Vragen over de aansluiting A9-Heiloo


Vragen van de heer F.A.S. Zoon (Partij voor de Dieren), de heer W. Hoogervorst, de heer mr. J.M. Bruggeman (SP) en de heer S. van Berkum (GroenLinks), over de aansluiting A9-Heiloo.

INLEIDING VRAGEN
De gemeenten Heiloo, Castricum en Alkmaar en de provincie Noord-Holland willen bij Heiloo een nieuwe aansluiting op de A9 realiseren. Volgens die partijen heeft de aansluiting als doel om de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid in de gemeenten te verbeteren en om voor ontsluiting te zorgen van een bedrijventerrein. Er is nog veel twijfel over nut en noodzaak van de afslag. Tientallen bewonersgroepen, maatschappelijke en milieuorganisaties hebben steeds zelf meer transparantie en zorgvuldigheid rondom de besluitvorming moeten afdwingen. Tot op heden is niet duidelijk wat de financiële, ecologische, milieu en infrastructurele consequenties van deze afslag precies zijn in relatie tot het actuele nut en de daadwerkelijke noodzaak. Uit het rapport Verkeerseffecten Onderliggend Wegennet Aansluiting A9 Heiloo van Goudappel en Coffeng lijkt de A9-aansluiting juist tot 64% meer verkeersdruk te zorgen in de dorpskern van Heiloo.

Bovendien zijn er zorgen over de aantasting van het bijzondere natuurgebied, dat één van de belangrijkste weidevogelgebieden en een landschappelijk uniek OerIJ gebied is. Als gevolg van de aansluiting is sprake van ruimtebeslag en een toename van verstoring in NNN en weidevogelleefgebied. Beide gebieden worden beschermd in het kader van de provinciale ruimtelijke verordening. Volgens Landschap Noord-Holland [1] is in het voorstel voor natuurcompensatie voor de minimaal verplichte compensatie gekozen en zal deze compensatie weinig extra, kwalitatieve en kwantitatieve natuur gaan opleveren.

Grote zorgen zijn er ook over de oncontroleerbare en weinig transparante financiën. Het hele project blijkt meer te kosten dan aanvankelijk geraamd en stijgt uit boven de maximale budgetten. Tijdens de vergadering van de provinciale staten op 10 juli bleek dat er aanvullend geld bij moest komen: de grondaankoop en het verleggen van leidingen en kabels blijkt nu 3 miljoen meer te kosten. De provincie wil nu 1,5 miljoen euro extra ter beschikking stellen, maar gemeenten Alkmaar, Heiloo en Castricum moeten de andere helft inleggen. Het is echter de vraag of dit voldoende is.

Ten slotte heeft Stichting Heilloze Weg bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken om vernietiging van het besluit van provincie Noord-Holland (inzake toekennen extra 3 miljoen euro voor afslag A9) verzocht. Voor het vertrouwen in de democratie en in het besluitvormingsproces rond de aansluiting op de A9 bij Heiloo, is het van groot belang dat de provincie zorgvuldigheid en transparantie in dit besluitvormingsproces waarborgt. Daarom de volgende vragen.

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

Vraag 1:
Twee dagen voor de provinciale statenvergadering dd. 10 juli 2017 hebben gedeputeerde staten aan provinciale staten een 'amendement' toegezonden op voordracht 2017 | 46, Tweede actualisatie PMI. Tijdens de vergadering heeft de voorzitter dit 'amendement' gewijzigd in een 'aanvullend voorstel'. Is het gedeputeerde staten bekend dat een amendement ingevolge artikel 37, eerste lid van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van provinciale staten en statencommissies van Noord-Holland uitsluitend kan worden ingediend door een lid van provinciale staten?

Antwoord 1:
Nee, staatsrechtelijk is het Gedeputeerde Staten toegestaan eigen voorstellen te wijzigen. Teneinde verwarring te voorkomen zal in de toekomst hiervoor de term ‘voorstel tot wijziging’ worden gehanteerd.

Vraag 2:
Door wie had het toegezonden amendement in de gedachtegang van gedeputeerde staten moeten worden ingediend?

Antwoord 2:
Door Gedeputeerde Staten.

Vraag 3:
Waarom hebben leden van de fracties van VVD, D66, PvdA en CDA er uiteindelijk van afgezien het amendement in te dienen? Indien onbekend, willen gedeputeerde staten hierover navraag doen bij genoemde fracties?

Antwoord 3:
Zoals aangegeven was er sprake van een aanvullend voorstel. Voor het overige is deze vraag niet gericht aan ons als Gedeputeerde Staten en ligt het niet op onze weg dit te beantwoorden.


Vraag 4:
Is door de fractie van de SP toestemming verleend voor het gebruik van het door deze fractie ontworpen en door beeld- en auteursrecht beschermde format voor amendementen en moties van deze fractie?

Antwoord 4:
Bij gebrek aan een bestaand format voor amendementen of moties, hebben GS zelf een format opgesteld dat mogelijk enige gelijkenis vertoont met het format dat de SP-fractie hiervoor gebruikt. Om echter van auteursrechtelijke bescherming van een werk te kunnen spreken, moet sprake zijn van een eigen, oorspronkelijk karakter waaruit ook creatieve arbeid van een maker blijkt. Hiervan is hier geen sprake. Een format waarin met een kader en een vetgedrukte tekst wordt gewerkt, wordt met name ingegeven door bestaande technische mogelijkheden van het Word-programma en kan niet als originele creatie van een maker en daarmee als auteursrechtelijk beschermd werk worden gezien. Daarnaast geldt, op grond van art. 15b Auteurswet, de verveelvoudiging of openbaarmaking van een overheidsdocument zoals een amendement van leden van provinciale staten, in beginsel niet als auteursrechtinbreuk. Om deze redenen is niet overwogen om toestemming te vragen aan de SP-fractie.

Vraag 5:
Hebben gedeputeerde staten het amendement doen onderwerpen aan een ambtelijke toets en griffietoets, zoals aan leden van provinciale staten ten stelligste wordt aanbevolen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5:
Nee, het betreft een aanvullend voorstel door ons als Gedeputeerde Staten, waar een griffietoets niet op van toepassing is.

Vraag 6:
Hadden deze toetsen moeten uitwijzen dat het voorstellen van amendementen door gedeputeerde staten op gespannen voet staat met de beginselen van het staatsrecht, waarin de scheiding van machten is verankerd?

Antwoord 6:
Nee, zie antwoorden 1 en 5.

Vraag 7:
Op welke wijze is toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 13, zesde lid van het Reglement van Orde dat aanvullende documenten en voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de vergadering aan de leden van provinciale staten worden gezonden, én op de provinciale website gepubliceerd én op het provinciehuis ter inzage gelegd?

Antwoord 7:
Hier is geen invulling aan gegeven, om redenen van tijd die gedurende de vergadering zijn toegelicht en die wij in het feitenrelaas, dat wij u per brief doen toekomen, uiteen hebben gezet. Juist om u de gelegenheid te geven eventuele vragen over het aanvullend voorstel voor aanvang van de vergadering te stellen, is op maandagochtend nog een halfuur ingelast om vragen te bespreken met de gedeputeerde Mobiliteit.

Vraag 8:
Delen Gedeputeerde Staten, gelet op de antwoorden op bovenstaande vragen, het oordeel van vragenstellers dat de door gedeputeerde staten in de statenvergadering van 10 juli gegeven kwalificatie van de gevolgde procedure – namelijk dat deze niet de schoonheidsprijs verdient – moet worden aangemerkt als understatement, dat wil zeggen een te lichtvaardige omschrijving van het gepleegde vergrijp?

Antwoord 8:
Nee, wij vinden het een adequate formulering.

Vraag 9:
Wanneer was bekend dat het op voordracht 2015 | 98 beschikbaar gestelde krediet van € 33.000.000,= voor de uitvoering van het project 'Aansluiting A9 Heiloo' niet voldoende was? Is reeds op dat moment overwogen provinciale staten op de hoogte te stellen over dit tekort? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9:
Dit is besproken in de stuurgroep van 16 maart 2017. Allereerst is gezocht naar versoberingsvoorstellen. Indien dat mogelijk zou zijn, zou er geen tekort optreden. Dat bleek echter niet het geval. Vervolgens is conform de realisatieovereenkomst met projectpartners gezocht naar andere oplossingen. Hiertoe is onder andere onderzocht of er binnen lopende subsidieprogramma’s mogelijkheden waren om het tekort te dekken. In de stuurgroep van 30 juni jl. is geconstateerd dat er geen andere mogelijkheden resteerden dan het aanvragen van een aanvullend krediet met een onderlinge verdeling tussen de projectpartners voor de dekking. Het resultaat van dat voornemen is op de eerstvolgende vergadering van 10 juli aan PS voorgelegd.

Vraag 10:
In de vergadering van de statencommissie Mobiliteit en Financiën van 12 juni 2017 heeft de gedeputeerde voor Mobiliteit gezegd dat "zij een overeenkomst heeft gesloten, waarin staat dat als het meer dan € 33 miljoen kost, de drie gemeenten daarvoor aan de lat staan. Dat compromis is op enig moment bereikt. Eerst was het € 28 miljoen, maar dat werd € 33 miljoen. Er is een tekort van € 3 miljoen. Als provinciale staten wensen dat de provincie dat tekort oplost, dan gaat de gedeputeerde op zoek naar een oplossing voor het probleem. Voor het overige geldt dat de drie gemeenten gebruik kunnen maken van alle regelingen die ook voor andere gemeenten opstaan. Er is een getekende overeenkomst. Het is in eerste instantie een verzoek van de drie gemeenten geweest om de aansluiting te realiseren. De provincie zou een kleine bijdrage leveren, maar vooral het project trekken. Op het moment dat provinciale staten er anders over denken, dan hoort de gedeputeerde dat graag. Ze weet ook dat het een probleem oplost." Is achteraf bezien niet de omgekeerde weg bewandeld, in die zin dat gedeputeerde staten er anders over zijn gaan denken, wensten dat het tekort werd opgelost en op zoek zijn gegaan naar een oplossing voor het probleem, en deze oplossing in de vorm van een 'amendement' aan provinciale staten hebben opgedrongen?

Antwoord 10:
In de Statencommissie Mobiliteit en Financiën van 12 juni heeft de gedeputeerde Mobiliteit abusievelijk aangegeven dat in de overeenkomst staat dat gemeenten aan de lat staan voor de kosten boven € 33 miljoen. Dat is onjuist, want dat geldt alleen voor de BTW-component. Omdat het vinden van een oplossing voor het tekort daarmee ook een verantwoordelijkheid van de provincie is, zijn wij inderdaad op zoek gegaan naar een oplossing en hebben wij u een aanvullend voorstel gestuurd.

Vraag 11:
Hadden daaraan voorafgaand provinciale staten te kennen gegeven dat zij "er anders over denken"? Zo ja, wanneer en door wie is deze gedachtenwijziging verwoord?

Antwoord 11:
Nee.

Vraag 12:
Kan men na de verhoging van het krediet nog steeds spreken van een "kleine" bijdrage?

Antwoord 12:
De “kleine” bijdrage verwijst naar de oorspronkelijke garantstelling ter hoogte van € 5 miljoen, zoals vastgelegd in de Nadere Overeenkomst Financiële Afspraken (NOFA, 2008) voor Wonen in het Groen. Met de overeenkomst voor de Nieuwe Strandwal (2014) is € 12,1 miljoen toegezegd vanuit de provincie en was al niet langer sprake van een “kleine” bijdrage.

Vraag 13:
De brief (971626/971630) stelt dat verdere versobering mogelijk is, echter zal dit “de scope van het project geweld aan (..) doen”. Kunt u aangeven welke versoberingen mogelijk zouden kunnen zijn?

Antwoord 13:
Versoberingen zouden alleen gerealiseerd kunnen worden door onderdelen uit het project te schrappen. Dit zou een heroverweging van de doelen van het project vereisen.

Vraag 14:
Behoort de financiële onderbouwing en budget ook tot de scope van een project? Zo ja, vanaf hoeveel tekort wordt de scope van het project geweld aan gedaan?

Antwoord 14:
De financiële onderbouwing en budget behoren tot de werkzaamheden behorend bij de uitvoering van een project. De productscope zou aangepast moeten worden indien er geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld zouden worden (zie vorig antwoord). De projectorganisatie heeft gezocht naar mogelijkheden om de productscope te realiseren met minder middelen maar is hier niet in geslaagd.

Vraag 15:
Voordat er daadwerkelijk is begonnen met de realisatie, is er al een significant tekort op de begroting ontstaan. Zijn er nog verdere tekorten te verwachten?

Antwoord 15:
Die zijn op basis van de huidige gegevens niet te verwachten, omdat er immers ook nog een risicoreservering is binnen het projectbudget.

Vraag 16:
Hoewel dit aanpassing betreft van de huidige scope, welke versoberingen zijn mogelijk die de natuur niet of minder aantasten? Is hierover gesproken met Landschap Noord-Holland?

Antwoord 16:
Zoals in antwoord 13 aangegeven, zijn alleen nog versoberingen mogelijk door onderdelen uit het project te schrappen na heroverweging van de doelen. Met Landschap Noord-Holland zijn wij tot voor kort veelvuldig in overleg geweest over de ontwerpuitgangspunten.

Vraag 17:
Inmiddels is gebleken dat het doortrekken van de Middenweg (van Boekelermeer Alkmaar naar Heiloo) met enkele verkeersmaatregelen tegen sluipverkeer, een goed en goedkoop alternatief is. Bovendien voorkomt dit aantasting van de natuur aan die kant. Bent u bereid de oostelijke afslag te schrappen?

Antwoord 17:
Nee, in de overeenkomst hebben partijen afgesproken deze verbinding te realiseren. Met de oostelijke parallelweg kan het vrachtverkeer direct vanaf de A9 richting Boekelermeer Heiloo/Alkmaar en vice versa worden geleid. Doortrekking van de Middenweg is noodzakelijk voor een goed interne verbinding in de Boekelermeer. Zowel de parallelweg als de doortrekking van de Middenweg maken integraal onderdeel uit van een verbeterde bereikbaarheid van de Boekelermeer. De maatregelen vullen elkaar aan en het is niet óf het éen óf het ander.

Vraag 18:
Welke mogelijkheden zijn er om de uitvoering gefaseerd uit te voeren, gegeven het feit dat de verbinding een oost- en west-traject heeft, die vrijwel los staan van elkaar?

Antwoord 18:
Technisch is het mogelijk de uitvoering gefaseerd uit te voeren. Echter zijn dan zowel in de voorbereiding als in de uitvoering extra kosten te verwachten.

Vraag 19:
In de brief (971626/971630) wordt aangegeven dat het nog niet duidelijk is dat het nieuwe bestemmingsplan wordt vastgesteld in Heiloo. Kunt u aangeven waar deze twijfel door veroorzaakt wordt?

Antwoord 19:
Deze wordt met name veroorzaakt door de reden die ook in de brief staat vermeld, namelijk “Mocht deze [de aankoop, waarvoor het extra krediet benodigd was] niet doorgaan dan zullen de andere gronden ook moeilijk te verkrijgen zijn en zullen er meer onteigeningsprocedures volgen.” Het vooruitzicht om meerdere onteigeningsprocedures te moeten voeren doordat meerdere grondeigenaren hun grond niet wilden verkopen, voerde de druk op Heiloo zodanig op dat dit twijfels over het vaststellen van het bestemmingsplan voedde.

Vraag 20:
Wat gebeurt er, indien niet wordt voldaan aan de in het 'amendement' aan de verhoging van het krediet met € 3.000.000,= verbonden voorwaarde dat de gemeenten Alkmaar, Heiloo en Castricum hun aandeel in de dekking daadwerkelijk ter beschikking stellen?

Antwoord 20:
In dat geval stelt de provincie haar bijdrage ook niet ter beschikking.

Vraag 21:
Zijn er extra kosten te verwachten indien er verdere vertraging plaatsvindt in het project? Zo ja, wie draagt deze kosten?

Antwoord 21:
Ja, bij vertraging zijn extra kosten te verwachten. In artikel 8.4 van de realisatieovereenkomst is bepaald: “Indien vertraging optreedt ten opzichte van de Projectplanning (Bijlage 3), in de
verkrijging van vergunningen en ruimtelijke besluiten, komen de kosten hiervan voor rekening van de partij die de vergunning moet verlenen dan wel het ruimtelijk besluit moet nemen, tenzij de vertraging is te wijten aan de aanvrager.” Als de kosten niet ontstaan als gevolg van verkrijging van vergunningen en ruimtelijke besluiten en derhalve niet toe te rekenen zijn aan een van de partijen, gaan partijen in overleg conform bepaling 16.5 in de overeenkomst.

Vraag 22:
Zijn er afspraken gemaakt over de verdeelsleutel voor de drie gemeenten over de aanvullende kosten? Wat zijn de risico’s als er geen overeenstemming komt over deze verdeelsleutel?

Antwoord 22:
De gemeenten zijn hierover nog in overleg. Zie verder antwoord 20.

Vraag 23:
Wat zijn de gevolgen voor de natuurcompensatie, inrichting en onderhoud van het uit het overleg stappen door Landschap Noord-Holland? Worden er nog pogingen gedaan om weer in gesprek te komen met elkaar?

Antwoord 23:
Er zijn geen gevolgen, wij hanteren de wettelijke regels inzake natuurcompensatie, inrichting en onderhoud. Landschap Noord-Holland is en blijft een belangrijke partner waarmee we graag in overleg blijven. Begin juni jl. heeft er, op verzoek van de provincie, een overleg plaatsgevonden tussen directie van Landschap Noord-Holland en de gedeputeerde Natuur. De zienswijze en brieven van LNH inzake de compensatie voor NNN en weidevogel leefgebieden zijn besproken.

Vraag 24:
Welke gronden zijn op dit moment al aangekocht en voor welk bedrag? Kunnen gedeputeerde staten op basis van kadastergegevens een overzicht geven van alle overdrachten van voor de aanleg van de Aansluiting benodigde gronden tussen derden sedert 1 januari 2014 met de bijbehorende overdrachtssommen?


Antwoord 24:

Aankoop Lagelaan 3 (in eigendom verworven op 26 januari 2017):

  • een perceel grond met daarop gelegen de stolpboerderij met bijgebouwen (paardenstallen, carport, paardenbak, berging), plaatselijk bekend te 1851 PC Heiloo, Lagelaan 3, kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie D, nummer 2952, groot 0.53.35 ha;
  • een perceel grond met toebehoren, plaatselijk bekend te 1851 PC Heiloo, nabij Lagelaan 3, kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie D, nummer 3052, groot 0.08.60 ha;
  • een perceel cultuurgrond, plaatselijk bekend Oosterzijweg te Heiloo, kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie I, nummer 103, groot 0.42.70 ha;
  • een perceel cultuurgrond, plaatselijk bekend Oosterzijweg te Heiloo, kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie I, nummer 38, groot 0.98.75 ha;

Totale schadeloosstelling: EUR 1.950.000,-.
Aankoop Lagelaan 5 – 7 (in eigendom verworven op 17 augustus 2017):

  • een perceel grond kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie I, nummer 33, groot 2 hectare(n), 16 are(n) en 15 centiare(n).
  • een perceel grond met opstallen te (1851 PC) Heiloo, plaatselijk bekend Lagelaan 5, uitmakende een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie I, nummer 36, ter grootte van ongeveer 13 are(n) en 44 centiaren.
  • een perceel grond met opstallen te (1851 PC) Heiloo, plaatselijk bekend Lagelaan 5, uitmakende een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie I, nummer 64, ter grootte van ongeveer 8 are(n) en 28 centiaren.
  • een perceel grond uitmakende een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie I, nummer 65, ter grootte van ongeveer 1 hectare(n) en 05 centiaren.
  • een perceel grond uitmakende een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Limmen, sectie E, nummer 31, ter grootte van ongeveer 86 are(n) en 88 centiaren.
  • een perceel grond uitmakende een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Heiloo, sectie I, nummer 65, ter grootte van ongeveer 2 hectare(n) 38 aren en 33 centiaren.

Totale schadeloosstelling: EUR 1.883.330,-.

Vraag 25:
Moet de mededeling in de brief (971626/971630) dat de eigenaar van het essentiële perceel grond dit perceel alleen wil verkopen als hij daar op korte termijn helderheid over krijgt zo worden uitgelegd, dat de eigenaar het perceel anders aan een derde zou verkopen? Zo nee, waarom zou de eigenaar het perceel niet willen verkopen als hij daarop minder korte termijn uitstel over zou verkrijgen?

Antwoord 25:
Nee, de eigenaar van het essentiële perceel grond is niet voornemens om aan een ‘derde’ te verkopen. De eigenaar wil niet later tot verkoop overgaan omdat de fasering van sloop en nieuwbouw op zijn percelen gereed moet zijn vóór de start van de werkzaamheden aan de Aansluiting A9.

Vraag 26:
Bekend is dat niet alle fietsverbindingen binnen het project uitgevoerd worden. Welke werkzaamheden en kosten zijn niet gedekt vanuit het projectbudget en moeten door gemeenten zelf uitgevoerd en gefinancierd worden?

Antwoord 26:
De aanleg van de recreatieve fietsverbinding aan de oostkant van de A9 is geen onderdeel van het budget en projectcontract. In de overeenkomst “Overeenkomst tot regeling van de realisatie, alsmede de eigendom en het beheer en onderhoud van een recreatieve fietsbrug bij de aansluiting A9 Heiloo” welke door alle projectpartners in 2016 is ondertekend, is bepaald dat de gemeenten Heiloo en Castricum zich tot het uiterste zullen inspannen om, binnen een termijn van vijf jaar na oplevering van het Project, een aansluitend fietspad te realiseren bij voorkeur vanaf de parallelweg over de Limmerdam.

Vraag 27:
De Kwartaalrapportage Aansluiting A9 van 11 juli 2017, spreekt over maatregelen bij de Golfbaan, waarvan de kosten niet volledig kunnen worden bekostigd uit het projectbudget. Kunt u aangeven hoe de verdeelsleutel is tussen de provincie en de gemeenten voor deze aanvullende kosten bij de Golfbaan en welk bedrag op dit moment gereserveerd staat voor Golfbaan aanpassingen?

Antwoord 27:
Vanuit het project wordt € 150.000 betaald aan de aanpassingen bij de golfbaan. De gemeenten betalen de overige kosten die benodigd zijn voor de aanpassingen.

Vraag 28:
Kunt u een concreet en gedetailleerd overzicht verschaffen van het actuele projectbudget A9-Heiloo?

Antwoord 28:
Met de kwartaalrapportage wordt periodiek verantwoording afgelegd over het project, met inzage in de financiële stand van zaken. Voor de opbouw van het projectbudget (en de uitputting hiervan) verwijzen we naar paragraaf 5.3 in de rapportage van het eerste kwartaal 2017.

Vraag 29:
De gemeenten Heiloo en Castricum hebben budgetten binnen het programma gekoppeld aan woningbouw. In het Regionaal Actieprogramma is een vast aantal woningen afgesproken en tevens de afspraak voor versterking van woningmarkt in het sociale en goedkopere segment. Welke gevolgen heeft de extra budgettaire druk binnen de gemeenten op het prijssegment van de nieuw te bouwen woningen?

Antwoord 29:
Hierop kunnen wij geen antwoord geven. Dit kunt u nagaan bij de gemeenten Castricum en Heiloo.


[1] http://www.landschapnoordholland.nl/nieuws/stand-van-zaken-voorgestelde-natuurcompensatie-afslag-a9-heiloo

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer