Commissie Wierin­ger­randmeer



Haarlem, 13-4-2011

Vragen van de leden J. A. Kardol (ChristenUnie/SGP), A.E. van Liere (Partij voor de Dieren), C. A. de Lange (50PLUS) en J. A. Leever (Ouderenpartij Noord-Holland) betreffende taakomschrijving en samenstelling van de Commissie Kop van Noord-Holland, ingesteld op 29 maart 2011

Inleiding

Op 15 november 2010 is het project Wieringerrandmeer definitief afgeblazen. Als belangrijke reden voor het besluit werd aangevoerd dat door de verslechterde economische omstandigheden de financiële risico's voor zowel private investeerders als de provincie onaanvaardbaar groot waren geworden. De voor het project gemaakte kosten bedragen ongeveer 35 miljoen. Bovendien moet waarschijnlijk rekening worden gehouden met aanzienlijke extra compensatiekosten.

De geschiedenis van het project stemt niet vrolijk en kenmerkt zich door grote verschillen van inzicht bij politiek en bewoners. Hoewel het project aanvankelijk werd gesteund door een meerderheid van PS, werd reeds veel eerder het project publiekelijk gekenschetst als een onrealistisch woningbouwproject. Mede door het onderzoek dat door de FIOD is ingezet, heeft zich bij het grote publiek een aanzienlijke negatieve beeldvorming ontwikkeld. Deze beeldvorming zou het provinciaal bestuur een zorg dienen te zijn. Het is daarom van groot belang duidelijk te maken dat er nu een geheel nieuwe koers wordt ingezet op een wijze die de bewoners van de Kop van Noord-Hollander overtuigt. Het betreft immers hun belastinggeld.

Op 15 november 2010 is eveneens besloten tot instelling van een commissie. Gedeputeerde Staten hebben vervolgens op 29 maart 2011 een commissie ‘Kop van Noord-Holland’ ingesteld zoals vermeld in een persbericht van 30 maart 2011. We merken op dat deze beslissing plaats vond na de installatie van de nieuwe PS na de verkiezingen van 2 maart 2011. De taakomschrijving en samenstelling van de commissie zijn niet vooraf aan de huidige PS voorgelegd. In het persbericht valt te lezen dat de commissie speciaal moet kijken naar ‘uitdagingen op het gebied van krimp, de leefbaarheid in de regio en het draagvlak van de voorzieningen’. Dit alles geeft aanleiding tot de volgende vragen:

Vragen

1 De taakopdracht van de commissie


1a Heeft uw College een duidelijke schriftelijke afgebakende taakopdracht aan de commissie verstrekt waarin helder wordt aangegeven welke onderwerpen wel en welke niet tot de competentie van de commissie behoren? Zo ja, hoe luidt de taakopdracht?

1b Heeft uw College heldere afspraken gemaakt over tijdschema en vorm van de te verwachten rapportage? Zo ja, wat zijn die afspraken?

1c In het persbericht wordt op opvallende wijze bij de aangekondigde inventarisatie niet over ecologische aspecten gesproken. Ontbreekt dit aspect ook in de taakomschrijving van de commissie? Zo ja waarom?

2 De samenstelling van de commissie

2a Is uw College met ons van mening dat bij een commissie van deze importantie van te benoemen leden vooraf een cv overlegd dient te worden waaruit duidelijk blijkt hoe hun competenties zich verhouden tot (belangrijke aspecten van) de taakomschrijving van de commissie? Zo ja, waarom heeft PS deze cv’s (evenmin als de taakomschrijving) niet ontvangen?

2b Is uw College met ons van mening dat er minstens één commissielid die de Kop van Noord-Holland uit eigen ervaring zeer goed kent benoemd zou moeten worden?

2c Is uw College van mening dat ten aanzien van krimp ook grote deskundigheid binnen de commissie aanwezig zou moeten zijn over de sociaal-economische gevolgen van die krimp voor met name ouderen die toch al aanzienlijk in koopkracht achteruitgaan? Is uw College met ons van mening dat deze expertise thans onvoldoende aanwezig is?

2d Is uw College van mening dat ten aanzien van ecologie ook grote deskundigheid binnen de commissie aanwezig zou moeten zijn om de ecologische impuls van voorgestelde projecten op waarde te kunnen schatten? Is uw College met ons van mening dat deze expertise thans onvoldoende aanwezig is?

2e Is uw College van mening dat de benoeming van de voorzitter (VVD) van de commissie, die in haar vorige functie als CdK in de provincie Zuid-Holland omstreden was en heeft moeten aftreden de geschikte persoon is om tot breed gedragen steun voor de commissiesamenstelling bij de bevolking van onze provincie te komen? Is uw College van mening dat de benoeming van een voorzitter met een omstreden verleden positief bijdraagt aan de publieke beeldvorming en een positieve impuls geeft aan het gewenste publieke debat over de problematiek waar de commissie zich over dient te buigen? Deelt uw College onze zorg dat hier vooral van een politieke benoeming sprake is?

2f Kan uw College een overzicht verstrekken van eventuele andere functies en het tijdsbeslag ervan van de voorzitter van de commissie?

2g Kan uw College inzage geven in de honoraria en bijkomende kosten die voor deze commissie voorzien worden?

Antwoorddatum: 20 mei 2011

1. Ja. De taak beschrijving die aan de Commissie is meegegeven luidt als volgt: De taak van de Commissie bestaat uit het uitvoeren van de motie van PS; het inventariseren
van kansen op het gebied van de sociaaleconomische en ecologische ontwikkelingen in de Kop van Noord-Holland. De Commissie kijkt naar het landelijk gebied en de sociaaleconomische en
ecologische opgave die daar speelt. Met het wegvallen van het Wieringerrandmeer en de sociaaleconomische (zie hieronder) opgave zijn ook de leefbaarheid van de kernen en de gemeentelijke plannen belangrijke onderdelen
van de taak van de Commissie. Daarbij moet ook gekeken worden naar het draagvlak van de voorzieningen in het gebied en treedt de Commissie in overleg met gemeenten en andere partijen. De Commissie dient ook te
kijken naar de gemeentelijke plannen die spelen in het te onderzoeken gebied. Ook op bestuurlijk niveau, waaronder ook de Provincie, zal vervolgens moeten worden gekeken naar de samenhang van de plannen.

Sociaaleconomische opgave
De achtergrond van de sociaaleconomische opgave zijn de demografische ontwikkelingen. Demografische ontwikkelingen in de regio Noord-Holland Noord betekenen groei
én krimp: De bevolking zal de komende 15 jaar nog met 4% groeien in Noord-Holland Noord; Het aantal leerlingen in het basisonderwijs zal met 13% dalen; de potentiële beroepsbevolking zal met 6%
dalen, waarbij een tekort kan ontstaan aan goed opgeleide arbeidskrachten; het aantal ouderen (65+-ers) zal met 72% toenemen; het aantal huishoudens groeit harder dan het aantal personen.
In het licht van deze demografische ontwikkelingen ligt de sociaaleconomische opgave in de versterking van de economische potentie van Noord-Holland Noord. Het gaat om deze clusters:
Cluster agribusiness
Medisch cluster
Marien, maritiem en offshore cluster
(duurzame) Energie
Vrijetijdseconomie (recreatie en toerisme)


Iedereen wordt geraakt door de effecten van de demografische ontwikkelingen. Dit vraagt om een (boven)regionale afstemming: waar gemeenten vroeger binnen de regio uitstekend
op lokaal niveau opgaven het hoofd konden bieden, overstijgen de gevolgen en effecten de gemeentegrens en de grens van de regio. Het gaat dus niet alleen over afstemming tussen gemeenten die te maken hebben
met afnemende groei, er is in dit proces juist ook een belangrijk rol voor de gemeenten die nog groeien.

Ecologische opgave
Op het gebied van ecologie is het goed om uit te gaan van de al bestaande structuren die er zijn: de EHS en de herijking EHS. De bestaande EHS-structuren in de Kop zijn de volgende gebieden: Binnenduinrand,
Waddenzee, Amstel Meer, Lage Oude Veer en het Robbenoordbos. De herijking EHS gaat uit van een beoogde ecologische verbinding tussen de belangrijkste ecologische kerngebieden. Het Wieringerrandmeer zou
deze verbinding tot stand brengen. De gevolgen van de ‘Blekerbrief’ voor de EHS moeten ook in de inventarisatie worden meegenomen.

Gewenste output van de Commissie
In de Statenvergadering van 15 november heeft gedeputeerde Driessen toegezegd dat de taak van de Commissie is om, naar aanleiding van haar inventarisatie, voorstellen aan Provinciale Staten te doen, zodat PS
daarover kan besluiten. De Commissie wordt verzocht in de zomer van 2011 een rapport met voorstellen op te leveren, zodat de nieuwe Provinciale Staten er over kunnen besluiten.

2 Ja. De Commissie is verzocht in de zomer van 2011 een rapport met voorstellen op te leveren.

3 Nee, over de ecologische opgave wordt in de taakomschrijving gesproken. Zie antwoord bij 1.

4 Ja. Gedeputeerde Staten hebben de CV’s beoordeeld. Gedeputeerde Staten voeren de motie van Provinciale Staten uit en hebben in dat kader de commissie benoemd. Het toesturen
van de CV’s is om die reden niet gebeurd.

5 Ja, dat is ook gebeurd. Mevrouw Geldorp is als oud-burgemeester van Texel en voorzitter van gebiedscommissie Texel, bekend met het gebied.

6 Wij hebben de commissie zo samengesteld dat de benodigde deskundigheid op dit terrein aanwezig is. De commissie krijgt desgewenst inhoudelijke ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie.

7 Wij hebben de commissie zo samengesteld dat de benodigde deskundigheid op dit terrein aanwezig is. De commissie krijgt desgewenst inhoudelijke ondersteuning vanuit
de ambtelijke organisatie.

8 Wij zijn geenszins van mening dat de voorzitter als oud-commissaris van de Koninginin Zuid-Holland omstreden was. Zij heeft destijds direct haar bestuurlijke verantwoordelijkheid genomen. Zij heeft daarvoor en daarna tal van belangrijke maatschappelijke functies vervuld en heeft een brede bestuurlijke ervaring. Politieke kleur speelde geen rol bij de benoeming, wij delen uw zorg dan ook niet.

9 Ja. Het tijdsbeslag van de andere functies achten wij niet relevant, wel de vraag of zij voldoende tijd voor de commissie kunnen
vrijmaken. En dat kunnen zij. 10 Ja. De voorzitter ontvangt €333,11 per bijeenkomst en de overige leden ontvangen €256,24
per bijeenkomst. De honoraria en andere bijkomende onkostenvergoeding zijn vastgesteld op basis van de BZK regeling, passend
binnen onze provinciale verordening. Zie Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en Commissieleden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer