Mili­eu­be­leidsplan 2015-2018


15 december 2014

Voorzitter,

Goed dat de provincie de definitie van duurzaamheid hanteert uit het rapport “Our common future” uit 1987, ook bekend als het Brundtland-rapport:

Een duurzame ontwikkeling is “een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.”

Dit is nog steeds de beste definitie: toekomstige generaties dezelfde kansen geven als die wij hebben. En dat betekent:

het doorgeven van een schone bodem, water en lucht;
maar ook: de klimaatverandering een halt toeroepen, grondstoffen beschikbaar houden en het ecologisch kapitaal – de natuur – in stand houden.

Die tweede categorie: klimaatverandering, grondstoffenschaarste en verlies aan biodiversiteit, zijn de vraagstukken van deze eeuw. Zij hebben verregaandere effecten dan de klassieke vraagstukken als bodemvervuiling en geluidhinder. Zij maken het leven op aarde kwetsbaar. De vraag is of we op tijd zijn met het rigoureus aanpakken van deze vraagstukken. Jay Inslee, de gouverneur van Washington, instemmend aangehaald door ons Planbureau voor de Leefomgeving, verwoordde deze zorg, en urgentie, kernachtig: “Wij zijn de eerste generatie die iets merkt van de klimaatverandering en we zijn de laatste generatie die er nog iets aan kan doen.”

Dit vraagt een radicale wijziging van het milieubeleid. Allereerst door stippen op de horizon te benoemen, zoals: 80% hernieuwbare energie in 2050, een radicaal efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen en een snel herstel van biodiversiteit. Dus: Wissels omzetten en vaart maken. Alles wat niet bijdraagt aan het bereiken van die stippen op de horizon, weg ermee. Geen geld en energie meer aan besteden. Dus geen biomassa bijstoken in een kolencentrale om tussendoelen te halen, want kolen passen niet in het einddoel. En wel alles inzetten op innovatie, doorbraak technologieën en gedragsverandering.

Hier passen de woorden van Wubbo Ockels. Gedeputeerde Talsma noemde die in de bijeenkomst over het nieuwe milieubeleid in mei dit jaar:

“Het is genoeg. We zijn te ver gegaan. De industriële revolutie heeft ons in een ongewenste situatie gebracht. We zijn door de natuur geraasd, we vernietigen onze levensbronnen. We moeten stoppen, we moeten veranderen, we moeten een ander pad kiezen, we moeten onze levens veranderen, en de manier waarop we zaken doen.”

Het is een andere manier van denken. Kan de gedeputeerde zich vinden in deze manier van denken, en zo ja, hoe gaat hij dat vormgeven?

Wij hopen gevoel voor urgentie en visie terug te zien in de uítwerking van dit Milieubeleidsplan. Want het is een goed plan! Maar we missen de ernst en de urgentie, die stip op de horizon in het vizier is en alles op alles zetten om die stip te halen. Ik noem drie zorgpunten.

Hoe gaat het Milieubeleidsplan doorwerken in andere sectoren, als de landbouw?
In het plan staat dat “het logisch is om te kijken naar kansen voor verbetering van de milieukwaliteit als bijvoorbeeld duurzame landbouw”. Maar dat schiet niet op. Dat is voortmodderen op het bestaande pad, en niet de wissels omzetten en een ander pad kiezen. De bestaande landbouw ís niet duurzaam, denk aan het hoge energieverbruik in de kunstmestproductie, de gigantische hoeveelheden landbouwgif die over de akkers verspreid worden, de natuurschade door overbemesting, bodemuitputting. Weg ermee. Er is een omslag nodig.
En hoe gaat Milieubeleidsplan doorwerken in het dossier Schiphol? Afgelopen vrijdag verscheen het bericht dat startende en dalende vliegtuigen gigantisch veel ultrafijnstof uitstoten. TNO heeft daar metingen naar gedaan. Eerder werd nog niet gekeken naar ultrafijnstof[4] maar de gezondheidsschade is groot. Minder vluchten zijn de enige oplossing.
Graag een reactie van de Gedeputeerde milieu.

En waar zijn de stippen aan de horizon? Het doel bij het thema “Circulaire economie” is om via een transitie milieu en economie te dienen. Dat is weinig concreet. Er is in het Milieubeleidsplan aangekondigd dat er in het voorjaar van 2015 een uitwerking komt van dit thema. Is de gedeputeerde bereid om in die uitwerking een concreet en ambitieus doel op te nemen?

Tegen de energietransitie in is heel veel tijd en energie besteed om 105 MW aan windenergie te gaan realiseren. Terwijl de gemeente Amsterdam alleen al op daken 160 MW wil gaan realiseren aan zonne-energie. De transitie moet sneller, grootser en het beleid moet beter.

Het is goed dat er in het Milieubeleidsplan veel aandacht wordt besteed aan de luchtkwaliteit in Noord-Holland. Schone lucht is belangrijk voor de gezondheid. Maar het Milieubeleidsplan klinkt niet overtuigend als luchtkwaliteit moet worden verbeterd door meer asfalt. Wij stellen een beter instrument voor: de Milieuzone. Dit instrument is effectief gebleken in stedelijk gebied, dus waarom niet ook toepassen langs provinciale wegen? Wij dienen daarom een motie in, met als dictum:

Provinciale Staten verzoeken het College van Gedeputeerde Staten:
het instrument Milieuzone in te zetten als één van de alternatieven om de luchtkwaliteit langs provinciale wegen te verbeteren;
en gaan over tot de orde van de dag.

Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de Noord-Hollandse burgers, ook in de omgeving van Schiphol, geïnformeerd worden op het moment dat de luchtkwaliteit slecht is, zodat de provincie, maar ook de mensen zelf, maatregelen kunnen nemen. Wij stellen daarom een provinciaal smogalarm voor, en dienen daarvoor een motie in, met als dictum:

Provinciale Staten verzoeken het College van Gedeputeerde Staten:
met een voorstel te komen voor invoering van een Noord-Hollands smogalarm, en hierbij het volgende te betrekken:
relevante indicatoren (zoals (ultra)fijnstof, stikstofoxiden, roet en ozon);
- Europese normeringen en adviesnormen van de WHO;
- smogweersvoorspellingen;|
- hoe Noord-Hollanders met media en bijvoorbeeld apps kunnen worden bereikt;
- eventuele maatregelen in geval van (dreigende) smog, zoals een oproep om de auto te laten staan, thuis te werken of bijvoorbeeld het OV gratis te maken (gedurende de SMOG periode);
en gaan over tot de orde van de dag.

Tot slot voorzitter, een grote ergernis van ons. Water. Deze provincie is 100% eigenaar van PWN en kan trots zijn op topkwaliteit water uit de kraan. En wat schenkt onze catering? Mineraalwater uit een flesje! Daarom de motie met als dictum:

Provinciale Staten verzoeken het College van Gedeputeerde Staten:
bij de aanbesteding van de catering als voorwaarde op te nemen dat kraanwater wordt geserveerd;
en gaan over tot de orde van de dag.

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer