PROVINCIE N-H HELPT OPVANG WILDE DIEREN MET € 30.000


2 februari 2011

Haarlem, 1 februari 2011. Zeven opvangcentra voor in het wild levende
dieren krijgen eenmalig steun van de Provincie Noord-Holland. Tijdens
de behandeling van het initiatiefvoorstel Opvang wilde dieren van de
Partij voor de Dieren, stelde Gedeputeerde Staten gisteren € 30.000
beschikbaar. Deze eenmalige steun is bedoeld als bijdrage in de kosten
die de opvangcentra moeten maken om aan nieuwe kwaliteitseisen van de
overheid te voldoen.

De opvangcentra voor in het wild levende dieren vangen jaarlijks meer
dan 20.000 gewonde of zieke dieren op; verreweg de meeste daarvan zijn
slachtoffer van menselijk handelen, zoals dieren die in problemen
raken door zwerfafval, vistuig, verkeersongelukken of olievervuiling.
Door aanscherping van kwaliteitseisen moeten de opvangcentra
binnenkort voldoen aan zwaardere eisen op het gebied van administratie
en huisvesting (quarantaineruimten). De opvangcentra, veelal bekend
onder ‘vogelopvang’, mogen geen dieren meer opvangen en na genezing
meer uitzetten in de natuur als zij niet aan de eisen voldoen. De
centra onderschrijven de noodzaak van de nieuwe eisen, maar omdat zij
meestal afhankelijk zijn van donaties en beperkte bijdragen van
bedrijven of gemeenten, ontbreken de financiële middelen voor verdere
professionalisering.

De opvangcentra (niet te verwarren met asielen, waar huisdieren worden
opgevangen), zijn een belangrijke schakel voor de inwoners van
Noord-Holland. De Flora- en Faunawet schrijft voor dat dieren in nood
door de mensen geholpen moeten worden; de opvangcentra stellen de
inwoners in staat aan die verplichting te voldoen. De opvangcentra
werken voornamelijk met vrijwilligers en tewerkgestelden en dragen
daarmee ook bij aan het algemeen maatschappelijk belang.

Een verdergaand voorstel van de Partij voor de Dieren om een
jaarlijkse subsidie te verstrekken aan de opvangcentra, voor een
totaal van maximaal € 150.000 per jaar (nog geen 5 cent per inwoner),
haalde het niet. Met uitzondering van de SP, Christen Unie/SGP en de
Partij voor de Dieren konden de partijen het niet eens worden over wie
zich financieel verantwoordelijk zou moeten voelen voor de dieren die
hulp nodig hebben.