Vragen over plannen voor provin­ciale kringloop van mest


Inleiding

Tijdens een bijeenkomst in Burgerbrug, waarbij naast LTO en Cono ook gedeputeerde Jaap Bond aanwezig was, werd het idee geopperd om het voor melkveehouders mogelijk te maken om in de hele provincie mest te plaatsen bij akkerbouwers en bollen- en groentetelers.[1] Doel van dit plan is om meer uitbreidingsmogelijkheden voor melkveehouders te creëren. De gedeputeerde heeft daarbij aangegeven enthousiast te zijn over dit initiatief en het te steunen.

Vragen

1. Voor hoeveel extra koeien zou er wat u betreft nog plaats zijn in Noord-Holland? En hoeveel bedrijven met 250 koeien of meer verwacht u dat er met het toepassen van bovenstaande plannen bij zouden komen?

2. Binnen de bestaande mestwetgeving zijn ter bescherming van bodem, natuur en grondwater maxima gesteld aan de hoeveelheid mest die op landbouwgronden mag worden uitgereden. In hoeverre past het initiatief om meer mest bij akkerbouwers te plaatsen binnen dit streven en binnen de bestaande wetgeving?

3. Door LTO werd gesteld dat door het plaatsen van meer dierlijke mest de bodemvruchtbaarheid van landbouwgronden verbeterd zal worden. Het PBL stelt in de evaluatie van het meststoffenbeleid echter het volgende:

Noch de huidige gehalten van fosfaat en organische stof in landbouwgronden, noch de waargenomen trends wijzen erop dat het gevoerde mestbeleid de bodemvruchtbaarheid van de landbouwgrond in Nederland heeft aangetast. Ook in de nabije toekomst zal een lagere fosfaatgift bij evenwichtsbemesting naar verwachting geen problemen veroorzaken voor de bodemvruchtbaarheid. In veel akker- en tuinbouwteelten zijn gewasresten een belangrijker bron van organische stof dan mest.”[2]

Waarop baseert u het vertrouwen, dat blijkt uit uw steun aan dit initiatief, dat de bodemvruchtbaarheid zal toenemen door het plaatsen van meer dierlijke mest?

4. Op welke wijze draagt dit initiatief bij aan het verbeteren van het grondgebonden en extensieve karakter van de Noord-Hollandse melkveehouderij? Beschouwt u, wanneer zoals geopperd de hele provincie één gebied zal worden waar grootte van de veestapel en het plaatsen van mest worden gekoppeld, een bedrijf uit Schagen dat de mest plaatst bij een akkerbouwer in Aalsmeer als grondgebonden?

5. De eenzijdige nadruk op het sluiten van mineralenkringlopen gaat niet zelden gepaard met een verslechtering van het dierenwelzijn. Zo waarschuwt ook het CLM dat de Kringloopwijzer tot gevolg kan hebben dat de productie per koe zal worden verhoogd.[3] Op welke manier wordt er binnen het initiatief voor een brede kringloop in Noord-Holland aandacht besteed aan het verbeteren van het dierenwelzijn?

[1] Nieuwe Oogst, “Brede kringloop NH in de maak”, 18 juli 2015. http://www.nieuweoogst.nu/scripts/edoris/edoris.dll?tem=LTO_TEXT_VIEW&doc_id=228942

[2] Planbureau voor de Leefomgeving, “Evaluatie meststoffenwet 2012. Syntheserapport”, 2012, pag. 7. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/06/13/syntheserapport-evaluatie-meststoffenwet-2012.html. Het rapport maakt echter ook zeer duidelijk dat het mestbeleid de milieueffecten op het grond- en oppervlaktewater niet voldoende heeft verminderd: op ongeveer de helft van de meetlocaties zijn de gestelde normen voor stikstof en fosfor niet gehaald. Waar dat wel is gebeurd is dat bovendien voor een groot deel te danken aan andere factoren dan het mestbeleid.

[3] CLM, “Opties voor een grondgebonden melkveehouderij”, 2014, pag. 20. http://www.clm.nl/uploads/pagina-pdfs/CLMrapport-Opties_grondgebonden_melkveehouderij-859-web.pdf

Antwoorddatum: 1 sep. 2015

1. Er is geen provinciaal beleid of doelstelling ten aanzien van de groeiruimte van de Noord-Hollandse melkveestapel. De groeiruimte wordt bepaald door de wet – en regelgeving omtrent dierlijke mest. Dit is een verantwoordelijkheid van het Rijk.
Uitgaande van de huidige landelijke wetgeving over de gebruiksnormen van mest heeft onderzoeksbureau CLM berekend dat er nog mestplaatsingsruimte beschikbaar is in Noord-Holland [4].

De trends van de afgelopen jaren hebben laten zien dat de schaalvergroting in de melkveehouderij verder doorzet. Daarnaast verwachten onderzoekers een groei van de veestapel van 10% in de periode 2012 tot 2020 door de afschaffing van het melkquotum5.
Het aantal bedrijven met minder dan 100 stuks melk- en jongvee neemt sterk af. Het aantal bedrijven met 200 tot 500 stuks is verdrievoudigd in de periode 2000-2013. In Noord-Holland is het aantal bedrijven met meer dan 250 melkkoeien gegroeid van twee in 2000 naar tien bedrijven in 2013.

De verdere groei van de melkveestapel in Noord-Holland is afhankelijk van de landelijke wet- en regelgeving, maar ook van individuele keuzes van de ondernemer mede op basis van ontwikkelingen in de markt zoals de melkprijs. Een stijging van het aantal bedrijven met 250 koeien of meer is niet direct te relateren aan het initiatief van de mest- kringloop.

2. Het initiatief van LTO, CONO, Flynth en agrariërs verkent hoe de kringloop van mest en grond regionaal beter kan worden gesloten, met de bestaande mestwetgeving als kader voor deze verkenning.

3. In het kader van het streven naar een meer circulaire economie en ons beleid van verduurzaming ondersteunen wij het initiatief om de mogelijkheden van een regionale kringloop te verkennen. Wij hebben gevraagd om een cijfermatige onderbouwing en een pilot om het effect van een dergelijk initiatief aan te tonen.

Binnen de kaders van de mestwetgeving kunnen ondernemers eigen keuzes maken als het gaat om bemesting van de grond. Het plaatsen van meer dierlijke mest heeft tot gevolg dat het gebruik van kunstmest afneemt.

4. Wij volgen het beleid van het Rijk, dat waarborgt dat uitbreiding van de melkveehouderij tenminste gedeeltelijk grondgebonden plaatsvindt.
In de Wet verantwoorde groei melkveehouderij heeft het Rijk met een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) opgenomen dat grondloze groei wordt beperkt. Deze AmvB grondgebonden groei melkveehouderij zal per 1 januari 2016 van kracht worden. Wij hebben geen provinciaal beleid voor specifiek het verbeteren van het grondgebonden en extensieve karakter van de Noord-Hollandse melkveehouderij.
Het initiatief is erop gericht om op innovatieve en duurzame wijze de groeiruimte van melkveebedrijven in Noord-Holland te behouden, binnen de kaders van het mestbeleid en de op komst zijnde fosfaatrechten.

In de AmvB wordt de plaatsing van mest op grond die niet tot het eigen bedrijf behoort, niet als grondgebonden gezien. Wel heeft Staatssecretaris Dijksma aangegeven dat zij samenwerkingsverbanden tussen melkveehouders en akkerbouwers en tuinders in de toekomst mogelijk wil maken.

5. Hier kunnen wij nog geen uitspraak over doen. De opzet van het initiatief is in voorbereiding en nog niet bekend bij ons. We gaan ervan uit dat het initiatief voldoet aan de dierenwelzijnseisen zoals gesteld in de Wet Dieren.

[4] CLM, “Ontwikkelingsruimte melkveebedrijven West-Nederland”, 2015, pag.11.

[5] 2013 CLM: Melkveehouderij na de quotering: grondgebonden en ‘industriële’ bedrijven

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer