Vragen over aanpak mili­eu­cri­mi­na­liteit


PvdD, SP

Indiendatum: 29 jul. 2021

iBabsOnline Overzicht details - PNH

Inleiding

Op 26 juli 2021 lazen wij in het Noordhollands Dagblad het artikel 'OM: milieucriminaliteit moet meer prioriteit krijgen'[1]. Het artikel beschrijft de reactie van de heer Guus Schram (hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie) op het rapport 'Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit 2021'[2].

Uit het artikel blijkt dat er vele mogelijkheden zijn om de regels, die strekken tot de bescherming van het milieu, te overtreden zonder dat er (voldoende) sancties op staan. Een en ander zou het gevolg zijn van te weinig handhavings- en opsporingscapaciteit, te weinig samenwerking tussen de diverse diensten op het gebied van milieuhandhaving en de (te) lage boetes. Een zorgelijk beeld. Op 21 juni 2021 kwam in de commissie NLG een discussienota van de PvdD over capaciteit en functioneren van OD's en het rapport van de commissie Van Aartsen. onderzoeken van Follow the Money [3][4][5] en Vrij Nederland [6] aan de orde. Zijdelings kwam de milieucriminaliteit ook kort ter sprake. In uw (overigens duidelijke) brief 'Duiding maatregelen Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving' van 17 juni 2021 deelt u mee: "het beeld dat milieucriminaliteit in de strafrechtelijke kolom niet hoog op de agenda staat, herkennen we. We onderschrijven het voorstel om de hele keten van strafrechtelijke handhaving en vervolging te versterken. Daarbij is de eerste stap dat de eerder toegezegde Rijksbijdrage voor 400 fte aan milieupolitie moet worden besteed aan milieupolitie, -rechercheurs en -officieren van justitie en niet aan andere prioriteiten. Pas daarna kan worden gekeken naar het versterken van de aanpak van milieucriminaliteit door de omgevingsdiensten (buitengewone opsporingsambtenaren)." In het woord 'VTH- taken' duidt de letter H op handhaving. Alle Noord-Hollandse omgevingsdiensten geven op hun websites ook aan dat ze aan handhaving doen. Voorts is er de Landelijke handhavingsstrategie [7], waarin omschreven wordt wat de taken van het bestuur en wat de taken van het OM in de handhavingsketen zijn en hoe zij gezamenlijk kunnen optreden.

[1] https://www.noordhollandsdagbl...
[2] https://www.om.nl/onderwerpen/... bmc
[3] https://www.ftm.nl/artikelen/l...
[4] https://www.ftm.nl/artikelen/i...
[5] https://www.ftm.nl/artikelen/d...
[6] https://www.groene.nl/artikel/...
[7] Landelijke Handhavingstrategie - Kenniscentrum InfoMil


Vragen

Vraag 1: Wordt door de omgevingsdiensten in Noord-Holland uitsluitend aan bestuursrechtelijke handhaving gedaan?

Vraag 2: Zo ja, kan bestuursrechtelijke handhaving - mits voldoende toegerust - ervoor zorgen dat milieucriminaliteit, zoals beschreven in het rapport 'Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit 2021', een halt wordt toegeroepen?

Vraag 3: In uw brief van 17 juni 2021 vermeldt u dat de omgevingsdiensten in Noord-Holland voldoende kritische massa en robuustheid hebben. De onderzoeken van Follow the Money en Vrij Nederland suggereren iets anders. De capaciteit van de OD's staat onder druk o.a. door bezuinigingen die gemeenten moeten doen. Bovendien blijkt uit de jaarrekeningen van de omgevingsdiensten dat het moeilijk is om medewerkers aan te trekken. Ook bleek uit het recente rapport van de Randstedelijke Rekenkamer [8] over bescherming van drinkwaterbronnen dat de verantwoordelijke OD onvoldoende was toegerust om het nodige niveau van bescherming te halen. Is de handhavingscapaciteit van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten voldoende om tenminste de bestuursrechtelijke handhaving afdoende te bemensen?

Vraag 4: Als dat niet het geval is, wat gaat u daar dan aan doen?

Vraag 5: Hoeveel gevallen van milieucriminaliteit worden in Noord-Holland jaarlijks door de omgevingsdiensten gesignaleerd?

Vraag 6: Zijn de omgevingsdiensten na het signaleren van milieucriminaliteit ook in staat zélf handhavend op te treden óf deze gevallen in samenwerking met de strafrechtelijke kolom te sanctioneren?

Vraag 7: Hoeveel van de gevallen van door de omgevingsdiensten gesignaleerde milieucriminaliteit kunnen uiteindelijk rekenen op een sanctie, hetzij bestuursrechtelijk, hetzij strafrechtelijk?

Vraag 8: Hoeveel gevallen van milieucriminaliteit worden in Noord-Holland jaarlijks door de bijzondere opsporingsdiensten en de politie gesignaleerd?

Vraag 9: Worden deze gevallen van milieucriminaliteit door de bijzondere opsporingsdiensten en de politie zelf afgehandeld óf worden de omgevingsdiensten ook betrokken?

Vraag 10: Het artikel in het Noordhollands Dagblad geeft aan dat milieucriminelen miljoenen verdienen, maar vaak slechts een kleine boete krijgen. Hebben de OD's enige vrijheid om boetes, indien nodig, te verhogen?

Vraag 11: Wordt er bij gesignaleerde milieucriminaliteit altijd gehandeld conform de Landelijke handhavingstrategie?

Vraag 12: Zo nee, kunt u ons dan meedelen waaraan dit ligt?

Vraag 13: Ligt dit aan onvoldoende personeelscapaciteit bij de omgevingsdiensten óf ligt dit aan onvoldoende personeelscapaciteit bij de bijzondere opsporingsdiensten en de politie?

Vraag 14: Of zijn er nog andere factoren die ervoor zorgen dat er niet gehandeld wordt volgens de Landelijke handhavingstrategie?

Vraag 15: Zo ja, welke zijn dat?

Vraag 16: Wat zijn de aantallen politiemensen per Noord-Hollandse politieregio die tot taak hebben milieucriminaliteit te onderzoeken en aan te pakken?

Vraag 17: Zijn dat - naar uw mening - te weinig politiemensen?

Vraag 18: Zo ja, hoeveel moeten er naar uw mening bij?

Vraag 19: Er werd een Rijksbijdrage toegezegd voor 400 fte aan milieupolitie, die uws inziens moet worden besteed aan milieupolitie, -rechercheurs en -officieren van justitie en niet aan andere prioriteiten.
Wat zijn de door u bedoelde 'andere prioriteiten'?

Vraag 20: Zijn er tekenen dat de Rijksbijdrage op andere wijze wordt besteed dan aan het versterken van de strafrechtketen ten behoeve van de milieucriminaliteit?

Vraag 21: Hoeveel fte aan milieupolitie komt er in Noord-Holland bij?

Vraag 22: Is dat, wat u betreft, voldoende?

Vraag 23: Op welke manier hebt u zich tot nu toe bij het Rijk ingezet voor aan de ene kant meer middelen voor de OD's en aan de andere kant meer middelen voor de milieupolitie?

Vraag 24: Op welke manieren gaat u zich hiervoor in de nabije toekomst inzetten?

Vraag 25: Welke inspanningen hebt u verricht en gaat u verrichten om dit extra onder de aandacht te brengen gedurende de belangrijke landelijke formatieonderhandelingen?

Vraag 26: Een van de belangrijkste problemen die door de hoofdofficier in het Noordhollands Dagblad werd genoemd is de versnippering van handhaving: douane, NVWA, ILT, politie met verschillende milieuteams en de OD's van provincies, gemeenten en waterschappen. Blijkbaar zijn de minister en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tekort geschoten in de regie. De hoofdofficier pleit voor meer regie.
Deelt u deze analyse?

Vraag 27: Op welke manier spant u zich in voor meer regie?

Vraag 28: In de Kamerbrief over voortgang uitvoeringsagenda VTH, actieplan milieucriminaliteit en uitvoering van moties en toezeggingen' van 5 juni 2020 [9] belooft de inmiddels afgetreden staatssecretaris Van Veldhoven dat er een Landelijke handhavingsstrategie 2.0 aan zit te komen. Het streven is om de LHS 2.0 in het Bestuurlijk Omgevingsberaad najaar 2021 vast te stellen. Krijgen de omgevingsdiensten ook een rol in de LHS 2.0?

Vraag 29: Zo ja, wordt hun taak verzwaard ten opzichte van de huidige Landelijke handhavingsstrategie?

Vraag 30: Als dat het geval is, wat vindt u daarvan?

Vraag 31: Wat kan de bijdrage van de omgevingsdiensten zijn aan het terugdringen van de groeiende milieucriminaliteit?

Vraag 32: Wat kunnen de omgevingsdiensten meer doen dan nu om het tij te keren?

[8] https://www.randstedelijke-rek...drinkwaterbronnen/?provincie=Noord-Holland
[9] https://www.rijksoverheid.nl/d...actieplan-milieucriminaliteit-en-uitvoering-van-moties-en-toezeggingen2021 82



Indiendatum: 29 jul. 2021
Antwoorddatum: 28 sep. 2021

iBabsOnline Overzicht details - PNH

Inleiding vragen

Op 26 juli 2021 lazen wij in het Noordhollands Dagblad het artikel 'OM: milieucriminaliteit moet meer prioriteit krijgen'[1]. Het artikel beschrijft de reactie van de heer Guus Schram (hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie) op het rapport 'Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit 2021'[2].

Uit het artikel blijkt dat er vele mogelijkheden zijn om de regels, die strekken tot de bescherming van het milieu, te overtreden zonder dat er (voldoende) sancties op staan. Een en ander zou het gevolg zijn van te weinig handhavings- en opsporingscapaciteit, te weinig samenwerking tussen de diverse diensten op het gebied van milieuhandhaving en de (te) lage boetes. Een zorgelijk beeld. Op 21 juni 2021 kwam in de commissie NLG een discussienota van de PvdD over capaciteit en functioneren van OD's en het rapport van de commissie Van Aartsen. onderzoeken van Follow the Money [3][4][5] en Vrij Nederland [6] aan de orde. Zijdelings kwam de milieucriminaliteit ook kort ter sprake. In uw (overigens duidelijke) brief 'Duiding maatregelen Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving' van 17 juni 2021 deelt u mee: "het beeld dat milieucriminaliteit in de strafrechtelijke kolom niet hoog op de agenda staat, herkennen we. We onderschrijven het voorstel om de hele keten van strafrechtelijke handhaving en vervolging te versterken. Daarbij is de eerste stap dat de eerder toegezegde Rijksbijdrage voor 400 fte aan milieupolitie moet worden besteed aan milieupolitie, -rechercheurs en -officieren van justitie en niet aan andere prioriteiten. Pas daarna kan worden gekeken naar het versterken van de aanpak van milieucriminaliteit door de omgevingsdiensten (buitengewone opsporingsambtenaren)." In het woord 'VTH- taken' duidt de letter H op handhaving. Alle Noord-Hollandse omgevingsdiensten geven op hun websites ook aan dat ze aan handhaving doen. Voorts is er de Landelijke handhavingsstrategie [7], waarin omschreven wordt wat de taken van het bestuur en wat de taken van het OM in de handhavingsketen zijn en hoe zij gezamenlijk kunnen optreden.

[1] https://www.noordhollandsdagbl...
[2] https://www.om.nl/onderwerpen/... bmc
[3] https://www.ftm.nl/artikelen/l...
[4] https://www.ftm.nl/artikelen/i...
[5] https://www.ftm.nl/artikelen/d...
[6] https://www.groene.nl/artikel/...
[7] Landelijke Handhavingstrategie - Kenniscentrum InfoMil

Inleiding antwoorden GS

Voor de aanpak van milieucriminaliteit en -overtredingen is een goed functionerend stelsel van
vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) essentieel. Als provincie zijn we een belangrijke
speler in het VTH-stelsel. Wij zijn bevoegd gezag voor alle Wabo-taken voor Brzo- en RIE-bedrijven,
bodemtaken, vuurwerk, (zwem)water, verboden Provinciale Milieuverordening, luchtvaart,
wegen/vaarwegen en de Wet natuurbescherming. De vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten
voeren alle uitvoerings- en handhavingstaken (op wegen en vaarwegen na) uit in ons mandaat.
Ieder jaar maken we met de omgevingsdiensten afspraken over de werkplannen, prioriteiten en
doelstellingen voor deze VTH-taken. Daarmee borgen we dat de omgevingsdiensten voldoende
middelen hebben om deze taken robuust uit te voeren.

De wijze waarop deze taken worden uitgevoerd zijn door ons – op het niveau van de
omgevingsdiensten – vastgelegd in zogenaamde regionale VTH-strategieën. Deze strategieën zijn
gebaseerd op de landelijke handhavingsstrategie die op initiatief van het Interprovinciaal Overleg
(IPO) en het Openbaar Ministerie (OM) is opgesteld.

Voor de aanpak van milieucriminaliteit en -overtredingen werken we samen met onze
handhavingspartners (omgevingsdiensten, OM, politie, gemeenten, Inspectie SZW, ILT,
waterschappen en terreinbeherende organisaties). Daarbij blijven we verantwoordelijk voor onze
‘eigen’ taken. Hierbij kunnen we bestuurs- of strafrechtelijk handhaven. De bestuursrechtelijke
(correctieve) aanpak is primair gericht op het ongedaan maken van overtredingen (herstel) en/of
het voorkomen van verdere (herhaalde) overtredingen. Mogelijke interventies binnen deze aanpak
zijn het (1) mondeling, schriftelijk of verwijzend informeren, (2) het waarschuwen in combinatie
met een hersteltermijn, (3) een bestuurlijk gesprek, (4) verscherpt toezicht, (5) een last onder
dwangsom (LOD), (6) een last onder bestuursdwang (LOB) en (7) het tijdelijk stilleggen van
activiteiten. In het geval er door de omgevingsdiensten een overtreding wordt geconstateerd dan
wordt er namens ons college altijd een van voorgaande interventies toegepast.

De strafrechtelijke (punitieve) aanpak heeft als achtergrond het bestraffen van de overtreder.
Strafrecht wordt vooral toegepast indien een overtreding en de gevolgen ervan niet meer
ongedaan te maken zijn. Dit is mogelijk door het opleggen van (1) een bestuurlijke strafbeschikking
milieu of (2) een proces verbaal. Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) van de
omgevingsdiensten kunnen zelf strafrechtelijk optreden (via een proces verbaal en BSBm). Tevens
gebruiken boa’s en overige inspecteurs het strafrecht door signalen door te geven aan
(strafrechtelijke) handhavingspartners, zoals het regionaal milieuteam (RMT) van de politie en het
OM.

Verder maken wij gebruik van de mogelijkheden van de Wet Bibob (Bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) als preventief bestuursrechtelijk instrument
om de aanvragen voor vergunningen van malafide ondernemers te weigeren of de afgegeven
vergunning in te trekken.

Ten slotte werken we samen met de 47 gemeenten en de 3 Regionale Informatie- en Expertise
Centra (RIEC’s) in Noord-Holland aan de Agenda Weerbaar Noord-Holland, waaruit moet blijken
wat de provincie kan doen om het lokaal bestuur weerbaarder te maken tegen ondermijnende
criminaliteit. Ook moet duidelijk worden hoe bestuurders en ambtenaren moeten handelen als zij
te maken krijgen met deze vorm van criminaliteit.

Vragen

Vraag 1:
Wordt door de omgevingsdiensten in Noord-Holland uitsluitend aan bestuursrechtelijke handhaving gedaan?

Antwoord 1:
Nee, de omgevingsdiensten passen zowel bestuurs- als strafrechtelijke handhavingsinstrumenten
toe.

Vraag 2:
Zo ja, kan bestuursrechtelijke handhaving - mits voldoende toegerust - ervoor zorgen dat milieucriminaliteit, zoals beschreven in het rapport 'Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit 2021', een halt wordt toegeroepen?

Antwoord 2:
Hiervoor is een combinatie van zowel bestuurs- als strafrechtelijke handhaving noodzakelijk én een
goede samenwerking en informatieuitwisseling tussen de handhavingspartners. Het huidige
decentrale stelsel van omgevingsdiensten is niet ontworpen om landelijk informatie te delen. We
roepen het rijk – in IPO-verband – daarom op om als stelselverantwoordelijke een uniform landelijk
informatiesysteem mogelijk te maken.

Vraag 3:
In uw brief van 17 juni 2021 vermeldt u dat de omgevingsdiensten in Noord-Holland voldoende kritische massa en robuustheid hebben. De onderzoeken van Follow the Money en Vrij Nederland suggereren iets anders. De capaciteit van de OD's staat onder druk o.a. door bezuinigingen die gemeenten moeten doen.

Bovendien blijkt uit de jaarrekeningen van de omgevingsdiensten dat het moeilijk is om medewerkers aan te trekken. Ook bleek uit het recente rapport van de Randstedelijke Rekenkamer [8] over bescherming van drinkwaterbronnen dat de verantwoordelijke OD onvoldoende was toegerust om het nodige niveau van bescherming te halen. Is de handhavingscapaciteit van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten voldoende om tenminste de bestuursrechtelijke handhaving afdoende te bemensen?

Antwoord 3:
Ja, we zijn continu met onze omgevingsdiensten in gesprek over de uitvoering van onze taken en
de daarvoor benodigde middelen. Ook voor de VTH-taken in de grondwaterbeschermingsgebieden
zijn we met de omgevingsdienst in gesprek om benodigde capaciteit te onderbouwen en te
verscherpen. Jaarlijks wegen we de uitvoering van alle VTH-taken in samenhang af en leggen dit
vast in uitvoeringsprogramma’s.

Het is juist dat de rapporten ‘Handhaven in het duister’ en ‘Om de leefomgeving’ op onderdelen
een ander beeld schetsen van de staat van het VTH-stelsel. Deze rapporten geven een algemeen,
landelijk beeld. In de praktijk blijkt dat er verschillen bestaan tussen de omgevingsdiensten. Zoals
we in onze brief van 17 juni 2021 hebben geschreven, zijn de Noord-Hollandse omgevingsdiensten
robuust, met voldoende kennis, een volledig takenpakket met bijbehorend mandaat. De situatie op
de arbeidsmarkt heeft onze aandacht. Zowel als bestuur, deelnemer en eigenaar van de
omgevingsdiensten als bevoegd gezag en opdrachtgever van onze taken. Er zijn door de
omgevingsdiensten verschillende programma’s opgezet en acties ondernomen om geschikte
kandidaten te vinden.

Vraag 4:
Als dat niet het geval is, wat gaat u daar dan aan doen?

Antwoord 4:
Zoals geschreven bespreken we continu de uitvoering van onze taken en de daarvoor benodigde
capaciteit. Hiervoor stellen we jaarlijks voldoende middelen ter beschikking.

De conclusies en aanbevelingen in de rapporten ‘Een onzichtbaar probleem’ (januari 2021) en
‘Handhaven in het duister’ (juni 2021) van de Algemene Rekenkamer zijn eerst en voornamelijk
gericht op verbetering van de aanpak van milieucriminaliteit op Rijksniveau. In IPO-verband roepen
we het Rijk daarnaast als systeemverantwoordelijke op meer financiële ruimte te creëren voor
kennisontwikkeling, -deling en informatieuitwisseling bij omgevingsdiensten.

Vraag 5:
Hoeveel gevallen van milieucriminaliteit worden in Noord-Holland jaarlijks door de omgevingsdiensten gesignaleerd?

Antwoord 5:
Door de omgevingsdiensten wordt het aantal gevallen van milieucriminaliteit niet apart
bijgehouden. Geconstateerde milieucriminaliteit varieert van rijden met terreinwagens (stroperij)
in Natura 2000 gebieden, het dumpen van drugsafval, fraude met meststromen, gevaarlijke
situaties met vuurwerkopslagen tot overtredingen door Brzo-bedrijven.

Het daadwerkelijke strafproces is aan de ketenpartners zoals de politie en het Openbaar
Ministerie. De rol van de omgevingsdiensten richt zich op constatering (oog en oor in het veld) en
zorg voor de voorbereiding, afwikkeling van het saneringsproces en indicatie van kosten voor het
milieu/de samenleving voor het Openbaar Ministerie. In deze gevallen maken de
omgevingsdiensten proces-verbaal op of leveren informatie aan bij de politie en het Openbaar
Ministerie voor het strafproces of wordt er op dossiers intensief samengewerkt.

Vraag 6:
Zijn de omgevingsdiensten na het signaleren van milieucriminaliteit ook in staat zélf handhavend op te treden óf deze gevallen in samenwerking met de strafrechtelijke kolom te sanctioneren?

Antwoord 6:
De omgevingsdiensten beschikken zelf over voldoende expertise om zowel strafrechtelijk als
bestuursrechtelijk handhavingsinstrumenten in te zetten.

Vraag 7:
Hoeveel van de gevallen van door de omgevingsdiensten gesignaleerde milieucriminaliteit kunnen uiteindelijk rekenen op een sanctie, hetzij bestuursrechtelijk, hetzij strafrechtelijk?

Antwoord 7:
Als via toezicht door de omgevingsdiensten overtredingen worden geconstateerd, dan wordt ook
altijd namens ons gehandhaafd. Zoals in de inleiding geschreven, varieert deze handhaving
bestuursrechtelijk van waarschuwen tot het (tijdelijk) stilleggen van activiteiten en strafrechtelijk
van een bestuurlijke strafbeschikking milieu tot een proces verbaal.

Vraag 8:
Hoeveel gevallen van milieucriminaliteit worden in Noord-Holland jaarlijks door de bijzondere opsporingsdiensten en de politie gesignaleerd?

Antwoord 8:
Voor deze informatie verwijzen wij u naar de bijzondere opsporingsdiensten en de politie.

Vraag 9:
Worden deze gevallen van milieucriminaliteit door de bijzondere opsporingsdiensten en de politie zelf afgehandeld óf worden de omgevingsdiensten ook betrokken?

Antwoord 9:
Als een inspecteur van de omgevingsdiensten signalen doorgeeft aan strafrechtelijke
handhavingspartners dan wordt door de politie in overleg met het Functioneel Parket van het
Openbaar Ministerie bepaald of de politie strafrechtelijk doorpakt. Dit kan gebeuren in
samenwerking met de desbetreffende boa of inspecteur.

Vraag 10:
Het artikel in het Noordhollands Dagblad geeft aan dat milieucriminelen miljoenen verdienen, maar vaak slechts een kleine boete krijgen. Hebben de OD's enige vrijheid om boetes, indien nodig, te verhogen?

Antwoord 10:
De behandeling van processen-verbaal is voorbehouden aan het Functioneel Parket van het
Openbaar Ministerie. Hier wordt bepaald of en welke strafmaat wordt toegepast op een
geconstateerde overtreding. Wel kunnen omgevingsdiensten in het proces-verbaal een inschatting
opnemen wat het financiele voordeel is geweest voor de overtreder door het niet naleven versus
de situatie waarin de overtreder wel de milieuregels had gevolgd. Dit kan door het Functioneel
Parket worden meegewogen bij behandeling van het dossier.

De omgevingsdiensten hebben wel afwegingsruimte bij het bepalen van de hoogte van
dwangsommen. Een dwangsom is echter geen boete. Een dwangsom is gericht op herstel of
voorkomen van herhaling. De bepaling van de hoogte van een dwangsom verloopt volgens
landelijke richtlijnen, conform de beoordelingscriteria als gesteld in de VTH-strategie van de
omgevingsdienst.

– De aard en de ernst van de overtreding;
– Het doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit);
– De potentiële schade (voor de leefomgeving);
– Het met de overtreding te behalen financiële voordeel;
– De kosten die moeten worden gemaakt om de overtreding ongedaan te maken.

Vraag 11:
Wordt er bij gesignaleerde milieucriminaliteit altijd gehandeld conform de Landelijke handhavingstrategie?

Vraag 12:
Zo nee, kunt u ons dan meedelen waaraan dit ligt?

Vraag 13:
Ligt dit aan onvoldoende personeelscapaciteit bij de omgevingsdiensten óf ligt dit aan onvoldoende personeelscapaciteit bij de bijzondere opsporingsdiensten en de politie?

Vraag 14:
Of zijn er nog andere factoren die ervoor zorgen dat er niet gehandeld wordt volgens de Landelijke handhavingstrategie?

Vraag 15:
Zo ja, welke zijn dat?

Antwoord 11 t/m 15:
Ja, de omgevingsdiensten handelen conform hun regionale VTH-strategieën. Deze strategieën zijn
gebaseerd op de landelijke handhavingsstrategie. De beschikbare capaciteit geeft een beperking
aan het aantal dossiers dat gelijktijdig kan worden opgepakt. Bij een groter aanbod van zaken leidt
dit tot een langere doorlooptijd.

Vraag 16:
Wat zijn de aantallen politiemensen per Noord-Hollandse politieregio die tot taak hebben milieucriminaliteit te onderzoeken en aan te pakken?

Antwoord 16:
Voor deze vraag verwijzen we naar de politie.

Vraag 17:
Zijn dat - naar uw mening - te weinig politiemensen?

Antwoord 17:
De inzet op het thema milieu binnen de strafrechtelijke kolom is aan het OM en de politie.

Vraag 18:
Zo ja, hoeveel moeten er naar uw mening bij?

Antwoord 18:
Zie antwoord Zie 17.

Vraag 19:
Er werd een Rijksbijdrage toegezegd voor 400 fte aan milieupolitie, die uws inziens moet worden besteed aan milieupolitie, -rechercheurs en -officieren van justitie en niet aan andere prioriteiten.
Wat zijn de door u bedoelde 'andere prioriteiten'?

Antwoord 19:
Zaken die voorrang krijgen op milieuzaken en ten koste gaan van de milieucapaciteit bij de politie.

Vraag 20:
Zijn er tekenen dat de Rijksbijdrage op andere wijze wordt besteed dan aan het versterken van de strafrechtketen ten behoeve van de milieucriminaliteit?

Antwoord 20:
Door (de voorgangers van) het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het
ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) zijn afspraken gemaakt over beschikbaar te stellen
politiecapaciteit. Onder meer uit het rapport van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en
Veiligheid (‘De markt de baas’, 2019) blijkt dat in de praktijk de lokale driehoek de prioriteiten
bepaalt. Milieutaken blijken geen primaire aandachtsgebieden.

Vraag 21:
Hoeveel fte aan milieupolitie komt er in Noord-Holland bij?

Antwoord 21: Er zijn door de ministers van IenW en JenV afspraken gemaakt over de landelijk beschikbaar te stellen capaciteit, niet per regionale eenheid.

Vraag 22:
Is dat, wat u betreft, voldoende?

Antwoord 22:
Wij hebben geen zicht op de inzet van politiemensen op milieuzaken in Noord-Holland.

Vraag 23:
Op welke manier hebt u zich tot nu toe bij het Rijk ingezet voor aan de ene kant meer middelen voor de OD's en aan de andere kant meer middelen voor de milieupolitie?

Antwoord 23:
Wij hebben ons vanaf de start van de omgevingsdiensten ingezet voor adequate financiering vanuit
het Rijk via het Provincie- en Gemeentefonds voor de uitvoering van VTH-taken.

In het Bestuurlijk Omgevingsberaad (deelnemers: ministeries IenW, BZK, JenV en SZW, IPO, VNG,
UvW en OM) maken we afspraken over de capaciteit voor de aanpak van milieucriminaliteit.
IPO is trekker van een van de zes projecten (‘Onafhankelijkheid’) van het Actieplan Aanpak
Milieucriminaliteit van de minister van JenV.

Als IPO hebben we een position paper over Toezicht en Handhaving opgesteld voor de Tweede
Kamer en het demissionair kabinet. Hierin pleiten wij bij het Rijk voor passende financiering bij de
nodige ontwikkelingen in het VTH-stelsel. Dit position paper hebben we als bijlage toegevoegd.

Vraag 24:
Op welke manieren gaat u zich hiervoor in de nabije toekomst inzetten?

Antwoord 24:
Zie antwoord 23.

Vraag 25:
Welke inspanningen hebt u verricht en gaat u verrichten om dit extra onder de aandacht te brengen gedurende de belangrijke landelijke formatieonderhandelingen?

Antwoord 25:
Zie antwoord 23.

Vraag 26:
Een van de belangrijkste problemen die door de hoofdofficier in het Noordhollands Dagblad werd genoemd is de versnippering van handhaving: douane, NVWA, ILT, politie met verschillende milieuteams en de OD's van provincies, gemeenten en waterschappen. Blijkbaar zijn de minister en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tekort geschoten in de regie. De hoofdofficier pleit voor meer regie.

Deelt u deze analyse?

Antwoord 26:
Zoals in onze brief van 17 juni 2021 staat verwachten we vanuit het Rijk een duidelijke visie op het
VTH-stelsel. En vervolgens regie op het realiseren van deze visie. Het Rijk dient decentrale
overheden proactief te steunen bij het uitvoeren van hun bevoegdheden. We zoeken een sterke
gezamenlijke lobby naar Europa voor bescherming van onze fysieke en gezonde leefomgeving. Om
hun systeemverantwoordelijkheid en regierol waar te maken, zijn voldoende capaciteit, kwaliteit
en middelen noodzakelijk vanuit het Rijk.

Vraag 27:
Op welke manier spant u zich in voor meer regie?

Antwoord 27:
Onder meer via het Bestuurlijk Omgevingsberaad en het bijgevoegde postion paper.

Vraag 28:
In de Kamerbrief over voortgang uitvoeringsagenda VTH, actieplan milieucriminaliteit en uitvoering van moties en toezeggingen' van 5 juni 2020 [9] belooft de inmiddels afgetreden staatssecretaris Van Veldhoven dat er een Landelijke handhavingsstrategie 2.0 aan zit te komen. Het streven is om de LHS 2.0 in het Bestuurlijk Omgevingsberaad najaar 2021 vast te stellen. Krijgen de omgevingsdiensten ook een rol in de LHS 2.0?

Antwoord 28:
Ja, de omgevingsdiensten voeren de VTH-taken namens de provincies (en gemeenten) uit. Eerder
hebben de omgevingsdiensten meegeholpen bij het ontwikkelen van de bestaande LHS. De
verwachting is dat ze ook meehelpen met het opstellen van de nieuwe LHS.

Vraag 29:
Zo ja, wordt hun taak verzwaard ten opzichte van de huidige Landelijke handhavingsstrategie?

Antwoord 29:
De LHS zorgt ervoor dat toezichthouders en handhavers in vergelijkbare situaties vergelijkbare
keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen. Het gaat in beginsel niet
over de intensiteit van de uitvoering van VTH-taken.

Vraag 30:
Als dat het geval is, wat vindt u daarvan?

Antwoord 30:
We zijn voorstander van een gelijk speelveld. Het LHS 2.0 zal worden vastgesteld in het Bestuurlijk
Omgevingsberaad. Via het IPO nemen we deel aan dit bestuurlijk overleg en hebben daarmee
invloed op de besluitvorming.

Vraag 31:
Wat kan de bijdrage van de omgevingsdiensten zijn aan het terugdringen van de groeiende milieucriminaliteit?

Antwoord 31:
De omgevingsdiensten vormen dagelijks de oren en ogen in het veld. Zo hebben zij zicht op hoe
bedrijven handelen, hoe bodemsaneringen worden uitgevoerd en hoe met afval vanuit de bouw
wordt omgegaan. Dit is essentieel voor het zichtbaar maken van milieucriminaliteit.

Daarnaast staan omgevingsdiensten in nauw contact met andere handhavingspartners waardoor zij
gezamenlijk een vuist kunnen maken tegen milieucriminaliteit over meerdere thema’s (zoals
arbeidsomstandigheden en milieu) of over verschillende regio’s. Tot slot hebben de
omgevingsdiensten ervaring met de inzet van handhavingsinstrumenten strafrechtelijk en
bestuursrechtelijk en werkt zij nauw samen met Wet Bibob als het gaat om mogelijke schendingen
van integriteit.

Vraag 32:
Wat kunnen de omgevingsdiensten meer doen dan nu om het tij te keren?

Antwoord 32:
De omgevingsdiensten werken aan een doorontwikkeling van de inzet van toezicht en handhaving
op basis van de aanbevelingen van de verschenen rapporten over de aanpak van milieucriminaliteit
van Commissie van Aartsen, de Algemene Rekenkamer (datakwaliteit en aanpak milieucriminaliteit
Brzo-bedrijven) en het Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit. De versterking van de inzet van
strafrecht, Intensieve handhaving en Ondermijning maken hier deel vanuit. Daarnaast moet er ook
gekeken worden naar de ontwikkeling van open-source systemen van de omgevingsdiensten met
een informatievoorziening die van statisch naar dynamisch gaat. Waarin met actuele en
beschikbare data een realistischer beeld wordt gevormd over de effecten van bedrijven op de
omgeving, maar vooral ook de effecten van onze toezicht en handhaving op de buitenwereld, het
naleefgedrag van bedrijven en daarmee weer de impact van onze uitvoering op de leefomgeving.
Het werken met dynamische data stelt de omgevingsdiensten in staat om, naar de toekomst toe,
nog meer in te zetten op risicogerichte en informatie gestuurd toezicht en handhaving en daarmee
ook slimmer in te zetten op de beschikbare capaciteit.

[8] https://www.randstedelijke-rek...drinkwaterbronnen/?provincie=Noord-Holland
[9] https://www.rijksoverheid.nl/d...actieplan-milieucriminaliteit-en-uitvoering-van-moties-en-toezeggingen2021 82