Vervolg­vragen MAG-complex, Egmond aan den Hoef  - gemeente Bergen (NH) 


Indiendatum: jun. 2015

Schriftelijke vervolgvragen van de heer L. van Raan (PvdD), mw. R. Alberts-Oosterbaan (SP) en de heer W. Hoogervorst (SP) over de ontwikkelingen rond het MAG-complex, een voormalig terrein van het Ministerie van Defensie, in de gemeente Bergen (NH).

Al eerder zijn er rond dit onderwerp schriftelijke vragen gesteld.

Inleiding

Dit terrein heeft op 12 mei 2015 bij besluit van de gemeenteraad aldaar de bestemming ‘bedrijventerrein’ gekregen.

Een staalconstructiebedrijf en een aannemersbedrijf hebben grote belangstelling om zich op het MAG-complex te vestigen. Voor dit plan is het nodig eerst meer dan 2000 bomen te kappen, terwijl in de nabije omgeving een regionaal bedrijventerrein aanwezig is, de Boekelermeer, waar volop ruimte beschikbaar is.
De PvdD heeft hier twee keer eerder vragen over gesteld – in april en oktober 2014.

Aanleiding voor het opnieuw vaststellen van het bestemmingsplan is dat de Raad van State het eerdere bestemmingsplan, met dezelfde wijziging, vorig jaar september heeft vernietigd. Het hoogste bestuursorgaan oordeelde dat deze wijziging in strijd was met de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), omdat het MAG-complex niet was opgenomen in de Provinciale Planningsopgave, de lijst met regionale bedrijventerreinen. Het betreft hier een nieuw bedrijventerrein en daarvoor is ingevolge artikel 11 van de PRV een vereiste dat deze is vermeld op de Provinciale Planningsopgave. Artikel 11 van de PRV beoogt planologisch ongewenste versnippering en leegstand te voorkomen vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

GS heeft vervolgend bij besluit van 2 december 2014 het MAG-complex toegevoegd aan de Provinciale Planningsopgave. De gemeente Bergen heeft daarop dus opnieuw het bestemmingsplan vastgesteld.

Vragen

ruimtelijke ordening

1. Kunt u uitleggen hoe het toevoegen van het MAG-complex aan de Provinciale Planningsopgave bedrijventerreinen past binnen artikel 11 van de PRV: planologisch ongewenste versnippering en leegstand te voorkomen vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik?

2. Moet een wijziging van de Provinciale Planningsopgave Bedrijventerreinen, zoals deze in het geval van het MAG-complex in Egmond, niet via Provinciale Staten gebeuren? De wijziging heeft immers grote ruimtelijke consequenties.

3. Deelt het college de mening dat ad hoc locaties toevoegen aan de planningsopgave afbreuk doet aan de planningsopgave, waarin juist vooraf behoefte is afgestemd en locatieonderzoek is gedaan? Zo nee waarom niet?

toerisme en recreatie

Op 100 meter van het terrein ligt een recreatiepark, de Woudhoeve, en op 500 meter een camping, De Markies, vlakbij de duinen, zee en strand. Het gebied is zeer in trek bij verblijfstoeristen, maar kent ook grote aantallen dagjesmensen.

De komst van de bedrijven zal ook voor het toerisme veel overlast gaan betekenen, waaronder verkeersoverlast, geluidsoverlast en vermindering van de toeristische waarde van het gebied.

4. Deelt u de zorg die SP en PvdD hebben over de schade aan het toerisme die zal ontstaan bij vestiging van genoemde bedrijven op het MAG-complex in Egmond? Zo nee, waarom niet?

5. Hoe verhoudt de voorgestelde inrichting van het MAG-complex zich tot de ambitie ‘Toerisme, identiteit van kustplaatsen’, die de provincie heeft en voert?

6. Bent u met ons van mening dat, gezien de afwaardering van bedrijventerrein Boekelermeer, het verstandiger zou zijn om de genoemde bedrijven te geleiden in de richting van de Boekelermeer?

milieu

De gemeente Bergen wil twee bouwbedrijven op het terrein toelaten. Eén daarvan beschikt over een puinbreker – het is toegestaan om op het terrein puin te breken. Deze mag volgens de stukken van de gemeenteraadsvergadering van 12 mei 2015 twaalf keer per jaar, steeds gedurende acht uur, in werking zijn. Dit terwijl vlak naast het terrein drie woningen aanwezig zijn, in de directe omgeving twee recreatieparken aanwezig zijn en op nog geen 50 meter van het terrein het stiltegebied “Bergermeer e.o.” is gelegen. Het recreatiepark geeft aan planschade te ondervinden.

7. Bent u het met ons eens dat het toestaan van dergelijke geluidspieken schadelijk is voor het stiltegebied? 8. Bent u met ons van mening dat een dergelijke ontwikkeling onlogisch is, gezien het feit dat er voor plaatsing van de bedrijven een veel beter alternatief is, te weten de Boekelermeer?

9. Is het noodzakelijk om de bodem van het MAG-complex eerst te saneren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? 10. Zo ja, wie is voor een sanering verantwoordelijk en welke rol kan de provincie in dit proces spelen? Bent u bereid deze rol ook in te nemen?

verkeer

9. Is berekend wat het effect van het zware vrachtverkeer zal zijn op de bodemdichtheid, welke weer effect heeft op het bodemleven en daarmee de mogelijkheid van bomen om te overleven? Zo ja, wat zijn de uitkomsten van deze berekening? Zo nee, gaat een dergelijk onderzoek nog plaatsvinden?

In het door de gemeente Bergen uitgevoerde verkeersonderzoek wordt uitgegaan van een geringe toename van het verkeer, maar geeft tegelijkertijd ook aan dat passeren op de toegangsweg naar het terrein mogelijk is omdat er uitwijkhavens zijn.

10. In hoeverre vindt u dat de verkeersveiligheid in dit onderzoek is meegenomen, mede in het licht dat de Krommedijk veel door fietsers wordt gebruikt? Graag een toelichting.

11. De aan- en afvoer van bouwmaterialen/puin zal over de Krommedijk geschieden. In hoeverre is deze weg in staat om de wieldruk van de vrachtwagens te verwerken? Is daar in het verkeersonderzoek rekening mee gehouden? Graag een toelichting.

12. Bent u bereid een second opinion te laten uitvoeren waar naast verkeersveiligheid ook de effecten van zwaar vrachtverkeer aan de orde zullen komen? Zo ja, wanneer denkt u dat beschikbaar te hebben? Zo nee, waarom niet?

Indiendatum: jun. 2015
Antwoorddatum: 1 sep. 2015

1: Bij de beantwoording van de statenvragen 104 in 2014 hebben wij aangegeven dat wij, in tegenstelling tot de Raad van State, het MAG-complex beschouwden als de transformatie van het voormalige militaire MAG-complex naar een bedrijventerrein. Voor de toepassing van artikel 11, lid 3 (transformatieopgave) is de Provinciale planningsopgave geen vereiste. Voor het MAG-complex is dit anders nu de Raad van State heeft geoordeeld dat in de casus van het MAG-complex niet de regels voor transformatie maar voor een nieuw bedrijventerrein van toepassing zijn. Bij nieuwe bedrijventerreinen is de planningsopgave wel een vereiste. Zie GS-besluit d.d. 2 december 2014 met betrekking tot aanpassing planningsopgave bedrijventerrein.

2: Nee, wijziging van de Provinciale Planningsopgave Bedrijventerreinen valt onder de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten.

3: Ja, maar dit betreft geen ad hoc toevoeging. Wij zijn al een aantal jaren betrokken bij de transformatie van het MAG-complex, waarbij aan de voorwaarden van nut en noodzaak (inclusief regionale afstemming en alternatieve locaties) en ruimtelijke kwaliteit is voldaan. Aanpassing van de planningsopgave was noodzakelijk vanwege de uitspraak van de Raad van State.

4: Nee, ruimtelijk is het goed ingepast; de groen structuur aan de rand blijft behouden.

5: Aangezien de voorgestelde ontwikkeling ruimtelijk goed wordt ingepast, zijn er geen negatieve effecten op onze ambitie. Wij zien de verplaatsing van de bedrijven uit de kernen als een verbetering op het gebied van leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en veiligheid.

6: Het bedrijventerrein de Boekelermeer is meegenomen in het onderzoek naar de alternatieven. Dit terrein bleek niet geschikt.

7: Nee. Het is onbekend wat de geluidsbelasting op het stiltegebied zal zijn. Bij geluidsmetingen worden verder alleen activiteiten die plaatsvinden binnen het stiltegebied meegeteld.
Voor uw tweede vraag, zie het antwoord op vraag 6.

8: Bij ons is geen informatie over de milieuhygiënische bodemkwaliteit bekend. Daarmee is nu geen uitspraak te doen over de noodzaak voor een eventuele sanering van het MAG-complex, voorafgaand aan de realisatie van het bedrijventerrein.
Bij de ontwikkeling van (bedrijfs-)terreinen en bij het aanvragen van een bouwvergunning is een milieuhygiënische toets van de bodemkwaliteit door bodemonderzoek wettelijk verplicht. Indien uit het bodemonderzoek een saneringsnoodzaak blijkt, zal worden beoordeeld wie verantwoordelijk is en welke rol de provincie in dat proces kan spelen.

9: Aangezien het een gemeentelijke weg is, behoort dit tot de verantwoordelijk van de gemeente.

10: Aangezien de Krommedijk een gemeentelijke weg is, is de verkeersveiligheid op deze weg een aangelegenheid van de gemeente.

11: Aangezien de Krommedijk eigendom is van de gemeente, kunnen wij deze vraag niet beantwoorden.

12: Nee, dit is een verantwoordelijkheid van de gemeente

Interessant voor jou

Kap bos Purmerend voor nieuw bedrijventerrein

Lees verder

Garnalenvisserij in de Waddenzee stoppen

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer