Operatie Schoon Schip


Haarlem, 21 november 2011

Onderwerp: Vragen van de heer A. E. van Liere (Partij voor de Dieren) en mevrouw T. E. M van Leeuwen (GroenLinks) over Operatie Schoon Schip.

In het Presidium van 12 september 2011 is besloten om de onderzoeksopzet van Operatie Schoon Schip op de agenda van Provinciale Staten van 26 september 2011 te plaatsen.

In de vergadering van Provinciale Staten van 26 september 2011 is de onderzoeksopzet besproken en is een motie van PvdA en D66 aangenomen, waarin een motie van GroenLinks, gericht op het extern beleggen van het onderzoek geïntegreerd is. De Commissaris van de Koningin (CdK) heeft in deze vergadering de toezegging gedaan dat het College van Gedeputeerde Staten aan de hand van de aangenomen motie het onderzoeksvoorstel zal aanpassen en met nadere voorstellen bij Provinciale Staten zal terugkomen.

In de brief ‘Voortgang Operatie Schoon Schip’ van het college van Gedeputeerde Staten van 11 oktober 2011, verzonden 24 oktober 2011, wordt PS ter kennis gesteld van het besluit van GS over de aanpassing van het onderzoeksvoorstel.
1. Kunt u uitleggen hoe ‘het ter kennis stellen van een besluit van Gedeputeerde Staten over een aangepast onderzoeksvoorstel’ zich verhoudt tot de toezegging van de CdK om het onderzoeksvoorstel aan te passen en met nadere voorstellen terug te komen bij Provinciale Staten?
In dit aangepaste onderzoeksvoorstel is een stappenplan opgenomen. Stap 1 luidt: ‘stel de exacte formulering van de onderzoeksvraag vast. Deze onderzoeksvraag bevat duidelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor de externe onderzoeksleiding. Op basis van deze onderzoeksvraag worden in stap 2 de leden van de in te stellen externe commissie geselecteerd.’
In de discussies bij de Statenbehandeling en in het presidium is het belang van scherpe onderzoeksvragen van de zijde van de staten en van de CdK steeds onderstreept. De CdK gaf in het presidium van 14 november aan dat in de toen nog niet verstuurde brief over de samenstelling en instelling commissie Operatie Schoon Schip, zowel de namen van de geselecteerde onderzoekscommissie als de onderzoeksvragen beschreven staan.

De door GS geformuleerde onderzoeksvraag is te lezen in artikel 2, lid 1 van Instellingsbesluit van GS van de onderzoekscommissie Operatie Schoon Schip van 1 november 2011.Deze luidt: ‘de commissie heeft tot taak te onderzoeken of er bij onderwerpen en activiteiten waar bestuurders van de provincie Noord-Holland bij betrokken zijn (geweest) in de periode 2003-2011, nu ten onrechte zaken onbekend of onvoldoende bekend zijn aan het college van Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten, die wel bekend hadden moeten zijn’.

2. Kunt u aangeven hoe een zo ruim geformuleerde onderzoeksvraag voldoende richting kan geven aan het onderzoek dat de externe commissie moet gaan uitvoeren?
3. Kunt u uitleggen hoe deze zo algemeen gestelde onderzoeksvraag heeft bijgedragen aan de selectie van de hoogleraren voor de onderzoekscommissie?
4. Kunt u een nadere concretisering en toespitsing van de onderzoeksvragen maken en met deze, zoals eerder aangegeven,terugkomen bij Provinciale Staten?

Het schema met de rollen die de verschillende betrokken bij dit onderzoek spelen, loopt niet over van helderheid.
5. Kunt u de verschillende rollen zoals u die bedoelt in het schema, nader schriftelijk toelichten?

Antwoorddatum: 19 dec. 2011

1. De heer Den Uijl (PvdA) heeft tijdens de Statenvergadering van 26
september 2011 de gewijzigd vastgestelde motie van de PvdA en D66
(M9-04) uitgelegd als een vraag aan ons college om ons voorstel aan te
passen in de geest van de motie. Zoals blijkt uit de brief met bijlagen van
ons college van 11 oktober 2011 zijn alle verzoeken van Provinciale
Staten uit deze motie overgenomen in het onderzoeksvoorstel van ons
college.
Op 26 september 2011 heeft de commissaris van de Koningin inderdaad
gezegd met nadere voorstellen bij Provinciale Staten terug te komen.
Echter is tijdens deze Statenvergadering meerdere malen gewezen op de
wens van Provinciale Staten om de uitkomsten van het onderzoek vóór het
zomerreces te kunnen behandelen. Nu er geen licht zit tussen de wensen
en verzoeken van Provinciale Staten zoals deze zijn verwoord in de
eerdergenoemde motie en het aangepaste onderzoeksvoorstel, heeft ons
college snelheid willen maken met de start van het onderzoek, zodat het
streven om voor het zomerreces aan Provinciale Staten te rapporteren
overeind kon blijven.

2. De vragenstellers verwijzen naar de formulering van de centrale
onderzoeksvraag in het instellingsbesluit. Deze onderzoeksvraag is
uitgewerkt in deelvragen. De centrale onderzoeksvraag en vijf deelvragen
zijn door ons college op 25 oktober 2011 vastgesteld. Op basis van deze
uitgewerkte onderzoeksvraag zal de commissie een gedetailleerd plan van
aanpak opstellen aangaande de wijze waarop zij het onderzoek gaan
uitvoeren.

3. De selectie van hoogleraren heeft plaatsgevonden op basis van de centrale
onderzoeksvraag en de vijf deelvragen.

4. Omwille van de onafhankelijkheid van het onderzoek laten wij de
commissie vrij om de onderzoeksvraag verder te operationaliseren en
haar eigen werkwijze te bepalen. Deze werkwijze zal door de commissie
worden vastgelegd in een plan van aanpak zoals is aangekondigd in onze
brief van 11 oktober jongstleden aan Provinciale Staten. Voor een nadere
concretisering en toespitsing van de onderzoeksvragen verwijzen wij naar
dit op te stellen plan van aanpak. Dit plan van aanpak zal door ons
worden aangeboden aan Provinciale Staten.

5. De precieze invulling van de rollen is aan de commissie en voor een
toelichting hierop verwijzen wij naar het op te stellen plan van aanpak

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer