Minder afschot, minder schade


Haarlem, 4-11-2010

Onderwerp: Vragen van de heer R.E. van Oeveren en de heer P. van Poelgeest (Partij voor de Dieren)

Inleiding

Er waren Statenvragen voor nodig om de jaarverslagen 2008 en 2009 van de faunabeheereenheid Noord-Holland (FBE) te kunnen lezen; zonder de vragen waren de verslagen waarschijnlijk nog steeds niet gepubliceerd. Dat vinden wij niet passend voor een organisatie die met publiek geld door de provincie wordt ondersteund.

Na lezing van de verslagen moeten wij opnieuw vragen stellen. Dit komt mede door de beantwoording door uw college. U antwoordt: “Er zijn op het jaarverslag van 2009 enkele opmerkingen die tijdens het bestuurlijk overleg van 17 september zullen worden besproken. De FBE zal deze opmerkingen ook per brief van Gedeputeerde Staten ontvangen.” Jammer dat u die niet opmerkingen meteen met Provinciale Staten deelt. U gaat ook niet inhoudelijk in op onze vraag naar het nut en de noodzaak van een FBE. Dat versterkt ons beeld dat de FBE een overbodige instantie is.

De FBE beoordeelt de ganzen-vangacties op Texel als effectief. Zij baseert dit op de schadecijfers van heel 2007 en heel 2008. De acties vonden half 2008 plaats. Het grootste deel van de daling vond echter plaats vóór de vangacties. Als de schade wordt gecorrigeerd wordt met de ontwikkeling van de landbouwprijzen en de daling van de schade in de eerste helft van 2008, blijft € 10.000 schadevermindering toe te schrijven aan de vangacties.

Het jaarverslag 2009 staat in het teken van het uitblijven van afschot op diverse soorten. Daarom valt op dat bij veel diersoorten de veroorzaakte schade niet is toegenomen: de schade door vos, smient, meerkoet, ekster en knobbelzwaan in 2009 nam niet of nauwelijks toe of daalde zelfs - ondanks het ontbreken van de ‘noodzakelijke’ maatregelen uit het faunabeheerplan.
Van 2008 op 2009 is de schade door grauwe ganzen aanmerkelijk gedaald. De FBE geeft echter alleen aandacht aan de stijging van de schade door jaarrond verblijvende ganzen. De spectaculaire daling (zonder afschot ruim 4 ton minder) van landbouwschade door overwinterende ganzen en smienten blijft onbenoemd.
Verder blijkt dat de schade door alle grauwe ganzen samen is afgenomen. Het afschot in 2009 was slechts 20% van 2008. Opmerkelijk: Minder afschot, minder schade.

Vragen

1. Gegeven bovenstaande bevindingen: Hoe effectief is uw afschotbeleid en waar baseert u dat op?

2. “De vrijwillige uitvoerders mochten verwachtten dat een trits van maatregelen, genoemd in het FBP (faunabeheerplan, PvdD) zouden volgen. Dit mocht niet zo zijn.” Aldus de FBE. Betekent dit dat de FBE mocht verwachten voor het uitvoeren van nestbeheer te worden ‘beloond’ met het toestaan van afschot?

3. Als het jaarverslag 2008 al in juni 2009 is afgerond, waarom kreeg onze fractie het document niet toen er in de commissie WAMEN op15 februari 2010 om werd gevraagd?

4. De FBE berekent in het jaarverslag 2009 het voor 1 oktober 2010 af te schieten aantal grauwe ganzen op 65.501! Maar de FBE telt in 2010 slechts 38.121 ganzen. Hoe verklaren GS dat de FBE berekent veel méér ganzen te moeten afschieten dan er zijn?

5. Welke opmerkingen heeft u gemaakt ten aanzien van het jaarverslag 2009 en hoe is daarop gereageerd?

Antwoorddatum: 9 nov. 2010

Ons antwoord aan provinciale staten luidt als volgt:
1.
De effectiviteit van het totale flora- en faunabeleid en de uitvoering daarvan, is van jaar op jaar niet te beoordelen. Dit moet in een reeks van opeenvolgende jaren worden aangetoond. Het faunabeheerplan van 2009 dat op basis van de beleidsnota Flora- en faunabeleid uit 2007 is geschreven, is nog te kort van kracht om daar direct conclusies aan te kunnen verbinden. Ter aanvulling op uw bevindingen: in de door u aangehaalde passage uit het jaarverslag wordt ook vermeld, dat de Faunabeheereenheid Noord-Holland (FBE), het Faunafonds heeft gevolgd in een “meer realistischere weergave per seizoen”. Wat er volgens de FBE toe leidt, dat het schadebeeld voor 2009 niet ‘aansluitend’ is met de reeks van de voorgaande jaren. Er is hiermee getracht een duidelijker onderscheid te maken tussen de schade veroorzaakt door overwinterende ganzen en overzomerende
2
ganzen. De daling ten opzichte van 2008 in schadecijfers moet in dat licht worden bezien. Het Faunafonds heeft op bestuurlijk niveau al aangekaart, dat het totaal van de schadecijfers enkel toenemen. Het college van Gedeputeerde Staten constateert dat deze wijziging toch de nodige onduidelijkheid met zich meebrengt en zal dit meegeven aan de Faunabeheereenheid in haar aanpassingen van het jaarverslag 2009.
2.
Het Uitvoeringskader Ganzen, zoals dat door Provinciale Staten is vastgesteld op 28 juni 2009, geeft mogelijk te nemen (preventieve) maatregelen weer. Er wordt ook een prioritering aangereikt in welke volgorde GS de te nemen maatregelen wenselijk acht. Vervolgens is ook vastgesteld dat GS het aan de Faunabeheereenheid laat om de maatregelen in te zetten en deze in haar Faunabeheerplan vast te leggen. De provincie geeft de ontheffingen af aan de Faunabeheereenheid om de vastgestelde maatregelen te kunnen laten uitvoeren door de aangesloten wildbeheereenheden en terreinbeherende organisaties. Er is daarbij geen sprake van beloning, maar van uitvoering van vastgesteld beleid. Wanneer er namelijk enkel nestbehandeling plaatsvindt, zal dit niet leiden tot het behalen van de in het FBP vatgestelde streefstand. Alleen een combinatie van de verschillende methodieken zal bijdragen aan een reductie van de schade. Hieronder valt de nestbehandeling (een methode om de groei van de populatie te beperken), maar ook verjaging met ondersteunend afschot en beheer van de populatie.
3.
Het is nooit de intentie geweest om u deze openbare informatie te onthouden. U beschikt inmiddels over alle gewenste verslagen. De verslagen zijn ook te allen tijde en voor iedereen opvraagbaar bij het secretariaat van de Faunabeheereenheid. De verslaglegging is een zelfstandige verantwoordelijkheid van de Faunabeheereenheid. De provincie heeft hierbij een controlerende taak. Naar aanleiding van uw vorige vragen over de jaarverslagen (nr. 57.2010), is u reeds gemeld dat de Faunabeheereenheid en de uitvoering van de coördinatie van het planmatig faunabeheer, binnen de geldende wettelijke kaders, op dit moment wordt geëvalueerd door een extern bureau. Helder is dat een en ander voor verbetering vatbaar is en daar wordt nu aan gewerkt.
4.
Het rekenvoorbeeld van de Faunabeheereenheid is duidelijk bedoeld om aan te tonen dat om hetzelfde streefaantal te behalen er procentueel ieder jaar meer dieren gedood zouden moeten worden. De in het verslag genoemde 65.501 ganzen beschrijft het “totaal gerealiseerde afschot én het in 2010 te realiseren afschot”. Het aantal nog te doden ganzen ligt naar verwachting op 34.590. Het
aantal van 38.121 ganzen is het getelde aantal ganzen vóór dat de kuikens uit het ei kruipen. Hier is de aanwas van 2010 (naar verwachting 23%) nog niet meegerekend. Er wordt gewerkt aan een interprovinciaal telprotocol door de faunabeheereenheden, opdat in de toekomst binnen alle provincies door de verschillende FBE’s op eenzelfde wijze geteld wordt.
5.
Er zijn algemene opmerkingen geweest om de kwaliteit van het jaarverslag te verbeteren, informerende opmerkingen en uiteindelijk per pagina detailvragen gesteld en/of opmerkingen gemaakt. In de reactie van de Faunabeheereenheid valt op te maken, dat de gevraagde informatie ten dele boven het wettelijke vereiste van wat er in een jaarverslag zou moeten staan, uitstijgen. De provincie neemt dit gegeven mee in de beoordeling van het activiteitenplan voor 2011.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer