Struc­tuur­visie 2040 en de ruim­te­lijke veror­dening in cie. ROG


26 april 2010

Voorzitter,

Allereerst mijn complimenten voor het vele werk dat door gedeputeerden en ambtenaren is verzet voor deze voordracht. Mijn fractie is in algemene zin positief over vorm en inhoud van de structuurvisie en de verordening. De hoofdbelangen onderschrijven wij van harte, al hebben wij hier en daar andere ideeën over de uitwerking.

Wij zullen in de Statenvergadering enkele wijzigingen van de voordracht voorstellen voornamelijk op het terrein van voldoende en gedifferentieerde ruimte voor de landbouw. Wij zijn het eens met het belang daarvan, maar in deze structuurvisie is er sprake van bijkans onbeperkte ruimte voor de landbouw. Zelfs verregaande schaalvergroting, mondiale concurrentie en de door de bevolking nadrukkelijk niet gewenste intensieve veehouderij wordt gefaciliteerd. Onze voorstellen:

Geen concentratiegebied voor intensieve veehouderij! Nadat de Staten dat al besloten hadden door de motie Breunissen, koos GS voor de juridische lijn. Die zou inhouden dat intensieve veehouderij niet tegen te houden is omdat daar geen ruimtelijke argumenten voor zouden zijn. Maar wij hebben alleen bewijs voor het tegendeel ontvangen, ook in de Wieringermeer. Ik citeer uit de planMER van DHV:

risico op aantasting open landschap en aardkundige waarden Wieringermeer … risico op verslechtering waterkwaliteit … risico op geurhinder … intensieve veehouderij in de Wieringermeer kan vermesting en verzuring door depositie tot gevolg hebben op verder weg gelegen EHS gebieden … het geeft een extra negatief effect op recreatie en toerisme … afgezet tegen eventuele andere locaties is de Wieringermeer weliswaar misschien een logische plek. Toch is het een negatief effect.

Hoezo geen ruimtelijke argumenten? Het planMER staat er vol mee. Verder volsta ik met een verwijzing naar de rapporten van BRO en het instituut voor agrarisch recht.

Hulde voor de keuze voor grondgebonden landbouw in het zuiden van de provincie. Maar waarom niet in heel Noord-Holland? Ook in het noorden is het toch land-bouw en land is toch hetzelfde als grond?....

Ik kan nu niet alles citeren uit de planMER wat de ruimtelijke problemen zijn met de vergroting van de bouwvlakken naar 2 ha. of meer. Dan moet ik de halve planMER voorlezen. Met maatwerk heeft dit niets te maken. Voor de landschappelijke waarden van onze mooie provincie is het cruciaal de vinger aan de pols te houden. Dat kan niet als we iedere uitbreiding tot 2 ha. zonder meer toestaan. Als we landschappelijke kwaliteit een provinciaal belang vinden, dan moet de ARO al vanaf 1 ha. kunnen adviseren. Het valt toch niet uit te leggen dat Noord-Brabant teruggaat van 2,5 naar 1,5 en Noord-Holland de deuren open zet?

In de ruimtelijke verordening is de definitie van intensieve veehouderij opgenomen. Ik vat samen:

niet-grondgebonden agrarische bedrijven die in gebouwen varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, pelsdieren of overig kleinvee houden. Uitgezonderd biologische veehouderij, het kweken van vis, melkvee, rundvee, geiten, schapen of paarden.

Hier mankeert nogal wat aan:
De geitenhouderij is in zijn geheel uitgezonderd. Dus elke geitenhouderij is volgens GS extensief. Deze opvatting van GS werd bekend nota bene op de dag dat Q-koorts op een Noord-Hollandse geitenhouderij werd geconstateerd. Het kweken van vis is altijd intensief en het houden van geiten en koeien kan dat ook zijn, namelijk als het niet grondgebonden is.
GS maakt onderscheid in diersoorten in plaats van op de wijze waarop de dieren gehouden worden. Dat is verkeerd. Het criterium grondgebonden kan uitkomst bieden. Grondgebonden is volgens GS:

Agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf.

Dat is op juiste leest geschoeid, maar wel vaag. Hoe gaat GS dat straks beoordelen in een concreet geval? Mijn fractie zal een alternatief, beter toetsbaar criterium voorleggen aan de Staten. Dat voorstel zal gebaseerd zijn op de Regeling Ammoniak en Veehouderij en het gemeenschappelijk landbouwbeleid van Europa. De kern daarvan is dat een bedrijf grondgebonden is als het niet meer dan 1.8 grootvee eenheid per hectare heeft en beperkte weidegang volgens de RAV toepast. Dat is momenteel 10 uur per dag in de zomer- en lenteperiode.

Ik heb nog een technische verheldering nodig op het volgende punt. In de nota van beantwoording staat dat in de ambtelijke nut en noodzaak toets aspecten van goede ruimtelijke ordening zoals klimaatbestendigheid worden meegenomen. De gedeputeerde heeft gezegd dat de ambtelijke voortoets alleen gebruik maakt van documenten waarnaar verwezen wordt in de verordening. Naar welk document wordt verwezen waarin randvoorwaarden voor klimaatbestendigheid staan beschreven?

Om ook positief te eindigen voorzitter, de wens tot uitbreiding en versterking van de natuur in onze provincie ondersteunen wij van harte. De bescherming van natuur en het open landschap is in principe goed geregeld. Maar ‘the proof of the pudding is in the eating’, dus wij pleiten voor een terughoudend beleid ten aanzien van de ontheffingverlening. En voor biologische pudding, natuurlijk.

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer