potstal voor 500 schapen in een waardevol natuur­gebied


Vragen van het lid R. E. van Oeveren (Partij voor de Dieren) over een potstal voor 500 schapen in een waardevol natuurgebied.

Inleiding
Op 12 januari jongstleden is een vergunning op basis van de Natuurbeschermingswet gegeven voor het bouwen van een potstal en het houden van 500 schapen in Natura 2000 gebied Eilandspolder, welke 9 maanden van het jaar binnen moeten zijn. Nadat er bezwaar is gemaakt is de vergunning ingetrokken. De provincie onderzoekt een bijdrage in de onderzoekskosten voor een nieuwe aanvraag van dezen veehouder (zie memo 24-6-2010). De fractie van de Partij voor de Dieren is verbaasd over de gang van zaken en heeft daarom de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten.

1. Waarom is op 12 januari de vergunning verleend als dit besluit ‘niet voldoende wordt gedragen door de aanvraag en bijbehorende stukken.’? In de memo staat dat de volgende passende beoordeling op juridisch, beleidsmatig en op vergunning niveau zal worden beoordeeld. Had dat op 12 januari niet al gemoeten?

2. Het heeft er de schijn van dat de bezwaarmakers juridisch beter zicht hebben op de natuurbeschermingswet dan de provincie. Is de provincie voldoende geëquipeerd om de passende beoordeling op een aanvraag voor een vergunning op basis van de natuurbeschermingswet te beoordelen?

3. Is het uitzonderlijk dat de provincie de aanvrager van een vergunning financieel bijstaat? Zo ja, waarom is daar in dit geval voor gekozen? En zo neen, kunt u daarvan overzicht geven met de kosten die dat voor de provincie met zich meebrengt?

4. Op de plaats waar deze potstal moet komen, staat nu een klein schuurtje (zie foto). De bebouwing zal door deze potstal fors toenemen om 500 schapen te kunnen herbergen. Is er naast de Nbwet vergunning een ontheffing de ruimtelijke verordening noodzakelijk?

5. De schapen zullen 9 maanden per jaar worden opgestald. Worden schapen in Noord-Holland vaak, dan wel in toenemende mate het merendeel van het jaar opgestald? En wat vindt GS daarvan?

6. De natuurbeschermingswet is een wet die de natuur moet beschermen. Daartoe toetst de provincie of een activiteit met het oog op de natuurbelangen wel kan worden toegestaan. Bent u het met ons eens dat het dus de provincie is die primair de natuurbelangen moet verdedigen en niet eventuele bezwaarmakers?

Antwoorddatum: 6 jul. 2010

Ons antwoord aan provinciale staten luidt als volgt:
1.
In 2007 is het overleg gestart met de vergunningaanvrager over de bouw en ingebruikname van de potstal. In 2007 is er een Habitattoets door de aanvrager bij ons ingediend. De officiële vergunningaanvraag is medio 2009 bij ons ingediend.
In 2009 was de in 2007 uitgevoerde Habitattoets eigenlijk verouderd.
Zo werd het ‘Toetsingskader ammoniak’ van het Ministerie van LNV gebruikt, dat toen al was ingetrokken. Wij hebben de informatie omtrent ammoniak toen zelf geactualiseerd. Wij hebben in het vergunningverleningproces de Habitattoets geaccepteerd als passende beoordeling. Vervolgens hebben wij op 12 januari 2010 de gevraagde vergunning verleend.
Tegen deze vergunning zijn bezwaren ingediend. Deze bezwaren vormden voor ons aanleiding om ons nogmaals te bezinnen op juridische houdbaarheid van vergunning en de door ons geactualiseerde en geaccepteerde Habitattoets. We zijn toen tot de conclusie gekomen dat in een gerechtelijke procedure de vergunning vrijwel zeker niet in stand zou blijven vanwege de gebruikmaking van de verouderde Habitattoets.
Daarom hebben wij op 28 april 2010 besloten de vergunning in te trekken en de initiatiefnemer een nieuwe aanvraag met een betere onderbouwing te vragen.
Achteraf was het beter geweest als wij in 2009 de aanvrager meteen gevraagd hadden een nieuwe passende beoordeling te laten opstellen.
2.
Ja, de provincie is voldoende geëquipeerd. Zie hiervoor het antwoord op vraag 1.
3.
Ja. In dit uitzonderlijke geval is hiertoe besloten omdat wij het niet redelijk vinden dat de initiatiefnemer weer extra kosten moet maken vanwege het feit dat wij terugkomen op ons besluit van 12 januari 2010 om de toen aangedragen informatie als voldoende te beschouwen.
4.
Ja, de locatie van de potstal bevindt zich in weidevogelleefgebied (zie artikel 24 van de Structuurvisie 2040). Het gemeentebestuur dient deze ontheffing bij ons aan te vragen.
5.
Het is ons niet bekend of er sprake is van een toename van het opstallen van schapen.
Wij spelen hierin geen rol. Regelgeving betreffende dierhouderij en veeindustrie wordt bepaald op Nationaal en Europees niveau. Wel of geen weidegang is binnen de regels een beslissing van de ondernemer.
6.
Ja, dat is onze taak in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet brengt evenwel een belangafweging met zich mee. Per initiatief is sprake van maatwerk.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer