Gifge­bruik in Noord-Holland


INLEIDING

In de landbouw, natuurgebieden en groenonderhoud in Noord-Holland wordt veel gif gebruikt. Burgers lopen hiermee het risico te worden blootgesteld aan gifstoffen waardoor hun gezondheid in gevaar komt. Ook leidt het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tot verlies van biodiversiteit, zorgwekkende sterfte onder bijen en andere insecten, watervervuiling en tot steeds moeilijker te zuiveren drinkwater. Onlangs adviseerde de gezondheidsraad om blootstellingonderzoek te doen naar de effecten op omwonenden van landbouwpercelen waar gif wordt gebruikt.
De Partij voor de Dieren maakt zich dan ook al jaren sterk voor een gezonde, gifvrije landbouw en een milieuvriendelijke manier van groenonderhoud.
De provincie is betrokken bij dit buitensporig hoog gifgebruik via de beleidsvelden landbouw, natuur, grondwaterbescherming en waterkwaliteit.

VRAGEN

Provincietuin en Recreatieschappen
De provincie Noord-Holland gebruikt op het parkeerterrein aan de Dreef RoundUp (glyfosaat) om onkruid te bestrijden. Ook door recreatieschappen wordt RoundUp gebruikt. Deze stof wordt in verband gebracht met het ontstaan van kanker en zenuwaandoeningen, waaronder de ziekte van Parkinson[1]. RoundUp komt in het grondwater terecht en verspreidt zich omdat het nauwelijks afbreekt.

1. Is de provincie bereid om te stoppen met het gebruik van RoundUp en zich in te zetten tegen het gebruik van gif waar de provincie mede het beleid voert? Zo nee, waarom niet?

Overschrijdingen normen voor waterkwaliteit en halen KRW-doelen
Uit metingen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) in 2011 en 2012 naar de waterkwaliteit blijkt dat concentraties landbouwgif in het water boven de norm uitkomen[2]. Van 17 stoffen, waaronder methyl-pyrimifos, carbendazim en imidacloprid zijn normoverschrijdingen aangetoond (tot wel 340 maal de norm). Ook werden vijf verboden bestrijdingsmiddelen regelmatig en op vele plekken in het oppervlaktewater aangetroffen, zoals dinoterb, metalaxyl en procymidon.

Het middel imidacloprid, bekend vanwege zijn giftigheid voor bijen, hommels en andere insecten, wordt steeds vaker in de Noord-Hollandse wateren aangetroffen: in 2011 in 52% van de meetpunten en in 2012 58%. Soms wordt de norm overschreden in 2011 was dit in 2% van de metingen en in 2012 in 10% van de metingen.

2. Welke concrete maatregelen heeft de provincie de afgelopen twee jaar genomen om de vervuiling van het oppervlaktewater met gif uit de bollenteelt te verminderen?
3. Wat zijn de effecten van de normoverschrijdingen op het halen van de KRW-doelen in 2015, zowel chemisch als ecologisch?
4. Welke effecten hebben deze bestrijdingsmiddelen op insecten en overige fauna in en rond het water? Bent u bereid zich in te zetten voor een beter toetsingskader voor toelating van gif bij het Rijk[3]?

Bollengif naast Natura 2000-gebieden de duinen
Veel bollenvelden bevinden zich op de zandgronden langs de duinen. In de bollenteelt wordt veel gif en een cocktail aan gifsoorten gebruikt. Er is sprake van een risico dat middelen die bedoeld zijn om op de bollenakkers insecten, schimmels en onkruid te doden door verspreiding via de lucht en grond- en oppervlaktewater significant negatieve effecten hebben op de te beschermen natuur in de Natura 2000-gebieden.

5. Delen Gedeputeerde Staten de mening dat met het veelvuldig spuiten van gif op de bollenakkers een risico bestaat op significant negatieve effecten op de te beschermen natuur in de duinen? Zo nee, waarom niet?
6. Hoeveel passende beoordelingen hebben Gedeputeerde Staten beoordeeld en een natuurbeschermingswetvergunning verstrekt aan (landbouw)bedrijven die gif gebruiken in de omgeving van Natura 2000 gebieden?

Bollengif naast weidevogelgebied, natuurgebied en moestuin
In Noord-Holland worden percelen grasland in gebruik genomen voor bollenteelt. Als eerste stap is het gras doodgespoten met gif. Het kan voorkomen dat dit gebeurt op enkele meters afstand van een bewoond perceel met moestuin. Omwonenden maken zich daarover grote zorgen en melden dit op het meldpunt van de stichting Bollenboos en de Partij voor de Dieren www.gifklikker.nl Ook komt het voor dat deze nieuwe bollengrond tegen natuurgebieden aanliggen zoals weidevogelgebieden. Weidevogels hebben veel insecten nodig om te kunnen overleven. Maar insecticiden doden insecten en dan hebben de weidevogels niets meer te eten.

7. Hoe past het gebruik van gif in of rond weidevogelgebieden in het beleid van de provincie?
8. Hoeveel gangbare bollenbedrijven zijn overgeschakeld naar biologische/gifvrije bollenteelt in Noord-Holland? Wat hebben Gedeputeerde Staten concreet gedaan om deze omschakeling te bevorderen? Hoeveel procent van het bollenareaal is op dit moment gifvrij?
9. De Gezondheidsraad heeft geschreven dat er voldoende aanleiding is om effecten op de gezondheid van omwonenden te onderzoeken. Zijn Gedeputeerde Staten bereid een adhesieverklaring te sturen naar de minister van Volksgezondheid en de staatssecretaris van Landbouw?

Bollengif op akkers met voedselgewassen
Veel bollenakkers zijn tijdelijk in gebruik als bollenveld en daarna weer als akker voor voedselgewassen als sla en kool.

10. Kunnen Gedeputeerde Staten aantonen dat dit geen risico’s oplevert voor de consumenten, ook niet op de langere termijn, voor hun gezondheid?

Gebruik van Triclopyr in Natura 2000-gebied de Noordduinen
In het Noord-Hollands Dagblad van 28 juni 2013 stond het bericht dat op 5,5 hectare van het Natura 2000-gebied de Noordduinen (tussen Callantsoog en Den Helder) het middel Triclopyr is toegepast om Japanse rimpelroos te bestrijden[4]. Het gif werd gefinancierd door de provincie.

11. Waarom is, juist in een natuurgebied, niet gekozen voor een oplossing zonder gif, zoals het uittrekken van de planten, opgevolgd door nieuwe begroeiing kort te houden of folie over de planten te spannen?


[1] http://www.mdpi.com/1099-4300/15/4/1416

[2]http://www.hhnk.nl/achtergrondinfo/water/water/schoon_water/gewasbescherming/resultaten_onderzoek_0

[3] Het huidige toetsingskader voor toelating toetst bijvoorbeeld niet op effecten op omwonenden of ecologische parameters van de Kaderrichtlijn Water

[4] http://www.noordhollandsdagblad.nl/stadstreek/alkmaar/article23198763.ece/Eerste-rimpelroos-in-duinen-verdelgd

Antwoorddatum: 19 dec. 2013

Antwoord 1:

Ten aanzien van het gebruik van RoundUp op het parkeerterrein aan de Dreef: ja, hiertoe zijn wij bereid. In verband met de nieuwbouw aan de Dreef zal het resterende parkeerterrein in de loop van 2014 worden vervangen door gras. Van onkruidbestrijding met RoundUp zal dan geen sprake meer zijn. Overigens wordt RoundUp nu slechts incidenteel gebruikt, enkel op het parkeerterrein en niet in de tuin rond het provinciehuis, in zeer minimale hoeveelheden (enkele druppels), door een gecertificeerd hovenier.

Ten aanzien van het gebruik van RoundUp in de recreatieschappen: de besturen van de recreatieschappen besluiten over de wijze van uitvoering van het beheer. Wij zijn, als deelnemer aan deze besturen, bereid om aan de uitvoerder van het beheer (Recreatie Noord-Holland N.V.) te verzoeken om een besluitvormingsnotitie over de voor- en nadelen van het stoppen van gebruik van RoundUp voor te bereiden. Overigens wordt RoundUp in de recreatiegebieden uitsluitend toegepast op verhardingen (hoofdzakelijk parkeerterreinen) en ter bestrijding van de reuzenbereklauw op plaatsen (langs fiets- en wandelpaden) waar dit tot overlast of gevaarzetting voor het publiek leidt.

Antwoord 2:
Er worden reeds veel maatregelen genomen. Zo ondersteunen wij met subsidies en ambtelijke capaciteit kansrijke maatregelen voor het terugdringen van emissies uit de bollenteelt. In 2013 hebben de betrokken partijen in het Landelijk Milieuoverleg Bloembollen (provincies, gemeenten, waterschappen en de bollensector) gezamenlijk een programma KRW bloembollen 2013-2021 opgesteld, waarin dergelijke maatregelen staan. Eén van de projecten is een praktijkonderzoek naar de verbetering van de bodemweerbaarheid, gericht op de vermindering van grondontsmetting en technieken om de uitspoeling van stoffen via drainage te verminderen. Via het Waddenfonds ondersteunen wij onderzoek naar vermindering van emissies naar het oppervlaktewater door waterbesparende maatregelen. Overigens berust bij de waterschappen de primaire verantwoordelijkheid voor het nemen van (KRW-)maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater.

Antwoord 3:
De Noord-Hollandse waterschappen melden ons desgevraagd dat momenteel en waarschijnlijk ook in 2015, gewasbeschermingsmiddelen normoverschrijdend in het watersysteem worden aangetroffen. Dit is ongewenst, maar leidt nog niet direct tot consequenties voor de KRW. LTO Nederland is met het Rijk overeengekomen dat de agrarische sector, in samenwerking met overheden, waterbeheerders en maatschappelijke organisaties, in 2021 de waterkwaliteitsproblemen voor 80% heeft opgelost en in 2027 in zijn geheel (Deltaplan Agrarisch Waterbeheer). Daarbij wordt gedoeld op nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen.

Antwoord 4:
Ten aanzien van uw eerste deelvraag melden de Noord-Hollandse waterschappen ons desgevraagd dat de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op insecten en overige fauna in en rond het water moeilijk zijn te duiden. De aanwezige flora en fauna is altijd de resultante van vele factoren, waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen er één van is. Naast gewasbeschermingsmiddelen zijn omgevingsfactoren, de aanwezigheid van stikstof, fosfaat en chloride, de zuurgraad, de hardheid en de kwaliteit van het beheer en onderhoud, van grote invloed.

Ten aanzien van uw tweede deelvraag zien wij, bij gebrek aan provinciale bevoegdheden, geen rol voor het provinciaal bestuur.

Antwoord 5:
Ja, deze mening delen wij. Daarom wordt bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) getoetst op de effecten op het milieu, oppervlaktewater en natuur. Wij gaan ervan uit dat bij correcte toepassing van een toegelaten gewasbeschermingsmiddel, geen sprake is van een significant negatief effect op natuurwaarden.

Antwoord 6:
Geen. Toepassing van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen scharen wij in onze (concept-)Natura2000-beheerplannen onder het bestaand gebruik in de zin van de Natuurbeschermingswet zonder ‘significant negatieve effecten’.

Antwoord 7:
Zie ons antwoord op vraag 5.

Antwoord 8:
Ons beleid voor stimulering van de biologische landbouw is niet gericht op specifieke agrarische sectoren of teelten, maar op algemene groei van het areaal. Circa 0,1% (15 hectare) van het areaal bollenteelt in Noord-Holland was in 2013 biologisch gecertificeerd. Voor zover ons bekend is in 2013 één bollenteler in Noord-Holland, met een areaal van 5 hectare, omgeschakeld naar biologische bollenteelt. Wij kunnen geen uitspraak doen hoeveel procent van het areaal bollenteelt ‘gifvrij’ is. In de biologische teelt worden weliswaar geen chemisch-synthetische middelen gebruikt, maar wel andere gewasbeschermingsmiddelen.

Antwoord 9:
Nee. Aangezien wij geen bevoegdheden hebben op dit beleidsterrein, achten wij dit geen taak van het provinciaal bestuur.

Antwoord 10:
Nee, dit achten wij geen taak van het provinciaal bestuur.

Antwoord 11:
Met een subsidie vanuit het Europese programma LIFE, mede gefinancierd door de provincie, werkt Landschap Noord-Holland in het natuurgebied Noordduinen (tussen Callantsoog en Den Helder) aan het tegengaan van rimpelroos. Rimpelroos is een exoot die andere planten overwoekert en daarmee bedreigend is voor het kwetsbare duinmilieu met bijzondere soorten zoals de tapuit. Desgevraagd meldt Landschap Noord-Holland dat deze organisatie streefde naar een methode die de rimpelroos effectief zou verwijderen, waardoor grootschalig vervolgbeheer (opnieuw uittrekken, maaien in het duin, etcetera) niet meer nodig zou zijn. Het gebruik van chemische middelen genoot hierbij niet de eerste voorkeur. Alternatieven bleken echter niet mogelijk of onvoldoende effectief. Het uittrekken van rimpelroos is niet zinvol omdat dan teveel wortels achterblijven die weer nieuwe planten vormen. Het uitgraven van de rimpelroos bleek onmogelijk, omdat dit duingebied aardkundig monument is en uitgraven van rimpelroos moet gebeuren tot dieper dan 1 meter, waardoor aantasting van het aardkundig monument zou hebben plaatsgevonden. Uitgraven zou bovendien mechanisch hebben gemoeten, hetgeen meer kwaad dan goed zou hebben gedaan, gelet op de kwetsbare vegetatie en aanwezigheid van broedvogels. Het spannen van folie zou in theorie haalbaar zijn geweest, maar eerdere ervaringen leren dat dit folie in de duinen snel weg- of stukwaait en in de duinen terechtkomt. Nadat deze alternatieven waren afgevallen, heeft Landschap Noord-Holland na een zorgvuldige proef, gekozen voor bestrijding met het middel Triclopyr op ongeveer 4 hectare duingebied.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer