Maiden­speech Peter van Poelgeest


2 juli 2007

Hieronder vindt u de maidenspeech van Peter van Poelgeest bij de bespreking op maandag 25 juni van de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Ook vindt u tevens de vragen die hierover aan de Gedeputeerde zijn gesteld.

Voorzitter,

Gaarne wens ik van deze gelegenheid gebruik te maken om mijn mede Statenleden, de gedeputeerden, de Commissaris van de Koningin en een ieder ander die het horen wil, uitleg te geven waarom 32.330 kiezers bij de Provinciale Staten verkiezingen van 7 maart jongsleden het nodigt hebben geacht dat de Partij voor de Dieren ook in Noord-Holland, politiek vertegenwoordigd moet zijn.

Dat de aanwezigheid van de Partij voor de Dieren, in de korte tijd dat zij in de Tweede Kamer vertegenwoordigd is, haar nut al heeft bewezen blijkt onmiskenbaar uit het feit dat het onverdoofd castreren van biggen, het couperen van schapenstaarten en het importeren van zeehondenbont binnen afzienbare tijd aan banden wordt gelegd.

Waarom de aanwezigheid van de Partij voor de Dieren ook op Provinciaal niveau gewenst is kan het beste inzichtelijk worden gemaakt door te vertellen hoe er door de Faunabeheer Eenheid Noord-Holland invulling wordt gegeven aan de door de Provincie verleende ontheffingen.

In het vroege voorjaar van 2005 en 2006 werden er op verschillende locaties in de Wijdewormer, onder de rook van Zaanstad, jachthutten waargenomen waaruit op grote schaal grauwe ganzen, kolganzen, brandganzen en Canadese ganzen werden afgeschoten. Met een provinciale ontheffing in de achterzak hebben vele weken lang vertegenwoordigers van diverse wildbeheereenheden uit Noord-Holland in alle vroegte en op geheel eigen wijze kenbaar gemaakt hoe er hun inziens omgegaan dient te worden met ganzen waar voor speciale gedooggebieden zijn aangewezen.

Terwijl er in de weilanden van de betreffende polders geen ganzen werden waargenomen werd vanuit greppels en gecamoufleerde hutjes er lustig op los geschoten toen de eerste ganzen, die zojuist het rustgebied het Twiske en het Oostzanerveld achter zich lieten, zich aan de horizon vertoonde. Terwijl de ganzen op weg naar hun aangewezen foerageergebied in de Zeevang op geen enkel moment de intentie toonden om in de weilanden van de Wijdewormer neer te strijken werden zij op soms wel 30 tot 40 meter hoogte massaal uit de lucht geschoten.

De Provincie heeft met het verlenen van dit soort ontheffingen nadrukkelijk het verjagen van ganzen voor ogen. Het gebruik van het geweer is bedoeld ter ‘ondersteuning’ van de verjaagactie en heeft dus in wezen nimmer tot doel om te doden. De achterliggende gedachte hierbij is ganzen hun gedrag te beïnvloeden door hen te leren waar zij moeten foerageren om zodoende landbouwschade te voorkomen.

Dat dit aangeleerde gedrag, in dit niet op zichzelf staand voorbeeld, juist ernstig verstoord wordt en de kans op schade aan gewassen juist toeneemt wanneer ganzen vanuit gecamoufleerde hutjes door mannen in jagerskleding publiekelijk worden geëxecuteerd, mogen duidelijk zijn.

Buiten het feit dat wij gezamenlijk met de Provincie op zoek willen gaan naar alternatieve verjagingmethoden waarbij onnodig dierenleed wordt voorkomen, zien wij het ook als onze taak de Provincie te waarschuwen om de FBE Noord-Holland, in zijn huidige samenstelling, niet als volwaardige gesprekspartner te zien als het gaat om de bescherming en het beheer van de Noord-Hollandse natuur. Die natuur waar wij allen toch zo zuinig op zijn.

Zoals u al gemerkt zult hebben is dit niet ons enige aandachtspunt. Onder andere zal ook de problematiek van onze visgemalen, de ‘nut en noodzaak’ van de muskusratten- bestrijding en de ontwikkelingen van de biologische landbouw op onze warme belangstelling kunnen rekenen de komende maanden.

Als mens zagen wij aan de tak waarop we zitten, welzijn van mens en dier wordt ondergeschikt gemaakt aan economische groei. Daarvoor zijn er drastische veranderingen noodzakelijk die allemaal gericht moeten zijn op het stoppen van de afbraak van de natuur, van het uitsterven van dier- en plantensoorten, van de milieuvervuiling en van het niet-duurzame gebruik van eindige grondstoffen.

De Verenigde Naties vrezen dat door de aanslag van de westerse wereld op de landbouwgronden in de ontwikkelingslanden en het verdwijnen van de daar aanwezige biodiversiteit we de komende jaren te maken zullen krijgen met tientallen miljoenen milieuvluchtelingen die genoodzaakt zijn hun leefgebied te verlaten. Dat zijn er meer dan er door oorlogen door de Vluchtelingenorganisatie van de VN, sinds hun oprichting in 1950, zijn opgevangen.

Door de klimaatverandering, de woestijnvorming, de zeespiegelstijging, de wereldwijde milieuverloedering en schoonwater tekorten verwachten wij een moedige Provincie Noord-Holland die bereid is zijn verantwoordelijkheid te nemen en onze kinderen een renteloze hypotheek op de toekomst te garanderen.

Dat hierin onze Noord-Hollandse problemen, zoals de grenscorrecties in het Gooi, in schril contrast lijken te staan laat ik geheel aan uw eigen interpretatie over.
Daarentegen vinden wij dat de implementatie van de Kaderrichtlijn Water zich op dit moment in een cruciale fase bevindt en daarom ook onze aandacht krijgt die het verdient.

Er moeten keuzes gemaakt worden welke oppervlaktewaterlichamen worden aangewezen voor rapportage aan Brussel, welk type wordt toegekend en welke maatregelen er voorgesteld zullen worden om de waterkwaliteit te verbeteren.
Diverse partijen en organisaties zijn bij dit overleg betrokken waardoor er voor de Staten bij de vastlegging, door middel van een provinciale verordening, geen ruimte meer zal zijn om het één en ander te wijzigen.

Daarom vraagt de Partij voor de Dieren naar de huidige stand van zaken en de inbreng van de gedeputeerde in het overleg met de diverse partners omtrent de implementatie van de Kaderrichtlijn Water.

En meer specifiek:

- Hoe kijkt de Gedeputeerde aan tegen het voorstel om de tienduizenden kilometers slootwater die onze Provincie rijk is, niet mee te nemen in rapportage naar Brussel?

- Kan de Gedeputeerde aangeven welke redenen worden aangevoerd om af te zien van mitigerende maatregelen?

- Hoe karakteriseert de Gedeputeerde de ambities van de Provincie met betrekking tot de waterkwaliteit?

- Kan de Gedeputeerde aangeven hoe er in de Kaderrichtlijn vorm gegeven gaat worden aan het visstandbeheer?

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief