Weeklog Esther Ouwehand over de Waddenzee


12 maart 2008

Deze week heeft ons Tweede Kamerlid Esther Ouwehand een interessant onderwerp belicht in haar weeklog, dit wilde wij u niet onthouden:

Zondag 9 maart 2008

"De Waddenzee is een natuurgebied, en geen particulier viswater"

De contouren van het falende sectorbeleid van het ministerie van LNV beginnen zich af te tekenen. Eind vorige week oordeelde de Raad van State dat de minister ten onrechte een vergunning heeft verstrekt voor het opvissen van mosselzaad (kleine mosselen van ongeveer één centimeter) in de Waddenzee. Dat zou de nekslag betekenen voor de mosselsector.

Jarenlang is er gesteggeld over de kokkel- en mosselvisserij in de Waddenzee. In een beschermd natuurgebied als de Waddenzee mag je niet zomaar allerlei (commerciële) activiteiten ontplooien. Europese richtlijnen stellen daar paal en perk aan, en de Nederlandse overheid had duidelijk moeten zijn over die grenzen. Daar bestond ook alle reden toe: in 1978 was er nog een oppervlakte van 4000 hectare aan stabiele mosselbanken in de Waddenzee. Na intensieve bevissing was daar in 1997 nog maar zo'n 100 hectare van over.


Mosselbanken

In plaats van te kiezen voor een beleid dat duidelijk was over de mogelijkheden en onmogelijkheden van visserijactiviteiten in het Waddengebied, leek het de ministers van LNV (Verburg en haar voorganger Veerman) wel een goed idee om de mosselvissers en natuurbeschermingsorganisaties onderling te laten uitvechten welke belasting de Waddenzee aan zou kunnen. Minister Verburg noemt dat het creëren van 'draagvlak'. Dat klinkt misschien wel aardig, maar feitelijk loopt ze weg voor haar eigen verantwoordelijkheid. Dat draagvlak kwam overigens helemaal niet tot stand. Erger is dat de minister van LNV jarenlang vergunningen verleende zonder de voorgeschreven procedures te volgen. Onderzoekers die moesten uitzoeken wat de relatie was tussen schelpdiervisserij en de voedselreservering voor wadvogels, worden onder druk gezet om hun resultaten aan te passen aan de gewenste uitkomsten. In 2005 is nog aan minister Veerman gevraagd: "Geeft u de mosselvisserij geen valse hoop door de schijn te wekken dat mosselvisserij mogelijk is in de Waddenzee, terwijl de Vogel- en Habitatrichtlijn hieraan strengen eisen stellen met betrekking tot het vooraf zekerstellen dat er geen negatieve effecten optreden?" "Nee", was het antwoord.

Wanbeleid in een kwetsbaar natuurgebied, je verzint het niet. Intussen werd de milieu- en natuurorganisaties verweten de discussie te juridiseren door telkens de afgegeven vergunningen aan te vechten. Ze hebben van de Raad van State gelijk gekregen.

Koos Dijksterhuis, natuurcolumnist voor Trouw heeft de kwestie vrijdag aardig samengevat:

"Het zou heel jammer zijn als de mossel van onze menukaart verdween. Maar het is de schuld van de mosselsector zelf dat de zaadwinning in de Waddenzee van de Raad van State moet stoppen. En van het ministerie van LNV, dat de vissers jarenlang vergunningen gaf om als lemmingen op de klippen af te stormen.

De Waddenzee hoort bij de belangrijkste natuurgebieden ter wereld en Europa beschermt die zee tegen verwoesting. Als mensen er iets willen ondernemen, dan moeten ze eerst aantonen dat de natuur er geen schade van ondervindt. Dat voorzorgsprincipe bestaat om onvoorziene schade te voorkomen, die niet teruggedraaid kan worden. En als je aannemelijk maakt dat een activiteit geen kwaad kan, zoals gaswinning, dan mag het alleen met de hand aan de kraan.

De mosselsector heeft dat nooit geprobeerd. De sector roept alleen maar dat mossels vangen goed is voor de natuur. Dat blijkt nergens uit. Wel stan ondiepe zeebodems langs de kust wereldwijd bekend als zeer rijke ecosystemen. Dat was in onze Waddenzee niet anders, alleen is er al zoveel vernietigd. Jaar in jaar uit mochten schelpdiervissers de schelpdieren wegvangen, de bouwers van het ecosysteem. De Waddenzeebodem werd omgeploegd. Hoe beroerd die zogenoemde bodemberoerende visserij uitpakt voor zeebodems is vaak aangetoond, ook op de droogvallende wadplaten. Waarom zou de bij eb onder water blijvende bodem er minder onder lijden?

Telkens vochten de toenmalige Wilde Kokkels (nu Stichting Wad) de vergunningen voor mechanische kokkelvisserij aan, al dan niet gesteund door de grote natuurbeschermingsorganisaties. Voor de kokkelvisserij gold het voorzorgprincipe eveneens, maar in de praktijk werd de bewijslast omgedraaid. Eerst werd eindeloos onderzocht wat iedereen als wist. Pas toen de zogeheten Eva-2 de verwoestende werking van mechanische schelpdiervisserij bevestigde, concludeerde de Raad van State dat alle vergunningen jarenlang ten onrechte waren verstrekt.

Die uitspraak kon niet terugdraaien dat alle schelpdier-etende watervogels in aantal waren gekelderd. Uiteraard daalde ook de mosselzaadvangst. Natuurbeschermers waarschuwden al jaren dat de mosselsector zijn eigen ondergang tegemoet stoomde.Als je eerst alle mosselbanken wegvist en vervolgens ieder jaar zoveel jonge mosseltjes vangt, dat nieuwe mosselbanken nauwelijks kunnen ontstaan, dan vraag je daarom. Er was geen spraken van vissen met de hand aan de kor. Niet voor niets liep de afgelopen tien jaar de mosselvangst gestaag terug.

Natuurbeschermers hebben de mosselsector nooit om zeep willen helpen. Ze zijn voor duurzame visserij en hebben jarenlang geprobeerd er in overleg uit te komen. De starre houding van de mosselsector en LNV deed hen naar de rechter stappen. Daar kregen ze gelijk: de Waddenzee is een natuurgebied en geen particulier viswater."

Voor wie meer wil weten: bioloog Jeroen Reneerkens heeft een aantal jaar geleden al uiteengezet wat de effecten zijn van de mossel- en kokkelvisserij in het waddengebied. Je vindt z'n artikel op de website van Kennislink. Hieronder nog wat foto's, tot volgende week!


Kanoetstrandloper is afhankelijk van kleine mosselen, en wordt met uitsterven bedreigd.


Sporen van een kokkelschip in de Waddenbodem

Klik hier voor de uitzending van Buitenhof met Wouter van Dieren over dit onderwerp.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief