Vragen over Ameri­kaanse rivier­kreeft als streek­product


t.b.v. vragenuur PS

30 september 2019

Inleiding

Op 28 mei 2019 stelde de Partij voor de Dieren Statenvragen over het provinciaal beleid rondom de Amerikaanse rivierkreeft. Op 2 juli 2019 kregen we antwoorden. Een aantal zaken viel op bij de beantwoording en tijdens deze vergadering willen we een aspect uitlichten en verduidelijking over krijgen: het benoemen en vermarkten van de Amerikaanse rivierkreeft als streekproduct.

Op onze vraag of GS het met ons eens is dat “het absurd is om juist exoten – waarvan de provincie zegt dat ze niet in onze streek horen - te marketen als ‘streekproduct’ “, kregen we een ontkennend antwoord. GS beweerde zelfs: “de rivierkreeft wordt, juist omdat deze over land migreert, regelmatig in het gebied waargenomen en kan daardoor als streekproduct worden betiteld.”

Wij hebben navraag gedaan over landelijk beleid rondom streekproducten en de regels rondom het benoemen van de Amerikaanse rivierkreeft als ‘streekproduct’. We kregen het volgende antwoord van het ministerie van LNV:

“De Amerikaanse rivierkreeft heeft geen keurmerk Erkend Streekproduct. Om in aanmerking te komen voor het keurmerk moet een product aan een aantal eisen voldoen t.a.v. productiegebied, gebruikte grondstoffen, be- en verwerking en maatschappelijk verantwoord ondernemen (zie: https://t.co/57fAjqLQ8p). Gezien het feit dat de Amerikaanse rivierkreeft een invasieve exoot is die wijdverspreid is in Nederland en de nodige problemen met zich meebrengt, is het niet aannemelijk dat de Amerikaanse rivierkreeft zich zal kunnen kwalificeren als Erkend Streekproduct.”

Dit gaat regelrecht in tegen de antwoorden van GS. Daarom een aantal vragen:

1. Waren GS op de hoogte van deze regels rond streekproducten?

2. Hoe rijmt u het antwoord van LNV met uw antwoorden op onze vragen als het gaat om het mogelijk vermarkten van de Amerikaanse rivierkreeft als ‘streekproduct’?

3. Bent u het met ons eens dat het onwenselijk is verwarring te scheppen over wat echte streekproducten zijn en dat het gebruik van het woord ‘streekproduct’ door de provincie daarom te allen tijde moet voldoen aan landelijke regels voor streekproducten? Dit ook om de devaluatie van het keurmerk streekproduct te voorkomen.

4. Gaat u stoppen met het beweren dat de Amerikaanse rivierkreeft als ‘streekproduct’ kan worden betiteld?

5. In een antwoord op onze vragen stelt u ook: “Mocht het wegvangen echter een goede beheermaatregel zijn, dan is vermarkten – in plaats van vernietigen - een optie die nader overwogen zal worden. “

Gaat u, nu u de regels van LNV kent, uw onderzoek naar het vermarkten van de Amerikaanse rivierkreeft als ‘streekproduct’ staken?