Bijdrage Ziens­wijze BRS over ontwerp-Lucht­vaartnota 2020-2050 en Aanvul­lings­re­geling Geluid Omge­vingswet


22 juni 2020

Dank voor deze kritische zienswijzen op de Luchtvaartnota en de Aanvullingsregeling. De Partij voor de Dieren deelt de kritiek.

Doordat het rijk luchtvaart sectoraal blijft insteken, conflicteert het op onmogelijke wijze met de rollen, belangen, en verantwoordelijkheden die wij als provincie hebben, met de ambities uit onze omgevingsvisie, de ambities uit het collegeprogramma.

Gezondheid, leefomgeving, woningbouw, natuur: alles waar wij over gaan, alles dat wij willen vormgeven om onze provincie een betere plek te maken, wordt gedwarsboomd door een nota die de leefkwaliteit van miljoenen nog verder op wil offeren voor oneindige groei van de luchtvaart, die daarvoor zelfs de bouw van honderdduizenden woningen en daarmee de toekomst van honderdduizenden burgers wil riskeren, zolang Schiphol maar kan blijven groeien. Daar moeten we keuzes in gaan maken: of we bouwen, en de luchtvaart krimpt, of we vliegen en de bouw stopt.

En ons wordt keer op keer verteld dat we er niks van mogen zeggen, want we zouden er niet over gaan. Onze provincie wordt gegijzeld door de luchtvaart.

De hoop was nog wel dat de minister het groeiend verzet van burgers, gemeenten, en provincies met deze luchtvaartnota eindelijk tegemoet zou komen. Het tegendeel bleek waar: deze nota bezegelt het lot van Noord-Holland als gegijzelde van Schiphol tot 2050.

We hebben het nota bene over een luchtvaartnota die de noodzaak tot groei niet eens kan hard maken: als het doel van Schiphol “de internationale connectiviteit van de MRA” is, is niet onderbouwd waarom nog meer vliegbewegingen nodig zijn. Misschien kan die connectiviteit wel met minder, door selectiever te zijn in bestemmingen en korte Europese vluchten te vervangen door snelle treinverbindingen. Verschillende experts en adviesbureaus, van CE Delft tot RLI geven aan dat een ander Schiphol, met krimp als scenario, mogelijk is.. Dat is nog niet eens onderzocht en uitgewerkt. Meer of minder vliegtuigen is een resultante, niet een doel. Ofwel, de provincie krijgt onterecht nóg meer vervuiling en ernstige geluidsoverlast over zich heen gestort.

Deze nota is op zijn minst onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaraan een besluit moet voldoen, ontbreken. Zoals de BRS ook eerder aangaf: er loopt een onderzoek van het RIVM naar de effecten van langdurige blootstelling aan ultrafijnstof. Hoe kunnen decentrale adviseren of iets wel of niet kan, als we die onderzoeken nog niet hebben gezien?

Dus moeten we onze conclusies trekken, onze verantwoordelijkheid nemen, en pal gaan staan voor onze burgers, de natuur. De provincie moet opkomen voor een gezonde leefomgeving voor haar inwoners nu de rijksoverheid het niet doet... Nu ligt er met deze zienswijze van de BRS een goed begin, maar wat we nog missen is: welke conclusies verbinden we daaraan?

Optie 1. Is braaf een zienswijze indienen; de minister schrijft dat ‘weg’ en gaat vrolijk verder. Hoeveel vertrouwen hebben we daarin, is de vraag. Pad 2 is het aanscherpen tot een no-go: geen besluit tot groei,

- totdat het kabinet wél de noodzaak van groei in kaart heeft gebracht;
- totdat de minister concreet is: zoals: met hoeveel neemt het aantal nachtvluchten af en per wanneer? ‘aantoonbaar minder geluidgehinderden’: hoeveel zijn dat er? En per wanneer? En hoe dan?
- totdat er wél afstemming is in Den Haag over aan de ene kant het Luchtvaartspoor dat zegt GROEI en aan de andere kant het leefkwaliteit spoor dat zegt een bouwstop;
- totdat er wel samenhang is met andere beleidsvelden in plaats van een sectorale nota;
- totdat het RIVM-onderzoek naar gezondheidsrisico’s van ultra fijnstof op langere termijn is afgerond en meegenomen is in een integrale afweging tussen groei en leefbaarheid. Want het 1e onderzoek naar gezondheidseffecten bij kortdurende blootstelling was al alarmerend, vooral over kinderen;
- hoe kan de minister zeggen dat zij een afweging heeft gemaakt tussen groei en leefomgeving, terwijl ze de uitkomsten van het RIVM-onderzoek nog niet heeft?

Wil GS de BRS-zienswijze verder aanscherpen en het formuleren als een no-go: geen besluit tot groei, totdat op zijn minst de uitkomsten van het RIVM-onderzoek bekend zijn en kunnen worden meegewogen?