Terreur tegen damherten in de Amster­damse Water­lei­ding­duinen


23 februari 2007

Opinieartikel geschreven door:

Rob van Oeveren, lijsttrekker Noord-Holland Partij voor de Dieren
Marianne Thieme, fractievoorzitter Tweede kamer Partij voor de Dieren

Damherten zouden de Amsterdamse Waterleidingduinen terroriseren. Terrorisme is een aansprekende term bij politici om maatregelen door te drukken die slecht liggen bij burgers. Het grootste verwijt dat de dieren treft: “ze huppelen”. En: er zijn vorig jaar maar liefst 13 auto’s onder een damhert gekomen, waarvan één auto van een Zandvoortse wethouder!

Groenlinks gedeputeerde Albert Moens probeerde al eerder tevergeefs de Amsterdamse gemeenteraad overstag te laten gaan om damherten af te laten schieten. Inmiddels krijgt hij steun van Groenlinks wethouder Van Poelgeest. Het probleem is niet dat die damherten last van elkaar hebben of het niet naar hun zin hebben. En ook niet dat er zoveel ernstige auto-ongelukken worden veroorzaakt door overstekende damherten of dat sprake is van onoverkomelijke landbouwschade. Nee, de jagers en hun vrienden bij het waterleidingbedrijf hebben last van ‘omgekeerd Bambi-denken’. Dat is het probleem.

Die 13 aanrijdingen zijn er met de trekhaak bijgesleept. Jagers willen de herten schieten voordat de arme (?) dieren op een andere wijze dood zouden kunnen gaan. Wie zegt dat de damherten geen natuurlijke vijanden zouden hebben, weet weinig van de natuur. Wat te denken van honger en ziekte? En van zelfregulering van de populatie op basis van het aanwezige voedselaanbod? Maar wandelaars houden niet van dode herten en jagers schieten zulke bambi-denkers graag te hulp. Letterlijk: met het jachtgeweer.

Toen de Amsterdamse gemeenteraad in 1997 besloot reeën niet meer te laten bejagen in de Waterleidingduinen, schreeuwden de jagers moord en brand. Alles wat fout zou kunnen gaan, zou fout gaan door dit faunabeleid dat was bedacht door stadsmensen die de natuur alleen maar kenden van hun balkonnetjes. Maar wat gevreesd werd gebeurde niet: de reeën in het duingebied ontwikkelden zich tot een stabiele populatie, iets wat biologen al jaren verkondigen.

Eén hert per 10.000 m2
Toch menen de jagers dat er reden is het afschotbeleid opnieuw ter discussie te stellen. Jagers uiten hun zorgen tegen wie het maar horen wil: Er zijn nu al 1.500 herten in de duinen en straks zullen, als we niet tot schieten overgaan, 3500 damherten de waterleidingduinen ‘terroriseren’: één hert per hectare.
Waar jagers die kennis vandaan halen is onduidelijk, maar kennelijk zien zij het als het doemscenario dat de Amsterdamse raadsleden alsnog over de streep moet trekken.
Hun mening wordt niet gedeeld door biologen, zoals de Wageningse dier-ecoloog Sip van Wieren.

Overal in Europa worden damherten bejaagd en in de Amsterdamse Waterleidingduinen doet zich de unieke mogelijkheid voor om te zien of de populatie zich evenals die van de reeën zal stabiliseren. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet het geval zou zijn. Zeker, er zijn bollenboeren die klagen dat de damherten wel eens komen eten op hun erf. En natuurlijk is een damhert op de motorkap van je auto geen prettig vooruitzicht. Maar waarom moet men bij schade direct ingrijpen in ecologische processen? De bloemen van de bollenboeren blijven ook niet langer dan een week behoed voor de groenbak wanneer ze in handen van mensen vallen en auto-ongelukken zijn te voorkomen door verkeersmaatregelen, zoals een elektronisch waarschuwingssysteem dat aangeeft wanneer er daadwerkelijk herten in de buurt zijn. Of drempels, een nachtelijke verlaging van de maximumsnelheid tot 40km/u of hogere hekken rond het gebied, hoewel deskundigen zeggen dat reeën en damherten echt niet snel een 2 meter hoge hindernis nemen . En wat ook erg goed helpt is ervoor te zorgen dat de hekken die bedoeld zijn om het wild tegen te houden, ook echt gesloten zijn.
Het onderzoek dat Prorail doet om de dieren met roofdiergeluiden of geursignalen van roofdieren van de treinrails te houden, is een stuk sympathieker dan de roep om het geweer van Groenlinks gedeputeerde Moens en wethouder van Poelgeest van diezelfde zich diervriendelijk noemende partij..

Juist bejaging leidt volgens Dierenbescherming en Faunabescherming tot meer onrust onder de dieren (herten en reeën) waardoor meer vluchtgedrag tot meer verkeersonveilige situaties leidt. De Amsterdamse gemeenteraad moet zich er van bewust zijn dat het faunabeleid in hun Waterleidingduinen niet in goede handen is bij mensen die er genoegen aan beleven om dieren te doden en die dus een belang hebben bij afschot.

Schietgrage mannen
In Amerikaanse Nationale parken zijn talloze herten langs de autowegen te zien. Er wordt niet gejaagd, er zijn geen of nauwelijks ongelukken vanwege de lage maximumsnelheid. En de dieren zijn niet schuw, omdat ze van mensen niets te vrezen hebben. Laat de Waterleidingduinen een plek blijven waar natuurliefhebbers herten, reeën en vossen van dichtbij kunnen zien, zonder dat ze gestoord worden door schietgrage mannen in het groen of Groenlinkse gedeputeerden en wethouders. Amsterdamse raad, hou je rug recht! Damherten staan op de Rode lijst van in Nederland bedreigde diersoorten. Geweldig toch, dat we er daar een mooi aantal van hebben in het Amsterdamse?
Gedeputeerde Moens, berucht van zijn eerdere plannen om ganzen in Purmerend te laten doden en het negeren van rechterlijke uitspraken over de ganzenjacht, laat in alles zien dat hij haaks opereert op de visie die zijn eigen partij heeft op dierenrechten. Wat houden dierenrechten in als een Groenlinks gedeputeerde met steun van een Amsterdamse wethouder instemt met standrechtelijke executie van dieren die niets misdaan hebben?
Niet het recht van de sterkste zou moeten prevaleren in de Amsterdamse Waterleidingduinen, maar het belang van de zwakste. En dat is in dit geval het damhert!

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief