Stal­branden


VRAGEN NR. 44

Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland

Haarlem, 11 juli 2008

Onderwerp: Vragen van de heer P. van Poelgeest (PvdD)
De voorzitter van Provinciale Staten van Noord-Holland deelt u overeenkomstig het bepaalde
in artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
van Provinciale Staten mede, dat op 11 juli 2008, door het lid van Provinciale Staten,
de heer P. van Poelgeest, de volgende vragen bij Gedeputeerde Staten zijn ingekomen.

Inleiding

De afgelopen 2½ jaar zijn er in Nederland 374.000 dieren omgekomen bij stalbranden. Het
aantal branden waar vooral landbouwhuisdieren de dood vinden neemt ieder jaar toe. In de
eerste helft van 2008 zijn er inmiddels landelijk al weer 111.000 brandslachtoffers te
betreuren.
Hoewel er in Noord-Holland relatief weinig landbouwhuisdieren zijn ten opzichte van andere
provincies, worden we ook in onze provincie steeds vaker geconfronteerd met dit soort
rampen. Zo vonden er op 1 maart van dit jaar bij een grote uitslaande brand in een aantal
schuren van een boerderij op De Woude, 70 koeien en 220 schapen de dood en zijn in de
nacht van vrijdag 13 op zaterdag 14 juni alle vijftig schapen en hun 63 lammeren van het
Goois Natuurreservaat levend verbrand. Ook bij niet-landbouwhuisdieren gaat het geregeld
mis. Op 1 januari verbrandden een paard, twee ezels, verschillende geiten, cavia’s en
konijnen bij een kinderboerderij in Heemskerk. In dezelfde plaats brandde die dag ook een
manege af, waarbij de paarden nog maar net konden worden gered.
Buiten al het dierenleed lijden ook de getroffen agrariërs en andere dierenhouders onder de
dood van hun dieren. Maar als de geldende brandvoorschriften zijn toegepast, treft hen geen
enkele blaam. De voorschriften gaan uit van dieren als eigendom en niet als levende
individuen. De brandveiligheidsvoorschriften zoals die in het Bouwbesluit 2003 en de
gemeentelijke bouwverordening worden gesteld, hebben primair tot doel om personen te
beschermen. Het bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening stellen regels voor de
bouwtechnische brandveiligheid en het brandveilig gebruik van bouwwerken.
Het Bouwbesluit schaart een veehouderij onder bedrijven met een industriefunctie, waarmee
levende wezens als koeien, schapen, varkens en kippen gelijkgesteld worden aan
productiemiddelen en machines. Dit doet geen recht aan het dier.
De Partij voor de Dieren is zich ervan bewust dat de provinciale overheid formeel geen taak
of eindverantwoordelijkheid heeft op deze specifieke regelgevingen. Maar gelet op het feit dat
gemeenten op dit gebied ontoereikende brandvoorschriften hanteren, is zij van mening dat er
hier ook een taak voor de provincie ligt om dit onderwerp op te pakken en onder andere aan te
kaarten bij de ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken.

Vragen

1. Bent u bereid om gemeenten te adviseren en te ondersteunen om verbeteringen ten
aanzien van de brandveiligheid van dieren te realiseren? Zo, neen waarom niet?

2. Bent u bereid om in regulier overleg met de ministeries van VROM en Binnenlandse
Zaken aandacht te vragen voor deze problematiek en de ministers te wijzen op het verschil
tussen dieren en machines en haar te verzoeken haar eerder ingenomen positie1 ten
aanzien van de huidige regelgeving te heroverwegen?

3. Bent u met ons van mening dat de er voor een bouwwerk waarin onderkomens van
(landbouw)huisdieren zijn gevestigd er andere brandvoorschriften zouden moeten komen
dan voor bouwwerken waarin bijvoorbeeld machines of oogstresten worden opgeslagen?

4. Bij de huidige stand van de techniek is het mogelijk maatregelen te treffen die
brandveiligheid van (landbouw)huisdieren verbeteren (denk onder meer aan
sprinklerinstallaties). Bent u met ons van mening dat technische voorzieningen
aangebracht kunnen worden, waardoor bij brand het leven van vele (landbouw)huisdieren
kan worden gespaard?

5. De provincie is geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk voor een aantal organisaties met
(landbouw)huisdieren (bij voorbeeld het Goois Natuurreservaat). Bent u bereid uw
invloed bij deze organisaties aan te wenden om verbeteringen ten aanzien van de
brandveiligheid te bewerkstelligen?

Gedeputeerde Staten zullen de gestelde vragen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 30
dagen na binnenkomst, beantwoorden.

1 Zie antwoord op Kamervragen gesteld op 7 maart 2008 door het lid Thieme

Antwoorddatum: 14 sep. 2008

1. Nee. De voorschriften voor brandveiligheid staan onder andere in het Bouwbesluit
van het ministerie van VROM en in de aanvullende gemeentelijke
bouwverordeningen. Als maatregelen aan de orde zijn, ligt de eerste
verantwoordelijkheid bij hen. De provincie heeft hierin geen rol.

2. Nee. De Dierenbescherming heeft aangekondigd hiertoe het initiatief te nemen en
nodigt de ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken, de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten en LTO-Nederland, uit om te praten over een verbetering
van de brandpreventie en -bestrijding in de veehouderij. Wij laten ons informeren
over de uitkomsten en bezien daarna of aanvullende inzet gewenst is.

3 + 4 Ja, dit zijn wij met u eens. De inzet van nieuwe technologische ontwikkelingen voor
brandpreventie in combinatie met gericht bedrijfsmanagement kan de kans op
stalbranden en de omvang van de materiële en immateriële schade verkleinen. Wij
nemen dan ook aan dat dit in de vraag 2 bedoelde overleg aan de orde komt.

5. Ja, hiertoe zijn wij bereid. Wij zullen de problematiek waar dat mogelijk is aan de
orde stellen. In ieder geval in onze rol van voorzitter van het Goois Natuurreservaat
en in onze contacten met het Landschap Noord-Holland.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer