Het aanbieden van kadavers


Inleiding

Nederland is de afgelopen jaren diverse keren geconfronteerd met uitbraken van dierziektes: in 1997 de klassieke varkenspest en de gekke koeienziekte (BSE-crisis Bovine Spongiforme Encefalopathie), in 2001 mond- en klauwzeer (MKZ-crisis) en van 2003-2006 de vogelgriep, vanaf 2006 blauwtong, in 2008 voor het eerst sinds 10 jaar weer runder-TBC en datzelfde jaar deed Q-koorts zijn intrede in Noord-Holland.

Veel van de hiervoor genoemde dierziektes, maar ook andere bacteriële en virale besmettingen, waaronder MRSA (Methicilline Resistente Staphylococcus aureus), zijn van dier op mens overdraagbare infectieziekten. Door de steeds hogere veedichtheid in ons land is bestaat er een verhoogde kans in het voorkomen van zoönosen . Dit vormt een grote bedreiging voor mensen en dieren, want een uitbraak van een besmettelijke dierziekte kan in Nederland grote sociale en economische gevolgen hebben.

Conform de Community Animal Health Policy 2007-2013 van de EU dient er zorg gedragen te worden voor goede hygiëne en huisvesting voor landbouwhuisdieren en er zijn strenge regels die variëren van mogelijkheden voor vaccinatie tot het transport. De EU benadrukt het belang van preventie: “Een actief preventiebeleid in de diergezondheid leidt dan ook tot een vermindering van risico’s voor de volksgezondheid”.

Hoewel Noord-Holland een relatief lage veedichtheid heeft, vindt de Partij voor de Dieren dat in het kader van rampenbestrijding alles moet worden gedaan om de kans op een uitbraak van een besmettelijke dierziekte zo klein mogelijk te maken.
Op de bij deze schriftelijke vragen bijgevoegde foto’s ziet u kadavers van dode landbouwhuisdieren, zoals die in Noord-Holland op de openbare weg worden aangeboden. In veel gevallen is de doodsoorzaak en daarmee het mogelijke besmettingsgevaar niet vastgesteld.


Om de insleep en de verspreiding van dierziekten te voorkomen of te beperken zijn er preventieve maatregelen. Voor het aanbieden kadavers voor destructie zijn door het ministerie van LNV onder meer de volgende voorschriften opgesteld:

- Kadavers moeten worden aangeboden in stevige, goed afgedekte tonnen die niet lekken; kadaverkappen moeten de kadavers geheel bedekken.
- De tonnen waarin kadavers worden aangeboden, dienen na afloop goed ontsmet te worden, net als de aanbiedplaats.
- De kadavers moeten altijd zorgvuldig worden afgedekt, zodat ze niet zichtbaar zijn en vogels, honden en katten er niet bij kunnen.
- De aanbiedplaats moet lekvrij zijn; er mag geen vocht van het kadaver weglekken.
- Op grond van de zogenaamde Regeling Koeling moeten sinds 1 mei 2000 kadavers tot een gewicht van 40 kilogram, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, worden bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 graden Celsius of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15 graden Celsius.

Bij de provincies ligt een zware verantwoordelijkheid ten aanzien van de openbare veiligheid:
Artikel 6 van de Wet Rampen en Zware ongevallen (Wrzo) schrijft voor dat de commissaris van de Koningin een Provinciaal Coördinatieplan opstelt. Dit plan beoogt bovenal inzicht te geven in de verantwoordelijkheden die de commissaris van de Koningin en het college van Gedeputeerde Staten hebben bij de bestrijding van calamiteiten en op welke wijze zij deze uitvoeren.
Op pagina 11 van het Provinciaal Coördinatieplan staat onder hoofdstuk 3 ‘Openbare Veiligheid (rampen en zware ongevallen)’ onder meer te lezen “Van een bedreiging of verstoring van de openbare veiligheid is sprake als het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in het geding zijn. De Wrzo definieert zo’n situatie als een ramp of zwaar ongeval”.


Vragen

1. Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren, dat bij een uitbraak van besmettelijke dierziekte sprake kan zijn van een bedreiging van de openbare veiligheid en daarmee van een ramp?

2. Bent u met de Partij voor de Dieren van mening dat de provincie Noord-Holland binnen het kader van haar mogelijkheden alles in het werk moet stellen om een ramp binnen haar provinciegrenzen te voorkomen?

3. Vindt u, net als de Partij voor de Dieren, dat de provincie Noord-Holland een verantwoordelijkheid draagt ten aanzien van de volksgezondheid van de Noord-Hollandse burgers? Wat doet u hieraan in het kader van ziektes die van dier op mens overdraagbaar zijn (zoönoses)?

4. Deelt u de mening van de Partij voor de Dieren dat op de foto’s naar voren komende beelden van kadavers er een reële kans bestaat dat er een bacteriële en/of virale besmetting van dier op mens kan plaatsvinden?

5. Om de verspreiding van dierziekten te voorkomen of te beperken zijn voor het aanbieden van kadavers voor destructie door het ministerie van LNV voorschriften opgesteld. Bent u, mede naar aanleiding van de foto’s, van mening dat deze voorschriften overal worden opgevolgd?

6. De foto’s tonen beelden die geen uitzondering zijn, zoals Varkens in Nood onlangs aantoonde. Kadavers worden in veel gevallen niet volgens de voorschriften aangeboden en dat levert een gevaar op voor de volksgezondheid.
Bent u bereid de partijen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en handhaving van de regels voor het aanbieden van kadavers aan te spreken op deze potentieel gevaarlijke situaties?

Antwoorddatum: 12 aug. 2009

Opmerking vooraf:
Naar aanleiding van de eerste alinea van de inleiding bij deze vragen wordt opgemerkt, dat in de provincie Noord-Holland geen gevallen van de q-koorts zijn voorgekomen.

1. Een grootschalige en ernstige uitbraak van een besmettelijke dierziekte kan een bedreiging van de openbare veiligheid betekenen. Overigens betekent dit niet dat elke bedreiging van de openbare veiligheid een ramp is.
De eigenaar of houder van de dieren is altijd als eerste verantwoordelijk voor de gezondheid van zijn dieren en dient in het kader van preventie zo te handelen dat er geen besmettelijke dierziekten in Nederland worden ingesleept of verspreid.
Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is verantwoordelijk voor het in stand houden van een goede en veilige voedselvoorziening en het waarborgen van de veterinaire en fytosanitaire veiligheid. Om besmettelijke dierziekten te voorkomen en te bestrijden heeft het ministerie van LNV de “Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's” ingevoerd. In het geval dat er toch een besmettelijke dierziekte in Nederland uitbreekt, worden door het Rijk aanvullende en/of aangescherpte maatregelen getroffen worden.

2. De provincie doet al het binnen haar verantwoordelijkheden liggende om een ramp te voorkomen. Een helder inzicht in de verantwoordelijkheidsverdeling is hierbij voor alle betrokkenen van belang. Hiervoor heeft de provincie Noord-Holland, samen met anderen,de bundel Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing ontwikkeld. De bijlage bevat een overdruk van de pagina uit deze bundel en geeft de verantwoordelijkheidsverdeling bij de bestrijding van dierziekten.

3. Zie voorgaande antwoorden over de verdeling van verantwoordelijkheden in deze. Zolang er nog geen sprake is van dergelijke prognoses worden er (uiteraard) geen extra maatregelen genomen.

4 en 5.
Door de Algemene Inspectie Dienst van LNV (AID) wordt toegezien op de naleving van
de regels. Bij het vermoeden van een overtreding of misstand gaat de AID over tot opsporing. Informatie over een misstand of vermoedens van overtredingen dienen bij de AID gemeld te worden. Op die wijze kan iedereen bijdragen aan het voorkomen van de verspreiding van besmettelijke dierziekten én de voedselveiligheid.

6. Wij zullen uw informatie met de bijbehorende foto’s ter kennis brengen van de AID.

Volg deze link voor de bijlage.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer