Jacht op provin­ciale gronden


Statenvragen van het lid R. E. van Oeveren (Partij voor de Dieren) over jacht op provinciale gronden

Inleiding

In de Statenvergadering van 28 september 2009 stelde Gedeputeerde Staten in het stemadvies over de motie van de Partij voor de Dieren om jacht niet toe te staan op provinciale gronden:

Het alternatief (door het aannemen van deze motie) ziet er namelijk niet goed uit, omdat het dan niet mogelijk is om tijdens het jachtseizoen op schadeveroorzakende diersoorten te jagen. Je kunt in die periode wettelijk gezien namelijk geen ontheffing verlenen. (conceptverslag PS vergadering 28-9-2009 pagina 69)

Deze stelling was, voor zover wij kunnen overzien, beslissend voor de stemming over de motie, die vervolgens werd verworpen. Op ons verzoek ontvingen wij na het debat een toelichting per e-mail op deze stelling:

In het Besluit Beheer Schadebestrijding Dieren, artikelen 65, 67 en 68, (onderdeel van de FFW), staat omschreven dat de provincie bevoegd is beheer en schadebestrijding uit te voeren buiten de jachtperiode. Beheer en schadebestrijding kan daardoor niet uitgevoerd worden in het jachtseizoen.

Voor de goede orde, het Besluit Beheer en Schadebestrijding Dieren heeft 14 artikelen. De genoemde artikelen bestaan dus niet. In de Flora- en faunawet, het Besluit en de Regeling Beheer en Schadebestrijding dieren staat nergens dat de provincie binnen het jachtseizoen geen beheer en schadebestrijding kan uitvoeren.

Vragen
1. Nogmaals: Op welke wet of regelgeving baseert u dat de provincie geen ontheffingen zou kunnen verlenen in het jachtseizoen?

2. Is schadebestrijding ex artikel 68 FFW binnen het jachtseizoen op de wildsoorten juridisch onmogelijk?

3. Indien geen wet of regelgeving genoemd kan worden, welke verklaring heeft de gedeputeerde dan voor de onjuiste voorstelling van wet- en regelgeving voor Provinciale Staten?

4. Had uitvoering van de motie op enigerlei wijze schadebestrijding juridisch onmogelijk gemaakt?

5. Bent u bereid om alsnog uitvoering te geven aan de strekking van de motie?

Tot slotte: De gedeputeerde begon zijn stemadvies onder meer met de woorden:
De suggestie wordt namelijk gewekt dat er iets gebeurt dat niet kan. Dat is niet zo, zeg ik u.

De Partij voor de Dieren heeft nergens gesuggereerd dat de handelswijze van de gedeputeerde onmogelijk zou zijn, integendeel.

6. Aan wie schrijft de gedeputeerde de door hem genoemde suggestie toe?

Antwoorddatum: 17 nov. 2009

Ons antwoord aan provinciale staten luidt als volgt

1 Wij gaan er steeds vanuit dat ontheffingverlening niet mogelijk is als het met de ontheffing
te bereiken doel ook al zonder deze ontheffing kan worden bereikt. Hiervan is sprake als het
beoogde doel al te bereiken is onder een andere ontheffing of onder de Flora- en faunawet
zelf. Artikel 68 van de Flora- en faunawet vermeldt “voor zover niet bij of krachtens enig
ander artikel van deze wet vrijstelling is of kan worden verleend”. Jacht is een vrijstelling
die in de artikelen 31 ev. Van de Flora- en faunawet is geregeld.

2 Ja.
3 Zie ons antwoord onder 1.

4 Ja, zie ook ons antwoord onder 1.

5 Nee.

6 Aan de vragensteller. De suggestie wordt namelijk gewekt dat er een strikte scheiding
bestaat tussen jacht en schadebestrijding en dat gedeputeerde Bond deze begrippen “op een
hoop gegooid”, dit is niet het geval. Artikel 37 van de Flora- en faunawet laat duidelijk zien
dat jacht en schadebestrijding niet te scheiden zijn. Letterlijk staat in dat artikel te lezen:
“De jachthouder is verplicht datgene te doen wat een goed jachthouder betaamt om een
redelijke stand van het in zijn jachtveld aanwezige wild te handhaven dan wel, bij het
ontbreken daarvan, te bereiken en om schade door in zijn jachtveld aanwezig wild te
voorkomen.”

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer