Vragen over schan­dalige verge­lijking provincie met wrede dictatuur in Nieuwe Oogst


drs. L.D. Vermaas en A.E van Liere MA, MSc. (Partij voor de Dieren)

Inleiding vragen

Op 7 december publiceerde Nieuwe Oogst, het multimediale ledenplatform van LTO Noord, ZLTO en LLTB, de column ‘Provincie Noord-Holland jaagt boeren van hun land?’

De schrijver ageert tegen de Notitie kader- en richtinggevende uitspraken bodemdaling veenweidegebieden. Terwijl bij de totstandkoming van deze notitie verschillende maatschappelijke belangen, zeker ook die van de boeren, in een democratisch en open proces zorgvuldig tegen elkaar lijken te zijn afgewogen, wordt Gedeputeerde Loggen op het LTO-ledenplatform in niet mis te verstane bewoordingen van grove leugens beschuldigd.

Naast deze beschuldigingen worden provinciebestuur en –beleid in de column vergeleken met gruwelijke moordpraktijken door een wreed dictatoriaal regiem: ‘In Zimbabwe worden blanke boeren met een brandende autoband om de nek van hun land gejaagd. In Noord-Holland is slechts de autoband verruild voor een financiële strop.’

Gedeputeerde Staten heeft in de notitie aangekondigd LTO-Noord mogelijk uit te nodigen om aan een afstemmingsoverleg deel te nemen, en in een brief aan Provinciale Staten tevens aangekondigd met LTO-Noord in gesprek te willen over onderdelen van de notitie.

Wij vinden de verspreiding van dergelijke ongefundeerde beschuldigingen en schokkende vergelijkingen door een gesprekspartner van het provinciebestuur beneden peil.

Vraag 1: Is de notitie uws inziens na zorgvuldige afweging van verschillende maatschappelijke belangen, ook die van de boeren, tot stand gekomen? Zijn democratische en procedurele regels correct gevolgd? Worden boeren met deze notitie met een financiële strop geconfronteerd?

Antwoord 1: Wij hebben een zorgvuldige notitie aan Provinciale Staten gestuurd, teneinde Provinciale Staten in de gelegenheid te stellen richtinggevende uitspraken te doen over een op te stellen programma bodemdaling voor de veenweidegebieden, dat in 2020 van start gaat. Hierbij zijn alle democratische en procedurele regels correct gevolgd. Wij gaan nu - mede op basis van de discussie in de Statencommissie NLWM - met alle partijen een consultatie- en reflectietraject in, gevolgd door een gezamenlijk proces om te komen tot een programma bodemdaling. Wij hebben dus nog geen enkel besluit genomen over de inhoud van een programma, en dus ook niet over mogelijke financiële consequenties, in termen van lusten en lasten, voor de verschillende betrokken doelgroepen.

Vraag 2: Wat vindt u van de beschuldiging aan het adres van Gedeputeerde Loggen, dat hij leugens zou hebben verspreid?

Antwoord 2: De beschuldiging is onjuist. Zie ons antwoord op vraag 1.

Vraag 3: Gaat u LTO aanspreken op de publicatie van dergelijke ongefundeerde beschuldigingen en ongepaste vergelijkingen? Welke andere gevolgen verbindt u eventueel aan deze opstelling door uw gesprekspartner?

Antwoord 3: Hoewel wij de vergelijking die in het blad Nieuwe Oogst is gemaakt inhoudelijk onjuist en weinig smaakvol vinden, vallen deze uitlatingen onder het recht van vrije meningsuiting. Wij gaan met LTO op dezelfde wijze het gesprek aan als met alle andere partners om te komen tot een programma bodemdaling voor de veenweiden in 2020.

Vraag 4: Wat gaat u doen om de effecten op de publieke opinie van deze actieve verspreiding van een volstrekt verkeerde voorstelling van de werkelijkheid recht te zetten?

Antwoord 4: Er is na en naar aanleiding van de discussie in de Statencommissie NLWM voldoende aandacht in de landelijke en regionale media geweest over de feitelijke weergave van het proces. Wij zullen dan ook geen verdere actie ondernemen

Antwoorddatum: 14 jan. 2019

Inleiding vragen

Op 7 december publiceerde Nieuwe Oogst, het multimediale ledenplatform van LTO Noord, ZLTO en LLTB, de column ‘Provincie Noord-Holland jaagt boeren van hun land?’

De schrijver ageert tegen de Notitie kader- en richtinggevende uitspraken bodemdaling veenweidegebieden. Terwijl bij de totstandkoming van deze notitie verschillende maatschappelijke belangen, zeker ook die van de boeren, in een democratisch en open proces zorgvuldig tegen elkaar lijken te zijn afgewogen, wordt Gedeputeerde Loggen op het LTO-ledenplatform in niet mis te verstane bewoordingen van grove leugens beschuldigd.

Naast deze beschuldigingen worden provinciebestuur en –beleid in de column vergeleken met gruwelijke moordpraktijken door een wreed dictatoriaal regiem: ‘In Zimbabwe worden blanke boeren met een brandende autoband om de nek van hun land gejaagd. In Noord-Holland is slechts de autoband verruild voor een financiële strop.’

Gedeputeerde Staten heeft in de notitie aangekondigd LTO-Noord mogelijk uit te nodigen om aan een afstemmingsoverleg deel te nemen, en in een brief aan Provinciale Staten tevens aangekondigd met LTO-Noord in gesprek te willen over onderdelen van de notitie.

Wij vinden de verspreiding van dergelijke ongefundeerde beschuldigingen en schokkende vergelijkingen door een gesprekspartner van het provinciebestuur beneden peil.

Vraag 1: Is de notitie uws inziens na zorgvuldige afweging van verschillende maatschappelijke belangen, ook die van de boeren, tot stand gekomen? Zijn democratische en procedurele regels correct gevolgd? Worden boeren met deze notitie met een financiële strop geconfronteerd?

Antwoord 1: Wij hebben een zorgvuldige notitie aan Provinciale Staten gestuurd, teneinde Provinciale Staten in de gelegenheid te stellen richtinggevende uitspraken te doen over een op te stellen programma bodemdaling voor de veenweidegebieden, dat in 2020 van start gaat. Hierbij zijn alle democratische en procedurele regels correct gevolgd. Wij gaan nu - mede op basis van de discussie in de Statencommissie NLWM - met alle partijen een consultatie- en reflectietraject in, gevolgd door een gezamenlijk proces om te komen tot een programma bodemdaling. Wij hebben dus nog geen enkel besluit genomen over de inhoud van een programma, en dus ook niet over mogelijke financiële consequenties, in termen van lusten en lasten, voor de verschillende betrokken doelgroepen.

Vraag 2: Wat vindt u van de beschuldiging aan het adres van Gedeputeerde Loggen, dat hij leugens zou hebben verspreid?

Antwoord 2: De beschuldiging is onjuist. Zie ons antwoord op vraag 1.

Vraag 3: Gaat u LTO aanspreken op de publicatie van dergelijke ongefundeerde beschuldigingen en ongepaste vergelijkingen? Welke andere gevolgen verbindt u eventueel aan deze opstelling door uw gesprekspartner?

Antwoord 3: Hoewel wij de vergelijking die in het blad Nieuwe Oogst is gemaakt inhoudelijk onjuist en weinig smaakvol vinden, vallen deze uitlatingen onder het recht van vrije meningsuiting. Wij gaan met LTO op dezelfde wijze het gesprek aan als met alle andere partners om te komen tot een programma bodemdaling voor de veenweiden in 2020.

Vraag 4: Wat gaat u doen om de effecten op de publieke opinie van deze actieve verspreiding van een volstrekt verkeerde voorstelling van de werkelijkheid recht te zetten?

Antwoord 4: Er is na en naar aanleiding van de discussie in de Statencommissie NLWM voldoende aandacht in de landelijke en regionale media geweest over de feitelijke weergave van het proces. Wij zullen dan ook geen verdere actie ondernemen