenementenvergunning of op grond van gemeentelijk beleid)
ontbreekt, van een door Gedeputeerde Staten afgegeven ontbrandingstoestemming voor
vuurwerk geen gebruik kan worden gemaakt.

De Wet natuurbescherming, waarvoor onder andere Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn,
gaat over de bescherming van soorten en natuur in gebieden. Voor activiteiten die tot
verstoring van soorten kunnen leiden, geldt dat deze getoetst moeten worden aan de wettelijke
bepalingen voor soortbescherming. Er moet altijd worden voldaan aan het zorgplichtvereiste,
wat betekent dat nadelige gevolgen voor natuur en soorten zoveel mogelijk moeten worden
voorkomen. Als een vuurwerkevenement veel (verstorende) invloed heeft op beschermde
soorten, is het dus niet toegestaan om het vuurwerk af te steken.

Gedeputeerde Staten hebben de beleidsregel natuurbescherming gewijzigd op 26 februari
2019. Daardoor zijn geen vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming meer
mogelijk voor vuurwerkevenementen in Vogelrichtlijngebieden in het broedseizoen.

Vraag 1:
Constateren Gedeputeerde Staten ook dat, met het verlenen van ontbrandingstoestemming voor
vuurwerkshows bij evenementen tijdens het broedseizoen, provinciale beslissingen conflicteren
met gemeentelijke beleidsregels die vuurwerk tijdens het broedseizoen juist verbieden?
Antwoord 1:
Nee. Beide overheden hebben hun eigen bevoegdheden. Zie onze toelichting in de inleiding.

Vraag 2:
Zijn er specifieke redenen waarom Gedeputeerde Staten in het Zaanse geval gemeentelijk beleid
blokkeren?
Antwoord 2:
Nee. Beide overheden hebben hun eigen bevoegdheden. Zie onze toelichting in de inleiding.

Vraag 3:
Constateert u ook dat de afsteek van vuurwerk tijdens het broedseizoen kan bijdragen aan de
voortdurende achteruitgang van vogelpopulaties in steden?
Antwoord 3:
Er is ons geen onderzoek bekend waaruit eenduidig blijkt dat een afname van vogelpopulaties
in stedelijke gebieden gerelateerd is aan het afsteken van vuurwerk.

Vraag 4:
Wordt ter voorbereiding op het verlenen van ontbrandingstoestemming voor vuurwerk door de
provincie onderzoek gedaan naar de effecten van de verstoring op dieren en natuur? Zo nee,
bent u bereid onderzoek uit te voeren en met Provinciale Staten te delen?
Antwoord 4:
Nee. Voor de soorten die vanuit de Wet natuurbescherming worden beschermd is het aan de
initiatiefnemer om aan te tonen dat het afsteken van vuurwerk geen significante effecten heeft
op die betreffende soorten.

Vraag 5:
Willen GS met de OD NZKG en de gemeente Zaanstad in overleg treden zodat de Zaanse
beleidsregels aankomend voorjaar wel gerespecteerd zullen worden?
Antwoord 5:
Overleg tussen gemeente Zaanstad en de OD NZKG heeft al plaatsgevonden. Het is aan de
gemeente Zaanstad om de handhaving van haar eigen beleidsregels vorm te geven.

Vraag 6:
Zijn GS bereid om de beleidsregels van Zaanstad en Amsterdam indachtig, OD NZKG te
instrueren geen ontbrandingstoestemming meer te verlenen voor vuurwerk bij evenementen
tijdens het broedseizoen?
Antwoord 6:
Nee. Zie onze toelichting in de inleiding.