Wat zouden we missen aan het vissen?


13 december 2010

Voorzitter,

Wat zouden we missen aan het vissen? Wij stellen u voor om over deze vraag met elkaar in discussie te gaan. Een kaderstellende discussie om precies te zijn. Want op dit moment is er geen formeel beleid voor de visrechten van de provincie.
Het gaat wel ergens over, voorzitter, want het betreft alle vissen in de Amstel en het Noord-Hollands kanaal. Maar het gaat niet alleen om de vissen, maar ook om de kaderrichtlijn water, de belangen van de beroepsvissers, de hengelaars, de natuur, het milieu en de financiële belangen van de provincie.
Dat zijn genoeg conflicterende belangen voor een zinvolle discussie, want er hangt veel vanaf, zoals de waterkwaliteitsdoelstellingen van de Kaderrichtlijn Water.

Voor ik de discussie inhoudelijk wil voeren, stel ik u de vraag of u dit onderwerp belangrijk genoeg vindt om een kaderstellende discussie te voeren. Dat is een bevoegdheid van de Staten en daarom is advies van GS hierover niet aan de orde.. Er wordt namelijk nog geen inhoudelijk standpunt ingenomen.
Ik vraag daarom graag advies van de commissie WAMEN om te zien of dit voor een meerderheid van Provinciale Staten belangrijk is voor een inhoudelijke bespreking.
Niet meer, niet minder.

Dank u wel.


Initiatiefvoorstel: Wat zouden we missen aan het vissen?

Inleiding
De Partij voor de Dieren wil de discussie openen over het verhuren van visrechten door de provincie. De eigenaar van de grond (waterbodem) heeft in Nederland in principe de visrechten op die grond. De provincie Noord-Holland heeft veel visrechten, zoals van de Amstel en het Noord-Hollands kanaal, en verhuurt deze aan beroepsvissers en hengelsportverenigingen.
Het staat de provincie vrij om de visrechten al dan niet te verhuren of voorwaarden te stellen aan de verhuur. De provincie verhuurt visrechten nu conform het Rijksbeleid voor Staatswateren. Hierin spelen nut en noodzaak van verhuur, natuur, milieu of dierenwelzijn geen rol.

Het beheer van de visstand
Het college van Gedeputeerde Staten stelt dat in het kader van goed beheer de visstand gereguleerd moet worden. Dat is merkwaardig omdat:
 de aalstand dramatisch is afgenomen en er geen sprake lijkt te zijn van de noodzaak van beheer door vangst.
 het schubvisvisrecht, dat wordt verhuurd aan hengelaars, niet bijdraagt aan beheer van de visstand, omdat de dieren moeten worden teruggezet. Dit levert vermoedelijk wel sterfte op van teruggezette verwonde vissen, maar dat is geen beheer.
Hieruit blijkt dat nut en noodzaak van verhuur van visrecht geen serieus onderwerp van discussie is geweest. Overigens is de visstand een verantwoordelijkheid van het waterschap.

Randvoorwaarden voor huurders
De provincie kan als eigenaar van de visrechten de huurder extra eisen opleggen. De provincie verplicht huurders mee te werken aan de visstandbeheercommissie (VBC) en mee te werken aan visplannen. De Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt eisen aan de visstand, die niet overeen hoeven te komen met de belangen van huurders. Vaak zijn de belangen van hengelaars tegengesteld aan de eisen van de KRW. Vanuit het waterplan en de stroomgebiedbeheersplannen valt op zijn minst te verdedigen dat van de huurder wordt geëist alle aanwijzingen van het waterschap op te volgen. Ook eisen ter verbetering van het welzijn van vissen zijn denkbaar. Deze spelen momenteel geen rol in de verhuur.

Conflicterende belangen
Per jaar ontvangt Noord-Holland ongeveer € 5000 voor de verhuur van de visrechten. Hiertegenover staat dat er contracten worden gesloten en beheert en er toezicht op naleving moet worden geregeld. Daarmee levert verhuur de provincie in financiële zin niets op.
Het belang van de hengelaars is het uitoefenen van hun hobby, terwijl de vissen stress, pijn en soms de dood wordt toegebracht door de hengelaars. De beroepsvissers in de binnenwateren zijn economisch afhankelijk van de visvangst en dragen bij aan de voedselvoorziening.
Het vangen van vissen veroorzaakt een verstoring op van de natuurlijke processen in de wateren en de vissen hebben er belang bij dat er niet wordt gevist. Er spelen conflicterende belangen die zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Voorstel Partij voor de Dieren
De Partij voor de Dieren stelt voor om een kaderstellende discussie te voeren over de verhuur van de visrechten. Provinciale Staten kunnen daartoe een werkgroep instellen met ambtelijke ondersteuning die een kaderstellende notitie schrijft voor een “beleid uitgifte visrechten”. Ter ondersteuning van de discussie is het raadzaam dat PS de effecten van het hengelen op de visstand onderzoekt. De nadere uitvoering van de kaderstelling is aan PS en ligt niet vast in dit initiatiefvoorstel.

Procedure
De Partij voor de Dieren wil graag advies van de vakcommissie WAMEN over dit initiatiefvoorstel. De vraag die nu gesteld wordt is of PS gebruik wil maken van haar kaderstellende bevoegdheid. Daarom is het niet opportuun om GS nu al om advies te vragen. Hiermee wordt besluitvorming versneld en bespaart het kosten bij het ambtelijk apparaat voor deze zaak van PS.

Besluit:
Provinciale Staten besluiten tot het voeren van een kaderstellende discussie over het uitgiftebeleid van de visrechten.
Provinciale Staten starten een onderzoek naar de effecten van hengelen op de visstand, hierbij wordt samenwerking met de waterschappen gezocht.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer