Provincie doet paarden in de ban


Inleiding

In het Noord-Hollands Dagblad stond het artikel “Provincie doet paard in de ban.”[1] Met de decentralisatie van het natuurbeleid heeft de provincie Noord-Holland per 1 januari 2015 de beschikking over 1500 ha voormalig BBL grond (de provincie verpacht daarmee in totaal ongeveer 2000 ha.)[2]. In afwachting van ofwel inrichting voor natuur ofwel verkoop ter financiering van de Reserve Groen worden deze gronden verpacht. De pachtvoorwaarden die de provincie daarbij hanteert zijn anders dan de vorige eigenaar hanteerde. Dit brengt in ieder geval mensen die paarden op die gronden lieten grazen in problemen, omdat de provincie als harde voorwaarde stelt dat er geen paarden mogen worden gehouden op de te pachten gronden.

De Partij voor de Dieren constateert in de Memo van 15 december 2014 dat paarden zijn verboden omdat paarden de gronden stuk zouden maken. De Partij voor de Dieren heeft deze claim niet kunnen verifiëren. Onafhankelijk expert dr. Machteld van Dierendonck (Equus Research, Universiteit Gent en Universiteit Utrecht) bevestigt dat paarden geen schade aan de zoden veroorzaken, mits er niet teveel paarden per hectare staan en verstandig met beschutting en watervoorziening wordt omgegaan. Eventuele schade zal zich sowieso binnen een jaar herstellen en paarden hebben juist een positief effect op de biodiversiteit.

Uit dezelfde memo blijkt dat GS uit de pachtwet haalt dat de gronden alleen verpacht kunnen worden aan iemand met het hoofdberoep in de landbouw:

In de Pachtwet (officieel Burgerlijk Wetboek, Boek 7, Titel 5: Pacht) is pacht omschreven als: een overeenkomst waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie. Om in aanmerking te komen voor een pachtcontract moet de wederpartij daarom landbouwer zijn. Dat is vertaald in de eis dat uit de gecombineerde opgave (ingediend bij Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland) van de inschrijver moet blijken dat hij tenminste 50% van zijn tijd werkzaam is op het landbouwbedrijf. Ten aanzien van het houden van paarden, valt maar een beperkt aantal bedrijfsactiviteiten onder de term landbouw, waaronder paardenfokkerij. Manegehouderij, pensionpaarden en het hobbymatig houden van paarden vallen hier niet onder.

Deze interpretatie lijkt gebaseerd op een verkeerde lezing van de wet. Volgens de pachtwet is veehouderij een vorm van landbouw. A&S advocaten schrijven: “Paarden worden op veel manieren gehouden. Het kan gaan om een manege, een stoeterij, een fokcentrum. In al deze vormen wordt de paardenhouderij aangemerkt als veehouderij.”[3] Het houden van paarden is veehouderij. Veehouderij is landbouw, dus paardenhouders kunnen grond pachten.

Vragen

1. Heeft u bij de eerste signalen van pachters een inventarisatie gemaakt hoeveel paardenweiden getroffen zouden worden door de overgang van de BBL gronden naar de provincie? Zo ja, om hoeveel weilandjes en hoeveel hectare gaat het? Zo nee, waarom niet?
2. Kunt u aangeven op welke van deze gronden plannen zijn om ze op korte termijn om te vormen tot natuur?
3. Kunt u aangeven of deze gronden op korte termijn verkocht gaan worden? Zo ja, kunnen de huidige pachters daarvoor als koper in aanmerking komen?
4. Op welke wetenschappelijke informatie baseert u uw stelling dat paarden in alle gevallen slecht zijn voor de grond? Kunt u kwantificeren wat de waardevermindering zou zijn van de grond als u wel paarden zou toestaan op de weilanden?
5. Is het waar dat deze voorwaarde betekent dat mensen die al 12 of 15 jaar op hetzelfde weiland paarden laten grazen dat nu niet mogen omdat de provincie heeft geconstateerd op basis van ervaring dat de grond stuk is? Zo ja, hoe valt dit ineens te verklaren?
6. Op basis waarvan komt het college tot haar enge lezing van de pachtwet? Hoe heeft de kennelijk onwettige verpachting door BBL al jaren ongestraft doorgang kunnen vinden?
7. Waarom wilt u de beleving van pachters beïnvloeden?[4] Als de pachter geen rechten opbouwt, hoe hindert hun beleving dan realisatie van provinciale doelen?
8. Bent u bereid uw stringente beleid tegen paarden en particulieren te herzien op basis van deskundig advies? Zo nee, waarom niet?
9. Wat verzet zich tegen het verlengen van de pacht voor deze paardenweides totdat ofwel de grond is verkocht (in lijn met het groene grondbeleid en bijvoorbeeld aan de huidige pachters) ofwel de natuurinrichting plaatsvindt?
10. Bent u bereid om op een zorgvuldige manier te kijken naar de weilandjes waar paarden en hun verzorgers in de knel komen door de grondoverdracht en voor maatwerk te zorgen?

[1] Noord-Hollands Dagblad 18 december 2014
[2] Memo van GS 15 december 2014
[3] http://www.aensadvocaten.nl/n5497
[4] Uit memo GS 15-12-2014: “Gebleken is dat BBL een aantal percelen voor lange periodes aan hetzelfde bedrijf heeft verpacht. Hoewel de bedrijven daardoor juridisch gezien geen rechten opbouwen, is de beleving van deze pachters in sommige gevallen dat het ‘hun’ grond betreft. Met het oog op toekomstige inzet van de grond is dit ongewenst en daarom willen we dit doorbreken.”

Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Ons antwoord aan Provinciale Staten luidt als volgt:
Inleiding
De Provincie Noord-Holland verpacht dit jaar meer gronden dan voorheen. Dat komt onder meer omdat de Provincie er afgelopen jaar zo’n 1700 ha. agrarische gronden heeft bijgekregen als gevolg van het Natuurpact. De verkoopopbrengsten van deze gronden zijn noodzakelijk om de verplichtingen uit het Natuurpact na te komen en de Agenda Groen te realiseren. Gronden binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden verkocht met de verplichting er natuur te realiseren (conform het groene grondbeleid). Ook de gronden buiten het NNN moeten uiteindelijk worden verkocht: de opbrengst wordt ingezet voor de realisatie van de Agenda Groen. Er is ons dus veel aan gelegen om de gronden in toestand met optimale waarde te kunnen verkopen. Tegelijkertijd heeft het Natuurpact -na een lange periode van onduidelijkheid- helderheid verschaft rond het natuurbeleid en rond de inzet van BBL-gronden. Dat betekent dat wij met hernieuwde energie aan de slag zijn om gronden in te zetten voor projecten en de realisatie van natuur. Om die reden is het belangrijk dat gronden tijdig beschikbaar zijn voor het desbetreffende doel. Tegen deze achtergrond van maximale opbrengst en maximale inzetbaarheid voor de Agenda Groen worden gronden doorgaans kortlopend verpacht met een liberaal pachtcontract (een contract waarmee de pachter geen vaste rechten opbouwt) en stellen wij eisen aan het gebruik van de gronden.

Vraag 1:
Heeft u bij de eerste signalen van pachters een inventarisatie gemaakt hoeveel paardenweiden getroffen zouden worden door de overgang van de BBL gronden naar de provincie? Zo ja, om hoeveel weilandjes en hoeveel hectare gaat het? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1:
Ja. Op door de Provincie zelf verpachte gronden liepen in 2014 geen paarden. Naar het beeld van de provincie gold dit ook voor de BBL-gronden die in 2014 nog door BBL verpacht werden. Bij de verpachtingen voor 2015 is gebleken dat er in sommige situaties wel paarden op deze gronden aanwezig waren. Vervolgens is een beperkte inventarisatie gedaan. Voor zover ons bekend gaat het wat betreft het gebruik van grond voor het beweiden met paarden om één agrarisch bedrijf, enkele particulieren in de gemeente Bergen en een drietal maneges verspreid door de provincie. In totaal gaat het om ongeveer 75 ha. grond waar in 2014 paarden op liepen.

Vraag 2:
Kunt u aangeven op welke van deze gronden plannen zijn om ze op korte termijn om te vormen tot natuur?
Antwoord 2:
Een deel van de gronden ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Gronden die niet worden ingezet voor de realisatie van (andere) provinciale doelen worden in de loop der jaren openbaar, transparant en marktconform verkocht. Een verkoopplanning voor deze gronden is nog niet opgesteld en is mede afhankelijk van marktomstandigheden.
Een deel van de gronden waar in 2014 paarden op liepen ligt binnen de begrenzing van het NNN. Het betreft gronden in de Harger- en Pettemerpolder, voormalig Vliegveld Bergen en waterberging Saenegeest. In deze gebieden loopt een project/gebiedsproces gericht op de realisatie van natuur. Verwachting is dat in 2015 de gronden in de Harger- en Pettemerpolder kunnen worden verkocht aan een (eind)beheerder en ingericht. Vliegveld Bergen wordt in 2015 deels ingericht en verkocht aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Voor de
percelen met een waterbergingsfunctie wordt naar verwachting de verkoop pas in 2016 of 2017 opgestart, nadat de waterbergingsfunctie publiekrechtelijk is vastgelegd.

Vraag 3:
Kunt u aangeven of deze gronden op korte termijn verkocht gaan worden? Zo ja, kunnen de huidige pachters daarvoor als koper in aanmerking komen?
Antwoord 3:
Ja, zie ons antwoord op vraag 2. Verkoop van groene gronden geschiedt volgens het groene grondbeleid en de bijbehorende uitvoeringsregels. Eénieder die dat wil kan deze gronden verwerven, inrichten en beheren. Uitzondering op deze regel die is opgenomen in de uitvoeringsregels betreft de onderhandse verkoop aan een andere overheid (zoals het geval is bij een deel van voormalig Vliegveld Bergen). Bij de verkoop wordt inrichting en beheer conform het natuurbeheerplan als voorwaarde opgenomen. Afhankelijk van het beoogde natuurtype is agrarisch medegebruik wel of niet mogelijk.
Overigens is van huidige pachters geen sprake, omdat alle pachtcontracten van rechtswege op 31 december 2014 zijn afgelopen.

Vraag 4:
Op welke wetenschappelijke informatie baseert u uw stelling dat paarden in alle gevallen slecht zijn voor de grond? Kunt u kwantificeren wat de waardevermindering zou zijn van de grond als u wel paarden zou toestaan op de weilanden?
Antwoord 4:
Dat baseren wij op ervaring van onze beheerders en op wat algemeen bekend is in het veld. Schade is erg afhankelijk van het gebruik van het land en verschilt per soort dieren. Wij hanteren eenvoudige en in de praktijk toepasbare pachtcriteria en hebben daarom geen onderscheid gemaakt naar soorten paarden en bedrijven.
Als indicatie voor de kosten: Het ploegen, vlakken en opnieuw inzaaien van één hectare grond kost om en nabij de € 500,= per hectare uitgevoerd door een loonwerkersbedrijf.
Wij zijn overigens voornemens dit jaar alle voor 2015 gehanteerde pachtcriteria te evalueren. Over het effect van het weiden van paarden vragen wij deskundigen van de Wageningen Universiteit en Researchcentrum hun oordeel te geven.

Vraag 5:
Is het waar dat deze voorwaarde betekent dat mensen die al 12 of 15 jaar op hetzelfde weiland paarden laten grazen dat nu niet mogen omdat de provincie heeft geconstateerd op basis van ervaring dat de grond stuk is? Zo ja, hoe valt dit ineens te verklaren?
Antwoord 5:
De Provincie heeft veel gronden overgenomen van BBL. De opbrengst van die gronden wordt ingezet om de Agenda Groen te realiseren. Wij hechten waarde aan een optimale opbrengst en hanteren daarom strengere pachtcriteria dan de vorige eigenaar. Daarnaast vinden wij het onwenselijk dat gronden langjarig aan hetzelfde bedrijf verpacht worden. Zowel paardenhouders als niet-paardenhouders kunnen daarom hooguit enkele jaren gronden van de Provincie pachten en geen 10 of 15 jaar. Het kan daarom voorkomen dat bedrijven die al jarenlang gronden pachtten dit jaar geen grond toegewezen krijgen.

Vraag 6:
Op basis waarvan komt het college tot haar enge lezing van de pachtwet? Hoe heeft de kennelijk onwettige verpachting door BBL al jaren ongestraft doorgang kunnen vinden?
Antwoord 6:
Onze lezing van de pachtwet hebben wij u eerder toe doen komen (briefnummer 529238/529241 d.d. 19 december 2014). Wij constateren dat de definitie van wat “veehouderij” is per wet verschilt. U refereert aan milieuwetgeving en activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Maar fiscaal gezien komen maneges bijvoorbeeld niet in aanmerking voor landbouwvrijstelling omdat het geen landbouwactiviteit betreft. Wij sluiten aan bij de definities die de Europese Unie gebruikt ten behoeve van het verzamelen van statistische gegevens over landbouwbedrijven. Volgens die definities zijn paardenfokkerijen wel een agrarisch bedrijf, maar zijn maneges dat niet.
De definitiekwestie rond landbouw plaatsen wij graag in de volgende context: Een pachtcontract is een privaatrechtelijk contract tussen twee partijen gebaseerd op de voorwaarden uit de Pachtwet.
Wij stellen nadere eisen aan het gebruik van onze gronden. Zo komen wij voor akkerbouwgronden teeltplannen met de pachters overeen om te zorgen dat er geen “roofbouw” plaatsvindt op onze gronden en sluiten in bepaalde situaties uit dat er bolgewassen, knolgewassen en/of wortelen worden geteeld. Voor weidegronden houdt dat in dat wij geen paarden op de grond laten, om te zorgen dat de zode goed van kwaliteit blijft. Wij verpachten derhalve alleen aan agrarische bedrijven, maar niet voor alle vormen van agrarisch gebruik.

Vraag 7:
Waarom wilt u de beleving van pachters beïnvloeden? Als de pachter geen rechten opbouwt, hoe hindert hun beleving dan realisatie van provinciale doelen?
Antwoord 7:
Wij zijn van mening dat een bedrijf voor de bedrijfsvoering niet afhankelijk mag zijn van de tijdelijke pacht van provincie.
Zeker niet omdat de pachtgronden van de provincie bedoeld zijn om in te zetten bij de realisatie van (provinciale)doelen.
De voormalige BBL-gronden zijn enerzijds bestemd als financieringsbron voor de realisatie van het NNN in de provincie Noord-Holland en anderzijds rechtstreeks bedoeld voor de realisatie van NNN. Wij willen niet dat dit doel minder haalbaar wordt doordat grond minder makkelijk, of in toestand met lagere waarde, beschikbaar komt op het moment dat die grond voor dit doel van financiering van het NNN nodig is.

Vraag 8:
Bent u bereid uw stringente beleid tegen paarden en particulieren te herzien op basis van deskundig advies? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8:
Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 9:
Wat verzet zich tegen het verlengen van de pacht voor deze paardenweides totdat ofwel de grond is verkocht (in lijn met het groene grondbeleid en bijvoorbeeld aan de huidige pachters) ofwel de natuurinrichting plaatsvindt?
Antwoord 9:
Daarvoor hebben wij meerdere argumenten: het feit dat wij het belangrijk vinden om onze gronden waardevast te beheren, het feit dat wij langjarige pachtrelaties onwenselijk vinden en –in het geval van particulieren- het feit dat een pachtcontract wettelijk niet mogelijk is. Zie ook ons antwoord op vraag 7.

Vraag 10:
Bent u bereid om op een zorgvuldige manier te kijken naar de weilandjes waar paarden en hun verzorgers in de knel komen door de grondoverdracht en voor maatwerk te zorgen?
Antwoord 10:
Wij zijn van mening dat wij altijd zorgvuldig zijn, dus ook bij deze verpachtingen. De pachters in 2014 zijn ruim op tijd op de hoogte gebracht van de veranderde situatie en van hun mogelijkheden om te opteren voor nieuwe pachtcontracten. In een enkel geval hebben wij maatwerk toegepast. Wij houden in alle gevallen vast aan het criterium dat de pachter het hoofdberoep in de landbouw moet hebben, omdat wij anders namelijk de bepalingen in de Pachtwet overtreden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer