Grote belang­stelling voor symposium ‘Natuur in het wild’


24 oktober 2012

Op 17 oktober kwamen circa 60 belangstellenden naar het symposium over de waarde van (wilde) natuur, georganiseerd door de fractie Partij voor de Dieren Noord-Holland.
De Partij voor de Dieren wilde met het symposium vooral bereiken dat de discussie over het natuurbeleid weer over natuur gaat en niet alleen over bezuinigingen en inverdienmodellen. De discussie moet breder en dieper gevoerd worden. Wat is natuur? Wat is de waarde van natuur? Dit zijn fundamentele vragen en de antwoorden hierop bepalen in grote mate hoe het beleid er verder uit gaat zien.


Statenleden, natuurorganisaties en ambtenaren van de provincie waren breed vertegenwoordigd.

Frans Vera, bioloog en directeur van de Stichting Natuurlijke Processen nam de aftrap. Vera stond aan de wieg van de Oostvaardersplassen, is medeopsteller van het Plan Ooievaar (ontwikkelingsvisie Rivierengebied) en medebedenker van de Ecologische Hoofdstructuur. De titel van zijn presentatie luidde ‘Wildernis, waar de natuur haar gang gaat’. Met diverse voorbeelden onderbouwde hij zijn stelling dat door de natuur haar gang te laten gaan er een dynamiek in de natuur ontstaat waarbij allerlei soorten zoals herten en runderen hun ecologische rol kunnen vervullen, soorten elkaar daarin aanvullen en nodig hebben, aantallen van nature gereguleerd worden door het aanwezige voedselaanbod, dieren hun soorteigen gedrag kunnen vertonen en er een zeer grote diversiteit aan soorten ontstaat. De voorbeelden gingen over de Oostvaardersplassen, het bosweidesysteem (Borkener Paradies in Duitsland en New Forest in Engeland) en het rivierenlandschap. De Oostvaardersplassen hebben voor een verandering van het beeld wat natuur is gezorgd.
Vera stond uitvoerig stil bij de dynamiek van het bosweidesysteem. In dit systeem wordt grasland opengehouden door grote grazers, tot er doornige planten als sleedoorn zich vestigen. De Vlaamse Gaai verstopt daar eikels, waarvan er enkele uitkomen in een natuurlijk prikkeldraad van de doornstruiken. Er ontstaan bosjes bomen uit de doornhaag en de bomen nemen het licht weg op de bodem, waar nauwelijks plantengroei mogelijk is. De bomen worden oud en vallen om, of worden geschild door wisenten en waaien om. Er ontstaat een open plek waar grazers de plek weer open houden tot de doornen zich vestigen. Al deze stadia bevinden zich op korte afstand van elkaar en zo ontstaat dus een zeer dynamische natuur.

Anna Jonkhoff, advocate bij Vos en vennoten advocaten, gaf als tweede spreker een uitleg van het natuurbeschermingsrecht en de toepassing daarvan door de provincie. De titel van haar presentatie luidde ‘Juridische natuur, geen moeras!’.
Jonkhoff ging in op het soorten-beschermingsrecht uit de Flora- en faunawet. Jonkhoff ontzenuwde de mythe dat de Flora- en faunawet Nederland ‘op slot zou zetten’. Heel veel projecten kunnen gewoon doorgaan als maar in een vroeg stadium rekening wordt gehouden met het mogelijk aanwezig zijn van beschermde flora en fauna. Als voorbeeld noemde ze een bedrijventerrein in de buurt van Alkmaar waar uitbreidingsplannen waren en de rugstreeppad voorkwam, een strikt beschermde soort. Ondernemers gingen om de tafel met de paddenwerkgroep en kwamen op maatregelen als een paddenpoel en een paddenfly-over. Hierdoor bleef het leefgebied voor de pad bestaan en kon tegelijkertijd de bedrijvigheid worden gerealiseerd. Later bleek het bedrijventerrein zich zelfs te profileren als ‘ecologisch bedrijventerrein’.
De Natuurbeschermingswet is een tweede belangrijke Nederlandse wet om de natuur te beschermen. Deze wet gaat over de bescherming van de Natura 2000-gebieden. Minder dan tien procent landoppervlakte is Natura 2000, waarvan het met 80 procent van de soorten en habitattypen slecht gaat en de situatie verder verslechtert. Dit terwijl Europeesrechtelijk een verslechteringsverbod geldt. In wezen is de Natuurbeschermingswet helder, maar door onwil om de wet uit te voeren vervalt deze tot een juridisch moeras waar zowel de natuur als de agrariërs de dupe van zijn. De natuur omdat deze nog verder verslechtert, doordat de milieukwaliteit niet op orde wordt gebracht. En de agrariër omdat die nog langer door de overheid aan het lijntje wordt gehouden over wat er wel en niet in het natuurgebied mag en zijn bedrijfsvoering daarmee verder wordt ingeperkt omdat de natuur in een steeds slechtere staat verkeert.
Jonkhoff ging in op de casus Eilandspolder, één van de natura 2000-gebieden in Noord-Holland. In de Eilandspolder zijn, zoals in veel Natura 2000-gebieden, spanningen tussen natuur en landbouw. Oproep van Jonkhoff aan de provincie was om nu eindelijk de natuur te gaan beschermen. Dit door op korte termijn een beheerplan op te stellen dat duidelijkheid geeft aan de gebruikers van het gebied over wat nog wel en niet meer is toegestaan aan activiteiten. En door te stoppen met duur onderzoek om schadelijke projecten te willen toestaan. Wees trots op de natuur en herstel deze, was haar boodschap. Zij wees ook op het gevaar van ‘stilzitten’ door de overheid. Dit kan leiden tot hoge boetes uit Europa, tot mogelijk enkele tonnen per dag.


Als derde spreker trad aan Matthijs Schouten, hoogleraar natuur- en landschapsbescherming aan de Universiteit van Cork (Ierland), bijzonder hoogleraar Ecologie en filosofie natuurherstel aan de Wageningen Universiteit en werkzaam bij Staatsbosbeheer. Zijn betoog ging over de vragen: wat is natuur, wat voor waarde heeft de natuur en wat zijn de verschillende grondhoudingen ten opzichte van natuur. De vraag wat natuur is, is een complexe. Verschillende mensen hebben hier heel verschillende beelden bij. Als verklaring gaf Schouten aan dat komt doordat aan het begrip natuur verschillende dimensies zijn verbonden, de cognitieve, normatieve en expressieve. De cognitieve dimensie gaat over de vraag wat we verstaan onder natuur. Een bloeiend aardappelveld of het Amazone regenwoud? Veel ecologen hanteren als criteria voor natuur dat soorten zich spontaan vestigen en dat processen, als populatieontwikkeling, zelfregulerend zijn. De normatieve dimensie gaat over de vraag welke waarde we toekennen aan natuur. Waarom zouden we de natuur beschermen? Een redenering is vanuit wat de natuur ons oplevert aan ecosysteemdiensten. Bijvoorbeeld de handelswaarde van medicijnen met ingrediënten uit de natuur die niet synthetisch gemaakt kunnen worden bedraagt in de VS al 43 miljard dollar per jaar. Een simpele rekensom van slechts drie ecosysteemdiensten in Nederland (waterberging, groene recreatie, gezondheid) levert al bijna de helft op van de totale agrarische productie per jaar. Ofwel: de slogan ‘natuurbehoud is zelfbehoud’ uit de jaren zeventig heeft ook een sociaal-economische waarde. Dan is er ook nog de intrinsieke waarde, samengevat in de vraag: mag een merel of dotterbloem er ook zijn? De expressieve dimensie gaat over de vraag wat voor ervaring roept natuur op, hoe beleven we de natuur. En hierbinnen, waarom wint het belang van landbouw steeds in debatten over landbouw versus natuur? Schouten legt uit dat dit komt door twee diep gegriefde mythes in ons collectief geheugen: 1. de wildernis moet bedwongen worden, door deze te ontginnen en te cultiveren en 2. de boer die in het zweet des aanschijns ons voedsel verbouwt.
Deze drie dimensies zijn terug te vinden in het concept van grondhoudingen in de relatie mens – natuur:
1. despoot: natuur is slechts een ding wat de mens kan gebruiken,
2. rentmeester: de mens staat boven de natuur maar is wel verantwoordelijk voor de natuur omdat de natuur aan de schepping toebehoort of omdat die toebehoort aan alle toekomstige generaties die er nog gebruik van moeten maken
3. partnerschap: natuur wordt gezien als een evenwaardige partner,
4. participant: de mens als deel van de grote gemeenschap van leven.
Uit onderzoek blijkt dat 70 procent van de Nederlander de gemengde grondhouding participant en rentmeester heeft.
Schouten benadrukte dat behoud van natuur geen luxe is, maar een sociaal-economische noodzaak. Ons welzijn is verbonden met de kwaliteit van natuur. Daarnaast is behoud van de natuur ook een morele plicht. Het hoort bij de beschaving dat we de waarde van natuur mee laten wegen in ons omgaan met de wereld. En daarbij moeten we flink investeren in het op orde brengen van de basiscondities voor natuur, zoals hydrologische omstandigheden, omdat de natuur anders blijft als een patiënt op de intensive care die we intensief moeten behandelen.


Erno Eskens, auteur van Democratie voor Dieren, leidde de discussie aan de hand van de volgende stellingen:
- Opnieuw wildernis in Noord-Holland is goed voor de biodiversiteit en is nodig om de natuurdoelstellingen te halen. Daar is alleen ruimte, milieukwaliteit en moed nodig.
- Er zijn te weinig damherten in de duinen om hun natuurlijke rol als grazers te kunnen vervullen.
De discussie over de eerste stelling zoomde in op de pilot ‘Beheerarme natuur’ zoals genoemd in de concept Agenda Groen ‘Kiezen voor kwaliteit’ van de provincie. De discussie ging onder andere over de noodzaak om wildernisnatuur te stimuleren, maar dat wel gelet moet worden op zaken als draagvlak. Tegelijkertijd is het soms ook nodig om ergens iets uit te proberen en te durven experimenteren. Dit omdat mensen van nature verliesmijdend gedrag vertonen: verlies doet meer pijn dan winst goed doet en de winst (het toekomstbeeld) is onbekend en wordt daardoor niet beleefd. Bij een natuurontwikkelingsproject in de uiterwaarden raakten de omwonenden al snel gewend aan het nieuwe landschap en raakten zelfs gefascineerd door de dynamiek van de rivier met zijn omgeving.
Over de tweede stelling kwam naar voren dat er eigenlijk weinig bekend is over de voedselstrategie van damherten en onbekend is of de draagkracht in dit gebied is bereikt omdat het een open gebied is. De hoeveelheid voedsel is bepalend voor het aantal dieren. Vera benadrukte het belang van diverse, elkaar aanvullende soorten grazers en sprak zijn steun uit voor het Amsterdamse hekkenplan als oplossing voor de overlast.
Verder kwam de vraag aan bod of natuurbehoud niet gewoon een economische kwestie is van boetes vermijden en ecosysteemdiensten in geld uitdrukken. Schouten reageerde hierop door te stellen dat we geen keuze hebben en de natuur moeten beschermen en wijst daarbij op de Stockholm Resilience Center. Deze heeft enkele jaren geleden negen planetaire grenzen vastgesteld. Als de mensheid die grenzen gaat overschrijden komen we in een enorme gevarenzone, in alle opzichten, sociaal, economisch, maar ook wat betreft wereldvrede. Inmiddels zijn twee grenzen ernstig overschreden. Dit zijn de grenzen voor biodiversiteit en de kringloop van stikstof. Het is een morele plicht daar goed naar te kijken.
Ook kwam het idee op om het woord natuur maar niet meer te gebruiken, omdat mensen daarbij vaak het idee hebben dan iets te moeten inleveren. Misschien moeten we meer praten over het leven zelf en leren ervaren dat we daar onderdeel van uitmaken.
Esther Ouwehand deed tot slot een oproep aan natuurorganisaties om zich niet te laten inpakken door de overheid. Wat de overheid doet is achterover leunen, bij boeren de schijn ophouden dat ze gewoon door kunnen gaan met hun bedrijfsvoering in en rond Natura 2000-gebieden en laat de natuurorganisaties het vuile werk opknappen als ze opkomen voor het natuurbelang. Leg die bal terug bij de overheid: natuurbescherming is een overheidstaak, doe je werk.


Tot slot
Tot slot kregen alle deelnemers de volgende ‘Herinneringskaart’ aan het symposium mee.


Symposium ‘Natuur in het wild’

Slechts aan drie voorwaarden hoeft te worden voldaan voor ‘wilde natuur’: meer ruimte, een goede milieukwaliteit en lef.

Meer ruimte
o grote aaneengesloten gebieden van hoge kwaliteit, zodat wilde planten en dieren daar goed kunnen leven en zich kunnen verspreiden
o oorspronkelijke EHS aanleggen, inclusief verbindingszones
o natuur planologisch beter beschermen
o minimaal beheer waardoor er ruimte is voor natuurlijke processen
o steden onderdeel van ecologische netwerken laten zijn en in te zetten op meer natuur in de stedelijke omgeving

Een goede milieukwaliteit
o milieunormen op basis van het voorzorgsbeginsel vaststellen en halen
o Natura 2000 echt gaan beschermen door activiteiten op hun effecten te toetsen
o in te zetten op bronbeleid waardoor beheerskosten ook omlaag kunnen (stikstof/mest, waterpeil en waterkwaliteit)
o landbouw volgt natuurlijke principes zodat ook het landelijk gebied weer natuur wordt
o afdoende handhaving en controle van milieu- en natuurbeschermingswet-vergunningen

Lef
o durf buiten de gebaande paden te denken
o durf over je eigen politieke tijdshorizon te kijken
o actie nu is nodig om verder biodiversiteitverlies te stoppen

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief