Pilot met Megastal


17 november 2008

EERSTE TERMIJN

Voorzitter,

Na de verkiezingen in 2007, toen wij voor de allereerste keer Statenvragen stelden, ging het om een initiatief om een megastal te bouwen waarin 1.6 miljoen kippen in 6 weken van ei tot filet zouden worden verwerkt. Met recht een kippenfabriek. In augustus 2007 antwoordde Gedeputeerde Staten op deze vragen van Klaas Breunissen en Rob van Oeveren dat GS hun standpunt zouden bepalen als er een verzoek van de gemeenten hierover zou zijn ingediend. Zoals u zult weten zijn Milieudefensie en de Dierenbescherming inmiddels bezig met het verzamelen voldoende steun voor een burgerinitiatief tegen veefabrieken. Wij waren dan ook onaangenaam verrast toen bleek dat gedeputeerde Bond vast een voorschot nam op megabedrijven tijdens een bijeenkomst van het Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt met de mededeling dat hij wel een pilot zou willen om de effecten van megabedrijven na te gaan. Dat roept de nodige vragen op, want veefabrieken leveren niet de breed in de samenleving gewenste verbetering voor dierenwelzijn, maar vormen een risico voor de volksgezondheid, schaden het milieu en passen niet in het landschap - en al helemaal niet in Noord-Holland.

Vooraf: de gedeputeerde waarschuwt dat we er voor moeten oppassen dat we ons laten leiden door emoties.

Voorzitter, wij laten ons wèl leiden door emoties! De emoties van miljoenen dieren, of de terechte verontwaardiging van mensen om zoveel dierenleed in fabrieken. De gedeputeerde mag deze emoties niet negeren.
En voor een behoorlijk aantal mensen zijn het méér dan emoties, want ook Paus Benedictus XVI, de heer Ratzinger, heeft er een mening over. De paus heeft in een interview in 2005 gemeld – ik citeer “Ondanks het feit dat ze niet dezelfde directe relatie hebben met God als de mens heeft, zijn ze (en daarmee worden dieren bedoeld) schepselen die zijn wil tot uitdrukking brengen, schepselen die wij moeten respecteren als medeschepselen en als belangrijk onderdeel van de schepping”. – einde citaat.
Volgens de Paus moeten mensen altijd respectvol omgaan met dieren. Het benutten van dieren op industriële wijze zoals het dwangvoederen van ganzen, zodat ze een zieke, vergrote lever krijgen voor de productie van foie gras of kippen die zo opeengepakt leven dat ze karikaturen van vogels worden, acht de Paus een degradatie van levende wezens tot dingen. Hij meent dat dat in strijd is met de verantwoordelijkheid tussen de schepselen onderling, zoals de Bijbel die leert.
Ik veronderstel dat dit gedeputeerde Bond en een vrij groot aantal Statenleden aanspreekt.

En dan, met in het achterhoofd de uitspraak van de Paus over kippen als karikaturen van vogels, kom ik tot de volgende vier vragen:
1. Heeft de gedeputeerde, toen hij aangaf een pilot te willen, een experiment dus, namens het college gesproken, als privépersoon of als gedeputeerde zonder vooraf overleg te hebben gehad met zijn collegae?

2. De wet op de dierproeven, artikel 10, eist onder andere dat dierproeven altijd met zo min mogelijk dieren moeten worden uitgevoerd. Denkt de gedeputeerde werkelijk dat een experiment met een veefabriek aan dit artikel kan voldoen, of is het woord pilot gewoon een goedkope verkooptruc om sluipenderwijs deze veefabrieken door te drukken?

3. De gedeputeerde voert aan dat we kunnen kijken wat de effecten zijn van een veefabriek op dierenwelzijn. De rapporten die daar tot nu toe over verschenen beloven niets goeds. Het is een goed gebruik om pas experimenten te gaan doen als er een verwachting is dat er ook iets uit komt. Dat is er in dit geval niet. Waarom dan nu een experiment?

4. Deze gedeputeerde is ook verantwoordelijk voor het stimuleren van biologische landbouw. Nu blijkt uit onderzoek van het Landbouw Economisch Instituut dat hoe groter het prijsverschil is tussen reguliere en biologische producten, hoe moeilijker de biologische producten verkopen. Met megastallen wordt gestreefd naar de laagste prijs, het is immers bulkproductie. Dat gaat daardoor ten koste van de vraag naar biologische producten. Er wordt wel beweerd dat reguliere producten en biologische producten niet met elkaar concurreren, maar dat is natuurlijk onzin. Onderzoek toont dit aan en eigenlijk kan iedereen dat op zijn vingers natellen.
Hoe kan de gedeputeerde zijn uitspraken over deze megastal rijmen met zijn opdracht van deze Staten om biologische landbouw te stimuleren? Gaat het zo goed met de biologische landbouw dat het nu wel weer een stukje minder mag?


TWEEDE TERMIJN

Voorzitter,
Wij waarderen dat de gedeputeerde de economie van Noord-Holland wil stimuleren. Maar als hij hierin verkeerde wegen dreigt in te slaan dan kan hij van ons verwachten dat wij hem waarschuwen. Dat hebben we bij deze gedaan.
Ik kan niet anders concluderen dan dat de gedeputeerde veel verwacht van veefabrieken, maar:
A: Het RIVM waarschuwt voor de gevaren voor de volksgezondheid, zij schrijven:
Door toename van de gevoelige populatie op een bedrijf is het aannemelijk dat deze trend (relatie bedrijfsgrootte - voorkomen influenzavirus) doorzet bij verdere schaalvergroting naar megabedrijven. … wanneer een virus vaker en langer op een bedrijf kan circuleren wordt de kans op veranderingen in het virus groter.

B: Het Milieu en Natuurplanbureau schrijft:
Megabedrijven hebben een negatieve invloed op de landschapsbeleving, welke vergelijkbaar is met die van bedrijventerreinen.
en
Voorwaarde voor positieve milieu- en landschapseffecten op het regionale en nationale niveau is dat het aantal dieren wordt gereguleerd. Vooralsnog gebeurd dit door middel van varkens- en pluimveerechten, maar deze worden wellicht afgeschaft in 2015.
De voorwaarde vervalt dus en de milieudruk zal toenemen.

C: De Raad voor Dierenaangelegenheden schrijft dat:
Dierenwelzijn inclusief dierengezondheid zal in megabedrijven in beginsel niet beter of slechter zijn dan in huidige zgn. familiebedrijven.

Heeft de gedeputeerde enige aanleiding om te twijfelen aan de opvattingen van deze instellingen?

Wij zijn niet overtuigd door de gedeputeerde dat er geen invloed zal zijn op de markt voor biologische producten. Het is zelfs erger: Deze mega-bedrijven zijn de doodsteek van het bestaande boerenbedrijf, omdat zij daar niet tegen kunnen concurreren. Hoe denkt de gedeputeerde dat kleine boerenbedrijven op kunnen concurreren tegen deze bulkproductie? Wil hij een landbouweconomie met enkele grote bulkproducenten en een einde aan het traditionele boeren-familiebedrijf?

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer