Wijziging Provin­ciale Ruim­te­lijke Veror­dening: bouwen in groen


28 september 2015

Voorzitter,

In 2009 trad ik toe tot het bestuur van waterschap AGV en om het bestuursgebied te leren kennen maakte ik in dat voorjaar een tocht door het gebied rond Amsterdam met een iemand, die dat gebied op zijn duimpje kent en mij graag rondleidde langs Botshol, Zwarte Kat, Ronde Hoep, prachtige namen in een prachtige provincie.

Voorjaar in de polders; alles groeide, bloeide en de natuur leek wel ontploft, overal waar je keek.

En zo door gebied gaande bekroop mij het gevoel dat het allemaal misschien wel mee viel met dat milieugedoe, dat er meer dan genoeg groen en natuur is en ik vertelde mijn reisgenoot dat. Waarop hij zei, en dat zal ik nooit vergeten, en hij zei het ook een beetje vermoeid, dat komt, Lammert, omdat elke generatie de wereld aantreft en die voor gegeven aanneemt en als het op groen aankomt, vaststelt dat er genoeg is, en dat er dus best een stukje af kan.

Dus, beetje eraf, kan best, hap hap. Vaak ten koste van dieren, natuur en milieu. Waarna hij mij in hoog tempo een aantal gebieden noemde die in zijn tijd groen en open waren, maar in 30 jaar – zeg twee generaties - waren verdwenen, versteend en volgebouwd.

En als je je daar eenmaal van bewust bent, dan zie je het overal: groene en open ruimte die verdwijnt en volgebouwd wordt.

En hier ligt een verschil tussen mijn partij en andere partijen.

Volgens de gangbare economische waarde bepaling is bouwen in het groen altijd goedkoper dan bouwen in een bestaande omgeving, op de kaart vaak afgebeeld in het Rood.
Kort gezegd: Bouwen in Groen is vrijwel altijd goedkoper dan bouwen in het Rood.

En door dat eenvoudige –gangbare- economische uitgangspunt zien we dat generatie na generatie per saldo die groene, open ruimte afneemt en eenvormiger wordt.

De economische druk die groei voorschrijft maakt dat onvermijdelijk. Ten koste van dieren, natuur en milieu en dus uiteindelijk ook ten koste van de mens. We zien het om ons heen in ecologische verarming en het dichtbouwen van de open ruimte.

Mijn partij wil dat anders.

Daarom is de Provinciale Ruimtelijke Verordening ook zo belangrijk –en kom ik bij het onderwerp.

Ten eerste artikel 26. Daar staat over agrarische bedrijven die willen groeien tot 2 hectare: “Om een meer ruimtelijk relevant beoordelingskader te creëren is het woord bedrijfsplan vervangen door een ‘motivering’. Er wordt gesteld dat ‘De voorgestelde wijziging gemeenten meer mogelijkheden geeft om te motiveren dat een uitbreiding vanuit zowel economisch als ruimtelijk opzicht nodig is’.

Voorzitter, naar onze mening worden bedrijven als megastallen alleen maar makkelijker… immers de arme traditionele melkveeboer die zich heeft laten vangen in steeds meer, steeds goedkoper, heeft zowel in economisch als in ruimtelijk opzicht altijd meer nodig in zijn race naar de bodem… De motivering is dus al gemaakt, die ligt besloten in het bedrijfsmodel. We hebben in de commissie naar nadere criteria gevraagd en de Gedeputeerde heeft deze beloofd en toegestuurd. Dank, en we zien in de beantwoording de bevestiging. Schaalvergroting in de landbouw wordt gestimuleerd en de komst van megastallen vergemakkelijkt.

We zien ook dat we elkaar niet overtuigen, dus misschien moeten we hier en nu een weddenschap aangaan of er meer megastallen komen of niet. Durft de gedeputeerde dat aan: en dan niet zeggen… ‘dat kan ik niet zeggen… dat hangt af van de gemeentes’. Gewoon, klip en klaar: Wij van mening dat er meer megastallen komen en de gedeputeerde niet. Dat moet toch verleidelijk zijn, de kans om te zeggen over vijf jaar, wat zat die PvdD/Van Raan er naast!

Het tweede punt is de nieuwe definitie van een heel nieuw type bedrijf dat GS introduceert, namelijk dat van een ‘agrarisch aanverwant bedrijf’. Hiermee wordt de deur open gezet voor hele nieuwe categorie bebouwing in het landelijk gebied.

In artikel 17 beschrijft u immers dat het verbod op verstedelijking niet geldt voor dit type bedrijven. En daar een verplaatsing van een dergelijk bedrijf ook al niet als uitbreiding geldt, opent zich het pad voor veel nieuwe bebouwing.

We hebben de vraag gesteld: wat zijn nou de garanties dat in het landelijk gebied niet een hele nieuwe bouwrage ontstaat van ‘agrarisch aanverwante bedrijven’. We hoopten op geruststellende aanpak; die kwam niet. De conclusie blijft dus ook staan: dit is gewoon het faciliteren van de traditionele en doodlopende agrarische sector. Dit leidt tot ons eerste amendement. Eentje die de categorie in haar geheel schrapt.

Als derde punt hebben we gekeken naar uw wens om de begrenzing van de Bufferzones weer terug te brengen naar vóór de vaststelling van de PRV in 2014 omdat volgens u 93% van die gebieden al goed beschermd wordt. Los van het feit dat 7% er dus buiten valt, hebben we begrepen dat er nog onderzoek plaatsvindt naar de mogelijke gevolgen van deze verandering. Is het niet verstandiger eerst de analyse van de gevolgen af te wachten en dan wellicht iets aan te passen?

We hebben daartoe een amendement dat voorstelt in het ontwerpbesluit artikel II lid A te schrappen en kaart 5b niet aan te passen.

Tot slot, voorzitter. Ik verhaalde u van de wereld die elke generatie aantreft en deze aanneemt voor wat deze is en dat bouwen in Groen goedkoper is dan bouwen in het Rood. Wat het resultaat daarvan wordt steeds duidelijker: het langzaam maar zeker opsouperen van de ecologische ruimte de we hebben, ondanks de beste bedoelingen. Mijn partij is voor andere keuzes. Daarom dienen wij nog een motie in om de kwetsbare open ruimte die ons nog rest te behouden, zodat ook de generaties na ons een mooi Noord-Holland erven.

Deze motie houdt in dat we voor nu de provinciale planningsopgave voor bedrijfsterreinen bevriezen, zolang er nog zoveel leegstand is op de huidige bedrijfsterreinen.

Voorzitter, tot zover mijn bijdrage in eerste termijn enbij deze ook de uitnodiging om met mij en mijn fractie door het gebied te fietsen waar ik het over had, komend voorjaar.

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer